Woensdag 24/04/2019

Dubbelgesprek

Kristien Hemmerechts: "Ook aan de afgrond heb je een keuze"Dirk De Wachter: "Zo simpel is het niet"

Beeld Bas Bogaerts

In haar nieuwe roman Wolf schrijft Kristien Hemmerechts (62) over trauma’s en hoe die te verwerken. Kan de ratio ons redden? "Gevoelens zijn overgewaardeerd", zegt de auteur. Psychiater Dirk De Wachter (57): "Ik ben toch een beetje bang voor zo’n uitspraak."

"Ben ik naïef als ik zeg dat elke mens die aan de rand van de afgrond staat kan kiezen: de miserie in of toch één stap achteruit? Dat je de manier waarop je in het leven staat kan bijsturen en dat mensen dat onderschatten?”

Het is een vraag die Kristien Hemmerechts mateloos fascineert: waarom kan de ene het ongeluk een plaats geven, terwijl de andere daar compleet in vastloopt? In Wolf, haar nieuwe roman, slaagt ene Vladimir er maar niet in om een onrecht uit zijn kindertijd achter zich te laten. Hemmerechts: “Als buitenstaander denk je: je bent bij je grootmoeder opgegroeid, zo erg is dat toch niet? Maar hij kan daar maar niet overheen. Dan denk ik: wat doet hij zichzelf toch aan? Want met al dat boos zijn, ondertussen gaat het leven wel voorbij.”

Psychiater Dirk De Wachter is in dit verhaal de specialist. Hemmerechts is niet alleen de schrijfster, maar heeft ook de nodige ervaring met ongeluk en verdriet. “Ik heb twee kinderen verloren, Herman (De Coninck, LB) is dood en ik heb borstkanker gehad. En dan zie ik mijn vriendinnen, die een ander leven leiden. Wat mij dan enorm helpt, is het idee dat dit mijn karma is, mijn levensweg.”

Ik ga ervan uit dat het toch even geduurd heeft voor u dat zo kon zien?

Hemmerechts: “Dat is een gigantisch lange weg. Een tiental jaar geleden had ik zelfmoordneigingen. Een hele tijd. Ik kon niet meer. Ik herinner me dat ik dacht (kijkt naar het plafond): waar ga ik die haak hangen? Maar ik sprak daar niet over want mensen zouden me een ondankbaar mens vinden.

“En toen – en dat is een raad die al aan velen heb gegeven – begon ik erover te schrijven: “Ik ben een blanke vrouw van 53 en ik overweeg mijn leven af te ronden.” Ik heb toen negen maanden lang een dagboek bijgehouden met al mijn ideeën over de dood en het leven. Daaruit heb ik een paar belangrijke inzichten gehaald, zijnde: ik verwacht te veel van het leven. Zo ben ik ook opgevoed.”

De Wachter: “Dat is onze cultuur, die inzet op het fantastische en het onbereikbare.”

Hemmerechts: “Ik verwacht ook te veel van andere mensen. Eigenlijk mag ik het niet zeggen, maar ik vind dat al mijn vrienden tekortschieten. (lacht) Men schept ook zo’n mooi beeld van liefde en vriendschap, maar de realiteit is anders. Ik besefte ook dat ik te weinig oog had voor het goede. En dat ik ongeluk moest aanvaarden. Die kanker, dat was eerst totale paniek. Daarna dacht ik: oké, dit is wat het leven voor mij in petto heeft. En toen kon ik weer slapen en was ik niet meer bang.”

Waar komt uw veerkracht vandaan?

Hemmerechts: “In alle eerlijkheid: ik denk dat het mijn genen zijn. Mijn moeder is bijna negentig en nog heel levendig. Ik heb ook een vriend die arts is en die beweert dat alles genetica is. Ik dacht altijd dat ik heel flink geweest was in het leven. Ik ben ook al 62 en nog volop aan het werk. Zelfs tijdens mijn kankerbehandeling ben ik blijven lesgeven. Je moet het maar doen, toch? Nee, zei die vriend, dat zijn je genen. Maar ik voel die kracht wel. Ik heb mij altijd voorgenomen: wat er ook gebeurt, ik ga nooit naar de psychiatrie.”

De Wachter: “Dat zit in je genen, maar ook in je opvoeding. Wellicht zeiden je ouders vroeger: komaan meisje, doe eens voort. En liefdevolle ervaringen zijn ook belangrijk. Kom je iemand tegen die je graag ziet, of iemand die een onverlaat blijkt te zijn?”

Zou het kunnen, mevrouw Hemmerechts, dat u door het verlies van uw kinderen en man al geleerd had om met tegenslag om te gaan. En dat u daarom die kanker iets beter kon dragen?

Hemmerechts: (denkt even na) “Misschien wel. The first cut is the deepest, zeggen ze toch. Vroeger ging ik ervan uit dat mijn leven gelukkig en rooskleurig zou zijn. Dat ik mijn kinderen zou verliezen, iets dat toch met enige regelmaat gebeurt, daar hield ik geen helemaal geen rekening mee. Ik was niet gewapend. Dat is hoogmoed.

“Na de dood van Herman heb ik
Taal zonder mij geschreven. En overal waar ik lezingen gaf, stond er zo’n stoet madammen, allemaal weduwen die mij hun verhaal kwamen vertellen. Toen viel mijn frank: er zijn heel veel weduwen. (lacht) Maar toen mijn zoontjes stierven, had ik het gevoel dat er maar één vrouw op aarde was van wie de kindjes dood waren, en dat was ik. En in die wanhoop zat veel eenzaamheid. Maar met die weduwen voelde ik mij verbonden. Dat was een enorme stap naar aanvaarding. Wat mij overkwam, gebeurt met veel mensen. En zoveel mensen krijgen kanker, dus waarom ik niet? Dat relativeert. Wij zijn maar nietige wezens.

Beeld Bas Bogaerts

“Maar in het Westen vinden we algauw dat we van alles verdienen. We hebben zogezegd het recht om op reis te gaan, op goede seks, kinderen, lekker eten. Voor mij was het bevrijdend om te ontdekken dat ik daar helemaal geen recht op heb.” 

Dan wordt alles wat je wel hebt waardevol?

“Ja. In het boek beseft Vladimir uiteindelijk dat hij nooit heeft liefgehad. Hij was woest omdat hij de liefde van zijn vrouw niet voelde, maar hij zag haar eigenlijk zelf niet graag. Veel mensen zijn veeleisend tegenover het leven, maar dan denk ik: wat doe jij? Wat geef jij? Liefhebben is de sleutel naar het geluk, maar wij beseffen dat niet.”

De Wachter: “Ik ben het er helemaal mee eens. Maar geluk vind ik overtrokken. Liefde is de sleutel naar de zin van het bestaan. Dat is fundamenteler en dan word je vanzelf wel content: zo mag het zijn, ondanks alle lastigheden.”

Hemmerechts: “Ik weet ook dat ik na de dood van Herman dacht: ik wil niet nog eens zo’n zwarte periode meemaken. Ik kan dat niet aan. Want heftig rouwen vraagt enorm veel energie. Ik zeg dikwijls: ik ben niet sterk genoeg om zwak te zijn. Want je kunt veel verliezen als je je helemaal laat gaan in een depressie. Dan kun je niet werken en verlies je je vrienden. Je moet dat afwegen.

“Je ziet toch dat oudere mensen die een ouder kind verliezen, niet zo heftig rouwen. Ik denk dat je daar dan niet meer de energie voor hebt. Dat je die rauwe, tomeloze wanhoop niet meer aan kan. Want als je jezelf daar aan overgeeft, dan kom je daar misschien niet meer uit.”

Valt dat dan te kiezen?

Hemmerechts: “Ik denk dat je op een rationele manier je eigen gedrag en houding kunt bijsturen. Ik vind gevoelens overgewaardeerd. Je kunt je daar helemaal aan overgeven, maar dan wat? Dan word je slachtoffer van dat gevoel.”

Gevoelens laten zich toch niet altijd controleren?

De Wachter: “Ik ben toch een beetje bang voor zo’n uitspraak. Je kunt tegen mensen die zich slecht voelen en daar niet uit geraken niet zeggen dat ze zich moeten herpakken.”

Hemmerechts: “Dat bedoel ik niet. Maar ik denk dat we in staat zijn tot rationele keuzes. Misschien ben ik daar dus te optimistisch in, maar ik denk dat elke mens aan de rand van die afgrond de kracht heeft om een keuze te maken.”

De Wachter: “Zo simpel is het toch niet.”

Hemmerechts: “Ik heb ooit de klik gemaakt: ik ga open en liefhebbend leven. Ik ga naar veel mensen glimlachen, complimentjes geven, vriendelijk zijn tegen de mensen. Dat zijn heel concrete actiepuntjes die je jezelf kunt opleggen. Maar misschien sta ik daar nogal celebraal in.”

De Wachter: “Dat is allemaal goed, maar het is niet voor iedereen. We zetten te veel in op maakbaarheid. Heb je een probleem? Los het op in therapie. En als het niet opgelost geraakt, dan heb je niet hard genoeg je best gedaan. Maar sommige dingen zijn niet oplosbaar.

“En waarom komt de ene zoiets te boven en zit de andere in de put? Pas achteraf kun je zeggen: zijn kindertijd was een ramp, maar er was wel die tante bij wie hij terechtkon. Een veilig eiland van hechting en houvast. Intelligentie is ook geen nadeel, ook al zeggen mensen vaak dat het makkelijker zou zijn als ze wat minder slim waren. Je karakter speelt mee: ben je gecontroleerd of eerder impulsief? Heb je het geluk om een goede partner tegen te komen? Het is ingewikkeld. Het leven moet eerst geleefd worden, pas dan kun je er iets over zeggen.”

Mensen denken graag dat je sterker wordt van tegenslag. What doesn’t kill you, makes you stronger.

De Wachter: “Was het maar waar.”

Hemmerechts: “In het boek gaat het daar ook over. Elke ervaring moet een rijkdom zijn. Ik hoorde onlangs iemand zeggen dat hij sterker was geworden na de recente zelfmoord van zijn vader. Dan denk ik: kunnen we eerst wat tijd krijgen om te rouwen over deze mens?

“Zo’n uitspraak is een manier om weer greep te krijgen op een situatie. Je ziet dat ook op begrafenissen. Al die rituelen: de kist moet versierd of de dienst moet plaatsvinden op een boot. Ze maken er een circus van. Kunnen we niet gewoon zeggen: dit is shit en diepdroevig? Hetzelfde met al die interviews met mensen die kanker hebben gehad, of een ongeluk. Allemaal zijn ze daar zogezegd sterker uitgekomen. Wel, ik had liever geen kanker gehad.”

De Wachter: “Miserie is miserie en als je een dierbare verliest, is dat voor altijd. Het maakt je sterker maar ook triest. Daarmee moet je leven, en dat zijn we niet gewoon.”

Hemmerechts: “Ik draag mijn kinderen en Herman altijd mee. Het klinkt bijna alsof ik gelovig ben geworden, maar voor mij is dat bijna een bron van vreugde. Dat is het leven in al zijn volheid. Je kunt niet leven zonder vuil te worden.”

Maar u heeft uw kinderen en Herman graag gezien. Als het over een verkrachting gaat, dan ligt dat toch anders?

De Wachter: “Dat is waar, maar ook dan zal je het verschrikkelijke noodlot moeten aanvaarden en meedragen. En soms gaat dat niet.”

Hemmerechts: “Ik heb leren aanvaarden dat veel dingen zijn foutgelopen, maar het kan nog steeds pijn doen. Als mensen praten over hun kinderen. Ik heb geen kinderen, ik heb één kind. En ik sta er nog steeds van versteld hoe achteloos mensen praten over de rijkdom die ik niet heb. Mensen staan er niet bij stil hoe kwetsend dat dat kan zijn. Maar dan besef ik dat ik er op mijn pad andere dingen zijn gekomen, en die zijn ook waardevol.”

Wanneer wordt een nare herinnering een trauma?

De Wachter: “Je kunt daar geen objectieve lijst van maken. Waarom is iemand totaal van de kaart als een exhibitionist zijn jas opentrekt? Als iemand dat heel erg vindt, dan is het niet aan mij om te zeggen dat het wel meevalt omdat veel mensen zoiets meemaken. Ik ben geen onderzoeksrechter, ik vertrek bij het subjectieve verhaal. En onderweg zoeken we het uit: tiens, waarom is dit zo zwaar aangekomen?

“Heel vaak heeft dat te maken met vroegere ervaringen. Want we stellen het nu voor alsof de ene daar doorkomt en de andere niet. Maar het is veel gelaagder. Ik zie succesvolle mensen die zeggen dat het niet meer gaat. Vaak is succes een compensatie van miserie.”

Hemmerechts: “Ik heb tien jaar geleden een boek geschreven over Ann, die chronische anorexia had en euthanasie heeft gekregen. Die vrouw was hyperintelligent, had een doctoraat in de psychologie. Ze kon van A tot Z uitleggen wat er met haar aan de hand was. En ik heb zelden iemand ontmoet die zo graag wilde leven. Ze wilde eten en seks en reizen. Maar ze was uitgemergeld en kon niets. Ze wist dat ze moest loslaten, maar het lukte niet. Wat wel hielp was een therapie in Averbode rond vergiffenis.”

De Wachter: “Dat zal voor haar gewerkt hebben maar voor anderen niet. Dat is heel individueel.”

Beeld Bas Bogaerts

Maar uiteindelijk heeft zij haar gedrag en gemoed niet kunnen ombuigen?

Hemmerechts: “Nee, zij kon dat niet. Misschien was ze te ver gegaan, dan is het moeilijk om terug te keren. Ik heb een zus die psychisch ziek is en ik heb altijd het gevoel gehad dat we aan twee kanten van een lijn staan. Maar de afstand tussen ons is niet zo groot.

“Misschien komt het door mijn zus, maar als ik mensen zie afglijden, dan wil ik aan hen trekken: lieveke, ik begrijp wat je bedoelt, maar kom alsjeblieft terug. Aan die andere kant ga je niets vinden. Want je kunt het leven ook bekijken als een ongelooflijk cadeau.”

De Wachter: “Ik vind dat ook, maar ik zie toch veel mensen die het leven een verschrikking vinden. Die het niet willen. Ik ken een dame, ze is al in de zeventig, die zegt dat ze nog geen dag gelukkig is geweest. Geen dag.”

Hemmerechts: “En je kunt dat niet resetten?”

De Wachter: “Nee. Een heel intelligente vrouw, maar ook een geschiedenis van vroegkinderlijk misbruik. Ik ken die dame al heel lang, ik zorg met hart en ziel voor haar. Maar het gaat niet. Dat is heel zwaar. En zo moeten er geen drie patiënten na elkaar komen. Maar het is mijn plicht om niet te zeggen: als je niet wilt leven, stap het dan af. Nee, we maken opnieuw een volgende afspraak.”

Als mensen zo zwaar lijden, is daar dan altijd een aanwijsbare reden voor?

De Wachter: “Je hebt mensen die ernstig getraumatiseerd zijn of iets ergs hebben meegemaakt, maar er zijn ook mensen die vanuit hun genetisch-biologische aanleg depressieve of andere psychiatrische symptomen hebben.”

Die mensen hebben gewoon pech dat ze zoin elkaar zitten?

De Wachter: “Ja. En daar speelt medicatie een grote rol. Dat ligt moeilijk vandaag, maar sommige mensen hebben dat echt nodig om te kunnen bestaan.”

Kun je volledig herstellen van een trauma?

De Wachter: “Herstellen is het juiste woord. Van de griep genees je, van een trauma kun je herstellen. Je leert er mee leven, het een plaats te geven zonder het weg te duwen. Want je draagt dat wel altijd mee in je verdere leven. En het maakt je niet sterker, maar in het beste geval kun je er wel iets van leren. Een soort wijsheid die je hopelijk kunt gebruiken, ook voor anderen.”

Hemmerechts: “Therapie is nog zo’n dada van mij die ook in het boek zit. Het is goed dat mensen gaan praten als ze ergens mee zitten, maar ik heb een probleem met het enorme geloof in therapie. Alsof dat alles oplost. Er zijn dingen waar therapie niet op pakt, en ik vind het ook wat censurerend.

“Ik heb zelf periodes van grote woede gekend: toen ik borstkanker kreeg was ik heel boos op gezonde mensen. Dat is niet aangenaam en je voelt dat mensen dat afkeuren. Maar ik zat wel met die heftige woede en ik denk niet dat het dan zin heeft om mensen te gaan zeggen: jij mag dat niet voelen. We leven in een tijd waarin we heel dirigistisch zijn over de emotionele en psychische trajecten die we moeten afleggen. Word je gedumpt? Dan mag je daar drie weken van afzien, daarna ga je in therapie…”

De Wachter: “En dan op Tinder.”

Hemmerechts: “Nee, eerst een facelift en naar de lingeriewinkel. En doe je dat niet, dan ben je raar. Nu, ik zie wel dat therapie zinvol kan zijn, maar je moet die heftige emoties niet altijd willen controleren.”

Een goede therapeut zorgt er toch voor dat er net ruimte is voor die gevoelens?

De Wachter: “Ja, natuurlijk. Een goede therapeut kan woede een plaats geven.”

Hemmerechts: “Maar hoelang mag je dan kwaad zijn?”

De Wachter: “Zo lang als nodig. Bij sommige mensen is dat levenslang, en ik begrijp dat. Als je als kind mishandeld en misbruikt bent, dan is de boosheid soms nooit te stillen. Soms is woede de enige drijfveer om te blijven leven. Ze hebben mij kapotgemaakt, nu maak ik kapot. Wie ben ik dan om te zeggen dat het ergens moet stoppen? Maar dan is het zoeken naar manieren om daar niet aan ten onder te gaan.

“Wat jij doet – en dat is geen onnozel compliment, Kristien – is iets betekenen, net als andere schrijvers. Ik ben een grote pleitbezorger van de roman. Soms zeggen patiënten dat praten hen niets doet. En dan raad ik hen een roman aan. Menselijke verhalen, daar kun je iets mee. Iets herkennen, iets voelen. Daar hebben mensen veel aan.” 

Kristien Hemmerechts, Wolf, De Geus, 240p., 20,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.