Zondag 07/06/2020

InterviewMiguel Clement (26)

Miguel Clement (26), zoon van Philippe: ‘Wat maakt het uit dat hij niet mijn biologische papa is?’

‘De scheiding van onze ouders heeft onze wereld even op z’n kop gezet. Maar ik heb altijd gezegd: als ze opnieuw gelukkig worden, wie zijn wij dan om daar moeilijk over te doen?’Beeld Geert Van de Velde

Twee landstitels met twee ploegen in twee jaar tijd: als de beslissing om Club Brugge uit te roepen tot landskampioen definitief wordt, zal het palmares van trainer Philippe Clement nog wat fraaier ogen. Voor Miguel, de oudste van zijn vier zonen, komt dat succes evenwel niet als een grote verrassing. ‘Wat ik zo aan papa bewonder, is dat hij er altijd een lap op geeft. Dat het slecht kan aflopen? Daar houdt hij zelfs geen rekening mee.’

Toen Philippe Clement in januari op het Gala van de Gouden Schoen werd verkozen tot Trainer van het Jaar, doken vanuit de coulissen zijn zoons Miguel (26) en Keanu (19) en die van zijn vriendin Isabelle, Niels (22) en Robbe (19), op om hem zijn trofee te overhandigen. Een traan en een groepsknuffel later nam Miguel namens het viertal het woord en verklapte hij hoe hun vader hen strafte als ze met een slecht rapport thuiskwamen: ‘We moesten een hele match van Anderlecht uitkijken.’

Miguel Clement: “Ho, dat was een grapje! Niels Destadsbader (de presentator van het gala, red.) had me vooraf gevraagd om een leuke opmerking te maken. Ik was een beetje bang voor de reactie van mijn papa, maar hij kon ermee lachen. Net als de rest van de zaal, gelukkig.”

Ook Keanu? Is hij geen Anderlechtsupporter?

Clement: “Ach, Keanu is een rare snuiter. Hij gaat soms wel mee naar het voetbal, maar zijn interesses liggen elders.

“Nu, wij hebben niet één favoriete club: we supporteren voor de ploeg waar papa trainer is. Momenteel voor Club Brugge, dus.”

De nieuwe landskampioen.

Clement (lachje): “Dat ga je mij niet horen zeggen, ik wacht liever de definitieve beslissing af. Wie weet wordt er toch nog gevoetbald? Da’s vervelend voor papa, want waarop moet hij zijn spelers nu voorbereiden? Hij zat op koers om de dubbel (de titel en de beker, red.) te pakken. Dat was geen club meer gelukt sinds 1996. Een heel seizoen heeft hij daarnaartoe gewerkt, om nu alles in het water te zien vallen. Plezant is dat niet.”

Zou een stopzetting van het kampioenschap afbreuk doen aan de titel?

Clement: “Nee, dankzij die vijftien punten voorsprong moet iedereen wel toegeven dat Club Brugge een verdiende kampioen zou zijn. Maar je wint natuurlijk liever op de grasmat.

“Volgens mij was de stopzetting van de competitie de enig juiste beslissing. Mensen worden ziek, liggen in ziekenhuizen, sterven. Daarmee vergeleken is voetbal maar een spelletje. Mijn papa is de eerste om dat te beseffen. We bellen elkaar nu wat vaker en dan herhaalt hij telkens hoe belangrijk een goede gezondheid is. Wij houden ons strikt aan de maatregelen en blijven in ons kot. Zowel papa als mama was jarig tijdens de lockdown, maar ik heb hen niet gezien. Vandaar ook geen foto van ons samen in Humo: wij willen geen fout signaal uitsturen. En die verjaardagen vieren we wel wanneer we weer buiten mogen.”

Mis je het voetbal?

Clement: “Toch wel, ik keek er wekelijks naar uit. Maar ik ben niet zó’n grote liefhebber dat ik ook nog eens alle Champions League-wedstrijden meepik. Als kind wel: dan lag ik samen met mijn papa in de zetel. Nu ik alleen woon, behoort dat niet meer tot de prioriteiten. Ik moet mijn vriendin tevreden houden, hè (lacht).”

