Donderdag 27/06/2019

Interview

"Mensen moeten beseffen dat Danira, Riadh en ik de regel zijn, niet de uitzondering"

In De slimste mens leerde Vlaanderen Ihsane Chioua Lekhli (31) kennen als een spontane ­veelweter met een stralende glimlach en schalkse knipogen. Intussen zit ze weer in de ernstigere ­biotoop van De zevende dag; vanaf september gaat ze reportages maken voor Het Journaal. ‘Blijkbaar schrokken mensen ervan dat ik gevoel voor humor had.’

"Eén man vroeg wanneer we samen ezeltje-prik gingen spelen. Ik zal dat maar als flatterend beschouwen, zeker?" Beeld Geert Joostens

De slimste mens heeft haar bekendheid met enkele factoren vermenigvuldigd. Dat merkt ze op straat en op haar Facebook-profiel. Veel mannen willen haar graag ‘beter leren kennen’.

Ze neemt het allemaal voor lief. “Leuk dat ik eens een andere kant van mezelf heb mogen tonen. De lossere Ihsane. Niet dat De zevende dag een keurslijf is. Een rubriek als ‘De media­watcher’ leent zich ook tot een losse babbel. In De slimste mens had ik mezelf voorgenomen om daar als mezelf te gaan zitten. Schuine moppen maken, ligt niet in mijn aard, maar gevoel voor humor heb ik dus wel. Blijkbaar schrokken mensen daarvan.” En dan lacht ze, zoals ze dat tijdens dit gesprek in de Mechelse Bar Marie nog vaak zal doen.

Ihsane Chioua Lekhli. Beeld Geert Joostens

Sommige mediawatchers ergeren zich blauw aan die schuine moppen. Jij ook?

“Ik kon er wel om lachen, hoewel ik soms dacht: ‘Méén je dit nu?’ Eén keer heb ik mijn voeten ostensief opgeheven. ‘Voor het niveau.’ Ach, iedereen moet toch weleens ­grinniken om die sek­sistische grappen? In zo’n populair programma is het normaal dat ze voor brede humor ­kiezen. Al had ik het na de honderdste mop over De premier of Eriks tanden ook wel gehad.”

Als vrouwelijke kandidate zit je daar ook altijd een beetje als een lekkere brok vlees. Kun je dat hebben?

“De mannelijke juryleden verleiden je bij wijze van ­spreken de hele uitzending. Ik vond dat wel grappig.”

Heeft dat ook geleid tot een massa amoureuze ­fanmail?

“Ik heb wel een aantal berichten gehad. Eén man vroeg wanneer we samen ezeltje-prik gingen spelen. (lacht) Ik zal dat maar als flatterend beschouwen, zeker? Blijkbaar denken veel mannen nu dat ik een toffe ben en zijn ze nieuwsgierig. Maar ik verkies de toevallige ontmoeting.”

Een vriend van me vindt jou de mooiste vrouw van België…

(lacht verlegen) “En nu je me in het echt hebt gezien, ga je zeggen dat dat tegenvalt, zeker?”

Integendeel. Maar ik zal hem adviseren om die ‘ezeltje-prik’-openingszin te laten vallen. Op welk type man val je?

“Ik heb geen type. Als ik naar mijn exen kijk, zit daar geen lijn in. Het moet gewoon klikken. Gemeenschappelijke interesses zijn belangrijk. Ik zou het moeilijk hebben met iemand die nooit eens naar het nieuws kijkt. Je moet toch over je werk kunnen praten?”

Laten we dat maar eens doen. Hoe ­vervelend is het dat politici aan je tafel nog zelden willen loskomen van wat er op hun debatfiche met voorgekauwde ­antwoorden staat?

