Maandag 17/06/2019

Het Groot Onderhoud

Kati Verstrepen: "Geef onze politici een inburgeringscursus"

Beeld Karel Duerinckx

Ze nam het ooit op voor straatprostituees, waarschuwt voor de aanslag op onze privacy, en verdedigt al dertig jaar vreemdelingen in de rechtbank. Sinds kort is Kati Verstrepen (52) als voorzitter van de Liga voor Mensenrechten de Vlaamse tegenhanger van activist Alexis Deswaef. "Mensen in illegaal verblijf zijn de braafsten die ik ken."

"Ik ben niet zo activistisch als mijn collega Alexis Deswaef”, zegt Kati Verstrepen. “Ik zal niet zo snel in die mensenketting gaan staan aan het Maximiliaanpark. Ik zal mij eerder achter de schermen vastbijten in een dossier, en proberen te pleiten voor meer respect voor de mensenrechten. Maar ik ben even gevoelig voor onrecht als Alexis.”

Verstrepen, die al dertig jaar gespe­cialiseerd is in vreemdelingenrecht, volgde eind vorig jaar Jos Vander Velpen op als voorzitter van de Vlaamse Liga voor Mensenrechten. “Aan Franstalige kant leeft dat thema veel harder dan in Vlaanderen”, zegt ze in haar kantoor in de Antwerpse Rotterdamstraat. “Vraag me niet hoe dat komt, want dat weet ik niet. Maar ook Franstalige advocaten en academici zullen veel sneller op de barricaden springen om de mensenrechten te verdedigen.”

Bij journalisten staat ze als experte buitencategorie al lang op de kaart – toen De Morgen drie jaar geleden bij wijze van oefening eens een techno­cratenkabinet samenstelde, kreeg Verstrepen de portefeuille Asiel en Migratie. Bij het bredere publiek raakte ze bekend toen ze in 2012 de uitwijzing van Parwais Sangari probeerde tegen te houden. Sangari was een Afghaan die als minderjarige in ons land was gearriveerd en op zijn 18de werd teruggestuurd. Het verzet van Verstrepen was vergeefs. “Ja, dat was een drama”, herinnert Verstrepen zich. “Die jongen was goed geïntegreerd, sprak perfect Nederlands, had werk en een vriendinnetje, en toch moest hij terug naar Kaboel.”

Hebt u sindsdien nog iets van Parwais gehoord?

Kati Verstrepen: “Nee. Maar zoals Parwais zijn er velen. Er worden regelmatig perfect geïntegreerde jongeren uitgewezen. Het is de staatssecretaris voor Asiel en Migratie die in zijn eentje kan beslissen om dat niet te doen. En soms houdt Theo Francken ook zo’n uitwijzing tegen. Maar heel vaak doet hij het helaas niet. Ik vind dat die beslissing beter zou worden uitbesteed aan een commissie. Anders is de staatssecretaris echt een soort Romeinse keizer, met de duim omhoog of omlaag.”

We moeten het uitgebreid over Francken hebben, maar laten we eerst even naar dat andere nieuws van de week kijken: de lapsus van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) over het optreden van advocaat Sven Mary in het proces tegen Salah Abdeslam. Wat vond u van zijn uitspraken?

“Jambon vindt het onbegrijpelijk dat Sven Mary een procedurefout wil pleiten. Ik vind het even onbegrijpelijk dat een minister zo’n fout maakt tegen het heilige principe van de scheiding der machten. Het heeft mij aan het denken gezet. Ik weet niet welke opleiding mijnheer Jambon heeft gehad…”

Geen juridische, zullen we maar hopen.

“Dat zou mij inderdaad verbazen. Daarom denk ik dat we misschien te veel verwachten van onze politici. Iedereen moet zich tegenwoordig permanent bijscholen, van de laagst geschoolde arbeider tot het hoogst geschoolde kaderlid. En dat vind ik heel goed. Ik kom graag bij een arts van wie ik weet dat hij de laatste technieken onder de knie heeft. Wel, misschien moet er een bijscholing komen voor politici. Voor een politicus die economie of pedagogie gestudeerd heeft, zijn de regels van de rechtsstaat niet zo evident.”

Een inburgeringscursus voor politici.

“Dat heb ik al vaak gedacht. Geef onze politici een inburgeringscursus. Van nieuwkomers vragen we dat ze een verklaring ondertekenen waarin ze beloven onze wetten na te leven en ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te zullen respecteren. Maar de overheid doet dat zélf niet, zoals is gebleken tijdens de Sudan-crisis. De overheid geeft het slechte voorbeeld. Dat is zoals koekjes eten als ouder en zeggen dat je kinderen fruit moeten eten.”

Jambon begrijpt blijkbaar ook de rol van de advocaat niet.

“Dat komt er nog bij, inderdaad. Voor alle duidelijkheid, en ik ben blij dat de Orde van Vlaamse Balies daar al heeft op gewezen: het is niet de taak van de advocaat om ervoor te zorgen dat zijn cliënt een gepaste straf krijgt, zoals Jambon zei. Dat is de taak van de rechter. Het is de taak van de advocaat om in de mate van het mogelijke het belang van zijn cliënt te dienen.”

Moet hij procedurefouten signaleren?

“Absoluut. Als een advocaat een procedurefout bespeurt in het dossier, dan is het zijn plicht om die bloot te leggen. Als hij dat niet doet, begaat hij een beroepsfout. Het probleem ligt niet bij de advocaat die de procedurefout vindt, maar bij de persoon die de procedurefout gemaakt heeft. Die moet onder vuur komen te liggen, niet de advocaat.”

Dus zelfs als Salah Abdeslam hier zou terechtstaan voor de aanslag, wat niet het geval is, dan nog zou Sven Mary de vrijspraak mogen pleiten?

(
fel) “Hij mag dat niet, hij moet dat. Daar ben ik formeel in. Als hij dat niet doet, maakt hij een beroepsfout. Nogmaals: de verantwoordelijkheid ligt bij de procureur of de agent of de onderzoeksrechter die de fout heeft gemaakt. Of bij de wet­gever die een wet heeft gemaakt die niet waterdicht is. Niet bij de advocaat die de fout ontdekt.”

Dat begrijpen veel mensen blijkbaar niet. Zelfs Geert Noels, doorgaans toch een beheerst man, riep op Twitter op tot een nieuwe Witte Mars.

“Geert Noels heeft het recht op vrije menings­uiting, dus hij mag die oproep doen. En zodra het over hem zelf gaat, zal hij het belang van procedurefouten wel begrijpen. Dat geldt voor de meeste mensen, neem ik aan. Dat een advocaat de vrijspraak vraagt, betekent uiteraard niet dat zijn cliënt die krijgt. Ik denk dat we het belang van procedurefouten bij vrijspraak enorm overschatten. Het komt maar zelden voor. Ook bij Salah Abdeslam is de kans wellicht klein, al geniet hij natuurlijk nog altijd het vermoeden van onschuld.”

Beeld Karel Duerinckx

Ook dat zullen veel mensen niet begrijpen.

“Het is nochtans even essentieel. Zolang er geen vonnis is, geniet je het vermoeden van onschuld. In dit geval is dat vermoeden waarschijnlijk nogal klein, maar het is er. En dat het vermoeden van onschuld klein is, zeg ik niet omdat ik het dossier ken, maar omdat ik voortga op wat journalisten tot dusver over mijnheer Abdeslam hebben geschreven. Dat is op zich al gevaarlijk. In hoeverre is de informatie die journalisten mij geven correct?”

Zegt u het maar.

“Wel, heel vaak is die informatie fout. Wij hebben thuis drie krantenabonnementen. En ik kan me kwaad maken als ik iets lees over vreemdelingenrecht, omdat het vaak niet klopt. Mijn man, die bij de spoorwegen werkt, maakt zich dan weer kwaad als hij iets leest over de NMBS wat niet klopt. U moest eens weten hoe vaak wij ’s morgens tegen elkaar zitten te roepen: ‘Dit kan toch niet!’ (lacht) Dat is tamelijk erg, want het betekent dat kranten ook over veel andere onderwerpen niet betrouwbaar zijn.”

Ook journalisten hebben bijscholing nodig, misschien.

(lacht) “Ik heb veel begrip voor journalisten, hoor. Ze werken onder enorme druk en moeten over ongelooflijk veel verschillende onderwerpen schrijven. Dan is het bijna niet mogelijk om de finesses van een dossier te kennen. Neem nu dat fameuze artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Vandaag zal misschien 1 procent van de mensen weten waarover dat gaat. Een half jaar geleden, voor de Sudan-crisis, kende bijna niemand dat artikel.”

Bewijst de noodzaak van het recente rapport van het Commissariaat-generaal over de Sudan-crisis niet dat artikel 3 niet correct werd nageleefd?

“Absoluut. Dit onderzoek had van tevoren moeten gebeuren, niet achteraf. Als men van tevoren had kunnen aantonen dat bepaalde mensen geen risico op foltering liepen, dan had men ze kunnen terugsturen. Dit was de omgekeerde wereld. Men stuurde mensen terug, en ging naderhand eens kijken of alles goed was verlopen. Dat is onzinnig.”

Veel mensen denken nog altijd dat artikel 3 niet geldt voor mensen die geen asiel aanvragen. En dat is wél het geval.

“Inderdaad. Het is niet omdat je geen asiel aanvraagt, dat het per definitie vaststaat dat je in je land van herkomst geen risico op foltering loopt.”

Dat leidt tot een complexe situatie. Wat moeten we doen met de transmigranten die geen asiel aanvragen maar die we ook niet kunnen terugsturen?

“Mag ik u iets vragen? Kunt u die mensen alstublieft geen ‘transmigranten’ noemen? Ik krijg daar de kriebels van. Hebt u onlangs dat filmpje van de satirische website De Raaskalderij gezien, van de transmigrant die het gevoel had dat hij in de verkeerde nationaliteit geboren was? Dat vond ik schitterend. Noem hen alstublieft vluchtelingen.”

Dat mag niet meer van Theo Francken, want ‘vluchteling’ ben je pas als je asielaanvraag erkend is.

“Als mijnheer Francken aandringt op juridisch puritanisme, dan zou ik graag hebben dat hij dat altijd doet, en niet alleen als het hem goed uitkomt. Een vluchteling is iemand die zijn land ontvlucht. Van sommige vluchtelingen zegt men nu dat ze naar Engeland willen, en daarom geen asiel aanvragen in ons land, maar dat klopt niet. Die mensen willen niet per se naar Engeland, die mensen willen rust en bescherming.”

Waarom vragen ze dan geen asiel aan?

“Omdat ze bang zijn dat ze in dat geval teruggestuurd worden naar Italië of Griekenland. En van daar terug naar hun land. Door de zogenaamde Dublin-verordening mogen Europese landen asielzoekers terugsturen naar het land waar ze in Europa arriveerden. Op zich was dat een goed akkoord, omdat het voorkomt dat asielzoekers shoppen tot ze een land vinden dat hun aanvraag goedkeurt. Er kan maar één land bevoegd zijn voor de asielprocedure. Maar de Dublin-verordening wordt te streng toegepast.”

Hoe bedoelt u?

“Geen enkel land is verplicht om asielzoekers terug te sturen naar het land waar ze Europa binnenkwamen. Maar België doet dat wel. Net daarom willen die mensen naar Engeland, dat niet meedoet aan de Dublin-verordening.”

Wat stelt u dan voor?

“Dat ons land de Dublin-verordening niet zo strikt toepast, en die mensen niet allemaal terugstuurt naar Italië of Griekenland. Francken kan daarvoor kiezen. En als hij dat doet, zullen veel van die mensen hier wél asiel aanvragen. Als ze weten dat zo’n asielaanvraag hier kans op slagen heeft, zullen weinig mensen nog de moeite doen om in Engeland te geraken.”

Zal dat geen aanzuigeffect hebben?

“Hoe dikwijls hebben we dat argument nu al gehoord? Zo’n aanzuigeffect is nog nooit aangetoond. Overigens kan elk Europees land ervoor kiezen om de Dublin-verordening niet zo streng toe te passen. Dat zou alleen maar voordelen hebben. Het zou geen problemen creëren, maar net een heleboel problemen oplossen.”

De tijdgeest laat dat niet toe, vrees ik.

“Waarom niet? Wie zou er last van hebben als we die mensen asiel bieden? Niemand. We hebben last van mensen die langs de snelweg lopen, in vrachtwagens klauteren, andere weggebruikers in gevaar brengen. Dat is gevaarlijk. We kunnen dat voorkomen met een transparante asielprocedure. Van mensen die asiel aanvragen, hebben we géén last. We creëren een probleem dat niet hoeft te bestaan. Net zoals die ‘vluchtelingencrisis’ geen ‘crisis’ was: een miljoen vluchtelingen kan Europa aan. Ik zou zeggen: Wir schaffen das.”

Wat met de mensen die geen asiel krijgen en dus terug moeten?

“Zulke mensen zie ik elke dag. Het gebeurt elke dag dat ik een cliënt slecht nieuws moet brengen. De meesten van die mensen gaan ook vrijwillig terug. Als een beslissing goed gemotiveerd is, begrijpen mensen dat. Als ik weet dat beroep aantekenen geen zin heeft, raad ik hen dat ook ten stelligste af.”