Dit interview moest ’s avonds plaatsvinden wegens je job. De coronacrisis heeft van jou geen thuiswerker gemaakt.

Clement: “Ik werk bij een klein zelfstandig bankkantoor in Beveren. Bankcomputers zijn zo zwaar beveiligd dat ze alleen toegankelijk zijn vanuit het kantoor.”

Je hebt een ander carrièrepad gekozen dan je vader.

Clement: “Ik heb handelswetenschappen gestudeerd, maar heb nooit hard nagedacht over wat ik wilde worden. Ik ben eerder toevallig in de banksector gerold.”

Je hebt ook gevoetbald. Was je niet graag in zijn voetsporen getreden?

Clement: “Nee. Mijn hele jeugd heb ik gezien wat hij ervoor heeft moeten doen en laten. Mensen denken dat voetballers een luxeleven leiden. Akkoord, ze hebben niet te klagen over wat ze verdienen. Maar ze werken er ook hard voor. Toen papa trainer was van Genk, vertrok hij thuis om zes uur ’s morgens. Pas om zeven uur ’s avonds vertrok hij op de club. Vaak had hij maar één vrije dag in de maand. Ik zou het niet kunnen. Mensen zien alleen de mooie kanten.”

‘Papa is een winnaar. Als hij na een nederlaag slechtgezind thuiskwam, moesten we hem twee dagen met rust laten.’Beeld Geert Van de Velde

En niet de kunstheup uit titanium die hem rechthoudt.

Clement: “De tweede zal nog volgen, vrees ik. Zelf ben ik ook niet gespaard gebleven: drie kruisbandoperaties. De eerste al toen ik 12 was. Zo jong, dat had de dokter nog maar zelden meegemaakt. Omdat ze bij een kruisbandoperatie door een groeischijf moeten, hebben ze lang gewacht om te opereren: uit vrees dat ik niet meer zou groeien aan één kant. Na de derde operatie heb ik nog even in vierde provinciale gespeeld, maar ik was te traag geworden. Stoppen was hard. Als je je hele leven gevoetbald hebt en op je 21ste moet zeggen ‘hier eindigt het’, rest er niet veel meer. Ik had nooit bij de scouts gezeten of muziekschool gevolgd.

“Nu, ik zou het nooit zover geschopt hebben als mijn vader. Ik heb wel bij de beloften van Waasland-Beveren gespeeld, maar zo getalenteerd was ik niet. Mijn ouders hebben me nooit gepusht.”

Je eerste voetbalstapjes zette je bij Club Brugge, waar je vader toen speelde.

Clement: “Ja, maar op mijn 7de ben ik al weggegaan en bij de jeugd van Varsenare gaan spelen. Zelfs op die piepjonge leeftijd moest je bij Club Brugge twintig keer kunnen jongleren en overstapjes doen. Technisch was ik geen kraan en dus gaven ze bij Club aan dat ik beter elders ging voetballen. Toen we later naar Waasmunster zijn verhuisd, ben ik bij Red Star Waasland gaan spelen, en na de fusie nog kort bij Waasland-Beveren.”

Je jongste twee broers voetballen ook.

Clement: “In provinciale: Keanu bij Haasdonk, Robbe bij Bosdam Beveren. Ik denk niet dat het topvoetballers zullen worden. Niels heeft ook nog gevoetbald. Hij is nu fitnessinstructeur en woont bij zijn vader in Zwitserland.”

HUILEND OP HET PLEIN

Drie jaar geleden verliet je vader Waasland-Beveren midden in het seizoen voor Racing Genk. Dat kostte hem wel wat sympathie. Heb jij het toen ook mogen horen?

Clement: “Ik ging al naar Waasland-Beveren kijken voor mijn papa er trainer werd – mijn ouders zijn gescheiden en mijn mama woont in Haasdonk, wat niet ver is. Toen papa er plots trainer werd, was dat speciaal. Toen hij er zo snel ook weer wegging, was het iets minder leuk, maar goed: ook dat gaat voorbij. We waren thuis op de hoogte: grote beslissingen overlegt hij altijd met ons. Meestal licht hij ons enkele dagen vooraf in, al wordt hij soms ook in snelheid gepakt door de kranten.”