“Het is logisch dat partijen professioneler worden in hun communicatie, net als bedrijven en sportclubs. Hoe meer journalisten overstappen naar de politiek, hoe meer ­professionals de partijen hebben om hun mensen te ­drillen. Je merkt dat de partijlijn strikt wordt opgevolgd. Soms vragen ze op voorhand naar onze openingsvraag. Dan geven we het thema mee. Je moet toch voorbij de geprepareerde boodschap en de ingestudeerde zinnetjes. Pas daarna kun je tot een echt gesprek komen.

“Politici moeten wel beseffen dat de kijker gefrustreerd achterblijft als ze consequent niet op de vraag ­antwoorden. Té voorbereid, dat komt slecht over. Maar een politicus zal zich nooit laten interviewen als hij daar niks bij te winnen heeft.”

Hoe ver gaan ze in hun voorwaarden om naar de studio te komen? Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten wilde bijvoorbeeld lang niet debatteren met Peter Mertens, haar tegenhanger bij PVDA. Hoe managen ­jullie de kleuterklas?

“Dat is moeilijk. Vorig seizoen hadden we elke maand een debat met twee partijvoorzitters. De truc is om die lang op voorhand vast te leggen. En als je een paar voorzitters mee hebt, krijg je de anderen ook wel op de kar, anders zijn ze er niet bij. Politici zeggen wel eens dat ze ‘wel tegen die, maar niet tegen die’ willen, maar bij ons moest elke voorzitter van de meerderheid tegen elke voorzitter van de oppositie.”

Ik herinner me een interview met toenmalig Hasselts burgemeester Hilde Claes (sp.a). De Vadder slaagde erin om Claes geen enkele vraag te stellen over de Hazodi-affaire waarin ze betrokken raakte. Blijkbaar aanvaarden jullie het als politici op voorhand ­zeggen dat ze over bepaalde thema’s niet willen praten?

“Politici durven dat eisen, maar meestal is ons antwoord dat we niet om die vraag heen kunnen. Ze mogen altijd ‘geen commentaar’ antwoorden.”

Hoe moeilijk vind je het om de soms heftige ­debatten in goede banen te houden?

(lacht) “Dat is een job, hè. Als het nodig is, probeer ik mijn stem te verheffen of tik ik iemand op de arm. Politici die door elkaar blijven praten, zouden thuis de heruitzending eens moeten bekijken. De kijker verstaat daar geen woord meer van. Dus trek uw ­conclusies.

“Ik heb dat modereren al doende moeten leren. De eerste keer begon ik eraan met een klein hartje. Het was een onderwijsdebat met Pascal Smet van sp.a. Gelukkig viel het mee. De gasten hebben me wat gespaard, denk ik, omdat het mijn eerste keer was.” (lacht)

Ihsane Chioua Lekhli. Beeld Geert Joostens

Journalist Dominique Deckmyn vroeg zich in De Standaard af waarom Tim Pauwels alle harde ­debatten doet en jij ‘de softe babbeltjes’.

“Grappig dat hij dat schreef over een uitzending waarin ik een debat leidde tussen John Crombez (sp.a) en Karel De Gucht (Open Vld). Zo soft was dat niet. Hij had blijkbaar de uitzending niet uitgekeken. Anders kun je onmogelijk tot zo’n foute conclusie komen.”

Je interviewt vaak met een pokerface. Bij Bart Schols van De afspraak merk je vaker wat hij ervan denkt.

“Ik kijk altijd streng als ik nadenk. (lacht) Maar onpartijdigheid uitstralen vind ik cruciaal. Iedereen moet het gevoel hebben dat hij zijn ding mag komen zeggen. De kijker hoeft niet te zien wat ik ervan denk.”

Ex-Terzake-anker Walter Zinzen vindt dat interviewers wat vaker het scalpel moeten bovenhalen.

“Wij durven toch doorvragen? Maar een interview van tien minuten is een luxe geworden. En wat kun je daarin gezegd ­krijgen als het over drie onderwerpen moet gaan en er niet meteen op de vraag wordt geantwoord?”

Voor langere interviews en ­minder onderwerpen kiezen?

“De kijker wil net kortere formats. Daar is onderzoek naar gedaan. Wanneer zappen mensen? Hoe lang willen ze dezelfde spreker aan het woord zien? Daaruit blijkt dat onze aandachtsspanne steeds korter wordt.”

In Frankrijk werd een wet ingevoerd die ­werknemers toelaat om na hun uren offline te blijven. Kun jij het nieuws ­makkelijk loslaten op vrije dagen?

“Dat is moeilijk. We hebben een WhatsApp-groep van de redactie, dus ik zie alles binnenkomen op mijn smartphone. Ik ben een kind van mijn generatie: die telefoon is nooit ver uit de buurt. Ik heb mezelf wel opgelegd om e-mails alleen aan de computer te beantwoorden. En ik lees in de vakantie geen zes kranten, hoogstens één. Het journaal neem ik mee, Terzake en De afspraak durf ik al eens te missen. Alleen op reis kan ik zonder kranten en tv. Het nadeel is: als je thuiskomt, wil je weer mee zijn en moet je door die immense stapel.

“Ik ben opgegroeid met nieuws. We keken met het hele gezin naar de journaals van de VRT, RTBF en France Télévison. Mijn vader begreep niet alles in het Neder­lands, dus moest ik voor hem tolken.”

De jonge generaties hebben die nieuwsreflex veel minder. En ze kijken nauwelijks naar De zevende dag.

“De nieuwsconsumptie evolueert enorm. Uit onderzoek blijkt dat jongeren meer naar het late journaal kijken. Ze ­zitten zelden een hele nieuwsuitzending uit, maar pikken hun favoriete items eruit op websites en sociale media. Zolang ze uiteindelijk de juiste informatie meekrijgen, denk ik niet dat dat kwaad kan. Maar het wordt gevaarlijk als Facebook hun enige nieuwsbron is, met al het fake nieuws dat daar passeert.

“De reactie van veel Britten na de brexit toonde aan dat die mensen niet goed geïnformeerd waren. Anders was de uitslag misschien anders geweest. Daarom is het cruciaal dat openbare omroepen hun rol kunnen blijven spelen door goed in te pikken op de veranderende nieuws­consumptie.”

Even terug naar dat ‘loslaten’. Ben je beducht voor een burn-out?

“Ik sta daar nog mijlenver af, maar het is beangstigend dat het ook mensen van mijn leeftijd treft. De druk van de uitzending voel ik wel. In het begin kon ik niet stoppen met me voor te bereiden op interviews. Ik wou elk ­onderwerp tot in de puntjes beheersen. Nu kan ik het al beter loslaten. De kijker wil antwoord op simpele basisvragen: hoe, wat, waarom, wat ga ik ervan merken? Maar je hebt wel achtergrond nodig om onzin te ­kunnen ­doorprikken.”

Wat doe je om te ontspannen?

“Iets lekker gaan eten. Langsgaan bij familie of vrienden. Theater. Concerten. Een uurtje yoga. Ik ben ook beginnen trainen bij mijn broer. Hij is personal trainer. Vroeger heb ik veel gelopen en gedanst, maar ik kreeg snel last van scheenbeenvliesontsteking. Daar geraak je moeilijk vanaf. Mijn broer geeft me nu oefeningen die mijn loopspieren versterken, en een loopschema met een langzame opbouw.”

Trendy. Elke zichzelf respecterende tv-presentator, artiest of bedrijfsleider heeft tegenwoordig een ­personal coach.

“In mijn geval gaat het om liefdadigheid, hoor. Maar ik snap de hype. Het is niet simpel om jezelf te motiveren drie keer per week naar de fitness te gaan om daar in het wilde weg met toestellen aan de slag te gaan. Als je zo’n dure coach boekt die alleen met jou bezig is en ervoor zorgt dat je elke oefening perfect uitvoert, ben je haast verplicht om te gaan en genereer je ook meer effect.”

De appartementtest

Na haar studies Germaanse Talen in Leuven kwam Ihsane de VRT binnen, via een diversiteitsstage. Een vorm van positieve discriminatie om meer ‘kleur op tv te krijgen’. “Je krijgt dan gauw de stempel van excuustruus opgeplakt, maar ik heb me even hard moeten bewijzen als andere stagiairs”, zegt ze. “Als je het niet kunt, nemen ze je echt niet aan.” Na een jaartje redactiewerk bij Vlaan­deren vakantieland verhuisde ze naar Volt, waar ze reportages en interviews voorbereidde.

“Daar heb ik ontdekt hoe vaak we als consument bedrogen worden. Al die misleidende reclame: fruityoghurt waar amper fruit in zit, allerlei toestellen die niet werken. Wist je dat er achter de kledingcontainers een hele industrie zit? Mensen denken dat die kledingstukken gratis naar het goede doel gaan, maar ze worden in Afrika tegen een lage prijs verkocht. Niks mis mee, maar liefdadigheid is het niet. Kleren in die containers dumpen, doe je dus vooral uit ecologische overwegingen.”

Hoe was het om voor Kobe Ilsen te werken?

“Hij brengt een swingende dynamiek in een redactie, maar is ook veeleisend. Ik heb soms mijn peren gezien. Veel stress, lange dagen, nóg beter, nóg toffer. Maar als je met Kobe iets maakt, weet je dat het goed zal zijn. Ook de regisseurs waren top.

“Het eerste jaar was zoeken. Daarna draaide het ­lekker. Het laatste jaar merkte ik routine: wéér een test, wéér diezelfde expert bellen. Ik wilde geen hele carrière interviews voorbereiden voor een ander. Ik wou zelf de vragen stellen. Gelukkig liep Volt niet het hele jaar door. Tussendoor werkte ik voor Radio 1 en Het journaal, onder meer aan de verkiezingsprogramma’s. Ik wist dat er op de nieuwsdienst veel mogelijkheden waren. Daarom heb ik mijn bazen verteld dat ik iets nieuws wou. Ik zat al meer dan vier jaar bij Volt en wist dat ze tevreden waren over mijn werk. Misschien kom ik braaf over, maar ik kan op de juiste momenten wel duidelijk maken wat ik wil. En kijk: een tijdje later ­vertrok Indra Dewitte bij De zevende dag en mocht ik haar plek invullen.”

Je collega Danira Boukhriss kreeg twee jaar ­geleden racistische commentaren te slikken op een Pegida-betoging. Ze ging de confrontatie aan, terwijl de camera draaide. Hoe zou jij gereageerd hebben?

“Ik kan moeilijk voorspellen wat dat bij me zou losmaken. Zij reageerde nog vrij kalm: ‘Ik dacht dat dat niet mocht? Is dit waar Pegida voor staat?’ Ik zou misschien emotioneler reageren. Het is goed dat ze zijn blijven draaien, zodat die kant van de samenleving ook eens werd getoond.”

Heb je ooit Filip Dewinter moeten interviewen?

“Nee, maar Tom Van Grieken en Barbara Pas (allebei ook Vlaams Belang, red.) al wel. Dat maakt geen verschil. Misschien is het voor hen wel minder comfortabel dan voor mij.”

Heb je al veel te maken gehad met racisme?

“Alleen bij het zoeken van een appartement. We deden de test: eerst bellen met mijn naam, daarna belde een vriendin met een Vlaamse naam. Het verschil was duidelijk. Als ik het online probeerde, kwam er nooit antwoord. Mijn naam schrikte af. Maar als me zagen, was er nooit een probleem. Bij mannen, en vrouwen met een hoofddoek, is het racisme nog erger. Mijn broers hebben alle typische zaken meegemaakt: niet binnen mogen tijdens het uitgaan, identiteitscontroles door de politie… Je leert daarmee omgaan, maar al die kleine dingen stapelen zich op. Ik kreeg vaak te horen: ‘Amai, zo’n moeilijke naam, daar begin ik niet aan.’ Toon eens een beetje respect, zeg. En doe de moeite om die naam juist te zeggen of te ­schrijven.”

In Humo verklaarde Van Grieken dat huisbazen van hem mogen kiezen aan wie ze verhuren en ­werkgevers mogen kiezen wie ze tewerkstellen, ook als ze alleen blanke Vlamingen willen.

“De wetgeving is duidelijk: discriminatie op basis van afkomst, ras of huidskleur mag niet. Wonen en werken zijn basisbehoeften. Als we zijn standpunt doortrekken, kunnen allochtonen alleen nog terecht in de smerigste krotten. Zo’n samenleving willen we toch niet? Een ­verhuurder wil dat er goed voor zijn appartement wordt gezorgd en dat de huur er elke maand ligt. Dat is ­normaal. Maar wat heeft dat met afkomst, huidskleur of religie te maken? Blijkbaar leeft het vooroordeel dat bepaalde groepen niet proper zijn en de huur niet ­betalen. Dat moet weerlegd worden. Er zijn evenveel vuile Belgen als vuile Marokkanen.” (lacht)

Ihsane Chioua Lekhli. Beeld Geert Joostens

Gemengde peda

Je collega Riadh Bahri schreef in 2015 een open brief waarin hij jou en Danira Boukhriss rolmodellen noemde: “Hoe meer kleur op tv, hoe liever.” Zijn Tunesische vader had hem altijd ingepeperd dat hij zich hier dubbel zo hard zou moeten inzetten. “Die boodschap kregen wij thuis ook: ‘Je gaat het niet cadeau krijgen, je zult het alleen moeten doen. Zorg dat je goed studeert en dat je de kansen grijpt.’”

Je hebt zes broers en een zus en nog drie halfbroers en een halfzus. Hoe was het om in zo’n groot gezin op te groeien?

“We woonden in een gewoon rijhuis met vier slaap­kamers. Door het leeftijdsverschil hebben wij niet lang met tien onder één dak gewoond. Mijn oudste broer is twaalf jaar ouder. Toen ik zes was, ging hij al op kot. Een eigen kamer heb ik nooit gehad, we sliepen in stapelbedden. Minder privacy? Daar stond ik nooit bij stil. Zestig jaar geleden was dat in de meeste gezinnen toch ook zo?”

Was het voor jou een verademing om op kot te kunnen gaan?

“Ik vond dat heel tof. Mijn eigen plek, mijn eigen ding kunnen doen. Van heimwee had ik geen last. Ik zat op een gemengde peda en we aten altijd samen met ‘onze gang’. Ik heb ook snel vrienden gemaakt op de unief.

“Doordat ik in een groot gezin ben opgegroeid, heb ik wel altijd behoefte gehad aan mensen om me heen. Ik maak graag citytrips, maar altijd in gezelschap. Alleen reizen is niks voor mij. Een avondje alleen thuis gaat nog, maar geen drie na elkaar. Ik voel me het best als ik ­mensen kan zien.”

Zei je nu net ‘gemengde peda’?

(lacht) “Dat was mijn kleine puberale overwinning. Ik wilde niet naar de meisjespeda. In het middelbaar was ik ook naar een gemengde school gegaan. Tegen mijn ouders ben ik daar altijd vaag over gebleven. De meisjespeda lag aan de overkant van de straat. Ze zijn er nooit geweest, ik kwam toch elk weekend naar huis.”

Dat neusjuweeltje, was dat ook een kleine puberale overwinning?

“Misschien wel. (lacht) Ik was 19 en dacht: ‘Ik doe toch lekker wat ik zelf wil.’ Ik draag het altijd, want het groeit snel dicht. In De zevende dag zie je het niet, op de close-ups in De slimste mens wel. Mijn bazen hebben er nog nooit iets over gezegd. Het is ook vrij ­subtiel.”

Hoe wild was je studententijd? Stijn Van der Stockt, De coach uit Iedereen beroemd, heeft je gekocht ­tijdens een doop, las ik?

“Klopt! Ik wou alles meemaken: doop, praesidium, studentenraad, cantussen. Bij de schachtenverkoop heeft Stijn me gekocht. Gelukkig was Letteren een brave kring.”

Heeft hij een fortuin voor je betaald?

(lacht) “Nee. Op mijn achttiende was ik een heel braaf meisje.”

Nu niet meer?

“Euh, anders. Ik weet nog dat ik voor zijn vrienden een enorme voorraad lege wijnflessen moest wegbrengen. Maar erge dingen heeft hij me niet laten doen. Ik drink geen alcohol en eet geen varkensvlees. Ze hadden beloofd om dat te respecteren, anders had ik me niet laten dopen. Tijdens de cantussen dronk ik ook water. Ik deed gewoon mee onnozel, in die mate dat sommigen twijfelden of het wel echt water was.

“Eén jaar ben ik fakverantwoordelijke geweest. Ik moest zorgen voor tappers en dj’s, blijven tot het einde en de boel opkuisen. De laatste dronken mannen naar ­buiten keren, was niet mijn favoriete job. Dan kwamen er al eens oneerbare voorstellen. Maar dat ­verenigingsleven lag me. Ik heb daar vrienden voor het leven gemaakt.

“Na mijn studies ben ik blijven plakken in Leuven. Tot ik een eigen appartement kocht in Mechelen. Het ligt wat dichter bij Temse, waar mijn ouders wonen, en in 20 minuten sta ik op de VRT.”

Ben je privé en professioneel waar je wilt zijn?

“Professioneel zéker. Mochten ze mij vroeger gezegd ­hebben dat ik op mijn 28ste een programma zou presenteren, had ik het niet geloofd. Privé ben ik ook content. Ik heb mijn eigen stek en veel vrienden. Op termijn wil ik een gezin en kinderen, maar ik voel nog geen klok tikken. Ik ben 31 en heb nog wel wat tijd. Ondertussen geniet ik ervan om met mijn neefjes en nichtjes te spelen. Ik ben al negen keer tante.”

Wanneer voel jij je het ­gelukkigst?

“Ik geniet van kleine dingen. Als ik op een vrije dag in de auto zit terwijl de zon schijnt en er een mooi liedje op de radio speelt, voel ik me de gelukkigste mens ter wereld. Op citytrips probeer ik me bewust te zijn van de dingen die ik beleef. En familiemomenten vind ik ook super. Geluk zit in veel dingen. Ik heb een toffe job en voel me gesteund door veel mensen. Dan val je niet zo snel in een dip als iemand voor wie de drie weken zomervakantie het enige lichtpunt van het jaar zijn.”

Ihsane Chioua Lekhli. Beeld Geert Joostens

Moet jouw toekomstige man een ­moslim zijn?

“Nee. Sommige moslimouders vinden dat een vereiste, maar wij zijn daar altijd vrij in gelaten. Ik zou me op dat vlak ook geen beperkingen laten opleggen. Ik heb al relaties gehad met katholieke jongens. Dan vierde ik gewoon mee Kerstmis. Mijn man mag zelfs een atheïst zijn, zolang hij maar respect heeft voor mijn tradities. Wederzijds respect en gemeenschappelijke interesses vind ik belangrijker dan eenzelfde achtergrond of religie.

“Ik ging vroeger ook naar een katholieke school en ken de verhalen en tradities uit het christendom. Een kind uit zo’n ‘gemengde’ relatie kan perfect over de twee religies leren. Dan kun je nog bekijken hoe je omgaat met bepaalde feesten, alcohol, varkensvlees, vasten…”

Vergeef me mijn indiscretie, maar wat doe je met seks voor het huwelijk?

(schatert) “Maar allez! Daar hou ik me niet aan. Ik vind de normen en waarden van de islam belangrijk. Voor elkaar zorgen, geven aan wie minder heeft, een maand van bezinning die je doet beseffen hoe goed we het hebben, afstand nemen van het overvloedige eten… Op kot in Leuven had ik kunnen beginnen met alcohol, maar ik amuseerde me perfect zonder. En als ik zie hoe mensen onder invloed zich gedragen, en hoe moeilijk sommigen het vinden om maat te houden, denk ik niet dat ik iets mis. Maar sommige principes mag je wat moderner opvatten. We leven in 2017, in een westers land. Dus geen seks voor het huwelijk, dat heb ik maar zo gelaten. (lacht) En als vrienden bij me komen eten, haal ik cava en wijn in huis. Net zoals zij ook een lekker alcoholvrij drankje voor mij voorzien.”

In De slimste mens zei je: ‘Ik ben een gemakkelijke.’ Wat bedoelde je daarmee?

“Ha! Ik wist meteen dat ik dat beter niet had gezegd, omdat ze het weer dubbelzinnig zouden interpreteren. Ik ben een pleaser. Ik wil goed doen voor iedereen, ervoor zorgen dat iedereen op zijn gemak is. Als jij A wil doen en ik B, zal ik meestal plooien. Tenzij ik B heel graag wil doen. In een relatie ben ik meestal de gever.”

De psycholoog zal je dan waarschuwen dat je je grenzen moet ­bewaken. Wanneer is jouw grens bereikt?

“Ik ben niet snel kwaad of geërgerd. (denkt lang na) Onrecht, dat raakt me. Ik was echt geshockeerd door de reacties op de dood van Kerim, de Limburgse jongen die omkwam bij de aanslag in Istanbul op oudejaarsavond. ‘Weer een moslim minder.’ Alstublieft, zeg. Of die walgelijke reacties op de dood van Ramzi Mohamed. Een jongen van 15 die omkomt bij een quadongeluk. En dan zo veel haat. Vroeger riepen mensen naar hun tv, nu sturen ze de goorste dingen de wereld in vanachter hun scherm, zonder te beseffen wat ze doen.

“Het lijkt alsof ‘moslim’ een vies woord is geworden. Een stuk van je identiteit waarvoor je je moet schamen. Terwijl dat hoegenaamd niks vies of negatiefs is. Een hele groep wordt geculpabiliseerd voor iets waar de overgrote meerderheid van die groep niks mee te maken heeft. Die kloof in onze maatschappij baart me zorgen. Daarom is het belangrijk dat er rolmodellen uit de moslimgemeenschap zijn die voor tv werken. Of regisseurs zoals Adil El Arbi. En professoren met een kleurtje. Mensen moeten af van het idee dat Danira, Riadh en ik de uitzonderingen zijn. Nee, wij zijn de regel.

“Het klopt dat het grootste deel van de gevangenen in ons land Marokkanen zijn. Maar om hoeveel mensen gaat dat? Een paar duizend? En hoeveel mensen met Marokkaanse roots zijn er in ons land? Een paar ­honderdduizend. Wie is dan de uitzondering? Dat beeld zit zó verkeerd. En ik vrees dat het de verkeerde richting uitgaat, zeker als IS onze maatschappij blijft terroriseren met angst.

“Het belangrijkste is dat we een onderscheid maken tussen degenen die problemen veroorzaken en al de rest. Anders dreigen we een volledige generatie weg te gooien. We moeten beter kunnen. Hoe we nu naar elkaar kijken en met elkaar omgaan, dat mag het toch niet zijn?”

Wie is Ihsane Chioua Lekhli (31)?

Geboren op 4 augustus 1985 in Temse / Studeerde Germaanse Talen aan de KU Leuven / Woont in Mechelen / Won de Klasseprijs voor beste onderwijsscriptie, over meertaligheid bij migrantenjongeren (2007) / Kwam de VRT binnen via een diversiteitsstage / Begon als redacteur bij Vlaanderen vakantieland en later bij Volt / Presenteert sinds 2013 De zevende dag, eerst naast Ivan De Vadder, nu met Tim Pauwels / Is vrijgezel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden