Donderdag 14/11/2019

Ronde Van Frankrijk

Kunstenares Nadia Naveau: "Armand Pien die gekleurde lijnen trok op de landkaart, dat vond ik iets smakelijks hebben"

Nadia Naveau Beeld Diego Franssens

Of de petanquebaan waterpas lag, testten ze met een glas rosé: Franser dan dat is ‘impossible’. In Saint-Bonnet-Tronçais combineert beeldhouwster Nadia Naveau de rust wel met werk. 'Af en toe loop ik met mijn emmertje naar het meer, om het te vullen met klei. Die is hier prachtig!'

Dit verhaal begint in een boek. We nemen Winst van Jeroen Olyslaegers erbij, bladzijde 11, en lezen: ‘Een stuk van de wereld lag ergens midden in Frankrijk. Toen jij daar aankwam was de zon net onder. Jouw vrienden hadden met een man of zeven een klein huis gehuurd in de Auvergne. Het huis had een tuin. Twee bomen stonden in het midden van die tuin. Achter die bomen school duisternis en nauwheid.’

In die tuin zitten we, met die twee bomen en met zicht op dat kleine huis. De schrijver is er niet, maar hij was als goeie vriend van Nadia en haar man, kunstschilder Nick Andrews, al vaker hier. Zo kwam de tuin in dit boek uit 2012 terecht. Er wordt gedronken, geschilderd en gevochten met de braamstruik. Eind pagina 13, overgaand naar 14: ‘Die braamstruik was een terreur. Weg moest dat smerige ding, en wel meteen. Het was onkruid. Niet louter de boom moest gered worden, de hele tuin was in een doodsgreep van doornen. Je hanteerde die zaag als een machete. Steeds weer hief je je arm op. Steeds weer ging het wapen neer. De braam verweerde zich.

De rest leest u in Winst; De Bezige Bij gaf in juli een tweede druk uit. Nu Olyslaegers de Fintro Literatuurprijs won voor Wil krijgt zijn vorige werk een tweede leven. Zo gaat dat.

Ook Sinterklaas sliep hier trouwens ooit en plooide zich net als wij dubbel in de kleine douche van dit 200 jaar oude sprookjeshuis. Jan Decleir is een vriend van Nadia en Nick. Dit is een plekje vol verhalen.

Is dit verhaal ondertussen gelanceerd? Misschien toch zeggen dat Nadia Naveau – al zégt de naam niet iedereen metéén alles of veel – beeldhouwster is én met renommee. Ze zingt niet, acteert niet, kookt niet, komt weinig op televisie (maar in december wel in de Canvas-reeks Hopen op de goden, die haar zes maanden volgde, ook hier in Saint-Bonnet-Tronçais), is dus geen BV. Maar moét dat? Sommige vragen zijn retorisch.

“We kwamen vorige week aan en zoals altijd wisten we: de tuin zal overwoekerd zijn”, zegt ze. “Dat is nooit anders. De natuur hou je niet tegen. We waren met Pasen nog geweest en hadden alles netjes achtergelaten. Maar je wéét dat je de volgende keer weer een week zoet bent met maaien, knippen en snoeien. En dat is gerust­stellend. Het is een ongelooflijke manier om je gedachten uit te schakelen.”

Beeld Diego Franssens

Stal met marmer

Op de kaart zie je het goed. Vraag een kind het middelpunt van Frankrijk te bepalen en het vlagje zal in Saint-Bonnet-Tronçais terechtkomen. Het kan 25 kilometer schelen, maar het departement is de Allier en daar ging u nog nooit op vakantie. Zij ook niet. “Nick was aan het zoeken op het internet, ik wist het niet eens, net zoals hij ooit een sportkarretje zocht. Zo is Nick: hij gaat voor iets. Hij had een paar huisjes in het zuiden gezien, maar ook dit. In de Auvergne dus.

“Nu hadden vrienden van ons al 35 jaar iets in Sancerre, dat hier maar een uurtje verder ligt, en die zeiden: ‘Ga een week naar ons huisje, voel of het iets voor jullie is.’ Ik had helemaal geen plan om iets te kopen. Ik dacht meer aan een droom. En ik was niet helemaal mee. We reisden altijd veel en ver en ik wilde me niet vastzetten. Maar toen kwam ik hier en ik kon er niet onderuit.”

Ze gingen in het dorp naar Café de la Place. Nadia herinnert zich dat ze “excited” waren en dat ze zich moed indronken. Het café is er nog en ze gaan er nog altijd naartoe. “Daar beslisten we: we doen het.”

Een laatste keer Winst toch, pagina 16: ‘Iemand maakt je wakker, ook al zijn je ogen open. Ik ben zo weg. De herinnering aan die braamstruik zal gauw weer vervagen. Inderdaad, wie weet is het nooit gebeurd. Wie weet is wat volgt een nieuw begin.’

Het is geen droom. Al acht jaar is dit huisje, tweehonderd jaar geleden het leven begonnen als een stal bij het huis van de buurman, de terugkeerplek. “Net voor de Tweede Wereldoorlog werd de stal dit huisje. De vader van de eigenaar was architect. Hij verbouwde het en zette er zelfs twee marmeren schouwen in die hij vond in het hotel L’Hermitage in Parijs.”

Tweemaal getrouwd

Ze richtten het met smaak in. Er hangen schilderijen van Nick, hun trouwfoto van 2005 uit Las Vegas, op de kast een platenhoes van Serge Gainsbourg, nog een schilderij van Fred Bervoets, boeken, boeken, boeken en op de deur van het toilet een affiche waarop: ‘Soyez réalistes, demandez l’impossible.’

Nick heeft de tafel volgezet met wat hij klaarmaakte en hij is een man die op elk verhaal aanslaat. Met nieuwsgierigheid, openheid van geest; enthousiasme is een understatement, na een dag noem je hem vanzelf ‘Nickipedia’.

Hij is een bodemloos vat vol kennis, weetjes, gulzigheid, levenslust en dadendrang.

Nadia is al twintig jaar verliefd op hem en trouwde dus in Las Vegas met Nick (geboren in Londen, maar zijn vader Colin was voetballer en ruilde in de jaren 70 Queens Park Rangers voor het fiere geel-zwart van Berchem Sport; zo kwam en bleef Nick in Antwerpen). Die trouw was geen folie. “We hadden echte papieren”, zegt Nick. “Maar het was soms lastig om die hier erkend te krijgen. Twee jaar geleden zijn we nog eens getrouwd.”

“Ik zat in het tweede jaar beeldhouwen aan de Academie en Nick in het laatste jaar schilderen”, zegt ze later over die liefde. “Maar we leerden elkaar kennen in café De Jezuïet. (glimlacht) In beschonken toestand misschien wel een beetje. Maar we praatten heel snel over elkaars werk, en de manier waarop hij over schilderen vertelde, met die energie, trok me enorm aan. We houden van elkaars werk. Dat is anders niet mogelijk. Hij kan aan mijn blik zien of ik iets goed vind en ik aan die van hem. Kunst is de rode draad in ons leven, maar de kunstwereld is niet het belangrijkste. De manier van kijken is belangrijker dan hoe je je profileert als kunstenaar.”

Bij het bed voor de gast heeft Nick een boek gelegd: In het land van de eeuwige zomer. Reportages uit Frankrijk. De schrijver is Joseph Roth. Natuurlijk is er geen tijd om nu te lezen, we willen praten en wandelen en kijken. Maar later, thuis – waar dit boek ook ligt – lees je: ‘Maar niets kan volkomen teloorgaan dat de vroomheid heeft opgebouwd en dat gebouwd is ontstaan in de hoop op een heel andere onsterfelijkheid dan die op aarde mogelijk is.‘ Roth heeft het over het Palais des Papes in Avignon, ver weg, maar ooit waanden de ijzersmeders van Tronçais zich ook onsterfelijk. Tweehonderd jaar geleden bouwden ze een fabriek in het woud, dat deze plek omringt en dat het grootste eikenwoud van West-Europa zou zijn. In de rand van de weg getuigen arbeidershuisjes daarvan. Meer dan achthonderd mensen werkten er, terwijl vandaag in Saint-Bonnet-Tronçais amper zevenhonderd mensen wonen. De ligging bij het meer en in het woud zorgde voor metaalindustrie.

Vandaag rijden we erheen. Nadia en Nick wijzen op smalle en hoge eikenbomen, zo gecultiveerd om er onder meer masten en wijnvaten van Rothschild van te maken. Maar ze willen de fabriek tonen, al die oude lege gebouwen, verkommerd maar ook nog intact. Een karkas waar ooit honderden mensen zwoegden, vloekten, aten, betaald werden, verder werkten. “De bouten van de Eiffeltoren werden hier gemaakt.”

Nu is het afgesloten, maar zoals in elk hekwerk vind je een gat. Alles is leeg en je mag er niet komen, maar als gidsen leiden ze ons rond. Vertellend. Wijzend. Verwonderend. “Drie jaar lang hebben we studenten van de Academie mee naar hier genomen. We geven allebei les aan de Academie. A l’état sauvage, heette het project. Ze konden zich in hun discipline uitleven, met wat hier te vinden was. Nu zijn de gebouwen leeg, maar toen lag alles hier nog. Iemand maakte een pad van glas, er waren graffiti natuurlijk, maar iemand maakte ook een café als installatie en een ander ging aan de slag met het materiaal dat het laatste bedrijf hier, een fabrikant van luidsprekers, had achtergelaten.”

A l’état sauvage klinkt als de Franse versie van Into the Wild en dat was het een beetje. Vandaag is er niks meer. Twee deuren zitten nu in Nicks atelier in Antwerpen. In wat de administratieve voorraadkamer moet zijn geweest, zie je op wat een prachtige grote ruimtevullende boekenkast zou kunnen zijn, groene Dymo-strookjes met daarop wat op de schappen lag. Pinceaux. Produits Entretien. Baladeuses. Lampes Sodium. Peaux de Mouton.

Niets kan volkomen teloorgaan, dat zijn de woorden van Roth. Toch verlaat je dit terrein triest, al is het troostend te zien dat als alles wegkwijnt, de natuur zacht weer overneemt. Door kapotte glazen daken zie je hangende tuinen.

Werk van Nadia Naveau: een kopje van haarzelf met geschaafd aangezicht na een val met de fiets. "Ik lijk Hitler wel." Beeld RV Nadia Naveau

Beertje Paddington

Nadia en Nick haalden de wekelijkse krant L’Echo du Berry ooit, maar de echte lokale krant is La Montagne en als we daar wat meewarig in bladeren en glimlachen bij berichten over ‘le bal des costumes’ in een dorp of de Masters pétanque in Montluçon, dan is dat misplaatst en snobistisch. La Montagne heeft een oplage van meer dan 150.000 exemplaren. Allemaal mensen die geïnformeerd willen worden over klein en groot nieuws. Parijs is niet alles.

Zoals Londen dat niet is. En zelfs Antwerpen niet. Londen is waar Nick geboren werd en, via zijn moeder, heeft hij ook roots in Bristol. Vader Colin Andrews voetbalde en voetbalde, werd trainer en dat tot de dood: twee jaar geleden overleed hij plots tijdens een oefenstage van Herleving Sinaai. Daar waar hij trainer was.

Nadia werd geboren in Brugge en haar vader was professor microbiologie en virologie aan de Universiteit Antwerpen. “Toen ik twee was, verhuisden we naar Virginia, in de States. Mijn vader volgde daar gedurende drie jaar een extra studie. Later, ik was 18, ben ik nog eens teruggeweest. De prehistorische dino in de mall die in mijn kinder­ogen imméns was, vond ik niet meer terug. Misschien was hij weg of was hij gewoon echt heel klein. Ik herinner me van toen nog Shelda, een zwart buurmeisje met wie ik veel schommelde. En ik weet dat mijn mama ons verplichtte om Nederlands te blijven spreken thuis. De taal mochten we niet verliezen.”