Is het soms lastig geweest om ‘de zoon van’ te zijn?

Clement: “Ik heb het nooit leuk gevonden als mensen me aandacht gaven om die reden. Ik heb er altijd tegen gevochten, ik wilde gewoon Miguel zijn. Ik veronderstel dat dat bij mijn broers niet anders is.”

Van de vier broers ben jij degene die je vaders spelerscarrière het meest bewust heeft meegemaakt.

Clement: “Ik heb hem nooit anders dan als voetballer gekend. Hij was een papa die naar zijn werk ging en toevallig was zijn beroep voetballer. Ik vond het niets bijzonders. Hij was niet vaak thuis, maar dat geldt ook voor andere papa’s die hard moeten werken.”

Hoe ver gaan je herinneringen terug?

Clement: “Voor hij naar Club Brugge ging, hebben we een jaar in Engeland gewoond, toen papa voor Coventry speelde. Maar daar weet ik amper nog iets van – ik was 6. Alleen wat flarden, en dat ik bij Gordon Strachan (Coventry-coach toen, red.) in het zwembad heb gezwommen. Het schijnt dat ik vlot Engels leerde en dat ik mijn ouders al na enkele weken verbeterde (lacht).”

Dat ene jaar in Engeland volgde op het wereldkampioenschap van 1998 in Frankrijk, waarop je vader ook in actie kwam.

Clement: “Ook daar was ik iets te jong voor. Ik herinner me wel het EK van twee jaar later. Nog eens twee jaar later, op het wereldkampioenschap in Japan en Zuid-Korea, was hij er niet wegens een blessure. Daar heeft hij van afgezien.”

Wat zijn de mooiste jaren geweest?

Clement: “Het was leuk om erbij te zijn als hij titels won met Club Brugge, maar eigenlijk stel je je daar als kind weinig vragen bij. Zoals zo vaak besef je pas achteraf hoe speciaal het allemaal was. Als trainer is hij kampioen geworden met Genk en nu misschien opnieuw met Club Brugge, maar het zal pas later doordringen hoe speciaal het is om dat kunstje twee jaar op rij te flikken.

(Denkt lang na) “Weet je wat ik mij het scherpst herinner? Zijn afscheidmatch als speler bij Beerschot. Die dag was de cirkel rond: hij was begonnen bij Beerschot en heeft er zijn spelerscarrière beëindigd. Met ons vier hebben we toen huilend op het veld gestaan – mijn ouders, Keanu en ik.”

Dat afscheid werd er uiteindelijk één in mineur. Er zou die zomer nog een galamatch volgen, maar die is niet doorgegaan, omdat je ouders toen gescheiden zijn.

Clement: “Dat was geen makkelijke periode. Ik was de oudste en kon erover praten met mijn vriendin. Mijn broers hebben het er moeilijker mee gehad. Keanu, maar ook Niels en Robbe: zij hadden ook een scheiding achter de rug.

“Ik heb altijd gezegd: als papa opnieuw gelukkig is en ook mama komt op haar pootjes terecht, wie zijn wij dan om daar moeilijk over te doen? Het was niet makkelijk, maar het is goed uitgedraaid.

“De band met mijn papa is toen ook enorm versterkt. Een scheiding maak je samen mee, je moet er samen door. Ik was 18 en zat in het zesde middelbaar: oud genoeg om er serieuze gesprekken over te voeren. Mijn papa heeft toen echt iets aan mij gehad. Mijn broers waren een pak jonger en konden het moeilijker kaderen.”

‘Als ik zie hoe de jongens nu in het leven staan,’ zei je vader in Humo, ‘is de scheiding misschien zelfs een verrijking geweest.’

Clement (lachje): “Dat vind ik te sterk uitgedrukt. Het heeft onze wereld vooral even op zijn kop gezet. Maar met vragen als ‘Wat als er geen scheiding was geweest?’ schiet je niets op.”

