Donderdag 17/10/2019

De vragen van Proust

‘Mijn vader wilde mij naar de psychiater sturen. En ik vloog bij de zee­scouts, ‘om meer man te worden’’

Kürt Rogiers, Tinneke Beeckman en Jean-Marie Dedecker. Beeld Stefaan Temmerman

Kürt Rogiers, Tinneke Beeckman en Jean-Marie Dedecker: intussen hebben meer dan tachtig Vlaamse academici, schrijvers en acteurs De vragen van Proust beantwoord. Uit al hun uitspraken selecteerden wij er 16 die de vaderschapsband prachtig illustreren.

1. Kürt Rogiers

“Toen we tien jaar geleden te horen kregen dat mijn vader ziek was, was dat een drama. Maar tegelijk is zijn ziekte ook een zegening gebleken. Door dat besef van eindigheid wordt elk klein conflict in de familie snel in de kiem gesmoord. Je ziet in dat het veel belangrijker is om te focussen op de liefde die je voor elkaar hebt dan op alle details die zich in de coulissen van het leven afspelen.

“Toen mijn vader met pensioen ging, zei hij: ‘En nu begint de laatste fase van mijn leven.’ En een half jaar later werd hij ziek. Maar hij is er nog altijd, dus dat is goed. Elke ­communie, elke verjaardag, elke kerst zijn we dankbaar dat hij er nog bij is.

Kürt Rogiers. Beeld Stefaan Temmerman

“Ik beschouw mijn vader als mijn beste ­kameraad. Ik hoor hem elke dag. Hij is zo’n beetje mijn mentor, mijn held. Ik zal zelden tegen de raad van mijn vader in handelen. Hij is een wijs man. Als ik iets van mijn ouders geleerd heb, dan is het dit wel: probeer je kind te helpen zich een weg te banen, maar dring je eigen ideeën of filosofieën nooit op.”

2. Tinneke Beeckman

“Mijn ouders zijn allebei overleden. Ze hebben ons heel veel liefde en affiniteit meegegeven voor literatuur en muziek, voor andere culturen, voor politiek ook. Ze hadden het niet echt breed. En toch namen ze ons van kleins af aan mee op reis: naar Athene, Rusland, Egypte, Marokko, India... Je kinderen andere beschavingen leren kennen was voor mijn vader een humanistisch ideaal. Ik heb daar een enorm gevoel van verbondenheid aan overgehouden.

“Mijn ouders kookten ook heel graag en maakten vaak uitheemse gerechten. Dan gingen we thuis op reis. Mijn vader zorgde voor vlaggetjes van het land en zette lokale muziek op. Zo hadden we Zaïrese avonden en aten we moambe, Indiase avonden en aten we curry’s, Libanese avonden en zetten we Fairuz op (een van de bekendste zangeressen van het Midden-Oosten, red.). Dat was altijd heel avontuurlijk.

“Maar het idee dat kinderen altijd alles leuk moesten vinden, bestond bij mij thuis niet. Evengoed zette mijn vader een ­documentaire op over de Holocaust of over Stalingrad en ­moesten we stilletjes luisteren. Hij vond dat we voeling moesten hebben met de geschiedenis. En ik denk dat ik daardoor thuis veel meer geleerd heb dan op school.”

Tinneke Beeckman. Beeld Stefaan Temmerman

3. Youssef Kobo

“Als mijn vader niet naar hier was gekomen, zat ik nu ergens in mijn geboortestreek in het noorden van Marokko sigaretten op het strand te verkopen. Zelfs nu voel ik nog een cultuur­shock wanneer ik er kom. Het is zo arm.

Youssef Kobo. Beeld Stefaan Temmerman

“Ik heb een emotionele band met Marokko, maar dat is het dan ook. België is mijn thuis, verleden, heden en toekomst. Voor mijn ouders is Marokko wel hun thuis. Daar zijn ze vrij en blij. Ze bloeien er open. Dat is zo confronterend om te zien. Dat je je eigen geluk opgeeft voor je kinderen.

“Mochten ze kunnen, ze zouden terugkeren. Maar ik weet niet of ze hun kroost kunnen loslaten.”

4. Koen Crucke

“Mijn vader was een ontzettende scheefpoeper – ik zal het dus van iemand geleerd hebben. (lacht) Toch zijn mijn ouders altijd samen gebleven. Mijn moeder was een schone vrouw, maar heeft nooit een andere man gehad. Als een vent probeerde, gaf ze hem een blafte op z’n tote.

“Mijn moeder heeft altijd geweten dat ik homo was. Ik herinner me nog goed dat ik met een vriend thuis­kwam, ne vree schone Duits. ‘En’, zei mijn pa, ‘ge weet toch dat da nen homo is!’ Waarop ik zei: ‘En ge weet toch wat ik ben! Ook nen homo!’ ‘Wadde?’ riep mijn pa. En mijn moeder: ‘Pa, ­alstublieft, zijt stil, zijt stil, ik weet dat al lang.’ ‘Oe, gij weet dat al lang?’ ‘Een moeder voelt dat’, zei ze. Mijn vader wilde mij naar de psychiater sturen. En ik vloog bij de zee­scouts, ‘om meer man te worden’. Die mens is er eigenlijk nooit in geslaagd.”

Koen Crucke. Beeld Stefaan Temmerman

5. Dirk De Wachter

“Ik ben niet zo’n blèter, maar durf weleens tranen weg te slikken. Ik heb dat vooral met muziek. Een cantate van Bach, of een nummer van Cohen op de radio, dat pakt mij erg.

“Mijn vader had een grote verzameling cd’s, onder andere een opname van een oude plaat: piano vierhandig van Mozart. Toen ik na zijn dood op een avond alleen thuis was, deed ik die cd open en dat schijfje was beduimeld met bloed. Bloed van mijn vader. Dat was heel bevangend. (grijpt keel vast) Die tastbare, lijfelijke herinnering, terwijl mijn vader er niet meer was.”

Dirk De Wachter. Beeld Stefaan Temmerman

6. Els Keytsman 

“Mijn zoontje weet dat hij geen vader heeft. Met vaderdag kiest hij een cadeautje voor wie hij maar wil. Dit jaar was dat opa. Ik gebruik ook expliciet het woord ‘donor’ en niet ‘vader’, want een vader is iemand die een rol speelt in je leven.”

Op haar 35ste besefte Keytsman dat ze een kind wilde. Aangezien ze er alleen voor stond, heeft ze heel lang en diep over die kinderwens nagedacht. Alle scenario’s zijn de revue gepasseerd, maar het beste leek haar dan toch een kind van een anonieme donor.

7. Wendy Van Wanten

“Mijn mama was 43 toen ze mij had. Ik was een accidentje. Een kakkenestje, ja. Ik heb een zus die twaalf jaar ouder is. Na de dood van mijn mama heb ik me heel lang eenzaam gevoeld. Als ­fotomodel reisde ik de wereld rond, maar ik heb veel eenzame avonden meegemaakt.

“Toen mijn vader bij een nieuwe vrouw introk, had ik het er moeilijk mee, maar ik durfde met hem niet over mijn gevoelens te praten. In die tijd was dat zo. Pas na enkele jaren ben ik dat anders gaan bekijken. Hij is nog tien jaar gelukkig geweest met die vrouw. Nu kan ik alleen maar zeggen: hij had gelijk. Ik had werk, hij zag dat ik mijn plan kon trekken.”

Wendy Van Wanten. Beeld Stefaan Temmerman

8. Mark Coenen

“Als jongeman heb ik me toch wel moeten los­vechten uit een heel conservatieve, soms wel geborneerde omgeving. Mijn vader was burgerlijk ingenieur bij de SIBP-raffinaderij in Antwer­pen. Hij was enig kind en had geen evidente jeugd gehad. Het was een moeilijke mens, heel humeurig ook. We kwamen ge­woon nooit overeen, mijn vader en ik. Als hij wit zei, zei ik zwart.

“Er is recent een boek over populisme verschenen met de titel:
Ik brul, dus ik ben. Dat is eigenlijk wat we met z’n allen aan het doen zijn. Altijd maar roepen en tieren. Mijn vader deed dat soms ook. Die kon zich ongelooflijk kwaad maken, fucking hell. Ik denk dat ik daar een beetje door getraumatiseerd ben. Ik kan niet goed tegen mensen die roepen. Ik klap daarvan dicht. Ik loop daarvan weg.

