Vrijdag 15/11/2019

Interview

Lieve Blancquaert: "Wat ga je doen als je partner een scheve schaats rijdt?"

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: fotografe Lieve Blancquaert (54). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Jonger dan ik ben. Ik ben nu 54 en ik voel mij 32 of 33.

“Als ik ’s morgens wakker word, kom ik vaak uit een soort diepte en weet ik niet goed waar ik ben. Ik ben heel vaak weg in het buitenland en vraag me dan af in welk bed ik lig, wie ik ben, wat ik daar doe en hoe oud ik ben. Mijn leven speelt zich dan als een sneltrein voor mijn ogen af. En dan bedenk ik: wanneer is dat allemaal gebeurd en vooral: waar is die tijd naartoe?

“Het verschil tussen je innerlijke en je uiterlijke leeftijd zie je pas als je in de spiegel kijkt. Dat is wel schrikken. We zijn zo geobsedeerd door ons uiterlijk. Dat is zo jammer aan onze cultuur. We beperken onze eigen vrijheid om oud te worden. We bepalen zelf dat we niet goed genoeg meer zijn. Daar wil ik me heel hard tegen ­verzetten. Dat maakt mij boos. Ik ben niet van plan om vanaf nu tot aan mijn dood in een soort van negativiteit te leven en ik wil niet dat de maatschappij mij dat oplegt.”

2. Wat vindt u uw belangrijkste eigenschap?

“Ik denk mijn doorzettingsvermogen. Ik herinner me dat ik eigenlijk niet zo veel talent had. Toen ik in het KASK zat, waren er anderen met ongelooflijk uitgesproken talent. Ze kwamen uit de donkere kamer met fantastische foto’s. Van die mensen heb ik nooit meer iets gehoord, dat is zo spijtig. Je kunt enorm getalenteerd zijn maar weinig doorzettingsvermogen hebben. Bij mij is het omgekeerd. Ik ben daar zeer eerlijk in. En dat is daarom niet minder belangrijk.”

3. Wat is uw grootste passie?

“Fotografie. Het is mijn passie om beelden te maken, verhalen te ­brengen die iets in beweging zouden kunnen zetten. Mijn colère zet mij aan om dingen te doen. Als ik geen woede voel, krijg ik mezelf niet in gang. Ik moet de noodzaak echt zien. Machtsmisbruik, onderdrukking, ongelijkheid zijn thema’s die me heel erg raken.”

4. Wat beschouwt u als uw ­grootste prestatie?

“Mensen bewust maken van wat er leeft in de wereld. Mensen raken, emotioneren, vooroordelen weg­halen met de verhalen die ik breng. Iedereen heeft vooroordelen vanuit zijn eigen cultuur, over alles en iedereen. Interessant wordt het als je die vooroordelen kunt begrijpen, als je jezelf kunt begrijpen, maar ook kunt begrijpen waarom een ander iets doet.

“Ik had bijvoorbeeld een enorme woede tegenover vaders die hun ­kinderen uithuwelijken. Maar als je die vaders probeert te begrijpen, wordt het interessant, veel interessanter dan in woede te blijven steken. Dat meegeven, vind ik geweldig. Bijna antropologisch proberen te begrijpen waarom we de dingen doen zoals we ze doen.

Lieve Blancquaert: "Ik heb een extra zintuig om op tijd weg te lopen van mensen die niet goed zijn voor mij." Beeld Stefaan Temmerman

“De druk van de traditie kan heel groot zijn. Zo is het heel moeilijk voor ons om te begrijpen waarom een besnijdenis gebeurt. Maar proberen te begrijpen biedt veel meer perspectieven dan zomaar te veroordelen. In het begrip ligt de sleutel tot verandering. Als je snapt waarom, kun je ­misschien een schakel vinden om je denken proberen om te draaien. Iets begrijpen geeft mij een euforisch geluksgevoel.

“Toen ik in het begin samenwerkte met regisseur Filip Lenaerts, zei hij plots: ‘Je moet wel luisteren, hè’, en hij had gelijk, ik was alleen maar met mezelf bezig. Dat is de belangrijkste opmerking die iemand mij ooit ­gegeven heeft. Want als je niet luistert, denk je bij voorbaat te weten waar je uit moet komen, blijf je steken in je eigen visie. Ik heb woede nodig om in gang te schieten, maar tegelijk wil ik er voorbij geraken. Luisteren naar de ander is heel belangrijk.”

