Zondag 05/07/2020

Groot Onderhoud

Maggie De Block : "Met alleen pillen raakt je verdriet niet verwerkt"

Maggie De Block: 'De mensen op mijn kabinet werken hard voor mij, dus het zou ongepast zijn als ik een paar dagen bij Gert Verhulst op een boot zou zitten.'Beeld Illias Teirlinck

Ooit was ze de populairste politicus van het land. Maar die tijd is voorbij. Vandaag wil ze als minister de gezondheidszorg hervormen. Een gesprek met Maggie De Block (55), over ziekenhuizen, psychologie, het islamdebat en de kleermaker van Trump.

"Jazeker, Gert Verhulst heeft mijn woordvoerster al gebeld”, lacht Maggie De Block. “Of ik voor zijn talkshow een paar dagen op zijn boot wil komen logeren. Maar dat doe ik niet. Ik ga af en toe in op dat soort vragen, maar alleen als de opnames ’s avonds laat of in het weekend plaatsvinden. Maar in de week overdag? Nooit. Daarom zult u mij ook nooit in De slimste mens zien. De mensen op mijn kabinet werken hard, en dus zou het ongepast zijn als ik met Gert Verhulst op een boot ga zitten. Zij werken hard voor mij, en dus moet ik dat ook voor hen doen.”

Ook het gekibbel in de federale regering is niet aan haar besteed, zegt de liberale minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken. “Daar steek ik geen energie in. Wij hoeven geen vrienden te zijn, wij zijn concurrenten die collegiaal moeten samenwerken. Maar ik werk liever aan oplossingen dan mij bezig te houden met dat geruzie.”

Deze week kwam De Block met het nieuws dat de ziekenhuissector grondig zal worden hervormd. Het plan is dat ziekenhuizen van onderuit, op eigen initiatief, netwerken gaan vormen, zodat ze niet meer allemaal dezelfde specialiteiten moeten aanbieden. “Een hele grote hervorming”, zegt De Block. “En de eerste keer dat zoiets in ons land gebeurt. Ik heb dat al aangekondigd in mijn eerste interview als minister van Volksgezondheid, en toen werd daarmee gelachen. Maar nu is het zover.”

Waarom is die hervorming nodig?

Maggie De Block: “Vandaag moeten ziekenhuizen te veel investeren, onder meer in machines, en we zien dat ze dat niet aankunnen. En als ze moeten besparen, doen ze dat eerst op verplegend personeel, wat natuurlijk geen goede zaak is. Daarom zeggen we nu: stop met die race, organiseer u in een netwerk en deel uw expertise. Dat zal betekenen dat mensen soms verder moeten rijden voor de gepaste zorg, maar het zal de kwaliteit enorm verbeteren.”

Zal het mensenlevens redden?

“Zeker. Dat weten we uit studies van het Kenniscentrum. Als u slokdarmkanker hebt, maakt het een groot verschil of u behandeld wordt in een ziekenhuis waar ze elk jaar twee van die operaties doen dan wel in een ziekenhuis waar men veel expertise en ervaring heeft. En dat staat los van de inzet van de chirurg.”

Kunnen de soms exuberante erelonen dan ook dalen?

“Dat zullen we beter in de hand kunnen houden. Sommige artsen staan tot 80 procent van hun extra honorarium af aan het ziekenhuis. Omdat die ziekenhuizen vandaag ondergefinancierd zijn. Dat is een van de perverse effecten. We hebben al maatregelen genomen om die honoraria terug te schroeven, maar als we die echt zouden afschaffen, dan gingen heel wat ziekenhuizen failliet.”

Zullen er door dat netwerksysteem minder nodeloze ingrepen worden gedaan?

“Dat verwacht ik wel. Als niet elk ziekenhuis een robot heeft voor prostaatchirurgie, bijvoorbeeld, zullen ze vaker voor de gewone operatie kiezen, die in sommige gevallen betere resultaten oplevert. De essentie is dat we de kwaliteit van onze gezondheidszorg behouden; we staan daarmee op drie in Europese rankings. Wat betreft toegankelijkheid staan we bovenaan. Maar qua kostenefficiëntie staan we pas op nummer 12. En dat moet beter, zonder in te boeten op kwaliteit of toegankelijkheid.”

U hebt ook ingegrepen op het remgeld voor medicatie. Met als gevolg dat onder meer ­antibiotica flink duurder zijn geworden.

“Belgen krijgen drie keer zoveel antibiotica voorgeschreven dan Nederlanders. En dat gebeurt niet in ziekenhuizen, maar door huisartsen en specialisten. Sommige antibiotica zijn zo goedkoop dat mensen ermee lachen – soms kost een verpakking nog geen halve euro aan remgeld. Als dat dan met 25 procent stijgt, is dat niet zo erg, lijkt mij.”

Niet alle antibiotica zijn zo goedkoop. Voor sommige mensen kan dat hogere remgeld ­misschien een reden zijn om niet naar de ­apotheek te gaan.

“Dat is niet juist. Wie het echt financieel moeilijk heeft, geniet van de maximumfactuur. Wij hebben ook bijna twee miljoen voorkeursgerechtigden, zoals dat heet, mensen die altijd minder remgeld betalen. Geen enkel land heeft dat. In Nederland moeten mensen zelf hun zorgverzekering betalen.

“Het remgeld is er afhankelijk van welke verzekering je je kunt permitteren. Dan verkies ik toch ons systeem.”

Toch trokken de PVDA en haar dokters van Geneeskunde voor het Volk onlangs naar Nederland, omdat sommige medicamenten daar goedkoper zijn.

“En Nederlanders komen naar hier omdat andere medicamenten hier net goedkoper zijn. Nogmaals: het Nederlandse systeem zou ik niet willen. Daar kan je zorgverzekeraar zelfs beslissen om je nieuwe hartklep niet terug te betalen. Willen wij dat?”

De PVDA pleit opnieuw voor het zogenoemde kiwimodel, waarbij de overheid, zoals in Nieuw-Zeeland, offertes vraagt aan farmaceutische bedrijven en alleen de goedkoopste variant terugbetaalt.

“Dat is een politieke actie. Ze willen hun kiwi ­reanimeren. De waarheid is dat het kiwimodel leidt tot problemen. In Nederland werkt men met zulke aanbestedingen. Maar het bedrijf dat de opdracht binnenhaalt, kan de bestellingen soms niet aan. Met alle gevolgen van dien: vorig jaar waren in Nederland 700 geneesmiddelen vier maanden lang niet leverbaar. En dan moeten ze elders aankopen. Veel duurder. Ik zeg u: laat de PVDA hun kiwi maar reanimeren, ik ga daar niet in mee.”

Beeld Illias Teirlinck

Hoe houdt u de prijs van geneesmiddelen dan in de hand?

“Wij hebben een pact gesloten met de farmaceutische industrie. Eén van de afspraken is dat de prijs van een middel waarvan het patent verlopen is, meteen met 50 procent daalt. Dat werkt goed, dat wil ik zo houden. Vergeet ook niet dat de farmaceutische sector in ons land 35.000 mensen tewerkstelt. En België is ook koploper in klinische proeven voor nieuwe geneesmiddelen: elk jaar kunnen daar 17.000 mensen aan deelnemen. Dat is goed voor de patiënten bij wie bestaande medicatie niet meer werkt.”

Welke pijl hebt u nog op uw boog?

“Ik wil een stap vooruit zetten in de geestelijke gezondheidszorg. We hebben vorig jaar de fundering gelegd, door het beroep van klinisch psycholoog te erkennen. Nu moeten we verder bouwen. Vrijdag is de federale raad voor de geestelijke gezondheidszorg geïnstalleerd en die gaat onderzoeken hoe we psychologische hulp kunnen terugbetalen. We weten dat sommige mensen zich soms tien jaar lang niet goed voelen, zonder dat ze de juiste hulp krijgen. Dat is vreselijk, dat zou niet meer mogen.”

Psychologen terugbetalen: is daar geld voor?

“We moeten daar een stapsgewijs plan voor uitwerken, en kijken voor wie en wanneer terugbetaling het dringendst is. In elk geval vind ik het belangrijk om dat te realiseren. Een op de drie mensen krijgt in zijn leven te maken met psychische problemen.”

Moet er geen protocol komen voor huisartsen, zodat ze minder antidepressiva voorschrijven?

“Dat bestaat al. De richtlijnen zijn nog niet zo lang geleden bijgewerkt. En dat protocol wordt gebruikt, heb ik de indruk.”

Toch zijn er nog huisartsen die pillen ­voorschrijven bij liefdesverdriet.

“Ik weet het. Terwijl dat gewoon een rouwproces is. Ik kreeg zulke patiënten vroeger ook over de vloer, maar schreef nooit meteen pillen voor. Soms kan een goed gesprek al helpen, zeker met een psycholoog. Helaas schrijven huisartsen soms te snel pillen voor – antidepressiva in combinatie met angstremmers, bijvoorbeeld. Dan is het op den duur niet meer verantwoord dat mensen nog achter het stuur kruipen. En met alleen maar pillen krijgen mensen hun verdriet zeker niet verwerkt. Bij een milde depressie is het trouwens sowieso niet aangewezen om meteen medicatie voor te schrijven.”

Zou een placebo soms niet kunnen helpen? Dat mensen dénken dat ze een echte pil nemen, en dat het net daardoor al helpt?

“Daar moet je voorzichtig mee zijn, de patiënt komt naar je toe omdat hij je vertrouwt. Ik vind dat je ­eerlijk moet zijn. Ik schreef in elk geval nooit een placebo voor. Ik legde wel uit waarom ik dacht dat pillen niet zouden helpen. Je kunt mensen ook iets onschadelijks geven. Zelfs homeopathie werkt bij sommigen, als placebo dan.”

U hebt het niet zo voor de alternatieve ­geneeskunde. Gaat u nog verdere stappen ­zetten in de erkenning ervan?

“Mijn voorgangster Laurette Onkelinx (PS) heeft een regeling gemaakt voor homeopathie. Dat mag nu voorgeschreven worden door mensen die geneeskunde hebben gestudeerd, maar wordt nooit terugbetaald. Ik wil de erkenning voor chiropractors en osteopaten bekijken. Voor chiropraxie is er bewijs dat het helpt bij hals- en lagerugpijn. Die mensen zijn ook goed georganiseerd en werken aan academisch verantwoorde evidence based behandelingen. Bij de osteopaten is dat minder het geval. Zij willen ook dat patiënten rechtstreeks bij hen kunnen komen. En dat is voor mij een brug te ver.”

Waarom is dat een probleem?

“Omdat de patiënt eerst altijd een deftige diagnose nodig heeft. Als u prostaatkanker hebt, dan kan het zijn dat de eerste symptomen zich uiten in de vorm van rugpijn. Een chiropractor of osteopaat is niet opgeleid om die diagnose te stellen.”

Vorig jaar zei u dat u tegen de verhoging van de leeftijdsgrens bent voor rokers. Van u mogen jongeren van 16 sigaretten kopen.

“Voor justitie ben je volwassen op 16, je mag seks hebben op 16, mijn partij is voor stemrecht vanaf 16. En dan zouden wij roken verbieden op die leeftijd? Wetende dat jongeren al op hun 14de beginnen?”

Daar hoeven we ons toch niet bij neer te leggen?

“Natuurlijk niet. Maar we moeten jongeren proberen te bereiken als we hen nog kunnen beïnvloeden. Ik ging als arts vaak spreken in het zesde leerjaar, daar kun je kinderen nog overtuigen. Een van de belangrijkste factoren om te beginnen met roken, is trouwens het feit dat in de omgeving wordt gerookt, door ouders of door andere mensen naar wie de kinderen opkijken. Maar verbieden op 16? Ik wil niet de minister zijn om alles te verbieden. Ik vind wel dat we de gevaren van roken moeten blijven ­uitleggen.”

En roken in de auto in het bijzijn van kinderen verbieden?

“Er ligt een wetsvoorstel om dat te verbieden. Van een partijgenoot van mij. Ik vind dat we kinderen moeten beschermen, die kiezen er niet voor om mee te roken in de auto.”

Moeten we dan ook zwangere vrouwen ­verbieden om te roken?

“Eigenlijk bestaat dat verbod de facto al. De sociale druk op zwangere vrouwen is groot. De meesten zijn daar ook bewust mee bezig en kiezen ervoor om te stoppen.”

Maar niet iedereen slaagt erin.

“Nee, dat is juist.”

En de foetus kiest er ook niet voor om mee te roken.

“Dat is ook juist.”

Is een rookverbod voor zwangere vrouwen, nog los van het feit of het wenselijk is, dan geen logisch gevolg van een rookverbod in de auto in het bijzijn van kinderen?

“Ik vind het evident dat je niet rookt als je zwanger bent. En we moeten niet alles willen verbieden.”

Beeld Illias Teirlinck

Iets anders dan: komt er een groot obesitasplan?

“We hebben een overeenkomst met de voedingsindustrie en de distributiesector, om minder zout, suikers en transvetten te gebruiken. En om de porties kleiner te maken. Er wordt actief gewerkt aan meer groenten in schoolmaaltijden. En er bestaat al kinderijs zonder suiker. De industrie is ermee bezig. We geven hen tijd, maar we controleren ook.”

De suikertaks werkt in elk geval niet. Die moet ook worden geheven op light frisdranken, en bovendien werkt zo’n taks pas ontradend als producten 20 procent duurder worden, zeggen experts.

“Dat de suikertaks ook op light frisdranken wordt geheven, heeft een fiscale reden: bij Financiën ­kunnen ze het verschil niet zien tussen suiker­houdende en suikervrije frisdrank. Dat is verkeerd, maar goed: suikervrije frisdrank is ook niet gezond. En als wij de prijs van frisdrank met 20 procent ­verhogen, gaan mensen over de grens om hun boodschappen te doen.”

Bent u nog boos op VRT-reporter Tom Van de Weghe, die zich op Twitter ooit afvroeg of het wel gepast is dat iemand met uw gewicht minister van Volksgezondheid is?

“Hij heeft zich verontschuldigd, en excuses zijn er om aan te nemen. Hij had niet verwacht dat zijn tweet zoveel impact zou hebben. Ik vind het ­merkwaardig dat alleen vrouwen op hun gewicht worden aangesproken. In Nederland is Erica Terpstra ooit minister van Sport geweest. Zij was een ex-sporter die haar spiermassa gaandeweg had omgezet in iets anders, en kreeg ook veel commentaar. Maar ze kende veel van sport. Ik ken iets van gezondheid. Wordt Donald Trump aangesproken op zijn gewicht?”

Heeft Trump een gewichtsprobleem?

“Laat ik het zo zeggen: hij heeft duidelijk een goede kleermaker.”

Vindt u het onrechtvaardig om op uw gewicht te worden aangesproken?

“Het is wat het is. Ik heb iets wat ik niet kan verbergen. Als ik maar een IQ van 80 had, zou ik dat nog ­kunnen verstoppen. Bij mij is het: what you see is what you get.”

Ik heb eerder dit jaar een serie gemaakt over voeding, omdat ik ook worstel met mijn gewicht…

(onderbreekt) “Maar wie worstelt er niet met zijn gewicht? Als u zo iemand kent, mag u het zeggen. Ik noem dat een levenslange strijd. Het feit dat iemand er niet op wil aangesproken worden, wil niet zeggen dat die persoon er niets aan doet.”

Voor die serie sprak ik een psychologe die vindt dat u veel mensen een dienst zou bewijzen door wat opener over uw strijd met de kilo’s te ­spreken.

“Waar bemoeit dat mens zich mee? Ik heb nog nooit de behoefte gehad om naar een psycholoog te gaan.”

Akkoord. Maar u zou andere mensen kunnen helpen met uw verhaal.

“Mijn verhaal? Ik heb altijd alles gedaan wat ik wou. Ik wilde geneeskunde studeren en bij de dienst studieadvies zei men dat ik beter geschikt was voor verpleegkunde, omdat iemand met mijn lichaam goed mensen in en uit bed kan tillen. Toen de man van het studieadvies mij dat vertelde, zei ik: ‘Salut en de kost, ik ben weg!’

"Ik heb twee gezonde kinderen en ben getrouwd met de man die ik wilde. Dan heb ik een carrière ­uitgebouwd en ben ik in de politiek gegaan. En dan stuurt iemand zo’n tweet. Ik vond dat totaal van de pot gerukt. En ik denk dat Tom Van de Weghe dat intussen zelf ook vindt.”

Ik ken gezondheidsprofessionals die zeggen dat men zich in het buitenland soms dezelfde vraag stelt als Van de Weghe in zijn tweet.

“Daar heb ik bij mijn buitenlandse collega’s nog niet veel van ondervonden. En dat zijn ook mensen in alle maten en kleuren en gewichten. (fel) Een mens heeft het lichaam dat hij heeft. En ik ken mensen die mij een voorbeeld vinden omdat ze vroeger werden uitgelachen en gefrustreerd waren, en nu zien dat dat helemaal niet nodig is.”

Maar stelt u mensen nu niet te veel gerust? Obesitas is toch een probleem? Is het niet goed als mensen iets aan hun overgewicht proberen te doen?

“Ik stel de mensen niet gerust en heb dat nooit gedaan. Ik zeg nooit dat je je erbij moet neerleggen, maar wel dat ik weet hoe moeilijk het is en dat het een levenslange strijd is. Het is evident dat je zo gezond mogelijk moet leven en als arts heb ik dat altijd tegen mijn patiënten gezegd. Mijn punt is dat je mensen niet mag beoordelen of veroordelen puur op basis van hun uiterlijk.”

Akkoord. Vindt u het erg dat uw populariteit daalt?

“Nee, dat is te verwachten als je hervormingen moet doorvoeren. Iedereen wil altijd hervormingen, maar als je eraan begint, komt het protest.”

Was u vroeger niet populair omdat u op Asiel en Migratie zat? En omdat u toonde dat u harteloos durfde te zijn, net zoals Theo Francken dat ­vandaag doet?

“Ik heb geprobeerd om nooit harteloos te zijn. Ik ben altijd streng en rechtvaardig geweest en heb orde op zaken gesteld in een grote crisis. Wat Theo Francken doet, is een stuk voortzetting daarvan. Alleen deed ik het zonder middelen.”

Maar u werd populair nadat u de perfect ­geïntegreerde jongeman Parwais Sangari naar Afghanistan had uitgewezen.

“Daar had ik mijn redenen voor. Ik heb nooit ­individuele dossiers gelekt, maar wees gerust: als ik iemand uitwees, wist ik waarom.”

Beeld Illias Teirlinck

Wat vindt u van de wet-Francken? Vandaag ­kunnen zelfs mensen die hier geboren zijn uitgewezen worden louter op basis van vermoedens. Is dat voor een liberaal aanvaardbaar?

“In de politiek moet je compromissen kunnen maken. Dat is een compromis. Het gaat een stap verder dan toen ik op dat departement zat, maar ik heb dat achter mij gelaten. Ik geef daar geen ­commentaar op, ik ben niet de schoonmoeder van Theo Francken.”

Vindt Open Vld het niet jammer dat de N-VA alle departementen heeft waarmee ze kan scoren in dit tijdperk? Mensen willen beschermd worden, en met Defensie, Binnenlandse Zaken en Asiel en Migratie kan de N-VA volop die kaart spelen.

“Ik weet hoe dat gegaan is: de N-VA zag van tevoren inderdaad een opportuniteit om op die departementen iemand te kunnen uitspelen. Maar wees gerust, liberalen vinden veiligheid ook belangrijk. En de kiezer vindt een goede gezondheidszorg ook cruciaal.”

Maar daar zullen de verkiezingen straks niet over gaan. Die zullen gaan over veiligheid en ­identiteit.

“Dat is juist. En over migratie en integratie. Er is nog veel werk aan de winkel. Neem nu de werkloosheid bij allochtonen in Brussel: in het industriepark in Zellik zijn veel vacatures waarvoor je zelfs de taal niet hoeft te spreken. En toch vinden de werklozen uit Brussel niet de weg naar Zellik.”

Dus het ligt niet alleen aan discriminatie?

“Dat speelt ook mee, helaas. En dat is van alle tijden. Ik heb twintig jaar geleden een stagiaire met hoofddoek gehad die nergens anders terechtkon. Ik heb daar nooit een probleem van gemaakt.”

Wat leert die ervaring u?

“Dat je mensen moet nemen voor wat ze zijn.”

Waarom mag een loketbediende dan geen hoofddoek dragen?

“In een publieke functie vind ik neutraliteit ­aangewezen.”

Uw partij is wel gespleten op dit thema. Bart Somers, burgemeester van Mechelen, heeft geen probleem met de hoofddoek achter het loket. Uw voorzitster Gwendolyn Rutten pleit, net zoals u blijkbaar, voor neutraliteit.

“Dat debat zijn wij in de partij nog aan het voeren. Ik begrijp dat een burgemeester daar een meer gematigde kijk op heeft. Maar Bart en Gwendolyn kunnen samen door dezelfde deur, hoor.”

Toch had ook de vroegere liberale spindoctor Noël Slangen het onlangs in een column in 'De Standaard' over die verdeeldheid.

“Hij zit niet meer in de partij, hoe kan hij dat nu weten?”

Even een test, dan. Somers heeft in Mechelen gezorgd voor een aparte strook op het kerkhof voor moslims. Ook filosoof Patrick Loobuyck vindt dat een redelijke accommodatie, zoals hij dat noemt. Wat vindt u?

“Maar die mensen hebben allemaal een verzekering om zich te laten repatriëren, om in hun land van herkomst te worden begraven. Ze willen hier niet begraven worden.”

Velen wel.

“Die ken ik niet.”

U durft zich niet over dat idee uit te spreken?

“Ik word niet met die vraag geconfronteerd. Ik woon in Merchtem, een klein Vlaams dorpje waar die kwestie zich niet stelt. Voor mij lijkt het niet zo evident. Ik zou daar even grondig over moeten nadenken. En welke eisen stellen wij in het buitenland? Wij passen ons toch altijd aan? Dat is redelijke accommodatie.”

Waarom begint u over het buitenland?

“Omdat u over redelijke accommodatie begint. Redelijke accommodatie moet van twee kanten komen. Wij passen ons aan in het buitenland.”

Maar als ik hier geboren ben, dan ben ik toch niet in het buitenland?

“Nee, dat begrijp ik. Daarom begrijp ik Bart Somers ook. Maar ik vind het niet evident om overal aparte begraafplaatsen voor moslims te voorzien.”

Loopt uw partij, bij monde van onder meer Gwendolyn Rutten, niet te veel de N-VA ­achterna op dit thema?

“Helemaal niet. Wij varen onze eigen koers. Met vleugels en goesting, dat weet u toch nog? Daar werden wij zelfs mee uitgelachen. Wij zijn redelijk eigenzinnig, wees gerust.”

Waarom kan uw partij niet op een ontspannen manier met de islam omgaan, zoals Somers dat doet? U zit er duidelijk mee gewrongen.

“Maar ik ben met dat debat niet bezig. Ik ben geen filosoof, zoals Patrick Loobuyck. Ik heb daar geen boek over geschreven. Ik heb verstand van zieke mensen en hoe we die kunnen genezen. Dat is mijn terrein. Ik vind het goed dat we over de islam ­debatteren, hoor. Ik zit daar helemaal niet mee gewrongen. Voor mij maakt het niets uit wat iemand gelooft, ik sta voor iedereen open. Ik heb ooit een orthodoxe jood ontmoet die mij geen hand wilde geven, omdat hij dat onrein vond. Wel, ik ­respecteerde dat.”

Vond u dat geen probleem?

“Ik vond dat bijzonder raar. Maar als hij dat zo wilde, so what? Ik vind niet dat je mensen kunt dwingen om hun integriteit aan te tasten – want zo zou dat voor die man gevoeld hebben als hij mij een hand had gegeven. Ik heb onlangs ook de reportage van Jeroen Meus bij de joods-orthodoxe gemeenschap gezien, en ik vond dat mooi, en ­boeiend.”

Als Meus bij salafisten op bezoek was geweest, zouden mensen dat minder mooi gevonden hebben, wellicht.

“Dat denk ik ook.”

Terwijl die in sommige opzichten dezelfde regels volgen. Wat is het verschil?

“Mensen zijn bang van salafisten, denkt u niet? Wat je niet kent, kan je bang maken. Al ben ik zelf niet snel bang van andere mensen. Ik ben altijd vooral nieuwsgierig.”

Tot slot: volgende week komt Trump naar Brussel. Wat vindt u van hem, los van zijn ­kleermaker?

(lacht) “Ik heb het niet zo voor Trump, maar hij is democratisch verkozen. Ik denk ook dat hij ons een dienst heeft bewezen: zijn presidentschap heeft de Europese kiezer wakker geschud, waardoor ­populisten het bij ons moeilijker hebben gekregen om de verkiezingen te winnen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234