Zaterdag 25/05/2019

Moderne nomaden

"Mijn thuis is waar mijn hart is en mijn hart draag ik altijd mee"

Joachim Brackx leeft uit zijn koffer. Beeld Tim Coppens

We kunnen niet zwijgen over bouwen, verbouwen, platgooien, inrichten. Maar er zijn er ook die geen moer geven om setteldrang. Die zelfs geen vast adres meer willen. Voor geen goud. Zijn ze op hun kop gevallen? Oordeel zelf. Hier zijn Joachim en Iris, moderne nomaden.

Joachim reist de wereld rond als digital nomad

“Ik ben pas een jaar of vijf geleden begonnen met uit België te vertrekken”, vertelt Joachim Brackx (42). Tot dan toe had hij wel altijd het gevoel dat hij hier niet helemaal thuishoorde, al van toen hij een jongetje was in Oostende, maar het bleef abstract. Hij vroeg zich nooit af of en hoe hij kon uitbreken. “Ik aanvaardde gewoon dat ik me niet verbonden voelde met Vlaanderen: that’s how it is.”

Joachim is zakenman, componist en muzikant, gaf vóór de grote switch les aan het conservatorium van Gent en zong bij het koor Collegium Vocale. “Ik toerde veel in het buitenland. Maar dat was ook frustrerend: je hebt geen tijd om wat dan ook te gaan doen of zien. Vaak wist ik amper in welke stad of in welk land ik was. Een nogal mistige toestand. Ik begon me wel af te vragen: waarom blijft een mens toch in België als dit ook allemaal bestaat?”

Zes jaar geleden kwam de behoefte om, voor een keertje, aan onze Belgische winter te ontsnappen. “Ik voelde me maandenlang niet goed, het was hier zo donker. Ik besloot: ik wil meer licht en ik ga daarvoor zorgen tegen de winter die volgt. Ik heb toen opgezocht waar in Europa het meeste licht is: de Costa de la Luz in Spanje. Ik ben naar Málaga gevlogen, heb een auto gehuurd en ben op zoek gegaan naar een plek waar ik me goed voelde. Ik zocht vruchteloos aan zee.

“Toen ik ’s avonds, zonder resultaat, terugreed, zag ik op de top van een heuvel allemaal lichtjes branden. Wat was dat? Het bleek een stadje te zijn, Vejer de la Frontera. Dat was de plek. Via internet zocht ik een appartement waar ik van januari tot mei kon logeren. Helemaal alleen.

“Ik sprak nauwelijks Spaans en toen ik er in januari aankwam, was het binnen ijs- en ijskoud. Het gebouw was tegen een rotswand aan gebouwd, verwarming heeft bijna niemand daar. ’s Nachts was het er misschien zeven of acht graden. Ik deed amper een oog dicht. De volgende ochtend ben ik een elektrisch dekentje gaan halen. Dat hielp wel.

Joachim Brackx. Beeld Tim Coppens

“De eerste weken heb ik vooral geslapen. Twaalf uur per nacht. Pas na een maand voelde ik: hé, ik ben uitgeslapen. Het werd een van de meest fantastische periodes van mijn leven. Die complete autonomie, compleet zelf kunnen beslissen wat je gaat doen. Weinig mensen beseffen hoeveel dat verschilt van het dagelijks leven of van een werkcontext. Ik ging drie keer per week sporten in de gym, timmerde aan een bedrijfje, kreeg bezoek van vrienden... Velen vroegen mij of ik de lotto had gewonnen. Maar daar in Spanje gaf ik maar half zoveel uit als in België. En wat me opviel, was hoe schoon de lucht er was in vergelijking met België.”

Toch keerde Joachim terug. Hij had zijn appartement in Gent, zijn leven hier, hij kwam een leuke vrouw tegen. Voorgoed weggaan was het laatste waar hij aan dacht.

De winter erna kwam de tweede bestemming: Firenze, met een beurs voor jonge ondernemers. Vier maanden werden er negen of tien. Af en toe kwam hij nog terug in België. “Maar na drie of vier dagen kreeg ik altijd het gevoel: waarom ben ik hier eigenlijk? Hoe zou mijn leven eruitzien als ik gewoon van de ene plek naar de andere zou reizen? Wat als ik mijn onderneming zo kon uitbouwen dat die los zou staan van plaats of tijd, zodat ik waar en wanneer ik maar wilde kon werken? Het besef dat ik mijn werk kon aanpassen aan hoe ik wou leven, in plaats van omgekeerd, was revolutionair voor mij. Lesgeven kan niet meer. Zingen soms nog wel, als ik in de buurt ben, maar geen tournees meer.”

Ontspullingsproces

Joachim runt nu VectoriaDesigns en StepUpLabs.co. Als businesscoach en lifestyledesigner helpt hij anderen met het ontwikkelen van een levensstijl die hen gelukkig kan maken. “Ik laat hen nadenken: niet over welk beroep ze willen doen, wel over hoe ze willen leven, en vervolgens over welke economische activiteiten bij dat soort leven zouden passen.”

De volgende stap in zijn ‘ontspullingsproces’, zoals Joachim het noemt, diende zich eerder dit jaar aan. Het gezellige appartement, dat hij helemaal naar zijn smaak had ingericht, moest weg. Alles in het appartement moest weg.

“Het enige wat ik nog bezit, zit in mijn valies. Twee uitzonderingen: mijn doos met handgeschreven manuscripten van wat ik gecomponeerd heb. Die staat nog bij mijn vader. En mijn hifi-systeem. Heel kwalitatief en duur, ik kreeg het niet verkocht. Alles wegdoen, was verlossend. Nu nog heb ik het gevoel dat ik te veel heb. Maar ik weet nooit lang op voorhand waar ik naartoe ga, daarom zitteb er ook een winterjas en een dikke trui in mijn koffer. Onlangs in Brazilië heeft het dagen en dagen geregend. Ik moet wel voorbereid zijn.”

Dit gesprek hebben we via een videochat, want Joachim zit een paar weken in Tokio. Wat zijn jaar al bracht, tot nu toe? “Ik begon 2018 in Brazilië, daarna vloog ik naar Tokio, dan eventjes België, vervolgens Italië voor een project met een businesspartner, Boekarest, weer België, twee maanden Lissabon, Spanje, Berlijn en nu dus opnieuw Tokio. Binnenkort vertrek ik naar Berlijn, dan Spanje en daarna weet ik het eigenlijk nog niet.”

“Het rondvliegen, daar stel ik me wel vragen bij. Dat is geen duurzame manier van leven. Ik heb al naar projecten gezocht om je CO2-uitstoot te compenseren, maar het is uiteindelijk een doekje voor het bloeden. Misschien zou ik me kunnen beperken en alleen nog met de trein reizen, maar een heel aantal landen wordt dan out of reach.

“Het andere grote vraagstuk is: de liefde. Als je overal maar even bent, is het zinloos om een relatie te beginnen. Ik zie niet hoe ik ermee moet omgaan, dus ik probeer er voorlopig maar níét mee om te gaan.” (lacht)

Waar slaapt hij dan, tijdens die reis rond de wereld die nooit hoeft op te houden? “Airbnb vermijd ik: het is nauwelijks goedkoper dan hotels en niet altijd gezellig. Ik spreek mijn netwerk aan dat nu zowat overal zit. Altijd is er via via wel iemand die een kamertje of studio verhuurt. Of ik logeer bij vrienden. En in het allerslechtste geval neem ik een hotelletje. In Spanje of Oost-Europa is dat echt niet zo duur. Ik pas me moeiteloos aan. Het is vrij simpel: mijn thuis is waar mijn hart is, en mijn hart draag ik met me mee.”

“Dat niets mij nog tegenhoudt, is een heel vreemd besef. Zodra ik ergens anders wil zijn of iets anders wil doen, kan ik daar gewoon voor zorgen. Het ‘waar ga ik naartoe’-vraagstuk is soms zelfs overweldigend. Maar ik heb een sterk vertrouwen in mezelf en voel geen angsten meer. Waar ik ook terechtkom, ik zal kunnen overleven. Ook dat is het resultaat van een proces. Die eerste keer in Spanje was ik heel zenuwachtig, maar je leert dat veel angsten gebaseerd zijn op helemaal niks.”

Nooit alleen

Wat met altijd maar weer vrienden maken, altijd opnieuw afscheid moeten nemen? “De afgelopen vijf maanden ben ik nooit alleen geweest. Ik ben er goed in geworden om me te omringen met de mensen bij wie ik wil zijn. Er zijn er paar community’s voor mensen die leven zoals ik. Je hebt er meer en meer, al zijn de meesten wel een heel stuk jonger.

“Als ik iemand ontmoet, krijg ik vaak heel snel het gevoel dat ik die al jaren ken. Het vergt geen energie om met gelijkgezinden om te gaan. Ik heb het nodig, dat dichte, persoonlijke contact, waarschijnlijk omdat mijn werk – het vergaderen en coachen – vooral vanop afstand gebeurt. In Lissabon heb ik bijvoorbeeld een fantastische groep bij wie ik me thuisvoel. Toch maakt vertrekken me nooit triest, omdat ik ook blij ben om ergens anders naartoe te gaan. Ik verlaat niet alleen een mooie realiteit, ik begeef me ook naar een andere, waar ik ongetwijfeld ook schoonheid zal vinden en creëren.”

Iris is fulltime huisoppas

Drie heftige gebeurtenissen duwden Iris Schlagwein (32), zo realiseert ze zich achteraf, het pad op dat leidde naar haar huidige bestaan. Een bestaan zonder elektriciteitsrekeningen of afbetalingen, zonder spullen zelfs: “Alles wat ik nodig heb, zit in een handbagagetrolley. Negen kilo. In de ene helft stop ik mijn kleren – twee broeken, één of twee truien, wat topjes, pantoffels in de winter – en aan de andere kant ­verzorgingsspullen, pindakaas en een potje currypasta. En tussen de twee compartimenten: mijn hoofdkussen. (lacht) Dat wil ik altijd bij me hebben. In mijn handtas zitten dan nog mijn laptop, telefoon en laders, en dat is het zowat. Oké, ik heb nog een paar hoge hakken bij mijn zus liggen. En als ik naar een feestje ga, koop ik wel eens een jurkje in de kringwinkel dat ik daarna terugbreng. Ik denk nooit: had ik maar een extra paar schoenen.”

Iris is fulltime huisoppas. Wanneer anderen op reis vertrekken, trekt zij in hun huis en zorgt ze voor de planten en de poes. Haar planning zit al vol tot diep in 2019. Meestal is het Nederland, soms ook België, en in de winter gaat ze zelf op reis. Vorige winter was ze zeven weken in Thailand, dit jaar wordt het India.

Iris Schlagwein, internationale huisoppas. Beeld Tim Coppens

Eigenlijk leidde ze best een normaal leven, tot... “Tot mijn vriend en ik in maart 2016 uit elkaar gingen. Een halfjaar daarvoor had ik met hem een huis gekocht. We waren tien jaar samen, het was pure logica. Maar het wrong. Het voelde alsof ik elk jaar met hem één graadje meer van mijn pad was afgeweken, en dat ik een heel andere richting was opgegaan. Toen ik dat besefte, was er geen weg terug.”

Iris keerde haar bestaan met partner, huis, zetel, bed en kasten de rug toe. Ze trok een paar weken in bij haar zus. “Ik had geen spaargeld, geen huis, geen relatie... Maar ik had wel het gevoel: alles is nu mogelijk. Ik wilde niet het eerste het beste baantje aannemen om weer te kunnen gaan huren, net op het moment dat ik los was geraakt van alles.

Spirit

“Toen kwam ik op het idee huisoppas te worden. Want als iemand een paar weken op reis zou gaan, wie zou er dan voor de dieren zorgen? Ik polste overal of er niemand op zoek was, en ja hoor: de collega van de moeder van een vriendin kon een huisoppas gebruiken. (lacht) Het ging om een huisje met een parkiet, vier kippen en een poes. Ze hebben me zelfs betaald: 100 euro per week. Voor een dierenpension zouden ze ook betalen, was hun redenering. Daarna heb ik nooit meer geld aanvaard, omdat ik niet betaald wil worden voor zoiets basaals als wonen. Zodra ik de deur achter me dichttrok, voelde het goed: eindelijk had ik een soort plek voor mezelf. Ik kon mijn bord op tafel laten staan, eten wat ik lekker vond, elke dag had ik verse eieren en er was een grote tuin, vol bloemen. Een paradijs waar ik tweeënhalve week mocht verblijven.

“Die eerste momenten was ik me bewust van elk geluidje. Ik vroeg me continu af: gaat het wel goed met de kat? Hebben de planten genoeg water gehad? Intussen zit ik, denk ik, aan 26 huizen en is het veel makkelijker. Zodra ik op de bank zit met een kopje thee en een boekje, voel ik me thuis. Het zijn haast nooit grote, chique villa’s, hoor. Meestal logeer ik in appartementen. Dat voelt prima: ik zou anders de hele tijd bang zijn om een vaas van 10.000 euro om te stoten." (lacht)

“Ik heb zo mijn vaste rituelen als ik van de ene plek naar de andere ga. Als ik weer vertrek, poets ik en check of alle ramen dicht zijn. Dan maak ik een bosje bloemen, schrijf een brief, laat wat chocolaatjes of zo achter. Dan neem ik de trein. In het nieuwe huis pak ik uit, kijk ik in de koelkast wat er nog op moet en ga naar de supermarkt. Onderweg kijk ik wat er in de buurt is: een zwembad, een parkje om te joggen? Daarna doe ik alle keukenkastjes even open, tik de wificode in en dan kan ik landen.

“Toen ik onlangs van Brugge naar Noordwijk in Nederland reisde, was er een vriendin bij en gingen we met de auto. Door al ons gebabbel had ik allerlei vaste routines laten schieten. Ik merkte dat ik er wat onrustig van werd. In november logeerde ik bij mijn tante in Curaçao. Toen ik vertrok, vroeg ze: heb je je spirit meegenomen? Zo zeggen ze dat daar. In Brugge had ik duidelijk mijn spirit niet meegenomen.”
(lacht)

Hernia

Even wat verder terug in de tijd voor Grote Gebeurtenis Nummer Twee. “In 2010 was ik 23 en studeerde ik aan de kunstacademie. Ik bleef doorgaan, net zoals ik veel vriendinnen nu zie doorgaan tot ze niet meer kunnen. Ze werken fulltime, plannen hun avonden en weekends vol en stevenen op een burn-out af terwijl ze blijven zeggen: ‘Ik zou het beter wat rustiger aan doen’. Dat had ik ook, maar dan eerder.”

“En dan kwam die hernia. Zes weken lang kon ik niet meer staan, zitten of liggen, alleen kruipen. De stress had een soort toppunt bereikt en mijn lichaam zei: doei! Het dwong me tot een perspectiefverandering. Ik moest voor mezelf bepalen wat ik wilde doen met mijn beperkte hoeveelheid energie. Ik had weinig geld en veel pijn, ik had eindelijk tijd om al die seizoenen van Friends te bekijken die ik op dvd had. Maar ik ontdekte dat spullen me niet blij maakten. Ze gingen me zelfs dwars zitten. Waar ik gelukkig van werd: naar buiten gaan, wandelen, fietsen, een terrasje doen met vriendinnen, een ijsje eten in de zon. Natuur, vrienden, familie, dat was mijn basis.

“Die hernia heeft me veel gebracht. Ik ging meer sporten, bewuster eten, en vooral: opruimen, spullen wegdoen. Het maakte me lichter en rustiger. Dat truitje dat net te krap zit of waar een gaatje in zat: het moest allemaal weg. Ik hield alleen maar over wat ik heel mooi vond en waar ik blij van werd. Ik besefte dat er vriendinnen waren van wie ik niet opgeladen geraakte. Bij wie ik moeite deed om af te spreken, maar van wie ik doodmoe werd. Ik dacht: ik kap ­daarmee.”

Daarmee vond Iris ook haar roeping: lifecoach worden. Met haar praktijk helpt ze nu anderen om hun leven net zo licht te maken. Werken doet ze van thuis – nu ja, oppashuis – uit. Geld uitgeven doet ze weinig. “Tenzij aan tienrittenkaarten voor de yoga.”

Ze schreef een boek over haar leven en dat inspireerde al een paar anderen. Eén jongen werkt op de luchthaven, en logeert in oppashuizen niet al te ver daarvandaan. “Sinds het boek hoor ik veel verhalen van mensen die het ook willen doen. Ze vragen tips, willen weten waar ze ingeschreven moeten zijn... Maar velen willen het vanuit een zekere onvrede met hun huidige leven, of uit geldgebrek. Dat begrijp ik, maar dan raad ik het af. Je moet een bepaalde rust hebben. Ik zit graag in mijn eentje in een koffiehuis, veel anderen vinden het eng om in hun eentje iets te ondernemen. Het mag niet een soort van vlucht zijn. Overal je handen van aftrekken en weggaan van je problemen: vroeg of laat moet je toch terug, denk ik.”

Leven uit een koffer doe je zo. Beeld Tim Coppens

Australië en Nieuw-Zeeland

“Ik was thuis de oudste, en toen ik 14 was, is mijn vader overleden.” De derde gebeurtenis die Iris maakte tot wie ze nu is. “Hij was 49, had altijd hard gewerkt en goed gespaard voor later. Daar heeft hij nooit van kunnen genieten. De laatste jaren van zijn leven was hij ziek. Ik besefte dat je dus zomaar dood kunt gaan. Dat je beter niet wacht om van dingen te genieten, om te reizen. Je weet niet hoe lang je nog hebt.

“Mijn nieuwe vriend Tom heeft een vaste job, maar we dromen soms over later. Via de website trustedhousesitters.com kun je ook adressen vinden in Amerika, Australië of Nieuw-Zeeland. Men woont daar vaak heel afgelegen en het is dus doodnormaal dat je iemand in je huis laat wonen. Maar voorlopig vind ik het nog wel fijn om in de buurt te blijven.” (lacht)

Iris Schlagweins boek heet Thuis zonder huis, via ruimjelevenop.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.