Zondag 23/02/2020

Interview

Klein van formaat, groot van design

Azzedine Alaïa. De ontwerper draagt altijd een zwart Chinees pak.Beeld © Mimmo Frassineti / AGF/Mimmo F

Altijd goed op het lijf geboetseerd, dat is een jurk van Azzedine Alaïa. De man - vermoedelijk 75 - ontwerpt voor Michelle Obama en nu ook voor Ballet Vlaanderen. "Wees gewoon geen slaaf."

Om één uur verzamelt het personeel van Azzedine Alaïa zich in de keuken van het voormalige pakhuis in Rue de Moussy, midden in de populaire wijk Le Marais. Zo gaat het elke dag. De keuken is het kloppend hart van het pand dat al ruim 25 jaar dienst doet als atelier, groothandel en woning van de ontwerper. Elke dag worden daar drie gangen lunch en diner geserveerd, ter plekke bereid door de kokkin en soms door Alaïa zelf.

In de hoek van de keuken ligt Didine, een enorme sint-bernardshond. Er staan twee grote tafels, er is genoeg plaats voor iedereen, van pr-dame tot naaister. Het is maandag; het gesprek gaat over afgelopen weekend en over het 11-jarige zoontje van een van de assistenten dat graag een eigen iPhone wil.

Slechts één persoon aan tafel is opvallend stil. Dat is Alaïa zelf. De in Tunesië geboren ontwerper is vermoedelijk 75 jaar oud (hij noemt zijn leeftijd nooit), is niet veel langer dan 1,50 meter en draagt zoals altijd een zwart Chinees pak. Hij is geen prater. Hij weet dat het ontvangen van journalisten onderdeel is van zijn werk, hij neemt er de tijd voor en is uiterst voorkomend, maar aan alles is te merken dat hij liever met zijn ontwerpen in de weer is. Na de lunch komt hij pas echt los.

In modekringen zijn zijn ontwerpen een vaste waarde. Een beetje kenner haalt een Alaïa er zo uit. Zijn belangrijkste kledingstukken zijn jurken, die vrijwel altijd zijn gemaakt van een stevig tricot dat hij in de jaren 80 heeft ontwikkeld. Die stof, dat al 35 jaar door dezelfde Italiaanse fabrikant wordt gemaakt, pluist niet, lubbert niet en tekent niet. Het is van een vrij dik, rekbaar materiaal dat vriendelijk is voor het vrouwenlichaam. Een typische Alaïa-jurk heeft een wijd uitlopende rok, een smalle taille en geen mouwen. Om de taille zit een brede, lederen ceintuur. Om de armen warm te houden zijn er korte tricot vestjes.

Michelle Obama in een typische Alaïa-jurk. Dat zijn jurken 'kleven' was in de beginjaren een unicum.Beeld BELGAIMAGE

Kijk maar eens naar Michelle Obama, een van zijn beroemde vaste klanten, en u ziet meteen waarom zijn jurken zo populair zijn. Ze zijn niet overdreven modieus of sexy, terwijl ze wel iets doen voor het lichaam. Het zijn kleren waarin mannen vrouwen graag zien en die vrouwen zelf ook met plezier dragen. "De vrouwen die mijn kleren dragen, zijn niet bang om gezien te worden."

Duur, maar het moet

Maar de mode van Alaïa is vanwege de exorbitante prijzen - minstens 2.000 euro voor een jurk en zo'n 800 euro voor een vestje - op zijn zachtst gezegd niet voor iedereen weggelegd. Is dat soms het geheim van zijn chic? "Nee, nee. Dat zou ik niet willen. Ik vind het jammer dat mijn kleren zo duur zijn, maar het kan niet anders", zegt Alaïa. Volgens zijn pr-dame zijn de prijzen het enige waarmee de ontwerper zich niet continu persoonlijk bemoeit en zijn ze een gevolg van de kostbare garens en de tijd die is geïnvesteerd in de ontwikkeling van de driedimensionale breitechnieken, de pasvorm en de patronen.

"Chic is helemaal geen kwestie van geld. Het heeft veel meer te maken met een elegante lichaamshouding, een verzorgde uitstraling en prettige omgangsvormen. Met weinig geld kun je er ook goed uitzien", zegt de ontwerper, die afkomstig is uit een boerenmilieu. Hij is opgegroeid bij zijn oma in Tunis en begon op zijn 15de aan een opleiding tot beeldhouwer aan de lokale kunstacademie. In de jaren 60 begon hij in Parijs zijn eigen modepraktijk vanuit zijn dienstbodekamer in het huis van gravin Nicole de Blégiers, die hem had ingehuurd als kok en oppas en voor wie hij ook jurken maakte.

Zijn chic is volgens Alaïa zijn duidelijke handschrift. "Iemand met een consequente eigen stijl is duizend keer chiquer dan iemand die slaafs de mode volgt." Hij vond die stijl eind jaren 70, toen hij van het Franse schoenenmerk Charles Jourdan een opdracht kreeg om kleding onder zijn eigen naam te ontwerpen. "Daarvoor werkte ik vooral in opdracht. Ik maakte wat mijn klanten wilden." De eerste jurken waarin zijn eigen naam stond en die inmiddels zijn handelsmerk zijn, leverden hem vrijwel direct de bijnaam 'king of kling' (kleefkoning) op. Terwijl destijds de mode oversized en breed was, zat zijn kleding dicht op het lichaam. Dat beeld sloeg aan. In de jaren 80 was Alaïa de lievelingsontwerper van zowel de jetset als de modepers. Denk aan de hoes van Private Dancer (1986), waarop Tina Turner zijn zwarte jurk draagt. Het succes was niet blijvend. De mode veranderde.

Begin jaren 90 stopte hij met modeshows, en daarmee heeft hij, zonder dat hij het op dat moment wist, de basis gelegd voor zijn huidige succes. Want Alaïa is zo chic omdat hij niet meedoet met het systeem. Tot op de dag van vandaag weigert hij, tegelijk met de rest van de modeontwerpers, zijn nieuwe collectie te presenteren tijdens de Paris Fashion Week. Hij toont zijn werk als hij vindt dat het klaar is; hij geeft dan een intieme presentatie in zijn eigen studio, meestal met een diner na afloop.

Niet verkocht aan de massa

Terwijl de meeste modemerken tegenwoordig zes prêt-à-portercollecties per jaar maken, maakt Alaïa er slechts twee. "Ik zie het nut van al die collecties niet. Dat is hooguit gunstig voor de aandelenkoers van een groot concern, maar verder is het voor niemand goed. Je kunt helemaal niet zes keer per jaar een vernieuwende collectie maken. Ga maar na: hoe veel goed uitgewerkte en vernieuwende ontwerpen zie je nu nog? Ik zorg ervoor dat ik de tijd heb; tijd om een goed idee te bedenken en tijd om rustig te lunchen en te dineren met medewerkers en vrienden."

"Alaïa doet wat hij wil", zegt zijn pr-dame. Maar helemaal onafhankelijk is hij niet. Sinds 2007 is het merk onderdeel van het concern Richemont. "Je hebt een concern nodig om te overleven als ontwerper. Dankzij Richemont heb ik genoeg ruimte in mijn hoofd om me op het ontwerpen te concentreren. Ik teken al mijn patronen zelf, ik bemoei me intensief met de productie en ik kijk alle samples persoonlijk na."

Hoewel hij een van de weinige ontwerpers is die zijn naam niet heeft verkocht aan de massa - hij produceert geen sweaters met logo en hij zou nooit samenwerken met een keten als H&M - staan in zijn winkel in Le Marais tegenwoordig wel gympen (590 euro) naast de torenhoge hakken waarmee hij naam maakte. Vorig jaar lanceerde hij zijn eigen parfum (vanaf 59 euro). Haalt hij daarmee zijn eigen chic niet onderuit? "Dat parfum was een idee van mijn goede vriendin Carla Sozzani, van conceptstore Corso Como 10 in Milaan.En de tijd van louter hoge hakken is voorbij, nu kan een vrouw ook chic zijn op gympen."

Hij wil maar zeggen: het feit dat hij stijlvast is, wil niet zeggen dat hij helemaal niet met de mode meegaat. Zo maakt hij de jongste jaren meer broeken dan voorheen. Ook de pasvorm van zijn ontwerpen is iets veranderd. Zijn kleding, die door de pers vanwege zijn achtergrond vaak met beeldhouwwerken is vergeleken, is vrijer en losser geworden, zonder in te boeten aan kracht. Een vrouw in een Alaïa-jurk ziet er nog altijd stoer en verleidelijk uit.

Dat er meer beweging in zijn ontwerpen zit, heeft volgens Alaïa te maken met het feit dat hij de afgelopen tijd voor balletgezelschappen heeft gewerkt. Hij heeft de kostuums ontworpen voor Shahrazad, die onderdeel is van de voorstelling West van Ballet Vlaanderen.

"Ontwerpen voor balletdansers is uitdagend. Voor hen moeten kleding en lichaam één zijn, zodat ze de vrijheid hebben om te bewegen", zegt hij. Ontwerpen voor dansers is niet nieuw voor hem. Medio jaren 60 maakte hij kostuums voor de stripteasedanseressen van de Parijse club Crazy Horse. "Die moesten perfect blijven zitten én vlug uit te trekken zijn. Ik doe dit graag. Het houdt me soepel. En ach, mode. Ik ben niet geïnteresseerd in mode, ik ben geïnteresseerd in kleding."

De kostuums voor Ballet Vlaanderen. "Ontwerpen voor balletdansers is uitdagend."Beeld Filip van roe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234