Hoezo? Moet u niet alle mogelijkheden van het recht uitputten voor uw cliënten, zoals Sven Mary?

“Niet noodzakelijk. Ik beslis nog altijd zelf wat ik doe. Geen enkele advocaat is verplicht om een cliënt te verdedigen. Als Sven Mary de verdediging van Salah Abdeslam niet met zijn geweten kan verzoenen, dan hoeft hij dat niet meer te doen. Maar dan moet hij dat wel tegen mijnheer Abdeslam zeggen, zodat die een andere advocaat kan zoeken. Maar áls je een zaak neemt, moet je tot het uiterste gaan voor je cliënt. En als ik ergens niet achter kan staan, doe ik het niet. Nodeloos beroep aantekenen, bijvoorbeeld.”

De hamvraag is nu: wat doen we met mensen die niet in België mogen blijven, maar die toch niet vertrekken?

“Ik vind in elk geval dat we die mensen niet zo agressief moeten opsporen, zoals vorige week gebeurde bij de inval in de Brusselse vzw Globe Aroma. Dat veroorzaakt onrust, en verhoogt de onveiligheid voor iedereen. Ik zal u eens iets vertellen: mensen in illegaal verblijf zijn de braafsten die ik ken. Geloof me: niemand is zo voorzichtig en behoedzaam als iemand die illegaal in het land verblijft.”

Hoe komt u daarbij?

“Ik weet dat uit dertig jaar ervaring. Zulke mensen doen er alles aan om niet gepakt te worden. Ze zullen nooit door een rood licht lopen. Ze zullen altijd een kaartje bij zich hebben op de trein of de tram. Ze zullen nooit agressief zijn of plekken bezoeken waar soms gevochten wordt. Ze werken ook het hardst van allemaal, voor soms maar twee of drie euro per uur. Ze werken keihard om in leven én onder de radar te blijven.”

Beeld Karel Duerinckx

Dat is een behoorlijk verfrissende kijk op mensen in illegaal verblijf.

“Er zijn natuurlijk uitzonderingen, die zijn er overal. Ik steek mijn hand niet in het vuur voor alle mensen in illegaal verblijf. Sommigen hebben inderdaad kwade bedoelingen. Maar het is niet door hen op te jagen dat je het land veiliger maakt. Je kunt mensen op den duur zo ver drijven dat ze gevaarlijke dingen doen. Ik zie hier soms mensen van wie ik vrees dat ze een vogel voor de kat zijn.”

Geef eens een voorbeeld?

“Ik zag onlangs een Somaliër die hier al jaren ronddoolt. Hij is al verschillende keren opgepakt, maar het lukt niet om hem te repatriëren. Hij is te ver heen, aangetast door drugs en alcohol, en door en door getraumatiseerd. Hij heeft een tijdje in de psychiatrie gezeten, maar wordt altijd opnieuw vrijgelaten, zonder papieren. Zulke mensen zouden beter geregulariseerd worden, voor ze gevaarlijke dingen doen – iemand met een mes aanvallen, of wat dan ook. Dat zijn de gevaarlijke lone wolves.”

En die moeten we regulariseren?

“Uit humanitaire overwegingen zou dat het beste zijn. En het veiligste. Als we zulke mensen regulariseren, kunnen we hen de gepaste hulp en zorg geven.”

Wat met andere mensen in illegaal verblijf? Mag de politie hen thuis oppakken? Jan Jambon beweerde ooit dat illegaliteit een voortdurend misdrijf is en dat agenten die bij hen binnenvallen aan betrapping op heterdaad doen. Klopt dat?

“Ik vind van niet, maar sommige rechters vinden van wel. Ik heb in een aantal van zulke gevallen al ongelijk gekregen in de rechtbank. De onduidelijkheid over die gevallen heeft geleid tot de recente wet op woonstbetreding. De bedoeling achter die wet was eerbaar. Ik ben Nahima Lanjri van CD&V dankbaar dat ze zich daar mee heeft achter geschaard. Dankzij dat wetsontwerp is woonstbetreding niet meer mogelijk zonder bevelschrift van een onderzoeksrechter. Dat is dus vooruitgang.”

Het probleem is alleen dat ook de woning van derden mag worden betreden als men vermoedt dat daar mensen in illegaal verblijf onderdak krijgen.

“Bij de uitwerking van het wetsontwerp is het inderdaad misgelopen. De tussenkomst van een onderzoeksrechter is te veel een formaliteit geworden. En dat de woning van derden mag worden betreden, is ook een stap te ver. Ik vind het logisch dat daar zo veel protest tegen gekomen is. Eigenlijk heeft België dringend een mensenrechteninstituut nodig. Zo’n instituut zou bij elk wetsvoorstel of wetsontwerp kunnen nagaan of het om een evenwichtige tekst gaat, of de mensenrechten niet te zeer worden aangetast.”

Waar zit voor u het onevenwicht in de woonstbetredingswet?

“Het voordeel van zo’n wet zou zijn dat je snel mensen kunt oppakken, opsluiten en terug­sturen. Het nadeel is dat je de facto het hele huis mag doorzoeken. Men noemt het een woonst­betreding, maar het komt neer op een huiszoeking: de politie mag immers identiteitsdocumenten zoeken – en die kun je in principe overal vinden, in elke map en in elke bloempot. Een bijkomend nadeel is dat zo’n huiszoeking een zware impact heeft. Iedereen heeft het recht op pricacy en het recht om zich thuis veilig te voelen.”

Maar illegaal in het land verblijven is een misdrijf.

“Zeker. Maar die mensen zijn geen zware criminelen. Waaraan maken zij zich schuldig? Aan een inbreuk op het administratieve principe dat je in een land verblijft zonder de juiste papieren. De proportionaliteit is totaal zoek. Die mensen zijn geen terroristen. Hetzelfde geldt voor de deportatiewet. Ook daarvan onderschat men de impact.”

U noemt het de ‘deportatiewet’. Ook dat mag niet van Theo Francken.

“Taal is belangrijk. En net zoals ik begrijp dat sommigen de wet op woonstbetreding de ‘achterhuiswet’ noemen, vind ik ‘deportatiewet’ geen verkeerde term. De consequenties van die wet zijn enorm: mensen die hier geboren zijn, kunnen worden weggestuurd naar hun zogenaamde land van herkomst. (fel) Maar dat land is België. En daarvoor is niet eens een veroordeling nodig, een vermoeden volstaat. Hoe waanzinnig dat is, beseffen veel mensen ook pas als het hen zelf overkomt.”

Mensenrechten worden een beetje weg­gelachen.

“Dat is waar. Zelfs rechters doen dat. ‘Meester, zijt ge daar weer met uw Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens? Waar gaat ge nog allemaal mee afkomen?’ Dat krijg ik soms te horen in de rechtbank. Als we naar het bredere plaatje kijken, dan zijn we een stukje van onze vrijheid en mensenrechten aan het prijsgeven in de strijd tegen de terreur, dus zogezegd voor meer veiligheid. Dat is de deal: meer veiligheid in ruil voor wat minder vrijheid. Maar dat is quatsch. Daar zouden we nog spijt van kunnen krijgen.”

Hoe bedoelt u?

“Ik heb nogal wat Turkse cliënten. Magistraten, advocaten, academici en anderen die in Turkije op de lijst met terroristen staan en vervolgd worden. En weet u hoe de Turkse overheid die lijst heeft samengesteld? Mensen die een abonnement op de krant Zaman hebben én een bank­rekening bij een bepaalde bank, zijn per definitie verdacht. Op het eerste gezicht zou je zeggen: dat zijn toch onschuldige gegevens, het is toch helemaal niet delicaat als de overheid die gegevens kan opvragen. Ja, tot het misloopt, dus.”

Geven wij te veel informatie prijs aan de overheid?

“Zeker. En allemaal onder het mom van terreurbestrijding. Van nummerplaatherkenning tot dataretentie, zoals dat heet: het bewaren van digitale communicatie. Een terrorist zal zich daardoor niet snel laten tegenhouden. En de meeste gewone burgers denken dat het geen kwaad kan.”

Wie niets te verbergen heeft, hoeft niets te vrezen.

“Precies. We zijn ons er niet van bewust dat het tij snel kan keren. In Turkije konden mensen zich ook niet voorstellen dat ze zo snel in een totalitair systeem zouden terechtkomen. Laat dat ons inspireren tot grote voorzichtigheid.”

Wat vindt u van vergelijkingen met de jaren 30, die soms gemaakt worden? Johan Leman noemde de inval bij Globe Aroma ‘pre-fascistisch’.

“Ik neem niet graag zulke geladen woorden in de mond. Maar ik vind wel dat we zeer alert moeten zijn. En aangezien wij de jaren 30 niet hebben meegemaakt, weten we niet hoe het voelde toen alles uit de hand begon te lopen. Achteraf is het gemakkelijk om dat te zien, maar vandaag is dat nog moeilijk te beoordelen. Wat ik wel zeker weet, is dat we de lessen uit de jaren 30 blijkbaar vergeten zijn.”

Wat zijn we precies vergeten?

“Wat was de grote conclusie na de Tweede Wereldoorlog? Dat we dat nooit meer wilden meemaken. Wat was dé les die men trok uit de catastrofe die toen vers in het geheugen lag? Wat kwam uit het overleg dat de mensheid toen organiseerde? Geen wetten om aan betere dataretentie te doen, geen deportatiewetten of wetten inzake woonstbetreding – nee, wat daaruit kwam, waren mensenrechten. En net die willen we vandaag beknotten. Dat snap ik niet. Dat betekent dat we uit de jaren 30 en 40 niets geleerd hebben.”

Beeld Karel Duerinckx

Bij de vervolging en veroordeling van het Vlaams Blok in 2004 speelde de Liga voor Mensenrechten, en uw voorganger Jos Vander Velpen, een cruciale rol.

“Jos noemt dat zijn belangrijkste verwezenlijking en dat begrijp ik. Het was een proces over de fundamenten van de rechtsstaat. Ik ben blij dat we dat proces gevoerd en ook gewonnen hebben. Hoewel ik tegelijk moet zeggen dat sommige wetten vandaag verder gaan dat wat het Vlaams Blok in haar 70 puntenplan had staan. De woonstbetreding bij mensen in illegaal verblijf, bijvoorbeeld, kon voor die partij alleen als het mensen betrof die waren veroordeeld tot minstens zes maanden gevangenisstraf.”

Is dat niet dieptragisch: dat we een deel van dat plan, waarvoor die partij is veroordeeld, koudweg hebben uitgevoerd?

“Het Vlaams Blok ging op sommige punten natuurlijk nog veel verder: vreemdelingen mochten geen eigendom verwerven, er moesten aparte scholen en een aparte sociale zekerheid komen. Dat was onaanvaardbaar.”

En wat het discours van de partij betreft? Heel wat citaten uit folders en brochures die het hof van beroep aanhaalde in het vonnis, zijn mainstream geworden. Is het niet onrechtvaardig dat die partij daarvoor veroordeeld is?

“Daar ben ik het niet mee eens. Het rauwe racisme hoor je vandaag minder dan vroeger.”

Het wordt beter gecamoufleerd, misschien.

“En dan nog vind ik dat een vooruitgang. Het rauwe racisme, en zeker de systematische opeenvolging van citaten die allemaal op hetzelfde neerkwamen, hoor je niet meer. Dat is mede de verdienste van dat proces tegen het Vlaams Blok.”

Tot slot: klopt het dat u in deze buurt ooit de prostituees hebt verdedigd tegen de andere bewoners?

“Dat klopt, ja. Hier in de Atheneumbuurt werkten vroeger straatprostituees, en daar had ik absoluut geen probleem mee. Die meisjes wisten waarmee ze bezig waren en hun klanten ook. Toen de nieuwe buurtbewoners hen wilden verjagen, heb ik mij daartegen verzet. Die mensen die hier een huis kochten, wisten in welke buurt ze terechtkwamen. Die prostituees waren hier eerst. Ik vond dat buurtprotest niet eerlijk.”

Stelt u de prostitutie niet wat te rooskleurig voor?

“Als er sprake is van uitbuiting of dwang, dan kan het natuurlijk niet. Zoveel is duidelijk. Dat was op den duur jammer genoeg wel het geval. De prostitutie is enorm veranderd. Maar in de jaren 90, toen wij hier pas woonden, waren dat nog vrolijke meisjes, die decent en vriendelijk waren. Als de kinderen van school kwamen, verdwenen ze bijvoorbeeld altijd even van de straat en deden ze hun luiken dicht. Dat verliep heel deftig.”

Is het een mensenrecht om je lichaam te verhuren?

“Zeker. Zoals het ook een mensenrecht is om van die diensten gebruik te maken. (twijfelt even, lacht dan) Wacht eens, ik voel het al aankomen: u gaat hier de kop van maken, niet? Kati Verstrepen: ‘Prostitutie is een mensenrecht.’ Is dat uw plan?”

Nee, hoor.

(lacht) “Ik dank u bij voorbaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden