Maandag 24/06/2019

Groot Onderhoud

Luckas Vander Taelen: "We verkeren in een staat van oorlog"

Luckas Vander Taelen en interviewer Joël De Ceulaer. Beeld Karel Duerinckx

Sinds zijn coming-out als scherp islamcriticus heeft Luckas Vander Taelen het bij menig progressieve medemens een beetje verkorven. Jammer, vindt hij, want hij is naar eigen zeggen altijd links gebleven. Al pleit hij na de Brusselse schandalen wel voor een cordon sanitaire rond de PS. Een gesprek over getto’s, potentaten en het risico van 'soumisson'.

“Ik heb eens de inspanning gedaan om zo’n executiefilm van IS te bekijken”, zegt Luckas Vander Taelen. “Ik doceer aan een filmschool en maak zelf al dertig jaar reportages, en ik kan u zeggen: die video’s van IS zijn geweldig knap gemaakt. De muziek, de montage, de camerastandpunten, de dreigende stem: dat is allemaal vakwerk. In de video die ik zag werden Turkse soldaten levend verbrand, gemengd met beelden van de gevolgen van Turkse bombardementen. Een simpele ziel die dat ziet, denkt meteen: die Turken zijn smeerlappen, die moeten er allemaal aan.”

Eigenlijk, vindt Vander Taelen, zouden wij hetzelfde moeten doen, maar dan omgekeerd. “Er moet dringend een tegenoffensief komen”, zegt hij. “Met video’s en websites die even wervend en aantrekkelijk zijn, maar dan met het verhaal van een andere islam, die past bij onze samenleving. De Franse filosoof Rachid Benzine heeft in Brussel ooit het plan opgevat om zulke video’s te maken, maar hij werd toen meteen bedreigd door radicale moslims, en dus is daar niets van in huis gekomen. En zo blijft de situatie verrotten.”

Het is een clichéwoord dat bij weinig mensen past, maar wél bij Vander Taelen: de man is een duizendpoot. In de jaren 80 werd hij even wereldberoemd in Vlaanderen als de frontman van de popgroep Lavvi Ebbel. Als journalist en documentairemaker werkte hij jarenlang voor het Franstalige programma Striptease en maakte hij onder meer De laatste getuigen voor VTM, waarvoor hij met overlevenden van de Holocaust terug naar de concentratiekampen trok. Als politicus voor Groen zat hij in het Europees Parlement, in de gemeenteraad van Elsene en was hij een tijdlang schepen in Vorst. Hij kent Brussel als zijn binnenzak.

De laatste jaren manifesteert hij zich vooral als opiniemaker – in september verschijnt zijn nieuwe boek Mijn gedacht. Behalve over Brussel is hij altijd vlijmscherp over de problemen van de multiculturele samenleving en de islam, wat hem in progressieve kringen niet altijd in dank wordt afgenomen. “Ik ben altijd links gebleven”, zegt hij daarover. “Links heeft zich verzet tegen de verstikkende invloed van de katholieke kerk. Vandaag verzet ik mij tegen de verstikkende invloed van de radicale islam. Want die is er wel degelijk. En die moeten we bestrijden. Of er zullen nog veel gekken opstaan die zich willen opblazen in Brussel-Centraal.”

Luckas Vander Taelen: "Links heeft zich verzet tegen de verstikkende invloed van de katholieke kerk. Vandaag verzet ik mij tegen de verstikkende invloed van de radicale islam. Want die is er wel degelijk." Beeld Karel Duerinckx

Het is woensdagochtend in Brussel. Op een terras vlak bij dat station, waar nog maar net de zoveelste aanslag is mislukt, drinken we cola en thee. “Met mij kun je zowel over Brussel als over de islam praten”, lacht Vander Taelen. “Voor een interviewer is dat twee voor de prijs van één. Brussel ontploft eigenlijk op verschillende niveaus tegelijk. Als er nu niets ingrijpends gebeurt, dan weet ik het niet meer. Er moet gepraat worden.”

Laten we beginnen met Brussel. Waarover moeten we hier praten?

“Over de manier waarop deze stad wordt bestuurd. Ik las woensdag in uw krant een interessant artikel van historicus Rolf Falter, die uitlegde dat het zaad van veel kwaad is gezaaid in 1988, bij de communautaire onderhandelingen onder leiding van wijlen Jean-Luc Dehaene. Toen is een systeem gecreëerd waarbij iedereen tevreden was. Gevolg: de negentien gemeenten bleven bestaan en Brussel werd een gewest. Die constructie is zo absurd dat ze moest imploderen, net zoals je kon weten dat de DDR destijds moest imploderen.”

Wat zijn de symptomen van dat wanbeleid?

“Voorbeelden genoeg. De voetgangerszone die Yvan Mayeur als burgemeester invoerde, de omgeving van het Zuidstation waarvoor geen masterplan kan komen omdat er drie verschillende gemeenten bij betrokken zijn: elke gemeente gedraagt zich als een eiland en de gewestregering heeft daar niets aan te zeggen. Lokale potentaten, zoals Mayeur er een was, trekken zich van de rest niets aan. Dat is onbehoorlijk bestuur.”

Wist u, als oud-politicus, van de vele vzw’s en bijbehorende zitpenningen?

“Ik wist dat er veel vzw’s bestonden, maar niet dat de vergoedingen zo hoog liggen. Over de gang van zaken bij Samusocial was weinig bekend. Die organisatie werkte voor 98 procent met subsidies. En toch heeft Marc Uyttendaele, de man van Laurette Onkelinx en de advocaat van Samusocial, geprobeerd om te verhinderen dat het Brussels Parlement inzage kreeg in de manier van werken – met als argument dat de organisatie privé was, omdat ze voor 2 procent met privaat geld werd gefinancierd. Onvoorstelbaar.”

Wat moet er nu gebeuren?

“Ik vind dat Laurette Onkelinx en Elio Di Rupo allebei ontslag moeten nemen. Di Rupo als algemeen PS-voorzitter, Onkelinx als Brussels voorzitter. Zolang dat niet gebeurt, zal er niets veranderen. Ik vind het al bedenkelijk dat Philippe Close burgemeester is kunnen worden, want hij is ook niet onbesproken: hij heeft als schepen ooit zelf mee geoordeeld over de overname van het beheer van het Koninklijk Circus door een vzw waarvan hij voorzitter is. Dat kan toch niet? Maar Onkelinx en Di Rupo moeten zeker ontslag nemen.”

Omdat ze de wantoestanden kenden?

“Daar ga ik vanuit. Le Soir schrijft al jaren over de wantoestanden bij Publifin. Ook in het magazine Médor lees ik daar allang verhalen over. Publifin heeft ooit twee kranten in Zuid-Frankrijk gekocht om de Franse zakenman Bernard Tapie een plezier te doen. Met Waals overheidsgeld, nota bene. Ik ga hier niet alle affaires uitleggen, ik wil alleen maar zeggen: niemand hoefde ver te zoeken om daarover iets te lezen. En nu zeggen Di Rupo en compagnie ineens dat het allemaal onaanvaardbaar is. Ik geloof ze niet.”

Wat vindt u van de stunt van cdH-voorzitter Benoît Lutgen, die de PS aan de kant wil schuiven in alle deelstaatregeringen?

“Strategisch gezien is dat heel sterk van hem. Hij weet dat zijn partij mee ten onder zou gaan als hij zich niet van de PS afscheurt. Dat is het einde van de PS-staat, zoals de dioxinecrisis in 1999 in Vlaanderen heeft geleid tot het einde van de CVP-staat. Er moet maar een cordon sanitaire rond de PS komen, tot ze de boel hebben opgekuist. Pas als de partijtop weg is, valt er opnieuw te praten.”

Bent u zelf ooit langs de kassa kunnen passeren, als gemeenteraadslid in Elsene of als schepen in Vorst?

“Nee. Als gemeenteraadslid in Elsene werd ik in de jaren 90 wel automatisch lid van de beheerraad van een kabelmaatschappij. Het enige wat je daarvoor moest doen, was af en toe eens goed gaan eten, naar een uiteenzetting luisteren en 30.000 frank incasseren – omgerekend zo’n 750 euro. Maar ik heb dat nooit gedaan omdat ik ontslag nam als gemeenteraadslid. En in Vorst bestaat die doolhof aan vzw’s niet. Vorst is een arme gemeente met weinig patrimonium, een groot verschil met Brussel zelf.”

Gaat u ooit nog terug in de politiek?

“Ik zeg niet graag nooit, maar ik ben 59 en voel mij momenteel heel vrij en heel goed. Ik geef les aan het RITCS en aan de journalistenopleiding van de VUB, en ik schrijf columns en boeken. Dat wil ik blijven doen.”

Hoe is uw relatie met Groen vandaag?

“Ik heb geen relatie meer met Groen.”

Is de relatie kapot?

“Dat zou ik ook niet zeggen. Ik ben onlangs nog eens gaan eten met Bart Staes, met wie ik samen in het Europees Parlement heb gezeten. En ik heb veel lof voor Annalisa Gadaleta, die voor Groen schepen is in Molenbeek. Zij had een boek geschreven met kritiek op dingen die mislopen in de Marokkaanse gemeenschap in haar gemeente, onder meer de gedwongen huwelijken. Ze werd verdedigd door Groen, maar hard aangepakt door Ecolo. De fractieleider van de PS in Molenbeek vergeleek Groen met Vlaams Belang. Dat klonk mij bekend in de oren.”

Hoezo?

“Ik ken de Franstaligen erg goed. Mijn vrouw is Franstalig en ik heb enorm veel vrienden in die gemeenschap. Ik heb al vaak harde woordenwisselingen gehad met Franstaligen die vinden dat alle Vlamingen racisten zijn. En die mensen geloven dat echt. Zij hebben een onwaarschijnlijk zelfbeeld: zij zijn links en progressief en Vlamingen zijn allemaal rechts. Mij raakt dat geweldig omdat ik zo van die Franstalige cultuur hou. Ik kan er niet tegen als ik zulke idiote dingen hoor. Sommige maatregelen maken mij ook boos.”

Luckas Vander Taelen: "Ik heb al vaak harde woordenwisselingen gehad met Franstaligen die vinden dat alle Vlamingen racisten zijn. En die mensen geloven dat echt." Beeld Karel Duerinckx

Geef eens een voorbeeld?

“In Brussel-stad bestaat een reglement dat personeel verbiedt om religieuze tekenen te dragen. Maar onlangs waren er moeders met hoofddoek die in het Franstalig onderwijs aan naschoolse opvang deden. Dat kan natuurlijk niet. Voor Ecolo is dat echter geen probleem: zij vinden het discriminerend als die moeders hun hoofddoek niet mogen dragen.”

Hebben ze geen punt? Moeders die aan naschoolse opvang doen zijn toch geen officieel personeel van de stad?

“Toch vind ik dat de hoofddoek niet kan. Weet u wat ik veel commentatoren verwijt? Dat ze het grote plaatje niet zien. Je kunt zeggen dat die hoofddoek niet zo erg is. Je kunt zeggen dat het niet erg is om halal aan te bieden op school. Je kunt zeggen dat het niet zo erg is als vrouwen een boerkini willen dragen. Maar als je het hele plaatje bekijkt, moet je je zorgen maken. Ik woon al veertig jaar in Brussel en heb in die tijd veel zien veranderen. Mijn Marokkaanse vrienden in de jaren 80 noemden vrouwen met een hoofddoek begijntjes. Halal zag je nergens.”

Moslims eten toch sinds mensenheugenis halal?

“In de Koran staat dat je met de feesten halal moet eten. Maar de Iraanse ayatollah Khomeini heeft eind jaren 80 de boodschap verspreid dat halal altijd verplicht is. Zo is een bijzonder winstgevend label ontstaan: dat vandaag alles halal moet zijn, is het resultaat van een samenwerkingen tussen fundamentalisten en kapitalisten. Het label is opgedrongen door fanatiekelingen.”

Bent u bang voor de islamisering van Europa?

“Nee, maar ik ben bang dat een fundamentalistische minderheid de meerderheid haar manier van leven opdringt. Als historicus weet ik dat je minderheden niet mag onderschatten. De geschiedenis wordt geschreven door minderheden. De bolsjewieken en de nazi’s waren ook minderheden. Maar wel bijzonder overtuigend. Dat zie je nu bij moslims: de gematigden krijgen een schuldgevoel aangepraat door de fundamentalisten. Moslims moeten kritisch leren omgaan met hun bronnen.”

U bent niet zo pessimistisch als Wim Van Rooy, die de kern van de islam vergelijkt met het nazisme en eigenlijk geen hoop heeft op beterschap?

“Ik ben niet zo pessimistisch, ik geloof dat we kunnen winnen. Maar we verkeren wel in een staat van oorlog. Wij leven niet in een uitzonderlijk tijdperk dat losstaat van de rest van de geschiedenis. Fenomenen zoals godsdienstoorlog zijn niet verdwenen. We moeten toegeven dat dit oorlog is. Het is een guerrillaoorlog, en dat zijn we niet gewend, zoals de Amerikanen dat in Vietnam destijds niet gewend waren.”

Dan had de vorige Franse president François Hollande gelijk, toen hij na de aanslagen in Parijs zei dat we op voet van oorlog leven?

“Natuurlijk. Als onze burgers op straat worden neergeschoten of weggemaaid, dan is dat een oorlog. ‘Jamaar, die kerel in Nice met zijn vrachtwagen was een amateur’, zeggen sommigen dan. En dat is waar, die gast in Brussel-Centraal was ook een amateur. Natuurlijk zijn dat allemaal zotten. De nazi’s waren ook zotten. Maar het aantal aanslagen neemt alleen maar toe. Als die kerel in het station wat slimmer was geweest, had hij misschien honderd doden kunnen maken.”

Luckas Vander Taelen. Beeld Karel Duerinckx

Ondertussen zijn er ook gekken die wraak willen nemen door moslims te vermoorden, zoals onlangs in Londen nog bleek.

“Daar moeten we ook bang voor zijn. Maar ik ga niet akkoord als we dat ook terrorisme noemen, als we dat op dezelfde manier analyseren. Uiteraard is geweld tegen moslims even erg, maar we moeten toch goed beseffen dat er vooral een probleem is met de radicale, fundamentalistische islam. En er zijn nog altijd mensen die vinden dat je aan islambashing doet als je dat zegt.”

Bestaan er nog mensen die dát islambashen noemen?

“Jawel. Ik ben een islambasher of een islamofoob: dat verwijt hoor ik nog altijd. Ik vraag dan altijd een intellectuele inspanning: stel je nu eens voor dat het zou gaan over radicale katholieken in de jaren 70. Dat die constant aanslagen zouden plegen. En dat daar veel kritiek op zou komen. Zouden er dan linkse, progressieve mensen hebben gezegd dat het maar eens moest gedaan zijn met het beledigen van de katholieke godsdienst? Integendeel, iedereen die links en progressief was, zou daar tegen hebben gevochten.”

Links heeft u fameus teleurgesteld.

“Absoluut. Mijn generatie heeft altijd gevochten tegen de invloed van religie, en vandaag maken we de omgekeerde beweging mee. Tien jaar geleden schreef ik al opiniestukken over kinderen die geen hesp meer durven te eten op school, omdat andere kinderen zeggen dat ze dan naar de hel gaan, over leerkrachten die niet over de Holocaust durven te praten. Christophe Deborsu heeft ooit een reportage voor de RTBF gemaakt over de problemen met de islam in Molenbeek. Ook hij werd weggezet als islamofobe racist. Onlangs las ik dat schrijver Arnon Grunberg de discussie over onverdoofd slachten pestgedrag vindt.”

Is dat niet zo? De hoeveelheid dierenleed die wordt aangericht in de industriële vleesproductie is toch veel groter dan het leed dat de rituele slacht veroorzaakt?

“Dat is een totaal andere discussie. Ik ben lid van GAIA en vind dat we op beide terreinen moeten vechten. En je mag het niet gebruiken als argument voor de onverdoofde slacht. We mogen ons wettelijk kader niet laten aantasten door religies, of dat nu de islam is of het jodendom. Ik ben er ook van overtuigd dat een wettelijk verbod snel aanvaard zou zijn. Als er geen grijze zones meer zijn, mag het niet, punt gedaan.”

Waren politici vroeger niet bang om na te denken over de organisatie van de islam in ons land, uit angst te worden uitgescholden voor islamknuffelaar?

“Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat men ervan uitging dat politici zich niet met religie moesten bezighouden, omwille van de scheiding tussen kerk en staat. Men dacht dat de islam zoiets was als het jodendom of het christendom, iets waar men weinig last van zou hebben. Terwijl je toch moeilijk kunt ontkennen dat de islam de enige godsdienst is waarop de radicalisering de voorbije decennia zoveel impact heeft gehad. Bij ons hebben de Saudi’s via de Grote Moskee veertig jaar lang de geesten kunnen vergiftigen.”

Wat moeten we nu doen?

“Eerst en vooral de vijand goed definiëren. Wij voeren geen strijd tegen dé islam, maar tegen de radicale en gevaarlijke krachten in de islam. Ik ben een atheïst en dat wens ik iedereen toe, maar ik besef dat godsdienst nooit zal verdwijnen. Daarom moeten we veel harder werken aan een tegenoffensief, aan propaganda voor een Europese islam. En we moeten grenzen stellen, dingen afblokken, anders houdt het nooit op. Als we blijven toegeven aan hoofddoeken en halal, dan doen we vooral de radicalen een plezier.”

Nochtans vindt filosoof Patrick Loobuyck bijvoorbeeld het aanbieden van halal een vorm van redelijke accommodatie.

“Dat is typisch de redenering van een filosoof. Ik denk als een historicus. We moeten de hele context zien, en de opmars van dat fundamentalisme indijken, want het zal alleen maar gevaarlijker worden.”

Bent u bang voor ‘soumission’, dat we ons onderwerpen aan de islam, zoals de Franse schrijver Michel Houellebecq het in zijn gelijknamige boek beschrijft?

“Ja, inderdaad. Houellebecq maakt er een beetje een karikatuur van, maar ik vind dat we ons niet mogen laten doen. We moeten moslims ervan overtuigen dat ze hun teksten op een kritische manier moeten lezen. Ik had gehoopt dat de aanslagen in Zaventem een keerpunt zouden zijn, maar helaas is er nog niet veel gebeurd. We moeten trouwens ook iets doen aan de gettovorming, want vandaag zitten te veel mensen opgesloten in hun eigen gemeenschap. In Molenbeek, bijvoorbeeld, waar politici zoals Philippe Moureaux daar jarenlang van hebben geprofiteerd.”

Het islamosocialisme bestaat?

“Natuurlijk. Links heeft het oude proletariaat ingeruild voor het nieuwe proletariaat: de allochtone medemens die wordt uitgebuit en dus moet worden verdedigd, zonder dat er aandacht is voor de negatieve krachten binnen die gemeenschap. Ik hoor ook nog veel te veel dubbelzinnige taal bij linkse commentatoren. Dat integratie een aanslag is op de eigen cultuur, bijvoorbeeld – dat heb ik gelezen bij Dyab Abou Jahjah, maar ook bij Bert Anciaux. Van dat discours moeten we af. We moeten jonge mensen duidelijk maken dat dit een prachtig land is, waar iedereen veel kansen krijgt.”

Ook als je weet dat discriminatie wel degelijk bestaat?

“Ik spreek over de Brusselse realiteit. Ik weet hoe jongeren zijn, en ik ben er zeker van dat het hen niet helpt als ze op hun twaalfde al horen dat ze worden gediscrimineerd. Als je geen diploma haalt en geen woord Nederlands spreekt, is er misschien een andere reden waarom je geen werk vindt. Begrijp me niet verkeerd: als er sprake is van discriminatie moet die natuurlijk worden bestreden.”

Nu bent u de debatfiches van de N-VA aan het voorlezen.

“Maar wat wilt u dan dat ik zeg? Natuurlijk ben ik tegen discriminatie, ik ben ook voor praktijktesten, voer die maar in. Maar ik probeer ook een ander element in de discussie te brengen: er zijn weinig landen waar je zo veel kansen krijgt. Toen ik afgestudeerd was, gooide men ook niet met jobs naar mijn hoofd. Maar ik vond niet dat ik werd gediscrimineerd omdat ik rood haar heb of uit Aalst kom. Spreekt gerust over discriminatie, maar laten we ook spreken over een gebrek aan werkethiek bij sommige jongeren, die jobs weigeren omdat ze anders te vroeg moeten opstaan.”

Sinds uw felle kritiek op de multiculturele samenleving en de islam bent u bij sommigen ter linkerzijde uit de gratie gevallen. Heeft u daar nog last van?

“Nog altijd, ja. Weet u wat ik zo verschrikkelijk vind? Ik ga vaak spreken, maar ik word nooit meer uitgenodigd door een uitgesproken progressief gezelschap. Organisaties die mij uitnodigen zijn meestal rechts of centrumrechts – van de Vlaamse Volksbeweging over het Davidsfonds tot de N-VA. Ik word in die kringen altijd goed ontvangen. Ik denk niet dat ik een rechts discours heb. Ik ben nog altijd links, en wat ik zeg wordt gedragen door een groot deel van de bevolking, daar ben ik van overtuigd.”

Tegelijk heeft uw islamkritiek u op de kaart gezet. U heeft veel voor De Standaard geschreven, heeft een column in De Tijd, en nu staat u nog eens in De Morgen.

“En toch voel ik dat bepaalde media mij zeker niet te veel aandacht willen geven. Mijn tv-optredens waren de voorbije jaren op de vingers van één hand te tellen. Ik trek mij dat niet aan, ik heb een aangenaam leven, maar soms doet het wel een beetje pijn dat ik niet word gevraagd in kringen waar ik mij thuis voel. Soms ben ik ergens te gast en vraag ik mij af wat ik daar zit te doen.”

Waarom dan precies?

“Ik sta ervan te kijken hoeveel mensen die naar lezingen van de N-VA of de Vlaamse Volksbeweging komen nog nostalgie hebben naar het Vlaams Blok. Sommigen onder hen zouden nog altijd het liefste willen dat we die ‘vreemdelingen’ terug naar huis sturen. Dat ranzige sfeertje van het Vlaams Blok hangt daar nog altijd. Ik herinner mij dat sfeertje erg goed, want ik heb in de jaren 80 als journalist verschillende reportages gemaakt over Filip Dewinter. Met dat racisme wil ik niets te maken hebben.”

Tot slot: de felste islamcritici, zoals Filip Dewinter, Benno Barnard en Wim Van Rooy, verdragen geen greintje kritiek op Israël. U wel?

“Ik ken de geschiedenis van de Holocaust erg goed, en ik weet dus ook waarom Israël er is gekomen. Ik beschouw het als een democratisch land, maar heb wel degelijk kritiek op de rechtse regering en de nederzettingenpolitiek. Maar het is één ding om kritiek te hebben op Israël, je moet ook weten wie er aan de overkant staat: Hamas heeft als doel om Israël te vernietigen. Als ik dan lees dat Abou Jahjah vindt dat verzet moet kunnen by all means necessary, dan is dat een gevaarlijke uitspraak, waarmee hij ook hier jonge mensen op heel verkeerde ideeën kan brengen. En de problemen zijn al groot genoeg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden