Vrijdag 15/11/2019

Interview Vragen van Proust

Maarten Vangramberen: ‘Telkens als ik opstond dacht ik: straks moet ik het journaal presenteren, hoe zal dat in godsnaam lukken?’

Maarten Vangramberen: ‘Niet alleen vrouwen hebben #MeToo-verhalen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: sportanker Maarten Vangramberen (40). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

LUISTER HIER NAAR ‘DE VRAGEN VAN PROUST’ MET MAARTEN VANGRAMBEREN:

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben in november vorig jaar 40 geworden en voel me eigenlijk ook echt wel mijn leeftijd. Als ik in de spiegel kijk, zie ik ook dat ik grijs ben. Puur lichamelijk ben ik ontzettend fit; ik sport dagelijks. Mocht ik nu mijn master lichamelijke opvoeding opnieuw moeten behalen, ik zou voor de fysieke proeven misschien zelfs beter scoren dan toen ik student was. Maar mentaal word ik wel gewaar dat ik al veertig jaar op deze wereldbol rondloop. Ik ben toch wat conservatiever geworden, hoewel dat misschien niet het juiste woord is: ik merk dat ik meer van vaste gewoontes, van rituelen begin te houden. Kinderen brengen ook structuur in je leven. Ik had dat nooit gedacht, maar kinderen of geen kinderen hebben, is een wereld van verschil. Vroeger kon ik met kameraden een hele nacht in café Odette aan de toog blijven hangen en grote levensvragen beantwoorden, maar dat is verleden tijd.”

Wat is uw passie?

“Topsport. De liefde ervoor heb ik van mijn vader meegekregen, die zelf lichamelijke opvoeding heeft gedaan in Leuven. Als klein jongetje keek ik samen met hem naar koers, voetbal en atletiek. Ik herinner me toen het wereldrecord verspringen verbroken werd, dat hij vroeg: ‘Weet jij wel hoe ver die springen?’ En ik: ‘Nee, papa’. ‘Wel, ze stoten hier af en springen heel de living door tot daar’. Ik had zoiets van: dat kan toch niet! (lacht) Die verwondering voor topprestaties heb ik dus echt aan hem te danken. Als kind wilde ik natuurlijk zelf ook altijd de eerste en de snelste zijn, maar dat is volledig weg. Ik heb geen wedstrijden of doelen nodig om te sporten. Het is gewoon een primaire behoefte geworden, net als eten, drinken en slapen. Sporten geeft mij gigantisch veel energie. Hoe meer ik sport, hoe minder moe ik ben, hoe beter ik met stress kan omgaan.

BIO

• geboren in Aarschot op 17 november 1978

• licentiaat lichamelijke opvoeding en postgraduaat journalistiek

• werkte van 2001 tot 2005 voor ROB-tv

• is sinds september 2005 sportjournalist bij Sporza

• maakte in november 2008 de overstap naar Het journaal op Eén, waar hij sportanker is

• interviewt wielrenners in Vive le vélo

• presenteerde in 2018 het programma Wereldrecords

• getrouwd, twee kinderen

“Jarenlang werd mijn dochtertje vijf à zes keer per nacht wakker. Telkens als ik opstond, dacht ik: straks moet ik het nieuws presenteren, hoe zal dat in godsnaam lukken? Liters koffie drinken hielp niet, alleen intensiever beginnen lopen maakte mij weer fit. Het is intussen een verslavend ritueel geworden. Wat is er mooier dan om zes uur opstaan, je sportkleren aantrekken en in de velden lopen, terwijl iedereen nog ligt te slapen? En aan de rand van het bos hertjes zien? Niet kunnen sporten is echt een straf voor mij.”

Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn nieuwsgierigheid en enthousiasme om dingen aan te pakken. Mijn focus ook. Als ik iets doe, doe ik het grondig en sluit ik mij volledig af van de wereld.

“Deze zomer bijvoorbeeld zijn we tijdens de Ronde van Frankrijk door de politie aan de kant gezet, maar ik was zo gefocust bezig dat ik het niet eens had gemerkt.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Ja! Ik zeg altijd: je moet het leven aanvallen. (bevlogen) Je moet het vastpakken met je beide handen en je moet het zelf kneden. Natuurlijk heeft het leven ook onverwachte wendingen en soms lopen zaken mis. Daarom zie ik het als een golfbeweging. Als het even tegenzit, weet je dat het vroeg of laat wel weer beter gaat. En dat helpt.

“Wel moet ik toegeven dat ik nog nooit grote tegenslagen heb gehad en ergens ben ik daar wel bang voor. Ik weet niet of ik sterk genoeg zal zijn om ze het hoofd te bieden. Mensen die op jonge leeftijd al eens een grote klap hebben moeten verwerken, lijken mij toch iets gewapender in het leven te staan. Ergens vrees ik dat die grote tegenslagen ooit weleens zullen samenvallen. Daarom probeer ik zo gulzig mogelijk te leven. Daarom probeer ik én een goede papa te zijn én alles uit mijn job te halen én sportief te zijn én fijne reizen te maken én op café én op restaurant én naar de film te gaan. Stel dat ik morgen ziek word, dan wil ik het gevoel hebben dat ik er alles heb uitgehaald wat erin zat.”

‘Ik laat de verveling nooit toe, omdat ik bang ben om in mijn eigen gedachten verzonken te raken.’ Beeld Stefaan Temmerman

Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“7,5 of zo. Wat er dan ontbreekt? Ik mis wat innerlijke rust. Ik ben iemand die heel veel dingen tegelijk wil doen. Dat geeft mij doorgaans heel veel energie, maar soms wordt het allemaal gewoon te veel. Als ik in de zomer een weekje thuis ben, begint het al te knagen: je zou dit en dat nog moeten doen, terwijl het juist heerlijk zou kunnen zijn om gewoon eens van mijn tuin te genieten. Niets doen, dat kan ik niet.

“Ik ben jaloers op mensen die dat wel kunnen. Die een uur in de wachtkamer van de dokter kunnen zitten terwijl ze wat naar het plafond of naar de grond zitten te staren. Ik heb nochtans gelezen dat die relatieve verveling heel nuttig kan zijn omdat ze vaak tot inspiratie leidt. Maar ik laat die verveling nooit toe, omdat ik bang ben om in mijn eigen gedachten verzonken te raken.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Iemand die vriendelijk is, die goedendag zegt, die een mopje maakt. Tijdens het lopen zeg ik altijd goedendag als ik iemand tegenkom. Je loopt daar met tweeën alleen in de velden. Je kunt het toch niet maken om niets tegen elkaar te zeggen? Je oogst op dat vlak wat je zaait, denk ik.”

Wat is uw zwakte?

“Soms ben ik nogal expliciet aanwezig. Vooral vroeger zeiden mensen weleens dat ik beter wat zou dimmen. Op school had ik vaak een grote mond. Ik durfde de juffen weleens te verbeteren. Ook mijn humor vond niet iedereen altijd even geweldig. En in discussies liet ik weinig ruimte voor nuance, ik wist het meestal wel beter. Nu, met ouder worden is dat gelukkig verbeterd.”

Hoe definieert u liefde?

“Als een fysieke ervaring van warmte. De liefde is de motor van alles wat we doen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat liefde het allerbelangrijkste is dat je aan je kinderen kunt meegeven.

“Als kind zie je niemand liever dan je ouders, maar zodra je zelf kinderen hebt realiseer je je dat er nog een overtreffende trap van liefde bestaat. Liefde in haar meest pure en onvoorwaardelijke vorm. Liefde als een oerkracht, met een heftigheid waarvan ik toch wel geschrokken ben.

“Het vaderschap maakt je ontzettend kwetsbaar. Toen mijn zoontje vier maanden oud was, is hij opgenomen in het ziekenhuis. Hij had diarree en raakte uitgeput, de dokters vonden niet meteen wat het was. Ik herinner mij nog hoe kapot ik mij voelde toen ik ‘s avonds naar huis reed. Ik dacht: pak mij iedereen af, maar niet hem. Het moment dat hem iets zou overkomen, dan stopt het, denk ik. Een vriend van mij heeft dat onlangs meegemaakt. Hij is zijn dochtertje verloren. (geëmotioneerd) Mijn grootouders hebben ook een kind verloren. Dat moet het ergste zijn wat je kan overkomen.”

Beeld Stefaan Temmerman

Wat is uw grootste angst?

“Een kind verliezen.”

Waar hebt u spijt van?

“Dat ik geen muziekinstrument kan bespelen. Ik vind dat een groot gemis. Ik heb in een impulsieve bui op m’n zestiende een gitaar gekocht, maar muziek is duidelijk een taal die ik niet beheers.”

Hoe is de band met uw ouders?

“Ik kom uit een heel warm nest met heel veel structuur. Mama was verpleegster, papa gaf les aan de hogeschool. Mijn vader is altijd mijn grote held geweest. Ik heb altijd enorm naar hem opgekeken, nog altijd trouwens. Hij is een fantastische man. Hij is zijn broertje verloren toen hij tien was, daarna is zijn mama op jonge leeftijd gestorven, waarna hij samen met zijn vader voor zijn drie broers heeft gezorgd. Het is een heel verstandig iemand met heel veel verantwoordelijkheidszin, wat ik erg bewonder, maar zelf dacht ik meer: mijn leven moet spannender zijn, ik wil reizen, ik wil de wereld zien, ik wil staan waar het gebeurt. Ik heb dus veel minder verantwoordelijkheidsgevoel dan mijn vader. Misschien als tegenreactie, dat kan.

“In het middelbaar was ik een speelvogel, het was met de hakken over de sloot. Toen ik aan de uni­versiteit begon, stuurde hij mij een briefje: ‘Besef dat het nu aan jou is, wij gaan je niet meer kunnen helpen.’ Dat heeft altijd door mijn hoofd gespeeld. Als ik een dipje had, kwam hij op mijn kamer en zei hij de juiste dingen. Ook bij alle stappen die ik later gezet heb, heeft hij de juiste dingen gezegd.

“Als ik nu zie hoe gelukkig mijn ouders samen zijn, hoe ze nog kunnen spelen met elkaar, voel ik alleen maar bewondering. Ik zou ook wel op die manier oud willen worden.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Een paar dagen geleden. Mijn vader was naar de 75-jarige herdenking geweest van de tragedie die zich heeft afgespeeld in zijn geboortedorp Meensel-Kiezegem. Nadat een collaborateur was neergeschoten door de partizanen, werden tientallen inwoners naar de concentratiekampen gestuurd, waar ze vergast werden. Toen mijn vader vertelde dat de zoon van de secretaresse van de SS’er die daartoe bevel had gegeven, op het oorlogskerkhof bloemen was komen neerleggen, werd hij heel emotioneel en begon hij te huilen. En omdat hij huilde, moest ik ook huilen.

“The Cure zingt ‘Boys Don’t Cry’, maar ik merk met ouder worden dat ik sneller een krop in de keel voel, dat ik makkelijker een traan laat. Het vaderschap heeft mij weker gemaakt.”

Beeld Stefaan Temmerman

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Eigenlijk nog nooit. Ik kan niet tegen conflictsituaties.

“Mocht iemand aan mijn dierbaren raken, dan wellicht wel. Ik weet niet hoe ik zou reageren. Ik zou eerder ineenstuiken, denk ik.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Eerder het omgekeerde. Ik ben katholiek opgevoed, naar een katholieke school geweest, maar op het moment dat ik gevormd werd, ben ik mijn geloof volledig kwijtgeraakt. Ik was er namelijk van overtuigd dat de kracht en de liefde van God mij als een bliksemschicht zouden treffen – ja, zo naïef was ik wel –, maar ik voelde helemaal niets! Ik had twee jaar catechese gevolgd en de Bijbel bestudeerd en ik was nog steeds dezelfde, er was helemaal niets met mij gebeurd! Wat een ontnuchtering.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik ben ijdel, maar heb geen moeite met ouder worden. Op zich vind ik oudere mensen wel mooi om naar te kijken. En onbewust sport ik waarschijnlijk altijd net iets meer om het verval wat tegen te gaan. Een gezonde geest in een gezond lichaam, daar geloof ik wel in.

“Gaan vrouwen soms over mijn grenzen? Dat is al gebeurd, ja. Ik heb al meegemaakt dat vrouwen zomaar, en passant, in mijn billen knepen. Ik heb er geen trauma’s aan overgehouden, maar prettig vond ik dat niet. Niet alleen vrouwen hebben #MeToo-verhalen.”

Wat vindt u erotisch?

“Mooie vrouwenbillen vind ik ongelooflijk erotisch. Maar ook een cocktail van humor en intelligentie kan erotiserend werken.

“Of mijn vrouw deze drie ingrediënten verenigt? (denkt na) Euh ja, nee nee... (lacht) Toch wel, ze heeft ze alle drie.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Zo’n Romeinse orgie, dat zou ik weleens beleefd willen hebben. Hoe ging dat eraan toe? Wat voor rare dingen aten ze, hoe smaakte de wijn, hoe zagen de vrouwen eruit? Dat heeft me altijd gefascineerd. Tijdens een overhoring van de Latijnse naamvallen kwam ik meestal volledig uit de lucht gevallen, maar als het over orgieën ging kon ik plots toch iets accurater vertalen. (lacht)

Beeld Stefaan Temmerman

Bent u een goede vriend?

“Ik probeer dat te zijn. Als sportjournalist ben ik vaak periodes in het buitenland en werk ik vaak in het weekend, wanneer anderen vrije tijd hebben. Ik ben dus niet altijd beschikbaar voor mijn vrienden, maar ik slaag er wel in om telkens weer de draad op te pikken. Ik vraag dus veel geduld van hen, dat besef ik. Maar als het er echt toe doet, zal ik de eerste zijn om in mijn auto te stappen. Ik zie mijn vrienden echt graag. Met huisdieren heb ik niets, maar met mensen wel. Als ik iemand graag zie, gaat dat echt diep.”

Hoe zou u willen sterven?

“Ik hoop dat wanneer ik sterf ik mijn dierbaren nog even gezien heb, dat ik alles gezegd heb wat ik wilde zeggen, dat ik alles gevraagd heb wat ik wilde vragen. Het lijkt me vreselijk om nog met dingen te blijven zitten wanneer je sterft.

“Laatst heb ik al mijn moed bijeengeraapt om mijn ouders te vragen hoe ze met het vooruitzicht van hun eigen dood omgaan. Hun antwoord was geruststellend. ‘Dat gaat wel’, zeiden ze. En ook: ‘We hebben onze ouders ook zien gaan, dat zal jou ook wel lukken.’

“Wat ik dan zou willen als laatste avondmaal? Een frietje van de frituur, wat ik niet zo vaak eet maar stiekem wel lust, met een stukje curryworst erbij. En een geweldig straf biertje.”

Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Over kinderen van collaborateurs of SS’ers. Hoe ontzettend moeilijk die het wel moeten hebben gehad. Je zult maar ontdekken dat je vader een oorlogsmisdadiger was, daar stond ik vroeger nooit bij stil.

“Het is pas door een film te zien op het vliegtuig dat ik daarover ben beginnen nadenken.”

Welk boek zou u iedereen aanraden?

“Het boek dat mij het meest van mijn sokken heeft geblazen, is Elementaire deeltjes van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Hij bekijkt de mens vanuit een biologisch perspectief en je weet vaak niet of je biologieles krijgt of een roman aan het lezen bent. Al is het eigenlijk ook een boek dat draait om liefde en geluk. Over moederliefde en huidcontact in een vroeg stadium als belangrijkste bouwstenen om later gelukkig te worden. Warmte dus, het allerbelangrijkste in een mensenleven.”

Beeld Stefaan Temmerman

U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Sinds mijn kindertijd droom ik al dat ik opgescheept zit met een lijk en dat de politie mij op de hielen zit. Om de zoveel tijd komt die droom terug. Als ik dan wakker word, vraag ik me soms af of ik echt iemand heb vermoord.

“Moord dus, want wellicht zit er in elke mens een moordenaar zodra hij tot het uiterste wordt gedreven.”

Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Op het einde van het zesde leerjaar vroeg Doortje, het mooiste meisje van de klas, mij of ik het met haar wilde aanmaken. Ik was tot over m’n oren verliefd. Maar toen kwam de grote vakantie. En terwijl bij mij de vlinders nadien nog driftig heen en weer fladderden, was de liefde aan de andere kant al flink bekoeld. Toen heb ik vooral geleerd dat verliefd zijn energie kost en je mentaal helemaal kan slopen.”

Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Een paar dagen met mijn papa gaan wandelen in de bergen. Van hut naar hut. En alles zeggen en vragen wat ik nooit heb gedurfd of gekund.”

Is de mensheid op de goede of slechte weg?

“De welvaart is wereldwijd toegenomen. Er is minder honger in de wereld en meer mensen hebben het beter. Kijk naar de weg die Ethiopië de laatste twintig jaar heeft afgelegd. Op dat vlak wel dus. Maar tegelijk maak ik me ook flink zorgen. Natuurlijk over het milieu, maar veel meer nog over de extreme stemmen. Het is een huizenhoog cliché, maar het klopt: de geschiedenis herhaalt zich. Deze zomer trokken we rond in Canada en tijdens de lange ritten luisterden we naar de podcast ‘De Bourgondiërs’ van Bart Van Loo. We belandden van de ene oorlog in de andere. Een paar generaties kenden rust en vrede, maar dan namen de onrust en oorlogslust weer toe. Als kind dacht ik dat een oorlog bij ons nooit meer kon, maar daar ben ik nu niet meer zo zeker van.”

Welke episode uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Een volledig scenario zal het niet opleveren denk ik, maar een grappige beginscène misschien wel. Ik heb ooit eens een hele mis lang met m’n hoofd vastgezeten tussen de stoel. Ik had me omgedraaid, had mijn hoofd door de rugleuning van de stoel gewurmd en kon niet meer terug. De hele tijd lang heb ik zitten wringen om daar uit te geraken.

“We zaten redelijk vooraan, dus ik denk dat de preek van de pastoor toen weinig toehoorders had, want mij gesukkel eiste nogal wat aandacht op.”

Hoe zou de titel van uw biografie luiden?

“Iets met gulzig, gretig en leven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234