Dinsdag 23/04/2019

Interview

Kürt Rogiers: “Mocht ik een vrouw geweest zijn, dit kon niet door de beugel”

Kürt Rogiers. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: acteur/presentator Kürt Rogiers (47). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?   

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me een goeie veertiger. Die 50 die begint te lonken vind ik toch een vreemd getal. Tegelijk: ik heb Tom Waes en Koen Wauters 50 zien worden. Als zij het kunnen, kan ik het ook. (lacht) Ik voel wel dat ik het lijf heb van een 47-jarige. De zwaartekracht begint toch iets meer te wegen dan tien jaar geleden.

“Maar ouder worden heeft ook zoveel voordelen. Je staat anders in het leven, kijkt op een andere manier tegen dingen aan, veel meer louterend. Toen we tien jaar geleden te horen kregen dat mijn vader ziek was, was dat een drama. Maar tegelijk is zijn ziekte ook een zegening gebleken. Door dat besef van eindigheid wordt elk klein conflict in de familie snel in de kiem gesmoord. Je ziet in dat het veel belangrijker is om te focussen op de liefde die je voor elkaar hebt dan op alle details die zich in de coulissen van het leven afspelen.”

Wie is Kürt Rogiers?

* geboren op 14 maart 1971 in Zele
* studeerde conservatorium in Gent
* brak in 1996 door als Jos Sneyers in de soap Wittekerke
* raakte met zijn rol in de film Costa! (2001) ook bekend in Nederland
* was te zien in tal van series en films, onder andere Spoed, Sara, Danni Lowinski, Zot van A. en Spitsbroers
* presenteerde onder meer Sterren op de ­dansvloer, The Voice Kids en Valkuil
* nam samen met Sven Ornelis het ochtendblok bij Qmusic (2008-’14) voor zijn rekening
* speelt momenteel in Familie
* getrouwd met jeugdliefde Els, ze hebben twee dochters  

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben wel een beetje een leiders­figuur. Ik voel me op mijn best als ik aan het stuur mag staan. Ook bij mijn vrouw en kinderen voel ik me graag de leider van de roedel.

“Maar dat kan ook omslaan in een zwakte, omdat ik me heel snel verantwoordelijk voel voor zaken waar ik me niet verantwoordelijk voor zou moeten voelen. Ik heb nogal de neiging om alles te willen organiseren en controleren. Dan denk ik: kalm blijven, Rogiers, laat het los.” (lacht)

3. Wat is uw passie?

“Ontroeren. Daarom pas ik zo goed in een dagelijkse soap, omdat je daarmee een heel breed spectrum van de maatschappij bereikt, van artsen tot arbeiders. Ik vind het heel fijn om emoties los te maken bij mensen. Daarom denk ik dat ik acteur geworden ben.
“Eigenlijk wilde ik geschiedenis gaan studeren. Tot ik op een avond thuiskwam. Mijn moeder zat in bad, een interview met actrice Ivonne Lex te lezen. Plots kwam ze mijn kamer binnen, nog helemaal nat, met een handdoek rond haar lichaam geknoopt, en smeet ze dat artikel op mijn bed:
‘Da moede gij gaan studeren, die geschiedenis is eigenlijk maar een afleidingsmanoeuvre, dít wilde gij gaan doen.’ Mijn moeder geloofde ­duidelijk meer in mij dan ikzelf. Met de school gingen we heel vaak naar het toneel, maar ik dacht altijd: nee, dit kan ik niet.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, met een grote strik errond. Ik ben een enorm positieve mens. Ik heb heel veel geluk met mijn vrouw en mijn kinderen, met mijn familie, met mijn vrienden, met mijn loopbaan. Zelfs mijn hond is mijn beste kameraad. (lacht) En als wij op reis gaan, hebben wij precies altijd goed weer. (lacht) Waarschijnlijk zie ik alleen maar het goede.

“Natuurlijk heb ik al moeilijke momenten meegemaakt, zoals twee zware miskramen na vijftien weken zwangerschap, maar die probeer ik toch te relativeren. We hebben vrienden die hun kinderen verloren hebben, die hun partners verloren hebben. Dat zijn pas drama’s.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik ben nooit op zoek naar het grote geluk. Wel koester ik een perfect moment. Een fijne ochtendwandeling met de hond, de geur van gemaaid gras, een glas onwaarschijnlijk lekkere chardonnay. Ik vind het grote geluk een heel gevaarlijk verlangen. Een goed gesprek, een goede voorstelling, een goede film, een fijne fiets­tocht, daar kan ik me enorm aan optrekken. Toen ik achttien jaar geleden trouwde, zei men mij: zo’n dag, dat vliegt voorbij. Sindsdien heb ik geleerd om momenten te kristalliseren. Ze heel bewust mee te maken en niet bezig te zijn met wat er volgt.”

Beeld Stefaan Temmerman

6. Wat is uw zwakte?

“Mijn twee dochters. Zij kunnen mij maken of kraken. Het gezins­geluk vind ik heel belangrijk. Opnieuw dat roedel­gevoel. Samen op reis gaan, samen dingen doen. Maar de puberteit zit er nu aan te komen. De opgetrokken wenkbrauwen hebben we al, de slaande deuren ook al, maar we blijven toch communiceren ja. Het praten is wel al een paar tonen hoger dan een jaar geleden.” (lacht)

7. Waar hebt u spijt van?

“In mijn beginjaren heb ik soms te veel naar goede raad ­geluisterd. Mensen hebben nogal de neiging om je af te remmen. Typisch Vlaams. Maar nu doe ik gewoon mijn zin. Die ‘spijt’ is dus met een enorme korrel zout te nemen.” (lacht)

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat ik de vriendjes van mijn dochters niet leuk zou vinden. (lacht) Ze zijn pas 13 en 10, maar toch. (lacht)

“Onlangs hadden we hier een slaapfeestje. Onze oudste dochter had haar vriendinnetjes uitgenodigd om te komen logeren. Terwijl ze op de kamer lagen te babbelen, ging mijn vrouw boven de was doen. Plots stond ze terug beneden, knalrood. ‘Weet je waarover dat ging? Over droogneuken. Dertien jaar. Droogneuken!’ De ­volgende dag hebben we onze dochter wel uitgelegd wat dat betekende. Nu goed, ze hebben het maar in te tikken, hé. Maar toch, we willen vooral dat ze weten dat seks bespreekbaar is.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Hier aan deze tafel. Twee weken geleden, na de dood van mijn nonkel. Ik vroeg mijn ouders hoe de begrafenis geweest was en ineens hadden we het over hoe zij begraven zouden willen ­worden. Ik vond dat een heel heftig moment.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Niet zo lang geleden nog, toen een automobilist zich op het fiets­pad had geparkeerd en mijn dochtertje daardoor naar het midden van de rijweg moest uitwijken. Die man zal niet meer naar Familie kijken, denk ik. (hilariteit)

“Het is hier vreselijk onveilig voor fietsers. Zes jaar geleden is een stuk van onze grond onteigend omdat hier een fietspad ging komen. Twee keer per jaar mail ik naar de schepen: wel, waar blijft het? Het is blijkbaar wachten tot het eerste kind omver wordt gereden.”

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u nagelaten?

“‘Strangers in the Night’ van Frank Sinatra. Als ik dat hoor, moet ik telkens terugdenken aan mijn huwelijk. Na de openings­dans hadden we de dj gevraagd Nirvana te draaien, want zo krijg je iedereen op de dans­vloer. Maar nee, we hoorden ineens ‘Strangers in the Night’. Ik dacht: gast, wat doe jij nu, we gaan hier toch niet klassiek beginnen doen, zeker? Maar het was te laat. Mijn vrouw ging haar vader halen. Dus keek ik om me heen en ik zag mijn moeder staan. Helemaal mooi uitgedost, met een prachtige hoed op. Toen hebben we gedanst, en dat was mágisch.
“Als ze mij ooit verbranden, mag het op de muziek van Frank Sinatra zijn.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben zeer katholiek opgevoed. Op mijn tiende kreeg ik van het PMS (nu CLB, red.) de vraag: wat wil je later worden? En wat nu volgt, daar word ik nog altijd voor uitgelachen. Ik heb toen ‘paus’ geantwoord. Ik vond dat zo machtig om naar die man te kijken. Die deed zijn raam open, smeet een badhanddoek naar beneden, begon wat te prevelen en iedereen stond in beate bewondering. Ik heb dat tafereel vaak nagespeeld bij mij thuis, vanuit mijn slaapkamer. Op een dag zijn de buren zelfs komen aanbellen: of Kürt weleens wilde ophouden. (lacht)
“Voor de rest ben ik volkomen van God los.”

13. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Als een man van 47. Het kan allemaal beter, maar ook slechter. Ik ga drie keer per week lopen, niet omdat ik dat zo graag doe, maar omdat ik vind dat je zorg moet dragen voor je lichaam. Voor de rest wil ik me niet fanatiek vastklampen aan wat voorbij is. Ik vind het niet meer dan normaal dat er nu nieuwe jonge goden met de aandacht gaan lopen. Ik vind die hele fysieke obsessie trouwens helemaal fout. Soms vragen mensen mij of ik niet zou beginnen nadenken over een ooglid­correctie. Of geven ze opmerkingen over mijn grijze haren of vinden ze mij wat te zwaar. Dat vind ik zoiets merkwaardigs. Dat anderen er soms meer mee bezig zijn dan jijzelf. Op een feestje heb ik zelfs ooit een kaartje gekregen van een plastisch ­chirurg. De dag nadien zat ik de hele tijd in de spiegel te kijken en me af te vragen: oei, is het echt zo erg?

“En voor een actrice is het nog veel moeilijker dan voor een acteur. Van een man zeggen mensen al snel: hij heeft een karakter­kop. Ik ben 47 en speel nog altijd een don­juan. Een actrice van 47 zal geen ­verleidster meer spelen of het moet een oude hoer zijn. Het is heel intrigerend hoe vrouwen boven de 35 afgerekend worden op hun uiterlijk. 

“Wat trouwens flink onder m’n vel is gekropen, is die hele #MeToo-affaire. Ik heb al heel veel meegemaakt waarvan ik denk: mocht ik een vrouw geweest zijn, dit kon niet door de beugel. Vrouwen die mij geïntimideerd hebben, ja. Niet zozeer mannen, nee. Ten tijde van Wittekerke verdiende ik wat bij met actes de présence. Op een avond moest ik optreden in een dans­café in Waregem. Toen ik binnenkwam, zag ik een grote affiche hangen: ‘Single Women’s Night met Kürt Rogiers’. Ik dacht: o nee! De dj riep mij op het podium (met show­stem): ‘Dames, hier is hij. Eet hem op, verslind hem. Hier is Sneyers!’ Het gordijntje ging open en een massa wilde vrouwen sprong op mij af. Ze trokken aan mijn haar – toen had ik nog lange blonde krullen – en pakten mij in mijn kruis. De week nadien ben ik bij de dokter moeten gaan. Mijn ballen waren bont en blauw geknepen. Stel je nu even voor dat ik een vrouw was geweest. Dat is toch zware seksuele intimidatie? Ik heb daar talloze nachtmerries over gehad. Een ladies’ night, nooit meer!

“Of vrouwen die per se met mij op de foto willen en dan met hun vingers aan mijn lijf zitten. Onlangs heb ik nog meegemaakt dat een figurante met haar hand achteraan in mijn broek zat.
“Ik reageer daar nooit op, probeer me zo snel mogelijk uit de ­voeten te maken. Maar ik voel dat het mij zwaar ambeteert, want intussen is het nog maar eens gebeurd.

“Ik wil nu niet op de barricades gaan staan, maar het is wel goed dat er over de excessen gesproken wordt. Aan beide kanten. Want dat heeft ook z’n weerslag op de set. In het begin van mijn carrière werd ik eens uitgenodigd door een Nederlandse regisseur voor een kortfilm. Hij stelde een echte vrij­scène voor met een actrice die uiteindelijk zijn vrouw bleek te zijn. In de nasleep van Turks fruit moest dat allemaal kunnen, hè.

“Of voor Costa! (Nederlandse serie, red.) heb ik eens zeven standjes moeten inblikken met zeven jonge actrices, in een paar uur tijd. Dat ging dan van (imiteert regisseur met Hollands accent): ‘Nou Kürt, dit is Tamara, jullie doen het op z’n hondjes.’ Tamara op haar knieën met blote poep en handen vooruit en actie (maakt stoot­bewegingen). En hup de volgende. ‘Nou Daisy, dit is Kürt, hij gaat jou beffen.’ Enzovoort.

“Nu is dat gewoon ondenkbaar geworden. Alles wordt vooraf besproken. Heel technisch. Van ‘hoe pakken we dit aan: gaan we echt tongzoenen of gaan we faken’, ‘is het oké dat ik mijn hand op je borst leg’ tot ‘nu ga ik mijn tanden poetsen’. Het is goed dat die discussie er gekomen is.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Ik zal beginnen met een cliché: rode lippen­stift. Een gave huid. Een mooie bovenlip, maar niet opgespoten. Lange benen.

“Mijn vrouw vind ik het mooist – ze zal het weer haten dat ik dit zeg – en het meest sexy ’s ochtends bij het ontbijt, ­ongeschminkt. Telkens als ik haar zie in die koddige, ietwat ­versleten kamerjas, denk ik: wat een tijger! Dat lichte haar, dat gave, witte gezicht, zo schoon.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Mijn goorste? (zwijgt even) Ik weet niet of ik het zou durven, deelnemen aan een enorme orgie. We geven hier soms etentjes, je drinkt wat, je raakt in een bepaalde stemming. Je zet Frank Sinatra op, en dan Chet Baker, en je begint te dansen. Soms fantaseer ik – (buigt zich naar de dictafoon) trouwens, dit is géén oproep aan de vrienden (lacht) – dat die roes waarin je verkeert, overgaat in iets geils. De mooiste clip die volgens mij ooit gemaakt is – voor de rest ben ik niet zo’n geweldige Madonna-fan –, is ‘Justify My Love’ (1990, de best verkochte video­single ooit, red.). Madonna die heel suggestief door de gang van een hotel verschillende kamers binnen­loopt, op fel opzwepende muziek. Zo ziet mijn fantasie eruit. Met vrouwen die vastgebonden zijn. Ja, nu slaan we wel een heel gevaarlijke weg in. (lacht) Mijn vrienden gaan me wel pesten met dit antwoord, vrees ik.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Een tijger.”

17. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Goed. Ik beschouw mijn vader als mijn beste ­kameraad. Ik hoor hem elke dag. Hij is zo’n beetje mijn mentor, mijn held. Ik zal zelden tegen de raad van mijn vader in handelen. Hij is een wijs man. Als ik iets van mijn ouders geleerd heb, dan is het dit wel: probeer je kind te helpen zich een weg te banen, maar dring je eigen ideeën of filosofieën nooit op.

“Toen mijn vader tien jaar geleden met pensioen ging, zei hij: ‘En nu begint de laatste fase van mijn leven.’ En een half jaar later werd hij ziek. Maar hij is er nog altijd, dus dat is goed. Elke ­communie, elke verjaardag, elke kerst zijn we dankbaar dat hij er nog bij is.

“En mijn mama? Mijn moeder is een enorm goede kok en dat typeert haar. Kennen jullie Babette’s Feast (Deense drama­film uit 1987, met actrice Stéphane Audran in de hoofd­rol, red.)? Awel, Babette, dat is mijn moeder. Heel creatief, heel bevlogen en heel sociaal. Een goed koppel, m’n ouders.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Els. Als er nu één spreekwoord is waar ik me volledig in kan ­vinden, dan is het: op ieder potje past een dekseltje. We woonden een straat van elkaar. Ik heb haar ontmoet tijdens een kampvuur bij de jeugd­beweging. Tussen al die toffe meisjes was er één die me helemaal geen aandacht schonk, en dat was zij. (lacht) We zijn uiteindelijk toch in gesprek geraakt en heel snel een koppel geworden. Daarna ging zij naar de unief, ik naar het conservatorium en zijn onze wegen gescheiden. Tot ik tijdens de opnames van Wittekerke een ongeluk had met de auto. Er lag olie op de weg, ik ben beginnen tollen en zag letterlijk mijn leven voorbij­flitsen. En daar zaten onwaarschijnlijk veel beelden van Els tussen. Van op de spoed heb ik haar gebeld. Een jaar nadien heb ik haar ten huwelijk gevraagd.”

Beeld Stefaan Temmerman

19. Bent u een goede vriend?

“Neen. Ik vind het moderne leven redelijk complex. Én je moet leven voor je job, én je moet sporten, én je moet er zijn voor je kinderen, én je moet er zijn voor je partner, én je moet ervoor zorgen dat je hond niet dag in dag uit alleen zit. Op een bepaald moment heb ik dus voor mijn gezin gekozen, waardoor ik mijn vrienden verwaarloos. Ik zie mijn vrienden niet wekelijks, wat ik jammer vind, maar het is wel een keuze.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Ik ben er nog altijd niet uit of ik nu plots zou willen sterven aan een hart­aanval of na een lang ziekte­proces. Ineens te horen ­krijgen dat het je laatste zomer of je laatste kerst is of de laatste keer dat je de bloesems aan de bomen ziet, dat vind ik heftig. Maar misschien wel nog het meest louterend. Het hangt er natuurlijk van af wanneer je het hoort. Laten we dit zeggen: als ik op mijn negentigste ziek word en ik krijg nog een half jaar, lijkt me dat wel een redelijk ideaal scenario.

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Pomme moscovite.
(lacht) Dat is decadent en toch lekker. (hilariteit) Waarom zeg ik niet gewoon stoemp met worst? Omdat ik opnieuw moet denken aan Babette’s Feast. Mijn jeugd was één groot gastronomisch ­eetfestijn.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“De wegwerp­cultuur. Ik hoorde dat de Scandinavische landen tegen 2025 alle plastic uit de hele voedsel­cyclus willen bannen. Ik zou het fantastisch vinden mochten ze dat initiatief bij ons ­overnemen. Hier in huis komt zo weinig mogelijk plastic binnen. We willen zo weinig mogelijk vuilniszakken. Als je ziet wat supermarkten allemaal weggooien, dat stuit werkelijk tegen de borst.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?”

“Ja. Deze week nog, toen een groepje Marokkaanse jongens mijn dochter van 13 bijna van het fietspad reden en naar haar zwaaiden met een briefje van 20 euro: ‘Hier hier, kom kom!’ Die kut-Marokkaantjes, was het eerste wat ik dacht. Uiteraard schaam je je voor die reflex, maar je hebt hem wel. Ik denk dat we hier in Vlaanderen toch racistischer zijn dan we durven toe te geven. Ik kom zelf uit een heel links nest en woon in het witte Dendermonde. Het is makkelijk om hier met het vingertje te ­wijzen naar al die Vlaams Belangers, maar tegelijk moeten we beseffen dat er een nieuwe realiteit ontstaan is en er ook niet van wegkijken. ‘Wij van links’, de column van Herman Brusselmans destijds in Humo (naar aanleiding van de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016, red.), vind ik van het beste wat daar ooit over gezegd is.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Meer dan ik zou willen toegeven. Ik vind het wel fijn om geld te hebben. Vroeger, toen ik nog alleen woonde, heb ik ooit een auto gekocht die achteraf toch wat te duur bleek. Ik heb daar wel een tijdje van wakker gelegen, want een acteur verdient geen bakken geld. En ik kan je vertellen: het is niet fijn om wakker te liggen van geld. Acteurs zitten in een heel onzekere sector. Van de ene op de andere dag kan je te horen krijgen dat het gedaan is en moet je op zoek naar ander werk. De laatste twee jaar ben ik beginnen te sparen omdat ik denk: op een bepaald moment is het toch ­interessant om iets opzij te hebben gezet.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Ooit hebben we een reis cadeau gekregen omdat we als koppel deelgenomen hadden aan een foto­shoot. In die tijd klonk dat chic hè, een vakantie in Bodrum, in Turkije, amai. Dat bleek uiteindelijk een reis met animatie. Je lag nog maar op het strand of ze ­kwamen al aan je tenen trekken om mee te doen met aqua­gym. Vreselijk vond ik dat.” (lacht)

25. Wie zou u hier eens uw gedacht willen zeggen?

“Nigel Farage. Dat vind ik zo’n vreselijke man. Farage staat voor mij voor alles wat fout loopt in de politiek: je wil doordrijven en uiteindelijk je woord niet houden en je verantwoordelijkheid niet nemen. Hem zou ik niet kunnen luchten aan mijn tafel. De kwal.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.