Na drie jaar verhuisde het gezin naar Mol, waar haar vader ging werken bij het Studie­centrum voor Kernenergie (SCK/CEN). Daar was een Europese school, ze kon er in de lagere school al Engels als tweede taal kiezen. “Die school was heel internationaal. Beertje Paddington was overal. Kunst? Dat kreeg ik van thuis niet mee, maar ik hield wel altijd van tekenen en bouwen. En mijnheer Neil, mijn leraar Engels in het lager, gaf af en toe les terwijl hij op een overhead­projector tekende. Dat deed hij met gekleurde stiften op mica en dat maakte een enorme indruk op me. Al het geluid van die stiftjes op de mica en dan hoe die beelden verschenen op dat grote scherm. Hetzelfde had ik toen ik op televisie Armand Pien tijdens het weerbericht gekleurde lijnen over de landkaart zag zetten. Ik vond dat iets smakelijks hebben.”

Dan, op een ouderavond, zei een lerares plastische opvoeding aan Nadia’s vader: “Je dochter heeft talent. Misschien moet je haar naar de Kunsthumaniora sturen.”

Ze lacht. “Dat vond mijn papa geen goed idee. Hij kende er weinig van, zag er allicht het nut niet van in en zag er al zeker geen toekomst in. Zelf merkte ik wel dat ik, als ik tekende, heel geconcentreerd was. Alleen dan. Bijna onverstoorbaar.

“Uit­einde­lijk kon die lerares hem overhalen en toen ik daar zat, ging een wereld voor me open. En toen ik dan de Academie bezocht, de afdeling beeldhouwen, was ik nog meer onder de indruk. Zo erg dat ik het vijfde en zesde jaar van de kunsthumaniora via de middenjury deed, zodat ik een eerder verloren jaar weer inhaalde. En sneller op de Academie zat.”

Vervaging

Acht jaar geleden zag Nadia in Rome voor het eerst werk van Gian Lorenzo Bernini, de zeventiende-eeuwse beeldhouwer. Die ze al jaren bewonderde, maar puur door afbeeldingen in boeken. “De schwung in zijn beelden, de bijna-vanzelfsprekendheid hoe hij met dat marmer omging, is ongelooflijk.”

Iedereen heeft voorbeelden. Elke creatieveling, schrijver, muzikant, schilder. Hoe groot is de kans dat bewondering zorgt voor beïnvloeding en, dus, voor slechte imitatie? Niet, zegt ze: “Er zitten zoveel referenties in mijn hoofd en niet alleen kunstenaars. Aan de basis liggen vormen, kleuren en details. Ik sla alles op en in mijn hoofd gebeurt er een collage. Maar als het eruit komt, treedt er een soort van vervaging op. Enkel de essentie komt uit mijn vingers. Ik heb altijd het gevoel dat ik 3D-collages maak, ook in klei zijn ze dat al. Het is het resultaat van dingen die ik me herinner en van foto’s die ik maak.”

Nadia Naveau en Nick Andrews. Beeld Diego Franssens

Een map met die foto’s ligt op tafel. We zijn achteraan in de tuin gaan zitten, eigenlijk op de petanquebaan. De tafel helt toch wat af, de truc met het glas rosé als waterpas was een verdienstelijke poging. Of het is een tafel met scheve poten.

Maar in die map zit niet Frankrijk, wel Mexico. Rond de jaarwisseling waren ze daar. Je ziet gebombeerde details van een monument en van schilderijen. Een Maya-reliëf dat haar aan werk van de overleden schilder Philip Guston doet denken. Kerkhoven, drapages van kleur. Maar ook knipsels uit een interieurtijdschrift (dezelfde bolle vormen als in dat monument), een foto uit het Victoria and Albert Museum in Londen en zelfs een Millet-jas. “Plots lijken vanuit verschillende hoeken diezelfde vormen opnieuw naar me toe te komen. Of me aan te trekken. Toen de ploeg van Canvas me volgde en ze vroegen waarmee ik bezig was, kon ik alleen zeggen: ‘I’m goofing around.’ Een beetje aan het rondlummelen. Maar ik wilde wel iets maken terwijl zij die documentaire draaiden en dat goofing bracht me bij Goofy. Kijk.”

We kijken. Ze toont een foto uit haar atelier in Antwerpen waar ze met een Goofy in klei begon, daarboven kwam een siliconenlaag, onder Goofy ligt nog een herwerking van een oudere sculptuur. En we zien de bolvormen van de Millet-jas, van het monument in Mexico, het Victoria and Albert Museum en het interieurblad. “Zie je hoe alles samenkomt?

“Hoe langer ik aan zoiets werk, hoe minder het rond Goofy draait. Dat is een uitgangspunt en een indruk, maar heel gevoelsmatig ga ik werken aan die ogen en dat hoofd, zodat ze haast abstract worden. Het grondvlak zal brons worden met de uitgespaarde driehoeken goudkleurig, er komen pootjes van een tafel op de opgestoken hand en de rest wordt zwart. Er zijn nog wat opties, maar van het moment dat ik het tentoonstel, geef ik het af.”

Emmertjes klei halen

Al tien jaar is ze verbonden aan de Antwerpse Base-Alpha Gallery en er zijn collectioneurs die haar werk volgen en kopen. Een koppel uit Gentbrugge bijvoorbeeld. “Mensen met een mooi oog”, zegt ze. “Zij blijven me verzamelen omdat ze telkens verrast worden, zeggen ze. Ik vind het belangrijk te weten dat het op een goeie plek staat. Het is ook al gebeurd dat ik bij een kandidaat-koper een heel slechte vibe had. Toen hield ik het werk liever bij. Gelukkig volgde mijn galerist me.”

Er is ook werk van Nadia Naveau te zien in de publieke ruimte. Roman Riots, een enorme sculptuur, bestaand werk dat al in het Middelheim te zien was, prijkt nu in Tongeren in de Jeker. Zoals dat ging kwamen daar reacties op via Facebook. “Logisch”, zegt ze. “Als je je werk in de bescherm­de kunstenaarswereld toont, is dat anders. Pas als je buitenkomt, voel je dat. Maar ik zit gelukkig niet op Facebook.

“Hier in Tronçais hadden we het werk van onze studenten ook getoond en ik had rekening gehouden met kleingeestige reacties. Maar dat was absoluut niet zo. In Lokeren is ooit een werk van me compleet kapotgetrokken, de avond voor de opening van een solotentoonstelling. Daar heb ik natuurlijk héél veel pers mee gekregen, maar fijn was dat niet.

I Spy with My Little Eye is een boekje dat ze meegeeft straks en waarin een heel fijn overzicht van details, achtergelaten sculpturen en kleine werken die de tentoonstelling niet halen te zien is. Een grappig kopje van haarzelf, door Nick geglazuurd, met boven haar lip een korst na een val met haar koersfiets. “Ik lijk Hitler wel.” Ander werk in materialen als hout, buizen, stoelen, epoxy, terracotta, schors. Materiaal uit de fabriek. Wat er te vinden is. Vaak met klei als basis. Ook klei die ze hier vond in L’Etang de Pirot in Saint-Bonnet-Tronçais. “Op een avond in de herfst wandelden we erlangs en ik schoof uit. Bleek prachtige klei te zijn en af en toe ga ik er een emmertje halen.”

Radio Nostalgie

De natuur geeft dus werk. Zoals een reis naar Mexico inspireert tot een boekje dat ze nu met Nick maakt: Folie à deux, heet het. Zij maakte Mexicaanse uitziende uitsnedes, die komen bij een aquarel van Nick in een mapje van vilt. Soms kan het ook à deux.

“Zou ik wat ik vandaag maak, niet maken als ik Saint-Bonnet-Tronçais niet in mijn leven had? Ik denk niet dat ik daar ooit een antwoord op vind. Maar het is onzin te denken dat ideeën alleen van verre reizen kunnen komen. Als je gefocust bent, kijk je scherp. Als ik naar mijn atelier in Antwerpen fiets en de ideeën zijn er, dan kan ik weken aan een stuk dag en nacht werken. Op adrenaline. Van 2 uur in de namiddag tot 4 uur ’s nachts.”

Je vraagt of ze rituelen heeft. Ja, die zijn er: “Ik zet muziek op. Radio Nostalgie.” Dat is grappig. “Dan gaat het raam open. En ik drink koffie. Pak het werk uit dat ik ’s avonds achterliet en spuit het nat om het beter te kunnen lezen. Dan kijk ik heel lang. Soms is dat heel teleurstellend, soms ben ik heel content. (glimlacht) ’s Middags ziet het er niet altijd zo goed uit als je de avond ervoor dacht. Als ik dan in de nacht vertrek, moet alles weer eerst netjes op zijn plaats liggen om de dag erna zonder afleiding te kunnen beginnen.

“Natuurlijk is er constante twijfel. Je hoopt dat dat verbetert, maar eigenlijk gaat dat niet weg. Ik ben wel zelfverzekerder geworden en minder gefocust op de buitenwereld. Maar de twijfel gaat puur over je werk. Een zeldzame keer kom je in die funny five minutes die bijna tot verslaving leiden. Dan voel je dat je goed bezig bent en dat moment wil je dan zo lang mogelijk vasthouden. Maar dat lukt nooit.” Tijdens dat proces weert ze alle blikken.

En dan denk je toch weer aan vader Naveau, die geen toekomst zag. Vandaag is hij trots en bezoekt hij veel tentoonstellingen. Zo zijn vaders en moeders. Maar er staat een fout in de eerste zin van deze alinea. “Mijn vaders naam is Merregaert en dus ook die van mij. Officieel heet ik Nadia Merregaert. Maar mijn moeders naam is Naveau. Het was Nick die me dat ooit suggereer­de: Nadia Naveau, dat klonk mooier.”

Van deur tot deur

Zo vertelt ze nog iets. “Mijn ouders zijn getuigen van Jehova en zo ben ik dus opgevoed. Streng, tot op een bepaalde leeftijd toch van de wereld afgesloten. Ook daarom was kunstenaar worden niet voor de hand liggend. Het wordt niet echt gestimuleerd.”

Ze vertelt daar met schroom over. Niet met schaamte, dat is iets anders. Schroom omdat ze bang is dat elk volgend gesprek met de beeldhouwster daarop zal inzoomen. “Dat wil ik niet. Want het is niet de focus, maar ik heb er niks slechts over te vertellen. Ik ben als kind van deur tot deur gegaan met tijdschriften als De Wachttoren en Ontwaakt! en ik bad tot God. Vandaag ben ik voorbij dat geloof, helemaal. In mijn puberteit begon ik me vragen te stellen, een en ander af te wegen en ik vond dat het niet klopte. Ik mocht dan al eens bij een vriendin gaan slapen en ik vroeg me af waarom ik thuis niet van diezelfde vrijheid mocht proeven. Tot die leeftijd waren feestjes, verjaardagen en Kerstmis vieren niet toegelaten.

Sculptuur 'Roman Riots'. Nu te zien in de bedding van de rivier de Jeker in Tongeren. Beeld RV Nadia Naveau

“De verhuis naar Antwerpen in die periode opende voor mij meer mogelijkheden om me als kunstenaar te ontplooien. En stilaan zijn de gesprekken gevolgd. Uiteraard. Ik ken veel families waar die gesprekken tot breuken hebben geleid, maar niet bij ons. Het gekke vind ik zelf dat mijn vader, professor microbiologie, heel overtuigd is. Ik heb hem daar al naar gevraagd en hij zegt dat hij die twee zaken gescheiden houdt. Wetenschap en geloof. Ze blijven overtuigd. Maar we zijn close gebleven.”

Ook daarom wil ze daar liever niet te veel over vertellen. “Ik heb nog altijd respect voor de keuze van mijn ouders. Als iemand er negatief over praat, merk ik dat ik enorm in de verdediging ga. Omdat ik respecteer dat iedereen zijn morele waarden kan kiezen. Zijn geloof. Dan spreek ik natuurlijk niet over extremisme à la IS. Misschien was ik vroeger wel eens boos om die opvoeding, maar met ouder worden is dat weg. Het is met de beste bedoelingen gebeurd en ik heb geen wantoestanden meegemaakt.”

Cruisen met een Mustang

Nadia zuigt de lucht op (“de beste lucht van Frankrijk, zou dit zijn”) en misschien zorgt dat voor wat opluchting. Je verlegt het gesprek even naar Antwerpen en vraagt of ze, geëngageerd en in het kunstenaarsmilieu, ook vindt dat de visie op mens en maatschappij in haar werk moet zitten. Die behoefte heeft ze niet.

“Ik hou niet van werk dat zo heel direct geplaatst kan worden en té belerend is. Vrijheid is belangrijker. Maar door de tijd waarin je werkt, komt dat er wel in.”

We komen nog even bij Winst en bij Jeroen Olyslaegers, die zich wel openlijk engageert en die vorig jaar in een overzichtswerk van Nick (verschenen bij Hannibal) een tekst over haar man schreef. Nick schilderde Olyslaegers ook. “Hij is een fantastische verteller en heeft en geeft een enorme energie en dynamiek. Ik bewonder zijn engagement en ik vind het fijn dat als hij hier is, er geen hiërarchie is. Nick is ook zo’n verteller. Ik luister liever naar die mannen. Mijn verhalen zitten in beelden en ik maak die beelden zeker niet beter door erover te vertellen.”

Dat deed ze nochtans net. Veel vertellen en ze schrikt over wat ze zei. Aan de andere kant van de tuin en voorbij het gele huisje heeft Nick ondertussen de hele tijd geschilderd. In september stelt hij tentoon in galerie De Zwarte Panter en er moet nog veel werk af. Mexico zit er zeker in, dat kan niet anders. Op een tafeltje in de garage, haar werkplekje waar zij die uitsneden maakt. “De reis die het indrukwekkendst was, was onze trip in 2005 door het zuidwesten van de Verenigde Staten. We deden negen staten met een Mustang Convertible; de jongen van het verhuurbureau gaf ons die in plaats van de eenvoudigste wagen die we eigenlijk gehuurd hadden. Nadien is die trip in heel veel werk teruggekomen. Zelfs de gele lijnen op de wegen kwamen terug. Nick tekent op zulke reizen, ik maak foto’s, kijk en sla op. En ik teken in klei die ik er vind. (lacht) Alleen in de woestijn is dat lastig. Maar veel kleien modelletjes maak ik onderweg. Of met papier. Werk dat ik daar dan achterlaat. Maar zo gaat het dus.”

We verlaten Saint-Bonnet-Tronçais. Achteraan in het notitieboekje heeft Nick een schets getekend van een mooie wandeling door het dorp: café, brandweer, étang Tronçais, plage, bakker en forêt heeft hij erop aangeduid. Met kleine gebouwtjes en hun huisje. De kronkelende weg en rotsblokken onderweg. En de afstand: 4,5 kilometer. Dat is een foutje. Het blijken er 8. Maar onderaan staat ‘2-8-17, NA’.

Daar kan thuis een kadertje rond.

Zeventien van Rik Van Puymbroecks ‘reisinterviews’ die de afgelopen jaren in De Morgen verschenen, zijn nu gebundeld in Ergens onderweg, Houtekiet, 250 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234