Zondag 17/11/2019

Reizen

Luxueus logeren in de wildernis, zonder gsm of internet: deze lodge in Oregon verwelkomt dolgedraaide carrièretijgers

Beeld Jonathan Vandevoorde

Je kunt er alleen te voet, dwars door de wildernis, of per sportvliegtuigje naartoe. En eens ter plekke ben je echt afgesneden van de buitenwereld. Zou het daarom zijn dat de Minam River Lodge zo’n magneet is voor drukke carrièretijgers? 

De Wallowa Mountains? Daar hebben velen in Portland nog nooit van gehoord.” Ik kreeg het keer op keer te horen in La Grande. In het ­restaurant gisterenavond. In mijn bed & breakfast vanochtend. En nu weer. Ik heb er vijf uur over gedaan om vanuit Portland dit stadje in het noordoosten van Oregon te bereiken. In de jacht- en vishoek van de doe-het-zelfzaak helpt een bediende mij een bus berenspray in de rekken te vinden. Hij ziet eruit als een bejaarde ­pelsjager en stelt mij gerust. Beren houden zich op zulke warme dagen vooral op bij het ­verkoelende water van de Little Minam Falls. Het toeval wil dat ik daar volgens de kaart straks langs wandel. Dus koop ik die bus, je weet maar nooit.

De Wallowa Mountains (spreek uit: wa-LAA-wa) zijn allicht het minst bekende gebergte van Oregon, misschien wel van heel Amerika. Bij de verhuurmaatschappij had de nieuwsgierige dame mij meteen aangeraden om een ­vierwielaangedreven bak te huren. In het toerismebureau werd me een gids aangeraden voor de ­trektocht door de Eagle Cap Wilderness naar de Minam River Lodge, mijn reisdoel. Die ligt ­namelijk op 14 kilometer van de parkeerplaats, die dan weer op

12 kilometer rijden over stoffige ­baantjes vanaf het dorpje Cove ligt, dat 24 kilometer van La Grande verwijderd ligt. Je wilt niet ­verdwalen, hadden ze gezegd.

Het wandelpad naar de Minam River Lodge, die op 14 kilometer van de parkeerplaats ligt. Beeld Jonathan Vandevoorde

Op de Moss Springs Trailhead, een natuurcamping midden in het bos, staan enkele pickups met paardentrailers en nog vijf auto’s op hoge poten zoals de mijne. Er staat een houten bordje met daarop ‘Trail Minam L.’ en een pijl, je kan niet missen. Hier houdt de beschaving dus op. Ik doe nog een laatste keer mijn ding in het toiletgebouwtje naast de parking, drop een envelop met vijftien dollar in het daartoe bestemde bakje naast een informatiebord – zelfs parkeren in de wildernis is niet meer gratis – en check nog een keer in mijn rugzak of al de spulletjes erin zitten voor een verblijf in het befaamde wildernishotel, volgens recensies in een paar grote Amerikaanse kranten een stukje hemel op Gods aardkloot.

Een op het informatiebord vastgeniet vel papier waarschuwt voor beren, ‘die vooral actief zijn in de late zomer’. Nu dus. Zwarte beren zijn tamelijk schuw, weet ik, en ondertussen heb ik ervaring met bear encounters, maar helemaal gerust ben ik er toch nooit op in zo’n Amerikaans woud. In uiterste nood zal mijn berenspray mij wel redden. De hemel is dichtgetrokken en een grijs wolkendek raakt de hoogste boomtoppen aan ­waardoor er een mistroostige sfeer hangt in het dichtbegroeide bos. Ik zie niet dieper dan vier of vijf bomen. Om in de hemel te komen, moet je eerst door de hel.

Berenspray is hier geen overbodige luxe. Beeld Jonathan Vandevoorde

Naarmate ik dieper afdaal, laat ik mijn gedachten de vrije loop. Elk minste geluid hoor ik – wéér een eekhoorn! Pas na een uur of wat kom ik de eerste wandelaars tegen, een koppel met twee honden. Daarna, nog een half uur later, een vriendelijke vent uit Portland die met zijn hond terugkeert uit de lodge. Taylor, heet hij. Hij is ­opgelucht omdat het vandaag niet zo warm is als de afgelopen dagen. Logisch, want hij moet nu alleen maar omhoog, terug naar de auto. En ja, het eten is daar inderdaad zo goed als wordt beweerd. En dan ben ik weer alleen op pad. De wetenschap dat hier nog meer homo sapiensen levend rond­lopen, doet de onderhuidse ­spanning langzaam oplossen.

Fluitend daal ik af tot bij Little Minam Falls. Nog geen beer gespot en die ‘watervallen’ zie ik ook niet meteen. Gezeten op een kei bij het water eet ik een broodje terwijl ik de instructie lees die piepklein op mijn bus bearspray staat. ‘Altijd met de wind in de rug naar een aanvallende beer spuiten.’ Maar houdt een beer daar wel rekening mee? Heb ik wind tegen, dan ­liggen we allebei te schuimbekken op de grond.

Wanneer ik, na dik drie uur lopen, de laatste bergrug overschrijd, breekt de hemel open en zie ik de groene, open vallei van de Minam River in de diepte liggen. Het pad daalt nu steil af. Buiten mijn zicht galmt een motorgeraas het dal uit: een vliegtuigje dat opstijgt. De lodge kan niet ver meer zijn.

Op de dalbodem steek ik een groot gemaaid grasveld over. Sprinkhanen knerpen alle kanten op, sommige springen tegen mijn benen. Ik zie een feloranje windvaan en besef dat ik midden op de landingsstrip sta. Verderop de moestuin, een groenteserre en een kraal waarin twee pony’s staan te grazen. En de rivier: de oever aan de overkant gaat steil omhoog. Links van de moestuin ligt, wat hoger in de bosrand, de lodge, met daarnaast enkele slaaphutten en in de eerste linie van het bos ontwaar ik een paar witte tenten.

Paradijs

“You must be Jonathan! How are you?” Anna heet mij hartelijk ­welkom als ik bezweet het houten hoofdgebouw in stap. Zij managet de Minam River Lodge deze zomer. Ze ziet dat ik het warm heb en biedt me een glas citroenwater aan; ik mag mijn naam op het glas schrijven. “Zo hoeven we minder af te wassen en besparen we op ons gefilterd water.” Ze heeft een punt, maar ik zou wel een badkuip kunnen leegdrinken op dit moment. Gelukkig hebben ze ook een biertap waaruit een uitstekend ambachtelijk streekbier vloeit. Op een dressoir staan chic uitziende wijnen uitgestald, voor de liefhebbers vanavond.

“The mountains were calling”, lacht ze om mijn vraag waarom ze op zo’n afgelegen plek is komen werken. Ze komt uit Montana, heeft een paar jaar voor grote bedrijven gewerkt maar daar hield ze het niet lang uit. Alle leden van het team hebben wel zo’n tik voor de natuur, zo blijkt. Anders houd je het hier van juni tot oktober wellicht niet vol, zo ver weg van alles en iedereen. Elisabeth bijvoorbeeld, die in de keuken helpt, ging vroeger altijd samen met haar vader jagen, het woud zit in haar bloed.

Een indrukwekkende sterrenhemel boven de lodge. Beeld Jonathan Vandevoorde

Anna maakt me wegwijs in de enkele regels van het huis en vertelt over de vaste etenstijden. Ze vraagt of ik mij wil inschrijven voor een massage (wie niet?) en wens mee te doen aan de yogasessie van morgenochtend om zeven uur (nee, dank u). Haar collega Margareth – je bent hier vanaf het begin op een first name basis met iedereen – brengt me naar mijn ruime blokhut die van alle gemakken voorzien is, inclusief een heerlijke douche.

Onthaasten

Opgefrist kom ik kort voor etenstijd weer naar het hoofdgebouw waar veel gasten al een drankje hebben. Het is één ruimte – twee zithoeken, open keuken, eetgedeelte – onder een strak, houten balken plafond en waarvan de enorme glazen pui uitgeeft op een groot vlonderterras. Van hieruit kijk je uit over de airstrip, dan de rivier en daarachter de bergen. Telefoon en internet bestaan hier niet.

Vanavond zijn we met 26. Aan een van de twee lange tafels neem ik plaats naast Denise. Ze noemt zichzelf ‘beroepsfilantroop’ en probeert jonge vrouwen uit de prostitutie weg te halen. Ze komt hier om te wandelen en haar hoofd leeg te maken. Garth en Lauren werken voor een multinational en zijn op huwelijksreis. De meeste gasten blijken uit de buurt van Portland te komen, hebben drukke jobs en zijn hier om de batterijen op te laden.

Chef Carl smoort bizonvlees in de barbecue voor ‘s avonds. Beeld Jonathan Vandevoorde

De tongen komen pas echt los als chef Carl Krause het menu voorstelt. Hij heeft blokjes watermeloen gemarineerd in een vinaigrette van munt en gember. Er wordt een frisse salade met bladgroen, bloemen en cherrytomaatjes uit de moestuin op tafel gezet. Zelfs de azijn in de vinaigrette is dit voorjaar uit eigen aardbeien getrokken. Als hoofdgerecht heeft Carl spätzle gemaakt, “Een gerecht van mijn grootmoeder.” De geglaceerde varkensrollade is ingevlogen en heeft vier uur lang staan smoren op de houtskoolbarbecue. Het vlees komt van een regionale fokkerij. “We hebben ooit eigen kippen gehouden, in het begin, maar die werden opgegeten door vossen en coyotes”, vertelt Carl me later. Drie varkens staan buiten en zijn het ‘recycling team’ van de Minam Lodge. Aan het eind van het seizoen worden ze geslacht. Barnes Ellis is er vanavond ook bij. Hij is investeringsadviseur in Portland en eigenaar van de Lodge.

Na het eten zitten we in een diepe fauteuil bij de moderne houtkachel. Met een glas lokale pinot noir in de hand legt hij uit dat de warme lucht uit deze ruimte wordt gerecycleerd om het water in de keuken te verwarmen, zonne-energie doet de rest. “Alles is hier waar mogelijk zelfvoorzienend, duurzaam en autonoom, want we zitten echt midden in de wildernis.”

De Minam Lodge lijkt een beetje een work in progress te zijn. Toen Barnes de oude jachthut in 2011 had gekocht, deed hij dat uit pure nostalgie. “Ik beleefde hier in de jaren 90 fantastische momenten. Toen ik hoorde dat het te koop stond, heb ik meteen getekend, zonder het te bezichtigen.”

Alles moest echter afgebroken en opgeruimd worden. Restaureren was geen optie meer. Op de funderingen van de oude gebouwen verrees deze strak vormgegeven lodge, al hebben de slaapvertrekken een meer ­klassieke blokhut-look, die aan alle moderne voorschriften moest ­voldoen, dat wel. Het werd een bouwproject van zes jaar waarbij de vliegtuig- en helikopterkosten de pan uit swingden. “Maar het was mij elke dollar waard”, zucht Barnes. “Dit is een ontmoetingsplek geworden voor wie even wil afschakelen. Ik kom hier zo vaak als ik kan, om bij mijn gasten te kunnen zijn.”

De Minam River is nog een vrij stromende rivier, of 'wild river'. Beeld Jonathan Vandevoorde

Rond zonsopgang loop ik door het vochtige gras naar de rivier, in de hoop dieren te zien. Een iele ­mistbank hangt over de airstrip. Medewerkers zien bij de rivier weleens herten, coyotes, visarenden, een witkoparend en heel soms een beer. Als ik een plekje gevonden heb op het keienstrand, vliegt waarachtig een visarend over. Ik ben te laat om mijn telelens te ­pakken. Een eenzame zalm in het water stoort er zich niet aan. Ik besef dat hij misschien wel 700 kilometer gezwommen heeft, van de Stille Oceaan tot hier, om te komen sterven.

Met enige ambitie had ik vandaag gehoopt tot aan een oud ­pioniershutje te kunnen wandelen hoog in de bergen, omdat het ­uitzicht over de toppen van de Wallowa’s daar zo prachtig schijnt te zijn. Na anderhalf uur klimmen door een beboste helling bereik ik eindelijk een eerste open plek met een uitzicht. Ik kijk recht de canyon van de Minam in. Maar in de verte boven een bergkam zie en hoor ik hoe een donker onweer aan het groeien is en langzaam mijn kant op lijkt te bewegen. Nog hoger klimmen vind ik niet zo’n goed idee, dus keer ik om.

Stilte na de hagelstorm. Beeld Jonathan Vandevoorde

Zo zit ik in de late namiddag gezellig op het terras van de lodge met een biertje. Er zijn vanmiddag nieuwe gasten ingevlogen, twee jonge koppels uit Portland. We praten over het aanhoudende gerommel dat van achter de bergkam hoorbaar is. Boven onze hoofden lijkt er alsnog niets aan de hand. Was ik maar doorgelopen naar dat hutje, denk ik. Kort daarop trekt de hemel in enkele minuten dicht en wordt het duister. Dan komt een zondvloed naar beneden. Iedereen rept zich naar binnen. Na een kwartier gaat de slagregen over in hagelstenen zo groot als knikkers. We kunnen elkaar bijna niet meer verstaan. De brokken ijs blijven als een natte smurrie op de houten vlonders liggen. Het hele gedoe duurt misschien een half uur.

Het is etenstijd, we gaan aan tafel. Carl komt met zijn culinaire speech hemel en gasten bezweren. Het klaart die avond helemaal op.

Praktisch

Prijzen? Vanaf omgerekend 190 euro (glampingtent) of 380 euro (cabin) per nacht. Plus 80 tot 90 euro extra voor drie maaltijden per dag, minam-lodge.com

Reizen? Vanaf Brussel vlieg je met Icelandair (iceland­air.be) naar Portland vanaf 839 euro (Economy Light). Een stopover op IJsland (tot zeven nachten) is kostenloos.

Ter plekke heb je een auto nodig. Afstand Portland-Cove: 445 km. Ik heb goede ervaringen met Sunnycars, waarbij je een all-inclusive contract afsluit zonder onverwachte kosten, sunnycars.be

Hoe bereik je die plek? De lodge is vanuit Moss Springs Trailhead bij het dorp Cove alleen te voet of te paard te bereiken. Alternatief: ­invliegen vanuit Enterprise of een ander vliegveld met een sportvliegtuigje. Reken op zo’n 135 euro p.p. (zie website van de lodge).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234