Jij draagt zijn achternaam, maar uit een oud kranteninterview met je moeder leid ik af dat hij niet jouw biologische vader is.

Clement: “Klopt. Ik heb zijn naam gekregen toen ik een jaar of 2 was. Sindsdien is Philippe mijn papa. De enige trouwens die ik ooit heb gekend, ik heb geen weet van een andere papa.”

Je hebt je biologische vader nooit gekend?

Clement: “Ik ken zelfs zijn naam niet. Het interesseert mij ook niet. Mijn ouders hebben het mij verteld toen ik in het derde of vierde leerjaar zat. Naar aanleiding van dat interview zelfs, denk ik. Het zou in de krant staan en dus hebben ze me op de hoogte gebracht.

“Ik heb er toen niet veel belang aan gehecht en doe dat nog altijd niet. Een papa is in mijn ogen iemand die altijd bij je is en je mee vormt tot de persoon die je bent. Dat ik niet uit zijn zaadcelletje kom, is dan maar zo. Dat maakt voor mij niets uit.”

Je vader groeide zelf op met een stiefvader naar wie hij erg opkeek. Heeft jullie dat dichter bij elkaar gebracht?

Clement: “Het verschil is dat hij zijn biologische papa nog heeft gekend en als kind nog bij hem op bezoek is geweest. Ik heb de mijne zelfs niet gekend. Nu, het is nooit een gespreksonderwerp geweest tussen ons.”

Beschouw je hem als je papa of als een goede vriend?

Clement: “Hoe ouder ik word, hoe meer ik hem als een goede vriend zie. Als kind vind je je papa vooral iemand die alleen maar zeurt over regeltjes. Maar gaandeweg evolueert zo’n band in een mooie vriendschap.”

Was hij streng?

Clement: “Streng, maar rechtvaardig. Ik wist wat mocht en wat niet, alles was duidelijk. Als ik tot zeven uur buiten mocht spelen, moest ik niet om één over zeven thuiskomen, want dan zwaaide er wat. Mijn papa hecht veel belang aan normen en waarden, zoals vriendelijk en beleefd zijn naar anderen toe. De basisprincipes van een goede opvoeding, zeg maar.”

SAMEN SKIËN

‘Ik hou van een open en duidelijke communicatie’, zegt je vader.

Clement: “Als hij ergens mee zit, zal hij dat nooit wegsteken. Aan de telefoon hoor ik nog voor hij iets heeft gezegd of er iets scheelt. Alles is altijd bespreekbaar geweest thuis.”

Jullie bellen vaak, vertelde hij me.

Clement: “Zeker nu ik alleen woon. Ik vind het belangrijk te weten hoe het met mijn ouders gaat. Ook bij belangrijke keuzes, zoals toen ik vorig jaar een huis kocht, zijn zij de eersten die ik bel.

“We zijn altijd een kleine familie geweest: zowel papa als mama is enig kind. Neven of nichten heb ik niet. Keanu is zeven jaar jonger, aan hem had ik als kind niet zoveel.

“Als papa verlof had, begonnen steevast de examens. En als ze achter de rug waren, moest hij alweer gaan trainen. We zijn nooit samen op vakantie kunnen gaan. Dat gemis werd voor een stuk ingevuld door mijn grootouders. Zij hebben een grote rol gespeeld in mijn jeugd. In de grote vakantie ging ik twee weken naar Genk of Antwerpen om te ravotten met oma en opa.”

Wat is het belangrijkste dat je van je vader hebt geleerd?

Clement (denkt na): “Wat ik zo aan hem bewonder, is dat hij er nooit van uitgaat dat iets slecht kan aflopen. Toen hij van Genk naar Brugge ging, begon het direct in mijn hoofd te malen: wat als het daar slecht afloopt? Bij hem niet. Zijn uitgangspunt is altijd: als je er alles aan doet, heb je jezelf niets te verwijten. Mislukt het? Dan is het maar zo.

