Dinsdag 23/04/2019

Architectuur

Langs Vlaamse wegen kom je de gekste bouwsels tegen

Beeld Kevin Faingnaert

Mijn huis, schoon huis. En zo komt het dat je in onze woonwijken soms grote ogen trekt. Fotograaf Kevin Faignaert trok eropuit en legde een paar opvallende staaltjes van architecturale vrijheid vast. 

Stefaan Stassaert (64), gepensioneerd dakwerker, woont in Ourodenberg

Het is vijf jaar geleden dat Stefaan zijn huis in Ouroden­berg, vlak bij Aarschot, kocht. Om er daarna zijn eigen ding mee te gaan doen. “Op dat moment was ik aan de slag als dakwerker. Ik had nog enkele jaren te gaan voor mijn pensioen, moest mijn materiaal kwijt en de muren moesten geïsoleerd worden. Dus vond ik het een fijn idee om zowel het dak als de voor- en zijgevel met rode dakpannen te bekleden. 

Vandaag ben ik nog even tevreden met het resultaat als in het begin. Mijn vriendin, die geholpen heeft met de verbouwing, vindt het ook schoon. Mijn kinderen daarentegen gebruiken liever de term ‘spuuglelijk’. De meningen zijn sowieso zwart-wit. Mijn huis roept geen gematigde reacties op.”

Beeld Kevin Faingnaert

Niet elk experiment dat Stefaan met zijn huis uitvoerde, is een onverdeeld succes. “Op de achtergevel heb ik met zink gewerkt. Dat is niet uitgedraaid zoals het moet.” Hij haalt de schouders op. “Wie niet probeert…” Over de toekomst denkt hij niet veel na. Wat als ze er weg moeten en ze het huis moeten verkopen? “Zo’n dingen beheersen mijn gedachten niet. Dat mijn gevels bekleed zijn met dakpannen heeft ook geen invloed op hoe het huis in de markt zal liggen. Dat hangt af van drie zaken: ligging, ligging en ligging.” 

Stefaan Stassaert. Beeld Kevin Faingnaert

Ad Haneveer (76) en Lisette Leppers (74) wonen in Baarle-Hertog

Ad is trots op het ontwerp en de realisatie van zijn eigen droomhuis. Dat deed hij helemaal zelf. “Ik ben heel mijn leven schrijnwerker en aannemer geweest en heb aan verschillende mooie en grote huizen gewerkt. Daarnaast hebben we veel gereisd. Van Indonesië, bepaalde landen in Afrika tot China. Dat heeft me de ideeën gebracht die vandaag in dit huis zitten. Mijn huis is het allerlaatste dat ik gebouwd heb. Mijn kers op de taart.

“Twee jaar voor ik op pensioen ben gegaan, zijn we eraan begonnen. Ikzelf en een hulpje. Ik wilde dat het een synthese van onze reizen werd. Ik wilde de sequoia’s erin zien, maar ook Indonesische dajats en Afrikaanse hutten. We wonen hier intussen 12 jaar en nog elke dag herinnert mijn huis me aan die reiservaringen.”

Beeld Kevin Faingnaert

Er is slechts één donkere herinnering. “Mijn vrouw was thuis toen mannen een homejacking pleegden en een revolver tegen haar hoofd zetten. Ze is er lang ondersteboven van geweest. Ik blijf me afvragen of ze hier geweest zouden zijn als het niet zo opviel.”

Dat niet iedereen zijn levenswerk kan smaken, weet Ad wel. “Hier zijn al honderden mensen gestopt om foto’s te nemen, maar ook om hun gedacht te zeggen. Maar ik ben hier gelukkig en mijn vrouw ook. Dat is toch het enige dat telt.”

Lisette Leppers en Ad Haneveer. Beeld Kevin Faingnaert

Leen Vleugels (35) en Jan Van Loy (37), Mila (9) en Lio (7) wonen in Olen

Leen, niet op de foto, wou een atypisch huis. Iets anders dan anders. Met dat idee trok ze acht jaar geleden naar een architect. Die ontwierp een vierkant blok met overhellend dak, een optische illusie van schuine leien en dito ramen, die dit huis zo speciaal maken. “Ik hou niet van hokjesdenken. Dat weten vrienden en familie. Ze vinden dit ‘typisch Leen’. En mijn man ook. Voor hem maakte het weinig uit of we nu een moderne villa zouden zetten of een klassieke hoeve. Zolang we maar een dak boven ons hoofd zouden hebben. Hij vertrouwde me en is blij met het resultaat.”

De reacties kunnen Leen niet deren. “Toen we begonnen bouwen, hoorden we vooral: ‘Oei, wat gaat dit worden?’ Genieten vond ik dat, mensen in het ongewisse laten. Na de bouw nam de interesse alleen maar toe. Studenten architectuur belden aan om een foto te vragen. 

Jan Van Loy met Mila en Lio. Beeld Kevin Faingnaert

We hebben ook een plaatsje in het boek Ugly Belgian Houses van Hannes Coudenys. De verklaring die hij zelf aan de titel van zijn boek geeft, strookt volledig met mijn mening. De huizen die erin staan, zijn niet per se lelijk. Ze zijn gewoon anders. Dat is ook het mooiste compliment dat ik ooit kreeg van een voorbijganger: “Lelijk vind ik het niet, interessant, dat wel.”

Paul van Brabant (67) uit Zonhoven 

Paul en zijn echtgenote wonen al 25 jaar in hun klein paradijs in Zonhoven. Een soort sprookjeshuis met Chinese invloeden. Het was zijn stiefdochter die er destijds passeerde en de tip doorspeelde. Een coup de foudre was het niet. “Ik moest lachen toen ik het voor het eerst zag”, aldus Paul.

Hij vindt het tot op vandaag plezierig. “Tjah, het heeft nu eenmaal een grappige vorm. We woonden in de buurt en waren op zoek naar iets om te kopen. Dus gingen we kijken. Eenmaal binnen vonden we het gewoon mooi. De afwerking en de grootte waren ons ding. We zijn met ons tweetjes, dan moet je niet in een villa gaan wonen.”

Paul Van Brabant. Beeld Kevin Faingnaert

Tot op vandaag zijn ze blij met hun aankoop. “Die fotograaf is niet de eerste die hier geweest is. Overal is ons huis al verschenen. In de boekskes, in Vlaanderen Vakantieland, in een reclamespotje... Ja, ook bij Ugly Belgian Houses.

“Dat ze maar stoppen langs de straat en foto’s maken. Maar mensen die ongegeneerd de tuin in wandelen voor een selfie, dat vind ik erover.” Niet dat het een reden zou zijn om te verhuizen. “Mijn vrouw is 75, soms vrezen we dat het niet zal lukken om te blijven. Maar dat idee zetten we altijd snel uit ons hoofd. Zolang het gaat, blijven we.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.