Donderdag 25/04/2019

reizen

Met de mobilhome door adembenemend Noorwegen

Op weg langs de 'toeristenwegen' met de gehuurde Sunlight T68 door een adembenemend Noors landschap. Beeld Sebastiaan Bedaux

In een land met prijzige hotels en prachtige wegen gedijt de mobilhomechauffeur het best. Campers en caravans zijn dan ook koning in Noorwegen, waar wildkamperen een nationale sport is.

"Dit is ‘m dus", lacht Wilfried. “Een Sunlight T68, slechts drie jaar oud.” Het is even slikken. De mobilhome van de in Hemsedal wonende Nederlander oogt met zijn lengte van bijna 7,5 meter en hoogte van 3 meter bijzonder indrukwekkend. Alsof een rijbewijs B onmogelijk kan volstaan om deze joekel van pakweg 70.000 euro te besturen. “Maak je geen zorgen. Even oefenen en je zoeft zo weg, op zoek naar je eerste kampeerplaats. Alleen moet je nu even goed opletten…”

Wilfried en zijn vrouw Marian bestoken me met uitleg. Over het afvalwater dat ik af en toe moet lozen, over het reservoir van het chemische toilet dat geregeld geledigd moet worden, over de elektriciteit die ik al dan niet nodig heb (en wat meteen de eerste vraag op elke camping is: wel of geen elektriciteit?). Een snelcursus kampeerwagen dus, die deze mobilhomemaagd goed kan gebruiken. “Ik weet het,” zegt Wilfried, “het is veel informatie in één keer, maar alles wijst zichzelf wel uit. En als je het niet meer weet: bel me.”

Het is al een uur of acht ’s avonds wanneer mijn vrouw en ik het erf van het Nederlandse koppel af rijden en nog op zoek moeten naar een camping. Ons oorspronkelijke reisplan ligt nu al in duigen, omdat mijn bagage door een defecte band op de luchthaven in Brussel is achtergebleven en we daardoor onze treinrit vanuit Oslo naar Gol (het station dat het dichtst bij Hemsedal ligt) moesten verschuiven. Uiteindelijk zie ik mijn koffer pas een week later weer terug op de luchthaven van Oslo, waar ik hem meteen weer mag inchecken voor de terugvlucht.

Maar ik kan er mijn trip niet door laten vergallen. Ik ben te opgewonden om met een mobilhome te reizen en te enthousiast om het hart van Noorwegen – zowat tussen het Hardangervidda en het Dovrefjell nationaalpark – te ontdekken. Bovendien heeft de bijzonder sympathieke Wilfried me enkele boxershorts, T-shirts, een dikke trui, een lange broek en wandelschoenen geleend. Hakuna matata dus. Oftewel ingen problem in het Noors.

“Ook nog handig: de zon gaat eigenlijk nauwelijks onder, deze tijd van het jaar. Je hoeft dus niet meteen in het donker te rijden.” Wilfried heeft gelijk. Een uur na ons vertrek in Hemsedal – overigens het populairste skigebied van Noorwegen – komen we aan op camping Tubbehaugen, waar een laag zonnetje het meer en de omringende naaldbossen in een goudgele gloed onderdompelt. Hiervoor kom je dus naar Noorwegen!

De Noorse fjorden, zoals de oogverblindende Geirangerfjord, zijn uniek in de wereld. Beeld Sebastiaan Bedaux

Na een eerste ietwat onrustige nacht (dat licht ’s nachts en de geluiden van een camping zijn toch even wennen) en een ontbijt in de mobilhome (wegens lichte regen die ochtend) is onze roadtrip eindelijk echt begonnen. We zetten koers richting Leira, waar we de supermarkt induiken en onze Sunlight bevoorraden, om daarna onze weg verder noordwaarts te zetten.

Ons plan is een cirkel in tegenwijzerzin die ons langs nationale parken, fjorden en gletsjers voert, met een eerste tussenstop in Gjendesheim. Daar wacht de ferry die fervente wandelaars naar Memurubu brengt, van waaruit het 13,3 kilometer – oftewel zes tot acht uur – terugwandelen is, met als hoogtepunt de bergrichel Besseggen die een uniek uitzicht biedt op twee meren en besneeuwde bergtoppen in de verte. Het landschap hier is ruw en rauw, maar wel van een oogverblindende schoonheid die later die reis nog een paar keer geëvenaard – of misschien zelfs overtroffen – zal worden.

Onze cirkel leidt ons een dag later verder noordwaarts, waar een T-splitsing ons nog even doet twijfelen: een bezoekje aan de muskus­ossen (harige grazers die in de laatste ijstijd nog samenleefden met mammoeten) in het Dovrefjell Nasjonalpark of linksaf richting Geirangerfjord, een van de mooiste en meest iconische fjorden ter wereld. Het is een pijnlijke keuze, maar zo zit Noorwegen nu eenmaal in elkaar: je hebt altijd te weinig tijd (en geld) om alles te zien.

Gelukkig is haast elke keuze de juiste. Kilometerslang rijden we langs het meer Vågåvatnet, dat vlak naast autoroute 15 overloopt in de Ottarivier die nog een flink eind door ons gezichtsveld blijft meanderen. In onze Sunlight tuffen we langzaam – want volgens Wilfried doen de boetes voor snelheidsovertredingen in Noorwegen flink pijn – westwaarts en klimmen de bergen in, waar we regelmatig stoppen voor een kop koffie en een foto-opportuniteit.

Spectaculair: de watervallen van Flåm. Beeld Sebastiaan Bedaux

Uiteindelijk bereiken we Geiranger en de bijbehorende fjord in de late namiddag. Een colonne auto’s en mobilhomes daalt uit de bergen en de bijbehorende U-bochten neer om op het perfecte uitzichtpunt halt te houden. BAM! De Geirangerfjord is exact zoals ze in mijn brein zat: oogverblindend mooi, maar wel met cruiseschepensmog vervuild. Dat probleem behoort trouwens vanaf 2026 tot het verleden, want dan mogen enkel cruiseschepen met een nuluitstoot de fjord nog in.

Duim omhoog

’s Anderendaags rijden we een stukje terug over dezelfde weg – overigens een van de achttien Nasjonale Turistveger in Noorwegen (wegen van uitzonderlijke schoonheid) – om in Grötli de Gamle Strynefjellsvegen op te duiken, de oude weg naar Stryn en ook zo’n nationale toeristenweg. Het landschap begint kaal en onherbergzaam, boven de boomgrens, maar de rotsen maken snel plaats voor weelderig groene bossen.

Na drie nachten in onze kampeerwagen voelen we ons bovendien als een vis in het water in onze mobilhome, en steken vol zelfvertrouwen de duim omhoog richting collega’s in campers die ons tegemoet komen gereden. Net zoals Camptoo – het platform voor huurmobilhomes en caravans – ons trouwens beloofd had: ‘De ervaring leert ons dat je het echte campergevoel krijgt na circa drie dagen’. Klopt als een bus.

In de buurt van Stryn voelen we ons moedig genoeg om even van onze cirkel af te wijken voor een bezoekje aan het Oldenvatnet, een smaragdgroen meer omgeven door hoge rotswanden en met de gletsjer Briksdalbreen in de verte. Mooier dan dit wordt een landschap niet. Of dat denk je dan toch op zo’n moment.

Maar Noorwegen is een land van extremen. Van extreme schoonheid. Dus moeten we onze mening een dag later weer bijschaven, wanneer we een stuk zuidelijker de Sognefjord, de langste en diepste fjord van het land, oversteken op een ferry. Op haar diepste punt is de Sognefjord meer dan 1.300 meter diep, en de bergen aan weerszijden ervan rijzen soms wel 1.700 meter uit het water omhoog.

Met de ferry over de Sognefjord, de ­langste en diepste (1.300 meter!) fjord van het land. Beeld Sebastiaan Bedaux

Na een nacht wildkamperen – en een lange zoektocht naar het meest pittoreske plekje om dat te doen – wagen we ons aan de Aurlandsfjellet, opnieuw een Nasjonale Turistveg. Dit is de oude sneeuwweg tussen de fjorden, 48 kilometer lang en op heel wat plekken extreem smal. Voor een niet zo ervaren mobilhomechauffeur is deze route een hachelijke onderneming, maar wel eentje die ook wat oplevert: een kaak die anderhalf uur lang naar beneden schuift van ongeloof. Wat een landschap! Helblauwe meren langs kale rotsen, gigantische fjorden, wilde rivieren, grillige bergen…

Toeristentreintje

Aan het einde van de oude sneeuwweg – of van de 24,5 kilometer lange Lærdalstunnel voor wie de meer pittoreske route niet aandurft – ligt Flåm, een bijzonder toeristisch stadje omgeven door steile bergen, donderende watervallen en nauwe dalen. De vele cruiseschepen die hier aangemeerd liggen, hebben het dorp zelf vrijwel verknald (en een bezoekje is dus ook geen echte aanrader).

Maar Flåm heeft één belangrijke troef: de Flåmsbana, een treintje dat toeristen opslokt aan de fjord en ze 20 kilometer verderop, in de bergen, weer uitspuugt. Deze rit is al vaker bekroond tot de mooiste treinreis ter wereld en zoeft langs tal van watervallen, door nauwe kloven en over steile bergflanken naar boven. De weg terug gaat voor ons met de fiets. Mountainbikes van Wilfried en Marian, die we tijdens onze roadtrip mee mochten nemen, maar nu pas voor het eerst gebruiken. Bijna de volledige route gaat bergaf, waardoor we op een mooi uur weer bij onze mobilhome aankomen.

Maanlandschap

In Flåm hebben we opnieuw een keuze: de snellere route via het Hallingskarvet Nasjonalpark weer naar ‘huis’ of de langere route via het Hardangervidda Nasjonalpark. We opteren voor die laatste, om bij Eidfjord nog de mooie Vøringfossen-waterval mee te pikken en meteen een laatste nationale toeristenroute af te werken. Deze weg meandert over het hoogste bergplateau van Noord-Europa en biedt opnieuw een fijne mix van watervallen, azuren fjorden, bergmeren en kale maanlandschappen. Het plateau zou een van de grootste populaties van rendieren in Europa herbergen, maar zoveel geluk zou wansmakelijk worden.

De Flåmsbana, wellicht de mooiste treinreis ter wereld. Beeld Sebastiaan Bedaux

In het dorpje Ål wijken we nog eenmaal van onze cirkel af, op aanraden van Wilfried, die de tolweg naar Hemsedal verkiest boven de normale route. Het is nog een laatste cadeau dat hij ons geeft: een weinig gekend stukje Noorwegen, waar we op anderhalf uur tijd slechts drie auto’s tegenkomen. Het is nu wel welletjes geweest met al die schoonheid.

Gelukkig wacht ons in Hemsedal nog één klein taakje: het afvalwater lozen en het chemische toilet reinigen. We stoffen de Sunlight nog even af, overhandigen de sleutels en nemen afscheid van ons geliefde huis op wielen. Tot ziens, Sunny!

Praktisch

- Wij boekten onze mobilhome via camptoo.be, het online platform waarop mobilhomes en caravans gehuurd kunnen worden van medekampeerders. Camptoo heeft vooralsnog slechts één mobilhome in Noorwegen, de Sunlight T68 van Wilfried en Marian, die geschikt is voor vier personen.

- Voor onze reisroute in Noorwegen kregen we de hulp van travel counsellor Hanne Vrancken, die gespecialiseerd is in op maat gemaakte reizen en Noorwegen zelf uitstekend kent: travelcounsellors.be/hanne.vrancken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.