5. Wat was het gelukkigste moment in uw leven?

“Iemand vinden met wie ik een gezin kon opbouwen. Dat heeft uiteraard te maken met mijn persoonlijke verhaal. Welke vader geef je aan je kinderen? Die man tegenkomen, zeker zijn dat hij het goed zal doen, en dan die beslissing nemen, vond ik een topmomentje. (lacht)

“We waren een jaar samen toen ik zwanger was. Ik realiseerde mij zeer goed: ik heb geen enkele garantie in die relatie, maar hij zal een goede vader zijn. Misschien is dat de vraag die vrouwen zich meer zouden ­moeten durven stellen: zal hij een goede vader zijn? Ik heb het soms zo moeilijk met vrouwen die kiezen voor foute vaders.

“Mocht ik nu sterven, ik ben tenminste gerust dat mijn kinderen in goede handen zijn.”

6. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Als de dingen schoon samenvallen. Je staat op, je komt in de keuken, iedereen is thuis, de kranten liggen er, de radio speelt, er is de geur van ­koffie. De tijd die ik samen met mijn gezin doorbreng. Misschien omdat het heel weinig gebeurt. Dit gezin rent van hot naar her.”

7. Wat is uw grootste zwakte?

“Mijn ongelooflijk grote bek. Ik maak weleens brokken. Maar ik kan ook wel sorry zeggen, ik kan makkelijk mijn excuses aanbieden. Als je hard durft te reageren, moet je ook sorry kunnen zeggen. Maar ik ben zeer rechtuit, dat kan soms kwetsend overkomen. Mijn moeder zei altijd: ‘Draai je tong toch eerst zeven keer rond voor je iets zegt.’

“Toch heb ik niet het gevoel dat ik ­vijanden heb. Ik sleep mijn vrienden al heel lang mee. Ik werk ook graag met mensen die ik kan vertrouwen, ik beschouw ze bijna als mijn familie. Je bent beter af met mensen die je kunt vertrouwen, zij halen het beste uit je. Ik geloof in langetermijnrelaties en koester ze.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Spijt, wat heb je daaraan? Wat als? Daar kan ik niet zo goed tegen. Het zijn dikwijls zagen die spijt hebben. Ik heb een extra zintuig om op tijd weg te lopen van mensen die niet goed zijn voor mij. Je hebt gevers en zuigers, en dat voel ik direct. Ik ben bang van zuigers en zal mijn hart niet aan hen geven.”

9. Wat is uw grootste angst?

“Mijn kinderen verliezen. Ik moet eerst sterven, dat is de meest ­logische weg. Ik zou niet weten hoe ik met de dood van een van mijn ­kinderen om zou moeten gaan. Hoe sta je op en hoe ga je dan slapen?”

10. Waarvoor wilt u vechten?

“Tegen machtsmisbruik.”

11. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?

“Zeker bij een film. Ik kan weleens blèten uit colère, maar echt breken van verdriet is heel lang geleden. Ik vind de actie op zich, het fysieke van huilen de max. Op een druilerige zaterdag kan ik heel luid voor de tv zitten huilen, met veel tranen en snot. Ik vind dat zeer zuiverend. Alsof je nieuwe zuurstof gekregen hebt.”

12. Wanneer schrok u van uzelf?

“Toen ik als klein meisje een mes naar mijn broer gooide en zijn vinger raakte. Mijn broer was een pestkop, hij kon het bloed onder je nagels vandaan halen. Hij kan nog altijd zijn vinger niet helemaal plooien. Soms doet hij zo naar mij (
toont fuckfinger). (lacht)

“Nu gooi ik nog soms, maar dan wel op de grond. Ik kan soms zeven borden tegelijk uit de kast halen en ze tegen de grond smijten, dat vind ik heerlijk. Dat doet echt deugd. Ik heb het niet zo lang geleden nog gedaan. Maar ik kuis ze wel zelf op en zal ook zelf weer nieuwe kopen.” (
lacht)

13. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ga weleens vaker door het lint. Voor mij heeft dat niet veel betekenis. Ik heb een kort lontje, maar als ik me omdraai, is het voorbij. Ik hou wel van de theatraliteit van de woede. Ik heb liever iemand die roept dan iemand die zwijgt. Zwijgen vind ik verschrikkelijk. Ik ga tien minuten ongelooflijk uit mijn dak, het klettert aan alle kanten, de borden vliegen door de keuken, er volgt een explosie, maar dan is het wel gedaan. Ik kies voor de hevige emotie; wat dat betreft ben ik heel impulsief. Iedereen uit mijn omgeving kan daar wel mee om, denk ik. Ik heb altijd wel op de top van mijn hormonen geleefd. (lacht)

“Of ik niet alle ruimte zelf opvul met mijn kwaadheid en de ander daardoor niet de kans geef om ook boos te zijn? Dat zou kunnen, ja. Het is een vorm van narcisme.

“Als Nic (Balthazar, partner van Lieve, red.) kwaad wordt, vind ik dat heel raar. Dan denk ik: hey, kwaad worden, dat is wel mijn terrein, hè.” (lacht)

14. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Muziek, van ABBA tot het Stabat Mater, mijn waaier is superbreed.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee, ik weet niet wat dat is. Het gevoel dat God bij je was of zo? Nee. Ik kan daar geen antwoord op geven. Maar ik respecteer het geloof van de ander. Ik kan niet goed verdragen dat niet-gelovigen zich soms superieur voelen en gelovigen veroordelen. Ik vind dat een vorm van discriminatie. Mensen hebben het recht om te geloven of niet te geloven wat ze ­willen.

“De spot drijven met geloof is gemakkelijk. Dat stoort mij geweldig. Je hebt een pen, je kunt schrijven, je beschikt over een medium en ventileert je dedain over mensen die geloven, dat is een vorm van machtsmisbruik. Het zelfbeschikkingsrecht is het belangrijkste recht dat we hebben.”

Lieve Blancquaert: "Over ontrouw heb ik met mijn man een afspraak gemaakt: ik wil het niet weten, ik ben gelukkiger als ik het niet weet." Beeld Stefaan Temmerman

16. Wat biedt u de ultieme ontspanning?

“Massages. Ik ben ongelooflijk gesteld op aanrakingen. Fysiek contact is voor mij heel belangrijk.”

17. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Ik ben blij met mijn lichaam, maar als ik het zelf had mogen tekenen, zie ik wel wat mankementen. Ik zou heel graag kleine borsten hebben. Vrouwen die grotere borsten willen, heb ik nooit begrepen: borsten zijn pure ballast. Al die vrouwelijke elementen hoeven voor mij niet. Ik probeer zorg te dragen voor mijn lichaam, maar zie natuurlijk wel dat het verandert. Ik weet ook dat de spiegel ongelooflijk liegt. Ik zie mezelf altijd op dezelfde manier in de spiegel kijken en besef dat ik mezelf bedrieg. Maar dat is oké, it’s all in the mind.” (lacht)

18. Wat vindt u erotisch?

“Mijn eigen fantasieën. Sommige literatuur ook. Iets erotisch lezen vind ik interessanter dan iets erotisch zien. Porno vind ik vreselijk. Dat is altijd zo fel uitgelicht en dan worden die lichamen zo lelijk.

“Als jong meisje heb ik Anaïs Nin gelezen, dat vond ik zeer prikkelend. Je kunt zelf je verbeelding de vrije loop laten, invullen hoe die mensen eruitzien. Van porno krijg ik de slappe lach. Ik vind het eigenlijk wat vuil, waarschijnlijk ben ik er te preuts voor.”

19. Wat is uw goorste fantasie?

“Níét dat ik het met een paard wil doen. (lacht) Ik heb geen gore fantasieën. Al mijn fantasieën zijn haalbaar, ze hebben een schoonheid in zich. Ik heb geen machtsfantasieën, over bondage of zo. Als ik er nog maar aan denk, word ik al slecht.”

20. Welk dier zou u willen zijn?

“Een paard. Of een hond. Of nee: twee hondjes. Ik wou dat ik twee hondjes was, dan konden we samen spelen.” (lacht)

21. Aan wie bent u schatplichtig?

“Michiel Hendryckx. Ik heb les van hem gehad en heb drie jaar in zijn huis gewoond. Hij heeft mij niet alleen leren kijken, maar ook leren koken. Michiel was een soort vader voor mij. Hij heeft mij op de rails gezet. Hij heeft er trouwens voor gezorgd dat ik mijn eerste opdracht voor De Morgen kon maken.” 

22. Hoe is/was de relatie met uw ouders?

“De relatie met mijn moeder is echt goed. Ze heeft mij in alles gesteund en is misschien wel mijn grootste fan. Toen ik fotografie wilde studeren, zei ze: ‘Je moet je hart volgen.’ Nooit heeft ze gevraagd of ik daar wel van zou kunnen leven. Dat vind ik schoon. Ze heeft vier kinderen alleen opgevoed, ik ben haar zeer dankbaar. Ze is nu 86, en komt nog iedere week mijn strijk doen. Ik heb nog nooit zelf gestreken. (lacht)

“Over mijn vader spreek ik liever niet.”

23. Aan wie hebt u leed ­berokkend?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Het kan natuurlijk niet anders dan dat ik mensen verdriet heb gedaan. Ik heb ook mannen in de steek gelaten en zal wel mensen pijn gedaan hebben. Leed berokkenen vind ik nogal zwaar geformuleerd. Niemand is perfect. Iedereen maakt fouten, soms kwets je mensen al gewoon door foute communicatie.

“Nu ik eraan denk: er is een man die mij vaak berichtjes stuurt: ‘Gij burgertrut, zijt ge daar weer met uw kop op tv.’ Die man berokken ik waarschijnlijk wel veel leed.” (lacht)

24. Welke eigenschappen waardeert u in anderen?

“Humor. Humorloze mensen, daar word ik slecht van. Humor kan je redden. Mocht er geen humor zijn tussen Nic en mij, ik zou het niet kunnen trekken. Oprechtheid ook. Oprecht zijn tegenover vrienden is niet makkelijk, maar als je daar de juiste toon voor vindt, vind ik dat wel schoon.”

25. Hoe definieert u liefde?

“Veel mensen verwarren liefde met bezit. Liefde is loslaten. Ik zou nóóít samen kunnen zijn met iemand die mij wil bezitten, daar loop ik van weg. Liefde is vrijheid. Ook je kind is je bezit niet. Het is een individu op zich en geen verleng­stuk van jezelf.

“Je kunt niet afdwingen dat iemand voor de rest van je leven exclusief van jou zal houden. Kun je je partner kwalijk nemen dat hij plots iets voelt voor iemand anders? Over ontrouw heb ik met Nic een afspraak gemaakt: ik wil het niet weten, ik ben gelukkiger als ik het niet weet. Dat is een heel gemakkelijke oplossing. Want wat ga je doen als je partner een scheve schaats rijdt? Als je het niet weet, brengt het ook geen onrust.

“Je man is je man niet en je kind is je kind niet, zeker? Zo voel ik het.”

26. Hoe wilt u bemind worden?

“In vrijheid.”

27. Welk maatschappelijk probleem kan u woedend maken?

“Machtsmisbruik.

“Onlangs keerde ik met het vliegtuig terug van Kinshasa. Die stad is als een bom. Ik noem het de hel: overal zie en voel je corruptie en misbruik. De Libanezen hebben er de macht overgenomen en hebben er heel wat business in handen. Een nieuwe vorm van kolonisatie, zou je kunnen zeggen.

“De vlucht zat vol zwarten. Twee rijen achter mij zat een Libanees, die te kennen gaf dat hij een betere plek wilde. Er ontstond commotie, waarop de Libanees riep: ‘Jullie vuile, zwarte honden!’ Hij dacht dat hij hen kon afdreigen omdat hij machtiger was, maar het ontaardde in een gevecht. Echt bangelijk.

“Onderdrukking, daar word ik woedend van. Ik heb zo veel jonge meisjes gezien die verkracht zijn, zwanger zijn en in een land wonen waar gevangenisstraffen staan op abortus. Altijd opnieuw rijst de vraag: waarom moeten vrouwen als minderwaardig behandeld worden, nog altijd, ook bij ons? Als ik daar iets aan zou kunnen doen, zou ik dat fenomenaal vinden. Sommigen vinden dat ik op dat vlak al wat keien verlegd heb, maar ik ben daar redelijk gefrustreerd over. Je kunt niet op tegen grote systemen, vrees ik. Ik ben daarin pessimistisch.”

28. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ja, iedereen denk ik. Vanuit je ­cultuur krijg je veel vooroordelen mee. Toen ik naar school ging, was er niemand met een andere kleur. Ik herinner me dat ik eens een zwarte straatverkoper tegenkwam en ik schrok. Hij zei: ‘N’ayez pas peur de l’homme noir devant vous.’ Is dat racisme? Nee misschien, maar racisme kan wel gevoed worden door angst. En hij had gelijk: ik was bang. Het is maar door de ander te leren kennen dat je van die angst af geraakt.

“Racisme zit overal, in elk ras. Ik denk dat het een soort universeel basis­gevoel is tegenover het andere, het onbekende. We zijn islamofoob omdat we die cultuur niet begrijpen. Maar we gaan toch moeten leren omgaan met elkaar, er is geen weg terug. Dat zou deel moeten uitmaken van de opvoeding van onze kinderen. Op scholen blijft het moeilijk: kinderen met een andere taal of andere achtergrond trekken in kliekjes met elkaar op. Het blijft een uitdaging om ze met elkaar te kruisen.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Verdwijnen op het platteland, dat vind ik vakantie. Een groot huis huren, koken, boeken lezen, en iedereen mag afkomen. City­trips zeggen mij weinig.”

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Door te recycleren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234