Dinsdag 12/11/2019

Interview

Koen De Bouw over zijn nieuwe leven in Hollywood: "Dit is een oefening in nederigheid"

Beeld Joris Casaer

Sinds hij een hoofdrol speelt in de The Last Tycoon overwintert Koen De Bouw in Los Angeles. Hij ondervindt tegen wil en dank hoe wankel The American Dream is.  Toch blijft zijn liefde voor Hollywood, die geschifte microkosmos, groeien.

We treffen elkaar in Los Angeles. Waar zijn trailer en tijdelijke verblijfplaats staan. Er is veel veranderd sinds de laatste keer dat we elkaar zagen. Zijn het de palmbomen, de eigen trailer of het extra jaartje op de teller? Maar Koen oogt ontspannen en maakt grapjes. Hij heeft zijn research gedaan. Naar het werk van de fotograaf en ook mijn vorige interviews. Vertrouwensissues? Hij geeft het allemaal toe. Dat hij een moeilijk mens is, de pers liever op afstand dan dichtbij heeft én dat Hollywood wel degelijk onder zijn vel zit. Zekerheid heeft hij hier niet. Het eerste seizoen van The Last Tycoon zit erop. Amazon heeft, ondanks de goede recensies, beslist geen tweede reeks te draaien. Of een andere speler het overneemt, is afwachten tot half oktober.

We spreken af in Downtown L.A. In het Nate Starkman Building, een verlaten warehouse uit 1908. Er wordt gefilmd en geshoot voor het Deense merk PREMIUM by JACK & JONES. De locatie ligt pal in het art district en op een steenworp van Skid Row, een sloppenwijk waar maar liefst 8.000 mensen op straat leven. The American dream, maar dan in your face. Tegen de gehuurde zilveren airstream op de set leunt Tony Garibay. De trotse bezitter van het pand én een iconische filmkop. Garibay heeft een verleden als studio manager voor Al Pacino. De inspiratie voor de looks van de fall/winter shoot ligt in datzelfde filmisch verleden. Bij Dean, Clooney en Phoenix. Veel zwart en wit, urban, casual met een flinke dosis 007. Koens blik staat – verrassing – op oneindig… Hij ontwaakt wanneer ik hem tussen de kledingrekken vraag of hij veel inbreng heeft in de collectie. “Ze leggen mij enkele beelden voor. Ik doe alsof ik kijk en knik. En doe dan toch mijn eigen goesting.” Hij grijnst. “De samenwerking houdt intussen toch al enkele seizoenen stand. Het is er een van goede aard. Ik kan mezelf zijn. Al ben je op jezelf ook maar alleen. In werk, een huwelijk of in een vriendschap leer je door reflectie. Door om te gaan met de ander.”

Beeld Joris Casaer

Net als James Bond

De toon is gezet. We veranderen van locatie. Naar The Hills waar de wereldberoemde letters doorheen een zweem van palmbomen en helblauwe lucht piepen. In de auto vertelt Koen honderduit, over zoeteaardappelfriet en groentechips. De liefde van de mens gaat door de maag. Maar op zijn leeftijd en in zijn branche moet hij opletten, zegt hij. Achter zijn koele façade zit ook een hoop onzekerheid. Een schild dat hij bewust optrekt, maar dat langzaam smelt naarmate hij op dreef raakt. “Koen werkt het best als de focus niet op hem ligt”, fluistert iemand me intussen toe. “En in een klassiek kostuum met wit hemd. Ongelofelijk sexy.” Knipoog. Kunnen we moeilijk ontkennen. Koen kan getormenteerd fronsen en gekweld opzij kijken alsof het leed van het nabijgelegen Skid Row op zijn schouders rust. De vijfkoppige Deense crew die overvloog om een vleugje make-up aan te brengen of een kraag te fatsoeneren, zorgt voor een ontladend wolkje humor. “Net James Bond. Maar Koen, trek jij nu je buik in?”

De hele vibe achter de shoot is er een die een lange dag op de set moet verbeelden. Inspiratie moet Koen momenteel niet ver zoeken. In The Hills heeft hij net het eerste seizoen van The Last Tycoon afgewerkt. Een reeks over The Golden Thirties in Hollywood. Een adaptie van een onafgewerkte roman van F. Scott Fitzgerald waarin hij een Hongaars-Amerikaans veiligheidshoofd van een van de grote filmstudio’s speelt. Naast Kelsey Grammer, Matt Bomer en Lily Collins. “Tomas Szep is een ‘fixer’, een man die propere en minder propere zaakjes afhandelt. Hij schippert constant tussen zijn lichte en donkere kant. Doorheen seizoen één wordt die balans onderzocht. Als er een tweede seizoen komt, ontrafelt er zich een groot verhaal rondom hem. Maar daar mag ik het nog niet over hebben, we weten dus ook niet zeker of er een vervolg komt.”

Nu klink je heel enthousiast, maar als ik je soms bezig zie, vraag ik me af of je dit wel graag doet.

“Ik ben gewoon een beetje moe. Het zijn de laatste loodjes vooraleer ik naar huis ga. In Hollywood duren draaidagen niet van 7 tot 7, zoals in België, maar van 5 tot 12. Dat is een extra shift erbovenop. De locatie, het team, alles is een pak duurder, dus moet het maximum eruit gehaald worden. Maar het ritme ligt wel anders. Ik draai gemiddeld maar twee dagen op een week en that’s it. Dat is dan weer heel ontspannen.”

Stel dat ik je voor de draconische keuze plaats: de set van Vincke en Verstuyft of die van The Last Tycoon?

“Op een set in België weet iedereen intussen dat het wel goed komt. Je kent elkaar, weet wat iedereen waard is. Hier ben je plots een nobody from nowhere. Vorig jaar hebben we de pilot gedraaid. Een proefaflevering die op basis van zijn populariteit bepaalt of er überhaupt een serie komt. Het was een succes: 91 procent van de 3.500 reviewers gaf The Last Tycoon meer dan vier sterren op de vijf. Maar die manier van werken veroorzaakt immense mentale stress. Alles hier is nieuw voor mij. Je kent het vak en toch weer niet. Er komt zoveel op je af. Ik moet me hier echt wel bewijzen. Je krijgt slechts een heel korte periode om waar te maken waarom jij hier staat en niet iemand anders. Als je dan de mist ingaat, is het gedaan. Want mensen kennen je niet. En ik moet in een andere taal spelen…”

Als acteur is taal een van je belangrijkste tools.

“Exact. De basis valt weg. Alles wat je kent, wordt plots vreemd. Dat is stresserend. Je moet vertrouwen op wat je vanbuiten leerde, terugvallen op improvisatie zit er niet in. Gelukkig is er een taalcoach om dat proces te begeleiden en gaat ook dat beter met de weken.”

Alle stress opzij, kun je er dan ook van genieten?

“Was ik een volledig seizoen voortgestuwd door dit gevoel, nee. Mentaal heeft het zwaar gewogen. Maar vandaag kan ik zeggen dat spelplezier en vertrouwen de bovenhand hebben. Dat het fijn is. Dat ik voorzichtig kan genieten.”

Onzekerheid is geen vijand?

“Anders moet je er niet aan beginnen. Hier komen, is uit je comfortzone stappen. Wat je niet klein krijgt, maakt je alleen maar sterker. Elke stap is een uitdaging die me als acteur, maar ook als mens sterker maakt. Maar je mag niet blijven hangen in die onzekerheid. Dat is onleefbaar.”

Hollywood was dan wel nieuw, als mens heb je intussen wel wat ervaring. Was dit de juiste leeftijd om de oversteek te maken?

“Ik ga het niet meer in mijn bol krijgen, als je dat bedoelt. Integendeel. Dit is een oefening in nederigheid. Het was heel essentieel om mezelf te zijn in elke situatie die hier op me afkwam. Een voorwaarde tot groei. Ik moet wel nog beter mijn grenzen trekken. Er komen toch weer andere dingen bij kijken, merk ik.”

Beeld Joris Casaer

Helpt de bigger, better, faster, stronger-vibe van Hollywood in die groei?

“Het is onvergelijkbaar. De werkwijze is volledig anders. Hier wordt bijna niet gerepeteerd. Alle technische zaken worden met set-ins gecheckt, acteurs hoeven zich daar niet mee bezig te houden. In België is daar geen budget voor, maar gebruiken we die technische checks wel als repetities. Ik speel in de iconische Paramount Studio’s. Dit is Disneyland voor volwassenen. Hier ligt geschiedenis. Indrukwekkend.”

In België is er plaats voor eigen inbreng van de acteurs. Hoe zit dat in Amerika?

“Die is er veel minder. Bij ons zit je samen met één scenarist. Het scenario lees je samen door, er worden enkele dingen toegevoegd, dialogen veranderd. Dat moet soms echt wel. Hier heeft iedereen zijn eigen plaats. Mijn job is het scenario interpreteren, niet eraan sleutelen. Daarvoor is er al een team van tien mensen. De writers’ room. Het is ook de enige manier waarop een geoliede machine als Hollywood zo vlot draait. Time is money. Tussen het draaien door brengt iedereen de meeste tijd door in zijn eigen trailer. Dat klinkt heel luxueus, is het ook, maar eigenlijk is het gewoon efficiënt. Hollywood ligt in de woestijn. Een trailer biedt beschutting tegen de hitte. Bovendien draaien we vaak op locatie. Dan gaat het hele trailerpark gewoon mee. Zeer praktisch.”

Wat is de keerzijde van die glamour? Eenzaamheid?

“Ik zie weinig volk. Wacht in mijn trailer tot ze me komen halen voor een scène. België is klein. En sociaal. Hier ben ik één keer iets gaan drinken met de crew. Ik woon in Brenthouse, Santa Monica. Draai lange dagen. Eenmaal thuis leer ik mijn teksten en sport ik. Of is het – om het met een vleugje Billy Joel te zeggen – ‘making love to my tonic and gin’.”

Is alleen zijn voor jou hetzelfde als eenzaam zijn?

“Veel tijd om eenzaamheid te voelen is er niet. Ik ben graag gefocust en op mezelf. Het is soms goed om mensen te missen. Dan komt het besef dat je als mens eigenlijk maar alleen bent. De momenten dat ik Chantal, Jolan en Xander (zijn vrouw en kinderen, red.) mis, zijn er. Soms heb ik zelfs te veel bezoek. Dan heb ik het niet over mijn gezin. Dat kan niet lang genoeg op bezoek komen.”

Volgens Instagram hokken de Vlamingen ook samen.

“Er zit wel wat bekend volk. Maar ik heb er natuurlijk ondertussen ook heel wat andere mensen leren kennen. Dan gaan we iets drinken of uiteten. Het maakt deel uit van het normale leven dat ik hier probeer op te bouwen. Dat moet ook als je hier zo lang vertoeft. Boodschappen doen, koken, films kijken, sporten, naar het strand. De glamour van Hollywood. (lacht) Op een set leer je de gemiddelde Amerikaan niet kennen, via Uber wél. Ik verplaats me altijd op die manier en knoop steevast een praatje aan. Daar zijn pas boeiende verhalen te rapen. Amerika blijft een smeltkroes van geïntegreerde mensen. Mensen met een droom. Interessant, maar zo heb ik ook een deel van mijn eigen onzekerheid overwonnen. Met elke rit raakte ik een beetje meer overtuigd: ‘Ook ik hoor hier thuis.’

Beeld Joris Casaer

“Het is bevrijdend na wat we gewoon zijn. Pas op: niemand komt naar hier om van de sociale zekerheid te profiteren. Die is er amper tot niet. Het is werken of niets hebben. Hier haalt niemand het in zijn hoofd zich beter te voelen dan een ander. Maar hoe langer ik hier ben, hoe meer mijn respect voor ons land stijgt. Hier wordt de wereld wat ­groter. Het is een opdracht voor mezelf om te downsizen. Terwijl Belgen vooral de neiging hebben zichzelf te onderschatten. Maar wat wij de afgelopen jaren op gebied van fictie maken met een fractie van het budget die ze hier hebben, is bewonderenswaardig. L’art de la pauvreté. Zonder middelen of tijd maken we heel professionele dingen. Waar hier trouwens ook over gepraat wordt.”

Zoals?

Professor T. en destijds De zaak Alzheimer liggen hier op de bureaus van de grootste agentschappen. Het is op die manier dat ik bij Paramount en The Last Tycoon ben terechtgekomen. Amerikanen zijn gretig als het op nieuwe dingen aankomt.”

Ben je momenteel met handen en voeten gebonden aan die ene serie?

“Ik moest een contract tekenen van zes jaar. Exclusief. Wanneer draaiperiodes gepland zijn, kan ik geen andere series maken. Films kunnen wel, maar ik moet in de eerste plaats beschikbaar zijn voor The Last Tycoon. Sinds augustus zijn de opnames voor het derde en laatste seizoen van Professor T. net achter de rug, net zoals die van Bastaard, het langspeeldebuut van de Vlaamse regisseur Mathieu Mortelmans voor het Gentse productiehuis Marmalade. Bastaard komt in het najaar van 2018 in de bioscoop. Vanaf september tot half oktober mocht ik niets meer aannemen omdat er dan beslist wordt of er een tweede seizoen van The Last Tycoon komt. Het zal niet bij Amazon zijn, maar wie weet komt er een andere speler op de proppen. Een grote reeks als deze zet dingen in beweging, maar het plaatst andere dingen on hold. Ik ga er misschien nu wat licht over, maar dat is de onzekerheid van de business.”

De serie is momenteel alleen te bekijken via Amazon. Vind je het niet jammer dat familie en vrienden je Hollywood-debuut niet op het grote scherm kunnen bewonderen?

“De serie is te zien in 200 landen. Sinds kort ook in België. Maar dat zou op zich niet uitmaken. Ik leef in het moment. In België hebben we de neiging om mensen af te breken. Als iemand zijn nek uitsteekt en het gaat mis, staat iedereen klaar om commentaar te leveren. Ik omring me met mensen die ik vertrouw; vrienden en familie, maar ook critici en vakmensen die opbouwende kritiek leveren.”

Vorig jaar stond je zwaar op dieet nadat je voor Broer 10 kilogram bijkwam. Hoe sterk weegt de body culture door in Hollywood?

“Los Angeles is een heel dankbare plek om in vorm te blijven. Sporten en gezonde voeding zijn overal. Dat werkt motiverend. En op lange termijn. Crashdiëten werken niet meer op mijn leeftijd. Ik sport veel, eet veel proteïnen en ben zuinig met koolhydraten. Niet om af te vallen, maar om alles te onderhouden. Mijn lichaam is mijn instrument. Daar moet ik me bewust van zijn. Op het moment dat ik het loslaat, ben ik het kwijt.

“Er heerst een sterke body culture, maar die is niet louter esthetisch. Gezond­heid speelt natuurlijk even hard. Ook omdat de dokter zo duur is. Mensen zorgen beter voor zichzelf. Ze worden ook verantwoordelijk geacht voor hun eigen welzijn. Ik heb het niet zo voor die fixatie op uiterlijk. Iemand die zich verzorgt, die de verantwoordelijkheid neemt om zich te verzorgen, kan er voor mij niet slecht uitzien.”

Makkelijk natuurlijk als je genen en kansen meezitten.

“Aantrekkelijk zijn heeft negatieve kanten. Kanten die ik vroeger persoonlijk ervaren heb en waar ik ook in mijn carrière mee geworsteld heb. Daar heb ik pas sinds kort mee leren omgaan. Nu geniet ik ervan. Leve de lichtheid. Aantrekkelijkheid is zeer relatief. Wat voor de ene aantrekkelijk is, is dat voor de ander dan weer helemaal niet.”

L.A. is dé plek van contrasten. Armoede zij aan zij met rijkdom, schoonheid tegen lelijkheid. En lichtheid tegenover zwaarheid.

“Het is een dubbeltje op zijn kant. In Amerika aan kansarmoede ontsnappen is nog veel moeilijker dan bij ons. Ziek worden kan het einde van een leven inluiden. Ik weet dat ik geprivilegieerd ben. Dat ik het voorrecht heb om hier te kunnen werken en dat het ook lukt. Zowat iedereen is hier zogezegd acteur of werkt aan een carrière om er een te worden.”

Dan glimlacht hij. Hoe dieper het gesprek gaat, hoe meer hij zijn pantser laat vallen en tussen de lijnen spreekt. Ik probeer het toch even. Hypergevoelig, zou het kunnen?

Beeld Joris Casaer

“Het is bijna een voorwaarde als acteur. Zijn acteurs hypergevoelig of kiezen hypergevoelige mensen sneller voor een carrière als acteur of iets in de kunsten? Ik weet het niet. Film en televisie zijn prachtige media om die gevoeligheid te laten zien. Een manier om in de wereld te happen. Maar ook om eraan te ontsnappen. Tijdens de Grote Depressie, de periode waarin The Last Tycoon zich afspeelt, kregen mensen voor 2 cent een betere wereld te zien. Het hoeft niet allemaal jaloezie te zijn, je kunt het ook fijn vinden dat iemand het beter heeft dan jij op dat moment. Het kan helend zijn om naar een wereld te kijken die er beter uitziet dan dat hij in werkelijkheid is. In tijden van cholera is het haast een overlevingsstrategie.”

Sommige mensen noemen het fake.

“Doel je dan op de manier hoe mensen hier met elkaar omgaan? Ik vind het hoe langer ik hier ben, hoe fijner. Het voortdurende stimuleren, aanmoedigen en complimenteren is gewoon aangenaam. Vriendelijk zijn kost evenveel moeite als onvriendelijk zijn. In het begin dacht ik ook: eenmaal het oppervlakkige laagje weggekrabd is, blijft er niets meer over. Maar dat is niet zo.”

Dan denkt hij even na. “Maar emotioneel klik ik misschien toch beter met Europeanen. Het is anders. Ik had onlangs een gesprek met een oudere Griek. In een Uber natuurlijk. We delen een soort culturele geschiedenis die eeuwen teruggaat. Die identiteit bestaat hier gewoon niet.

“En hebben we nu genoeg over mezelf gepraat? Eigenlijk vind ik dat moeilijk. En ook totaal oninteressant. Ik praat liever over andere dingen.”

Nog eentje. Is er een kans dat we je kwijt zijn als Hollywood helemaal overstag gaat?

“Het was niet de eerste aanbieding die ik hier kreeg en het zal wellicht ook niet de laatste zijn. In de toekomst kan ik niet kijken, maar ik had nooit gedacht het hier zo fijn te vinden. Ik zie ertegenop om weg te gaan. Bert Hamelinck (producer bij Caviar die in L.A. woont, red.) waarschuwde me toen ik net arriveerde. Ik had het niet verwacht, maar deze plek is volledig in me geslopen. Het weer, de mensen, de hele vibe…”

Verhuizen met de hele familie dan maar?

“Jaarlijks overwinteren zou perfect zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234