‘Als kind zijn we nooit met hem op reis kunnen gaan. Afgelopen kerstvakantie zijn we voor het eerst samen gaan skiën en ik besef nu hoe belangrijk zulke momenten zijn.’Beeld Geert Van de Velde

“Ook op het veld is hij zo: hij gaat uit van zijn eigen kracht, wil altijd winnen en is nooit bang om te verliezen. Zelfs bij Waasland-Beveren speelde hij erg aanvallend. En ook toen hij met Club Brugge op Real Madrid ging spelen, heeft hij zich niet ingegraven, maar is hij uitgegaan van de sterkte van zijn ploeg: snelle spitsen.”

Hij noemde zich in Humo nochtans ‘voorzichtig’ en ‘geen man van grote risico’s’.

Clement: “Wat voor mij een risico is, ziet hij als een opportuniteit. Hij zal altijd de pro’s en contra’s afwegen en een worstcasescenario achter de hand houden. Maar zijn uitgangspunt zal altijd zijn: het komt wel goed. Hij geeft er een lap op en ziet wel waar het eindigt.”

Twee landstitels met twee clubs in drie jaar tijd: dat is redelijk straf. Wat zegt het over hem?

Clement: “Dat hij een goede trainer is, zeker? Hij heeft niet altijd de makkelijkste beslissingen genomen en het is ook allemaal erg snel gegaan. Maar achteraf bekeken moeten we toegeven dat het juiste keuzes zijn geweest. Dat maakt ons als zonen bijzonder trots. Hij moet toch iets speciaals doen met zijn spelers waardoor hij dit bereikt?”

Wat dan?

Clement: “Volgens mij is hij een erg goede people manager. Hij haalt het beste uit zijn spelers en slaagt erin een goede teamgeest te creëren. Hij kan spelers voor elkaar door het vuur laten gaan. Ook de wisselspelers kunnen op zijn onverdeelde aandacht rekenen, waardoor hij ook hen meetrekt in zijn verhaal. Zijn grote sterkte is dat hij het allemaal op een warme, persoonlijke manier doet.”

Herken je dat ook in hoe hij is als vader?

Clement: “Hij zal ons altijd helpen om zoveel mogelijk uit ons leven te halen. Op dat vlak vallen de trainer en de vader zeker samen. Hij was er misschien minder vaak dan een doorsnee vader, maar de momenten dat ik hem zie, zijn intens. Zo zijn we in de kerstvakantie voor het eerst samen gaan skiën. Isabelle, papa, Niels, mijn vriendin Sara en ik. Een fantastische vakantie, iedereen heeft er enorm van genoten. Heb ik dat gemist in mijn jeugd? Niet bewust. Maar ik besef nu wel hoe belangrijk zulke momenten zijn.”

‘Ik wil spelers zien die fouten durven te maken en daar ook de ruimte voor krijgen’, zei hij over zijn aanpak als trainer. Liet hij jullie thuis ook die ruimte?

Clement: “Daar was het toch een beetje anders. Strikter. Maar met het nieuw samengestelde gezin is dat wat op zijn kop gezet. Het is niet evident om twee gezinnen, met elk hun eigen regels, samen te voegen. Ik was al wat ouder, maar voor mijn broers was het verwarrend: wat mag nu wel en wat niet?”

Nog een uitspraak van hem: ‘Ik heb lang geprobeerd om mensen te veranderen, omdat ik vond dat iedereen moest zijn zoals ik.’

Clement: “Zo heb ik hem nooit ervaren. Hij heeft mij altijd de persoon laten zijn die ik was. Volgens mij ben ík zelfs strenger voor mijn broers dan hij. Als we naar één van hun voetbalmatchen gingen kijken, durfde ik hun weleens te zeggen wat ze beter hadden moeten doen, terwijl papa het zich minder aantrok. Voor een stuk heb ik het pad geplaveid voor mijn jongere broers. Deels door het leeftijdsverschil, deels door mijn karakter: ik ben nogal zorgzaam.”

GEEN SAAIE PIET

Je vader omschrijft zichzelf als een erg fysiek persoon: hij pakt graag mensen vast.

Clement: “Zag je dat dan niet op de Gouden Schoen? Die knuffel zei meer dan duizend woorden.”

Eén van zijn vervelende kantjes vindt hij dan weer dat hij nooit extreem is in zijn gevoelens.

Clement (denkt na): “Toen hij begon als trainer, was hij bang dat hij als een grijze muis zou overkomen. Aanvankelijk waren er ook veel vraagtekens: zal hij zijn spelers wel de baas kunnen? Die twijfels zijn weg nu. Ik denk te mogen zeggen dat hij geen droge, saaie trainer is. Als speler had hij meer schrik om iets verkeerds te zeggen, maar nu hij zelf de touwtjes in handen heeft, is hij een pak losser geworden. Je ziet dat hij een gevoelsmens is, en niet de grijze muis waarvoor men hem heeft willen verslijten.”

Heeft hij geworsteld met dat imago?

Clement: “Nee, zijn imago laat hem koud. Als je alles moet lezen wat er over je verschijnt, word je zot. Maar ík vond het wel spijtig dat hij zo werd afgeschilderd. Daarom ben ik nu zo blij dat iedereen ziet hoe hij écht is. Volgens mij was het kantelpunt toen hij op het kampioensfeest van Racing Genk een liedje heeft gezongen met Leandro Trossard. Mensen hebben toen gezien dat er een gevoelsmens achter die schijnbaar saaie droogstoppel schuilgaat. Hoe spelers aan hem hangen na een overwinning of een wissel: zo’n hechte band zie je maar bij weinig trainers.”

‘Papa is een gevoelsmens. Heb je gezien hoe hij mij en mijn broers vastpakte op het podium van de Gouden Schoen? Die knuffel zei meer dan duizend woorden.’Beeld Jan De Meuleneir /Photo News

Het is hem als trainer alleen nog maar voor de wind gegaan. Gaan we een andere, minder aangename Philippe Clement leren kennen als het wat zal tegengaan?

Clement: “Laat ons eerlijk zijn: dat gaat zeker gebeuren. Alles is makkelijker als je wint, maar dat blijft niet eeuwig duren. De dag dat het omslaat, zal hij de eerste zijn om zijn spelers in bescherming te nemen. Ik kan me voorstellen dat hij wat norser uit de hoek zal komen en wat vaker in discussie zal gaan met de scheidsrechter en journalisten. Want dat herinner ik me wel dat hij als speler na een nederlaag vaak slechtgezind thuiskwam en we hem een dag of twee met rust moesten laten. Hij is en blijft een winnaar.”

Hij vindt van zichzelf dat hij de knop goed kan omdraaien.

Clement: “Als speler toch niet, hoor. Je moet op je levensstijl letten, je moet rusten, je mag niet drinken. Als trainer kan hij de teugels nu gelukkig wat meer laten vieren. Hij kan al eens vaker met ons uit eten of barbecueën. Of, zoals afgelopen winter, gaan skiën. Dat helpt hem om het voetbal te relativeren.”

Is hij gelukkig?

Clement: “Ik denk het wel. Het gaat goed in het voetbal en in september trouwt hij – al is het nog even afwachten of dat feest in de huidige omstandigheden nog kan en mag doorgaan. Als hij nu niet gelukkig is, wanneer dan wel? (lacht)

“Het verleden is het verleden: so be it. Je leeft vandaag en ik denk dat hij nu heel gelukkig is. Zoveel mensen scheiden: als die allemaal in het verleden blijven hangen, wat voor triestige boel zou het leven dan niet zijn? Wij zijn opgevoed met co-ouderschap, maar als er belangrijke beslissingen genomen moesten worden, zaten mama en papa samen aan tafel. Daar draait het uiteindelijk om: dat je jezelf als ouder opzij kunt zetten, in het belang van je kinderen. Toen mijn vriendin een verrassingsfeestje organiseerde voor mijn 21ste verjaardag, waren ze er allebei. Ze hebben niet samen aan tafel gezeten, maar dat hoeft ook niet: ze waren er en deden normaal. Dat apprecieer ik enorm.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234