Mark Coenen. Beeld Stefaan Temmerman

“Ik heb mij heel hard afgezet tegen mijn vader, maar achteraf denk je: verdomme, ik lijk toch veel op hem. Dat is het rare. Wij waren altijd in de contramine, maar ik heb veel van hem. En ook veel van mijn moeder. Mijn zachte kant heb ik van haar. Een kind is gelukkig meer dan een zaadcel.” (lacht)

9. Kader Abdolah

“Mijn grootste angst? Faalangst. Kijk, ik ben de zoon van een doofstomme vader. Mijn vader was een simpele man die niets van de wereld wist. Daarom droomde hij ervan om een horende, sprekende, sterke zoon te hebben. Niet alleen hij, ook mijn moeder. Mijn moeder heeft me een naam gegeven, maar ze heeft die nooit gebruikt. Ik heet Hossein Sadjadi, maar ze heeft mij altijd ‘Man’ genoemd. Vanaf mijn geboorte hebben ze een Man van mij gemaakt. Daardoor torste ik een enorme last op mijn schouders. Ik moest alles waarmaken. Ik moest een plaatsvervangende vader zijn voor mijn familie, en een man voor mijn moeder. In hun ogen mocht ik dus nooit falen. En nooit kind zijn. Mijn moeder liet zelfs niet toe dat ik op haar schoot kroop. Ik moest een man zijn. Ik moest de beste zijn. Ik moest groots zijn. En ze stuurde me de harde wereld in. Daardoor is er een enorme faal­angst in mijn hart geslopen, die me nooit meer met rust heeft gelaten.

“Ik heb mijn vader altijd als mijn gehandicapte zoon gezien. Ik was verantwoordelijk voor hem, voor zijn vrouw en dochters.”

10. Jean-Marie Dedecker

“Christine wil weleens dat ik zeg dat ik haar graag zie, maar ik vind dat niet nodig. Ik heb één keer in mijn leven tegen mijn vader gezegd dat ik hem graag zag. Het was op de koer. Hij zei: ‘’K moe wa zegn, joeng’. En ik: ‘Gè kanker’. Hij: ‘Ja, loengkanker.’ Hij smoorde als een Turk. Er lag meer teer in zijn longen dan op zijn oprit. En ik vroeg: ‘Wuk ga je doen?’ En hij: ‘Veranderen van dokteur.’ Dat was mijn vader. Toen heb ik hem gezegd: ‘Pa, ‘k zie je geirn.’

Jean-Marie Dedecker. Beeld Stefaan Temmerman

“Toen mijn vader gestorven was, vond mijn moeder een grote zak met krantenknipsels over mij. Hij was fier op mij, maar heeft dat nooit gezegd. Wel in het dorpscafé: ‘Ej den unzen gezien?’ Toen ik senator werd, belde ik hem: ‘Pa, ‘k ben gekozen.’ Maar hij zei niets. En ik hoorde hem snotteren aan de telefoon. (pinkt een traan weg) Maar hij zei niets, wè.”

11. Koen Vanmechelen

“Het grootste geschenk dat mijn ouders mij gegeven hebben, is dat ik nooit heb moeten doen wat zij deden. Ze hebben nooit gewild dat ik in hun voetsporen zou treden. Ik vond dat een enorme vrijheid en volgens mij is dat een voorwaarde om zelf te groeien en te evolueren. Mijn vader is filosoof en kunstenaar, maar we maken een totaal ander soort werk. Er is niets zo erg als een zoon die zijn vader probeert te kopiëren.”

Koen Vanmechelen. Beeld Stefaan Temmerman

12. Lynn Wesenbeek

“Mijn vader verbleef een groot deel van het jaar in het buitenland. Met hem hadden we dus nauwelijks contact.

“Toen mijn moeder gestorven is, het jaar dat ik 21 werd, heb ik daarover met mijn vader een ferm gesprek gehad. Ik vond dat hij serieus tekort was geschoten, dat hij zijn verantwoordelijkheid al die jaren ontlopen had. Maar goed, dat was dan uitgesproken. Uiteindelijk kan iemand maar handelen in de mate waarin zijn of haar bewustzijn is ontwikkeld. Zodra ik dat inzag, is onze band wel verbeterd. Omdat ik dacht: welke keuze heb ik nu? Nooit meer spreken tegen mijn vader? Zal dat beter zijn, word ik daar gelukkig van? Of er nog iets van maken, van de tijd die ons samen rest? Er waren intussen ook klein­kinderen gekomen. Ik heb voor dat laatste gekozen en voor mij voelde dat als de juiste keuze.

Lynn Wesenbeek. Beeld Stefaan Temmerman

“Tien jaar geleden is hij overleden, maar ik heb nog de tijd gehad om uit te leggen hoe ik onze band heb ervaren, hoezeer hij mij gekwetst had. En hij heeft dat ook wel begrepen en toegegeven, wat heel belangrijk is voor de verwerking. Als de ander je gevoel erkent en spijt betuigt, doet dat heel veel. Dat geldt trouwens in elke relatie.”

13. Petra De Sutter

“Nu heel goed, maar als kind heb ik veel ruzie met mijn vader gemaakt. In mijn puberteit worstelde ik met mijn identiteit en was ik opstandig. Mijn vader wilde van mij ‘een echte man’ maken en dat is hem grandioos mislukt. Wij hebben dus altijd een nogal gespannen relatie gehad, maar die is op mijn 40ste, na mijn transitie, een heel stuk beter geworden. Omdat hij begrepen heeft dat zijn pogingen weinig kans op succes hadden.”

Petra De Sutter. Beeld Stefaan Temmerman

14. Herman Brusselmans

Van mijn vader mocht ik geen lang haar hebben. Als ik ooit op eigen poten sta, dacht ik, laat ik mijn haar groeien om hem te kloten. En het hangt hier nog.” (lacht)

15. Jo De Poorter

“Mijn vader was een vrij strenge man, maar mijn geaardheid is nu het enige waar hij nooit een probleem van heeft gemaakt. Hij was meer teleur­gesteld dat ik geen olympisch zwemmer was, zoals iedereen in de familie. Ik won wedstrijden in wel­sprekend­heid, en ik kwam wel­eens op televisie, maar mijn vader vond dat allemaal niet interessant. Als het niet op een ere­podium was met een lauwer­krans, dan telde het niet mee.

Jo De Poorter. Beeld Stefaan Temmerman

“Mijn vader was nogal oncommunicatief tegen mij. Ik weet niet wat hij écht dacht of nu zou denken. En dat vind ik jammer. Ik was te jong toen hij stierf. We hebben nooit de kans gekregen om een echte relatie op te bouwen. Ik was toen vooral op zoek naar mezelf, naar mijn eigen identiteit. Ik was kwaad op hem, omdat hij mij niet begreep, en opstandig. Maar ineens was hij er niet meer en toen was het te laat om het nog goed te maken.”

16. Fleur van Groningen

“De relatie met mijn vader is een pijnlijk verhaal.

“Heel mijn leven lang heb ik getracht menselijk contact met hem te vinden. Hij communiceerde nooit over gevoelens, over menselijke zaken. Hij sprak alleen over de kunsten: over ­schilderkunst, literatuur, theater. Hij kon fantastisch vertellen en had veel humor, mensen hingen telkens aan zijn lippen. Maar er is nooit een moment geweest tussen ons waarop ik kon zeggen wat er in mij omging of vice versa. Behalve die laatste dag dan. Hij lag daar in een ziekenhuisbed, ontdaan van alles waarmee hij zijn kwetsbaarheid kon verhullen. Hij was helemaal ­overgeleverd. Ik denk dat dat tot nog toe het meest ingrijpende moment van mijn leven is geweest. Ik voelde een enorme liefde in mij opkomen.

“De dag waarop hij gestorven is, heeft hij met zijn laatste adem gezegd dat hij van me hield. Ik heb hem in mijn armen genomen alsof hij mijn kind was.

“Toen ben ik pas echt van mezelf geschrokken. Er kwam een oerkracht in mij naar boven, wat ik vreemd vond omdat ik dacht dat liefde niet zozeer met bloedbanden te maken had. Op dat moment heb ik beseft dat ik heel innig van mijn vader hield en houd, ondanks alles. Ik heb de weken daarna heel veel moeite gehad om het leven weer te aanvaarden in al zijn alledaagsheid, want ik had van een intensiteit geproefd die mij tot dan toe onbekend was. Ik was ­verslaafd geraakt aan die intensiteit, aan dat korte moment. Ik wilde dat nog eens beleven en dat ging niet meer, want hij was dood. Die intensiteit was ook alleen maar zo sterk omdat ik wist dat hij aan het sterven was. Ik had hem nooit gehad als vader, en nu moest ik hem nog eens verliezen ook.”

Fleur van Groningen. Beeld Stefaan Temmerman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234