Vrijdag 29/05/2020

InterviewDe vragen van Proust

Lauren Versnick (26): ‘Ik heb nogal wat onderzoek gedaan naar wat voor partner ik wilde’

Lauren Versnick : 'Ik heb altijd al binnen de lijntjes gekleurd. Behalve in de liefde, daar schoot ik alle kanten op.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Achtentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: model en producer Lauren Versnick (26). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Oei, jullie vallen met de deur in huis. (lacht) Ik voel me wel mijn leeftijd, denk ik. Zesentwintig dus. Charlotte Timmers (Belgische actrice, red.) zegt altijd dat ik een jong veulen ben, zo zie ik me ook. Ik vind dat wel een mooie omschrijving.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben een doorzetter. Als ik iets in mijn hoofd heb, dan moet het ook gebeuren. Of dan zál het ook gebeuren, waarmee ik niet wil zeggen dat alles lukt in mijn leven. Maar ik hou niet van het idee: had ik maar dit, of had ik maar dat.

“Een voorbeeld? Toen ik zestien was droomde ik ervan om op de cover van de Amerikaanse Vogue te staan of deel te nemen aan de Fashion Week. Maar al die modellen waren zo mager! Dat was een moeilijke battle, want ja, hoever ga je daarin? Ik sport en eet gezond maar door mijn constitutie kon ik nooit echt mager worden. Daar zit veel dualiteit in, want je wil je dromen realiseren én tegelijk niet ziek worden. Mijn moeder was daar bezorgd over omdat je uiteraard niet wil dat je kind anorexia ontwikkelt. De juiste balans voor mezelf vinden heeft toen veel doorzettingsvermogen gevraagd.

“Ik heb altijd veel discipline gehad. Ik heb zoveel bewondering voor hoe mijn ouders in het leven staan, voor wat zij bereikt hebben, dat ik omgekeerd ook wil dat zij trots op mij kunnen zijn.”

BIO

• geboren in 1994 • actrice, producer en model • dochter van Lynn Wesenbeek en voormalig politicus Geert Versnick • vertolkte een rol in Studio Tarara • was producer van het tweede seizoen van VTM-programma Hoe zal ik het zeggen? • heeft een relatie met komiek Jens Dendoncker

3. Wat is uw passie?

“Mijn werk. Als ik een week niet kan werken, word ik zot, loop ik de muren op. Als je werkt voel je dat je leven een richting heeft. Je bouwt aan je dromen en je voelt dat je vooruitgaat. Ik weet ook wel dat stilstaan of eens een stap achteruitzetten per definitie niet slecht is, maar in mijn jonge brein dat zo staat te trappelen om al mijn dromen na te jagen, voelt dat soms wel zo.”

4. ‘Blijf in uw kot’, wat doet dat met u?

“Een groot deel van ons werk is weggevallen maar Jens (Dendoncker, comedian, red.) en ik proberen ons op een creatieve manier bezig te houden, en dat is wel een fijne uitlaatklep. Daarnaast facetimen we veel met onze vrienden en familie. Ik ben wel bang voor mijn oma en tante omdat ze tot de risicogroep behoren. Ik ga één keer per week boodschappen brengen, en dan ontsmet ik alles voor ik het bij hen op de stoep zet. (lacht)

“Ik hoop vooral dat de solidariteit die er nu is en het applaus voor de mensen die de rekken vullen, in de ziekenhuizen werken, het vuilnis ophalen, de post bezorgen en noem maar op, blijft. Door hen draait dit land momenteel. Ik hoop dat we hen na deze crisis niet vergeten. Op sociale media zie ik vaak #strongertogether; ik hoop dat we hier na de crisis ook aandacht aan blijven besteden en dat we ook onze lokale winkeliers niet vergeten.”

'Als iets mij raakt, breekt mijn stem. Dan weet ik: nu ga ik schreien.'Beeld © Stefaan Temmerman

5. Hoe is de band met uw ouders?

“Heel goed. Al hebben mijn ouders wel geluk gehad met ons denk ik, want wij waren makkelijke kinderen. Ik heb zelfs nooit echt gepuberd. Op mijn zestiende bijvoorbeeld belde ik nog naar mijn mama om te vragen of ik een cola mocht nemen. (lacht) Toen zei zij: ‘Lauren, je bent zestien, je kunt echt wel zelf beslissen of je al veel cola gedronken hebt of niet.’

“Ergens hoop ik dat mijn puberteit nog komt; ik heb altijd heel hard binnen de lijntjes gekleurd. Behalve in de liefde, dat schoot alle kanten op. (lacht)

“Mijn ouders zijn er ook in geslaagd, ook al waren ze niet meer samen, om een warm nest te creëren en een vertrouwensband met ons op te bouwen. Alles was bespreekbaar. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik met iets zat dat ik niet kwijt kon.

“De moeder van mijn mama is vroeg gestorven en mijn papa is zijn vader verloren toen hij twee jaar was, waardoor ze allebei van jongs af hun eigen pad gemaakt hebben. Daardoor hebben ze, denk ik, ook aan ons de vrijheid gegeven om onszelf te ontdekken en uit te zoeken waar onze interesses lagen. En uiteraard stimuleerden ze alles waar we goed in waren. 

“Omdat ze zo goed overeenkwamen en elkaar bleven steunen heb ik lang niet begrepen waarom ze eigenlijk gescheiden waren. Ik vroeg me telkens af wat het probleem was. Met mijn papa heb ik dat gesprek lang niet kunnen voeren omdat ik altijd begon te huilen. Als iets mij raakt, breekt mijn stem. Dan weet ik: nu ga ik schreien. Maar ik wilde erover kunnen praten zonder hem een schuldgevoel te geven. Want natuurlijk, als je als ouder je kind ziet huilen denk je direct dat jij de oorzaak bent, maar dat was niet zo. Ik wilde erover kunnen praten als twee volwassenen en dat heeft lang geduurd, tot vijf jaar geleden, denk ik.

“Ik heb altijd bij mijn mama gewoond, dus uiteraard lag dat anders. Als je samen onder hetzelfde dak woont, komen die gesprekken weleens vanzelf. Mijn mama had ook geen partner, dus we konden wat vrijer spreken. Maar voor alle duidelijkheid: ik neem hen niets kwalijk. En wat kun je er meer over zeggen dan dat je het jammer vindt?

“Of ik het nu begrijp? Niet helemaal. Ik geloof wel dat je uit elkaar kunt groeien, maar ik denk dat als je geduld hebt dat je weer naar elkaar toe kunt groeien. Ik besef dat het een moeilijke oefening is om samen te blijven op het moment dat het leven echt dit doet (maakt tweespaltbeweging) en ik hoop dat ik het zelf niet moet meemaken.”

Beeld © Stefaan Temmerman

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Ondanks de crisis waarin we ons nu bevinden, beschouw ik het leven als een cadeau, maar wel eentje waar we goed zorg voor moeten dragen.

“Ik heb het voorrecht om gezond te zijn, ik heb lieve ouders, ik heb altijd de dingen kunnen doen die ik graag doe. Er is nog geen groot struikelblok op mijn pad gekomen. Ik kan dus niet anders dan ja antwoorden op die vraag.

“Het leven is al lief geweest voor mij, maar los daarvan leef ik ook graag. Ik sta elke morgen met plezier op. Ik ben geen doemdenker. Ik kan ook niet piekeren. Als je het probleem niet hebt kunnen oplossen voor je gaat slapen, ga je dat ’s nachts ook niet kunnen. Ik focus liever op een goede nachtrust, zodat ik de volgende dag opnieuw met goede moed kan beginnen.

“Ik leef het leven graag en hoop dat als ik 80 ben, ik voor het raam kan zitten met de zon op mijn gezicht en zal denken: damn, what a life! Ik wil echt alles uit het leven gehaald hebben.”

7. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Een 9 op 10.”

8. Welke kleine gebeurtenis kan u blij maken?

“Mijn katten, Maurice en Toulouse. (lacht) Als ik ‘s morgens opsta zitten ze met twee voor de deur te kwispelen, bijna als honden. Dan kronkelen ze zich langs mijn benen en kiezen ze elk een plekje, liefst zo ver mogelijk van elkaar, om zich te laten strelen.

“Karakterieel lijken ze op ons. Maurice probeert van alles uit, en als het niet lukt, dan valt hij desnoods. Net zoals ik. En Toulouse heeft meer van Jens. Altijd afwachtend en liever de kat uit de boom kijken.” (lacht)

9. Wat is uw zwakte?

“Mijn zwakte is tegelijk mijn sterkte. Dat absoluut willen doorzetten. Ik ben een Ram en die ramkracht kan voor mijn omgeving soms vermoeiend zijn.

“Omdat ik zoveel wil doen, heb ik ook eindeloos lange to-dolijsten. Ik gun mezelf geen rust en zeg nooit nee. Ik put kracht en energie uit alles wat ik doe, maar tegelijk besef ik dat het soms te veel wordt, ook al zal ik dat niet toegeven. Mijn moeder waarschuwt soms dat ik een burn-out zal krijgen.”

Beeld © Stefaan Temmerman

10. Waar hebt u spijt van?

“Ik was een jaar of tien en en was met mijn papa en zus op reis, waar ik al snel een nieuw vriendinnetje had gemaakt. Ik herinner me nog dat ik samen met dat meisje in een boom aan het klimmen was en mijn zus vroeg of ze mocht meespelen. Vanuit de top van de boom draaide ik me om en zei ik: nee, jij mag niet meedoen. Zo hard. (geëmotioneerd) Raar dat je zo cru kan zijn tegen je eigen zus. Als ik daaraan terugdenk doet het mij nog altijd wat. Sorry. Te weinig geslapen deze week.”

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Daarnet dus. Ik kan mijn tranen niet verbijten, dat lukt niet. Huilen is voor mij geen ventilatie van ongelukkig zijn. Het is mijn manier om de overtollige energie uit mijn lijf te laten stromen. Ik zet even een klepje open, daarna kan ik weer verder.”

12. Wat is uw grootste angst?

“Dat de mensen die ik graag zie zouden doodgaan. Zoals mijn oma die nu 90 is, maar mentaal nog erg sterk. Ik mag er niet aan denken dat haar iets zou overkomen. Ik hou haar echt gaande. Daarmee bedoel ik dat ik haar dagelijks onder zachte dwang een halfuur doe wandelen omdat ze een moeilijke bloeddoorstroming heeft. Mocht ik haar nog twintig jaar kunnen schenken via bloedtransfusie, ik gaf haar elke dag mijn bloed.

“Ik kan me ook slecht voelen als ik weet dat mijn ouders of zus nog laat de baan op zijn. Dan ben ik echt superongerust, alsof een blok beton op mijn borst drukt.

“Daarom vind ik Find My Friends een topapp. Ik deel die met Jens, mijn ouders, mijn zus en een paar vriendinnen. Zo zie ik waar iedereen zit. Dat stelt mij gerust. (toont app) Kijk, mijn beste vriendin zit op haar werk, Olli (Olga Leyers, red.) is thuis, mijn zus is thuis, en mijn mama heeft haar gsm afgezet.” (lacht)

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Vroeger noemden mijn liefjes mij de ijskoningin. Je krijgt me niet makkelijk kwaad. Ik probeer mijn emoties zo weinig mogelijk te laten afhangen van het gedrag van een ander. Toen ik bijvoorbeeld ooit ontdekte dat een vriendje mij had bedrogen, ben ik kalm gebleven. Natuurlijk had ik verdriet, maar ik wens geen ‘lijdend voorwerp’ te zijn van wat een ander doet.

“Het enige waarvoor ik door het lint ga, zijn koude frieten. Je haalt frieten bij de frituur en de verkeerslichten springen niet op groen. Dan word ik zot. Jens zegt dat ik dan in een beest verander.” (lacht)

Beeld © Stefaan Temmerman

14. Welk boek zou u iedereen aanraden?

The Fault in Our Stars van John Green, over twee jonge mensen van 19 die kanker hebben. Zij heeft longkanker en hij botkanker. Op een gegeven moment houden ze een soort voorbereidende begrafenis voor hem onder vrienden, omdat hij heel graag haar speech wil horen. En zij zegt: ‘Ik ben geen wiskundige, maar ik weet wel dat er oneindig veel getallen zitten tussen nul en één. Je hebt nul komma één, nul komma één één, nul komma één twee, en ga zo maar door. Ik wenste dat ik meer getallen gekregen had binnen onze beperkte oneindigheid en dat jij er nog meer had gekregen, maar ik ben zo dankbaar om wat wij samen gehad hebben. In ons beperkt aantal dagen heb je mij de wereld gegeven, heb je mij de eeuwigheid geschonken.’ Het is een jeugdboek maar ik heb echt gehuild toen ik dat las.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Zo’n openbaring? Neen. Ook geen spirituele ervaring, daar ben ik te nuchter voor.”

16. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik denk dat ik strenger naar mijn lichaam kijk dan leeftijdsgenoten omdat het deel uitmaakt van mijn job. Als je als model niet in de kleren past houdt het op. Ik heb nooit anorexia gehad, maar ik heb er wel mee gestruggeld. Zo heb ik ooit met mijn mama geruzied omdat ze de vis in boter had gebakken en niet in olijfolie. Dat was wel op een moment dat ik tien kilo minder woog dan nu. En toch was ik in de modellenwereld altijd de dikke, altijd. Dat was lastig.

“Ik herinner me nog tijdens een casting dat een model mij kruiste en zei: ‘Ah neen, de casting voor de plussize modellen is die kant op.’ (lacht) Nu kan ik daarom lachen, maar toen was dat wel confronterend.

“Dus hoe vind ik mijn lichaam? Niet mooi en niet lelijk. Ik probeer niet te lang in de spiegel te kijken, anders zie ik al de imperfecties.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Niet het open en bloot. Porno, dat snap ik niet. Nooit langer dan twee minuten naar kunnen kijken. Wat dan wel? De chemie tussen jezelf en je partner als je naar elkaar kijkt. Er mag wel wat geheimzinnigheid bij.”

Beeld © Stefaan Temmerman

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Hoezeer ik hier ook over nadenk, ik heb geen idee. Ik heb zelfs mijn vader gebeld om mij te helpen met die vraag. Wat hij zei? Dat ik mij eens zou willen overeten aan chocolade.” (lacht)

19. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Passiemoord? Of gewoon moord. Mocht iemand mijn familie iets aandoen, verlies ik mijn zinnen. Ik zou wel nooit mikken naar het hoofd of het hart. Ik zou nooit de intentie hebben om te doden.”

20. Hoe definieert u liefde?

“Als een gevoel van veiligheid. Want je geeft je letterlijk en figuurlijk bloot aan elkaar.

“Binnen het respect van een relatie moet je elkaar wel vrijheid geven. Ik vind het leuk om samen dingen te doen, maar wil ook tijd om mijn eigen dromen na te jagen. Zo heb ik onlangs audities gedaan om gedurende acht weken een summerschool te volgen aan de American Academy of Dramatic Arts in New York. Ik ga dat niet laten omdat ik hier nu gesetteld ben.

“Nee, als de opportuniteit zich voordoet, ben ik klaar om uit te vliegen, om daarna weer terug te komen naar deze veilige plek. Ik vind dat je nog altijd je vleugels moet kunnen uitslaan.”

21. Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Ik was doodsbang. Ik was 16, superverliefd, hij 19. Ik durfde hem niet te kussen. Ik was zo bang om het verkeerd te doen. Telkens als ik hem zag dook ik weg achter een auto. Uiteindelijk zijn we eens samen naar de cinema geweest. Ik had een vriendin meegenomen omdat ik niet alleen durfde te gaan. Anderhalf uur lang heeft ze op mijn been zitten duwen, van: allee allee, komaan. De dag nadien had ik een blauwe plek. (lacht) Het heeft dan nog maanden geduurd voor we gekust hebben.”

Beeld © Stefaan Temmerman

22. Bent u een goede vriend?

“Ik denk het wel. Ik sta altijd paraat voor de mensen die dicht bij mij staan.”

23. Hoe zou u willen sterven?

“Ik vind dat een moeilijke vraag als je nog zo jong bent. Ik ben ook niet goed in afscheid nemen, maar ik zou iedereen wel nog eens goed willen vastpakken en bedanken. Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Mijn lievelingseten is een goeie spaghetti van mijn mama, sushi en frieten. En melocakes.” (lacht)

24. Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Ik wil nog veel van de wereld ontdekken. Ik zou ook graag eens in een film of reeks een zelfdestructief karakter spelen omdat dat ver van mij afstaat. Dat zou een uitdaging zijn.”

25. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Over de mentale capaciteit van mensen. Ik ben er altijd van uitgegaan dat je in het leven zelf achter het stuur zit. Niet dat je controle hebt over alles wat je overkomt, maar wel over hoe je ermee omgaat. Ik heb optimisme altijd als een keuze gezien, maar daarover heb ik mijn mening gedeeltelijk moeten bijstellen. Als je de cijfers bekijkt van jongeren met mentale problemen, dan moeten er toch grotere structurele maatschappelijke problemen aan de basis liggen. Dat kunnen toch niet allemaal kinderen zijn met een moeilijke jeugd. Wat gaat daar mis? En vooral: hoe kunnen we hen helpen? Ik denk dat er nog altijd een taboe hangt rond psychisch lijden. Als we buikpijn hebben, gaan we naar de dokter, waarom niet met psychische problemen?

“Waar komt die grote druk die jongeren voelen toch vandaan? Komt dat voor een stuk door sociale media? Dat wil ik begrijpen.”

Beeld © Stefaan Temmerman

26. Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Ik wil graag geloven van wel, omdat ik de eeuwige optimist ben. Er is een groot bewustzijn bij jongeren. Je hoort vaak kritiek op de smartphonegeneratie, dat we alleen maar met onze gsm bezig zouden zijn en lui zouden zijn, maar dat is totaal niet zo. Wij weten echt wel wat we willen en komen daar ook voor uit. Denk maar aan belangrijke onderwerpen zoals migratie en klimaat. En daar ben ik trots op.”

27. Welke gebeurtenis uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Mijn liefdesleven, dat schoot alle kanten op. Dat zou een schone romantische tragikomedie opleveren. Eerst superlang niet durven kussen en dan ineens: oké, alright! (klapt in handen, lacht) Ik heb nogal wat onderzoek gedaan naar wat voor partner ik wilde. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik geleefd moest hebben voor ik de ware tegenkwam. Op een bepaald moment heb ik zelfs gevreesd dat alle brave jongens op zouden zijn, en dat er alleen nog badguys zouden overblijven.” (lacht)

28. Wat is de titel van uw biografie? ‘Fury’, zoals het opschrift op uw T-shirt?

“Ja, dat is een goeie. Van ijskoningin tot furie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234