Dinsdag 22/10/2019

Interview

Kathleen Cools: "Wat er toen in mij in dat half uur tijd omgegaan is, hou je niet voor mogelijk"

Kathleen Cools. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Terzake-anker Kathleen Cools (54). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij echt 54. Onlangs schreef Kaaiman naar aanleiding van 50 jaar De Tijd: ‘50 jaar is heel bijzonder, want je hebt een verleden, een heden en een toekomst’. Ik had nooit gedacht dat ik deze zin ooit zou citeren. (lacht) Maar zo is het inderdaad. Je kunt op heel veel terugblikken, je staat in het nu, maar tegelijk moet je ook vooruitkijken: wat hoop je nog te kunnen realiseren? Met ouder worden betrap ik mezelf erop dat ik vaker denk: wat verwacht ik nog van het leven? Wat zou ik later nog willen doen? En dan denk ik aan vrijwilligerswerk, als mijn job bij de VRT erop zit.

“Maar nu voel ik me nog altijd heel dynamisch, ook al klinkt dat heel erg 50-plus. (
lacht) Ik zit in een veeleisende job met lange werkdagen. Bij Terzake beginnen wij al samen met De ochtend op Radio 1. Dan start heel die machinerie – een heel proces van bijschakelen, onderwerpen weggooien, ad-hoc­beslissingen nemen – en moet je nog pieken om 8 uur ‘s avonds. En dat lukt mij nog aardig. Al die stress kan ik nog heel goed aan, anders zou ik er echt mee ophouden. Daarbij is het wel een voordeel om samen te werken met een jonge ploeg van twintigers en dertigers. Die inter­actie zorgt voor een bijzondere dynamiek.”

Wie is Kathleen Cools?

- geboren in Deurne, op 30 oktober 1963

- studeerde filosofie (UA en KU Leuven)

- werkte als ­bank­bediende

- begon haar media­carrière in 1989 als redactrice en nieuws­lezer bij Studio Brussel

- werd in 1996 journalist bij de VRT-radio­nieuws­dienst, specialiseerde zich in Europees en Wetstraat-nieuws

- stapte in 2004 over naar de televisie­redac­tie, presenteerde o.m. Villa Politica, Morgen beter, Reyers laat en Terzake

- gehuwd met Willem Lemmens, hoogleraar ethiek en moderne wijsbegeerte (UA). Ze hebben twee zonen en een dochter

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat mensen die mij vrij goed kennen, ook goed weten wat ze aan mij hebben. What you see is what you get. Zo zit ik in elkaar. Of het nu thuis is of op het werk. Ik denk dat ik een vrij ­stabiele, open persoon ben. Als er iets op mijn lever ligt, zeg ik het gewoon meteen. Je ziet heel vaak, in de politiek of het bedrijfs­leven, hoe mensen zichzelf kunnen oppompen, meestal vanuit een grote onzekerheid. Ik kan daar alleen maar geamuseerd naar kijken. Ik zal ook nooit naar de bazen lopen, gaan klagen of ­netwerken achter de schermen. Laat mij gewoon mijn job doen.”

3. Wat is uw passie?

“Euhm, het klinkt misschien een beetje zielig (lacht), maar ik vrees dat mijn werk mijn passie is. Tegelijk ben ik er ook wel trots op. En ja, dat betekent dat ik er onophoudelijk mee bezig ben. Ook in het weekend zal ik alle kranten van a tot z doornemen omdat ik er heel veel in kan vinden wat ik later nog kan gebruiken. Het plezier dat ik daaruit puur, primeert nog altijd. Anders kun je journalistiek niet volhouden, denk ik.

“Mijn favoriete krant? Schrijf op: ‘(lacht luid)’. (stilte, hilariteit) Ik zal dat ooit vermelden in mijn memoires.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Het leven is geen cadeau, neen, in die zin dat het in twee, drie seconden totaal kan kantelen. Ik geloof wel in het idee van serendipiteit: je kunt dingen aangrijpen op het moment dat ze zich aandienen. Je moet alleen de opportuniteit willen zien en er ook echt moeite voor willen doen. Ik heb bijvoorbeeld filosofie gestudeerd en nadien een tijdje bij een bank gewerkt, aan het loket. Op een bepaald moment heb ik toch meegedaan aan een stemtest en ben ik bij Studio Brussel kunnen beginnen. In de week werkte ik bij de bank, in het weekend bij de radio. Tot ik beslist heb om mijn vast contract te laten varen en voor mijn journalistieke droom te gaan, ook al was dat toen een sprong in het duister.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Een wandeling in het bos met mijn man. We proberen toch ­minstens één keer per week samen een wandeling te maken, ook al is het maar zeven à acht kilometer. Na een hele week op ­kantoor en in een donkere studio geeft dat enorm veel zuurstof. We oreren dan de hele tijd aan één stuk door. (lacht)

“We zijn inmiddels 28 jaar getrouwd. Naar de huidige maatstaven kun je wel spreken van een dinosaurushuwelijk. (
lacht) Wij hebben elkaar in de filosofie leren kennen. Wat mij zo in hem aantrok? Euhm, we lachen daar nu soms nog mee: zijn Mick Jagger-kapsel. Hij had zo van die dikke krullen, die nu totaal verdwenen zijn. En de manier waarop hij naar dingen kijkt. Een soort intellectuele spanning ook. We kunnen met zeer veel plezier over allerlei onderwerpen discussiëren, ook samen met de kinderen. Want het is heel interessant om op te pikken wat leeft, om te horen wat jongeren denken.”

6. Wat is uw zwakte?

“Mijn moeder zei altijd: ‘Als ze het in haar kopke heeft, zit het niet in haar teentjes’. Een soort koppigheid dus. Als ik iets in mijn hoofd heb, ben ik moeilijk tegen te houden. En misschien hangt het daar ook mee samen: ik kan nogal categorisch zijn. Ik heb een grote rekkelijkheid, maar dan is er de spreekwoordelijke druppel en kan ik heel snel omslaan. Dat kan zeer abrupt overkomen. Plots hoeft het voor mij niet meer. In mijn hoofd is dat proces al langer bezig, maar ik betrap mezelf erop dat ik misschien wat meer signalen had kunnen geven onderweg. Rancuneus ben ik niet, maar soms raakt iets niet meer uitgepraat. Het zit daar en je kunt het niet meer terug­spoelen. En dat is het dan.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Vele jaren geleden vroeg mijn man mij, nadat hij een congres in de VS had bijgewoond: wat zou je ervan denken mocht ik daar gaan lesgeven? Ik herinner me nog dat ik toen categorisch nee heb gezegd. Want dat betekende dat we op termijn moesten ­vertrekken. We hadden toen al twee kinderen en ik werkte als Wetstraat- en Europees verslaggever voor de radio. Dat klinkt nu zo meedogenloos, als ik daaraan terugdenk. Ik besef nu dat ik toen die deur gewoon heb dichtgeklapt. Soms denk ik: wat als we die kans toch hadden gegrepen? Ons leven had helemaal anders kunnen verlopen.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat mijn kinderen iets overkomt. Dat is echt, in de heel specifieke zin van het woord, de hel op aarde. Mijn zus en schoonbroer hebben dat meegemaakt. Toen mijn neef 18 was, is hij verongelukt. De impact daarvan op een hele familie is afschuwelijk. Het vormt een litteken dat nooit meer heelt.

“Op een bepaald moment moet je je kinderen loslaten. Toch ervaar ik dat als een moeilijke oefening, zeker met mijn dochter die nu 17 is. Als een meisje na middernacht alleen met de fiets naar huis moet, ben je sowieso bezorgd. Maar ik moet mezelf daarin temperen. Ik ben ooit eens compleet door het lint gegaan omdat ik mijn zoon niet kon bereiken. Ik moest hem van zijn kot naar de scouts brengen, maar hij deed niet open. Ik wist dat hij de nacht voordien uit was geweest. Wat er toen in mij in dat half uur tijd omgegaan is, hou je niet voor mogelijk. Aanbellen, op het raam kloppen, ijsberen, terug in de auto, bellen, weer aankloppen... Ik wist niet dat ik daartoe in staat was. Uiteindelijk bleek het om een misverstand te gaan. Hij zat al op de scouts en zijn gsm stond op stil. Maar mijn benen trilden zo hard, dat ik zelfs niet meer kon rijden. Sindsdien heb ik geleerd: probeer het los te laten.”

Kathleen Cools: "Op een bepaald moment moet je je kinderen loslaten, maar ik vind dat toch een moeilijke oefening." Beeld Stefaan Temmerman

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Hoewel sommigen denken dat ik een keiharde bitch ben – dat weet ik uit e-mails die mij bereiken – schiet ik makkelijk vol. Van emotie of ontroering of zelfs geluk. En dat wordt alleen maar erger met ouder worden. (lacht) Bij een afstudeer­ceremonie of een film of gewoon bij wolken die voorbij­drijven als ik op een zomer­avond in mijn tuin zit, kan ik tranen in mij voelen opwellen. Of toen ik onlangs samen met mijn man op een open plek in het bos kwam waar we zestien jaar geleden een verjaardagsfeestje hebben gegeven voor onze jongens, betrapte ik mezelf erop dat mijn ogen begonnen te prikken. Vanuit een soort weemoed ja. Van jongs af aan al kan ik soms overvallen worden door een onbestemd gevoel van melancholie.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Zoals ik daarnet vertelde, toen ik mijn zoon niet vond.

“Met huisraad gooien of zo doe ik niet. Ik ben echt geen dramaqueen, nee.” (lacht)

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u gemaakt?

“Wel, muziek die ik blijf meedragen, is het Agnus Dei van Samuel Barber, dat ook gebruikt wordt in Platoon, de film van Oliver Stone. Die heel traag opbouwende koormuziek heeft iets hemels. Ik zet dat stuk ook vaak op als het geraas en het gebral op de redactie te erg wordt. Het houdt mij bij de les en maakt mij tegelijk rustig. Ik zet dan mijn koptelefoon op en zet de muziek goed luid. Zo luid dat de ­regisseur eens tegen mij zei: ‘Dat is toch wel heel drastisch.’ (lacht) Hij was vooral bezorgd om mijn oren, denk ik. Dat stuk gaat al zo lang mee dat het mij op een of andere manier wel vormt, denk ik.”

12. Hebt u al een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben niet gelovig, maar voel me wel warm ingebed in de christelijke traditie. Die heeft mij mee gevormd en ik vind het ook belangrijk dat mijn kinderen ze meekrijgen.

“Ik hou wel van het begrip ‘religieuze ervaring’ in de filosofische zin van het woord. Wittgenstein had het over het moment waarop alles in elkaar lijkt te vallen, waarop je voelt: er is een groter geheel dat toch wel zinvol is. Nabokov beschrijft dat zo: ‘Everything is as it should be, nothing will ever change, nobody will ever die’. Eventjes heb je het gevoel van volmaaktheid. Ik vind dat een mooie manier om over religie te spreken. Want ik vind, en dat is nu mijn persoonlijke mening, de manier waarop heel dat debat over de plek van religie in de samenleving gevoerd wordt, van zo’n intellectuele armoede. Het lijkt wel alsof er twee kampen zijn: of je bent hyper­rationeel en dan ben je een verlichte geest, of je bent een malloot die goh gelovig is. Wat een simplisme. Vanuit mijn filosofische achtergrond denk ik: jongens, dit verdient beter. Mensen zullen altijd blijven zoeken naar een bron van zin­geving.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Met gemengde gevoelens. (glimlachje) Het is niet simpel om in real time ouder te worden op televisie. In high definition. (lacht) Ik zei het daarnet aan de fotograaf: niet zo dicht! (lacht) In de studio heb ik dat soms ook met die camera (sist tussen de tanden): niet te dicht! Maar ik kan er ook wel om lachen. Onlangs keek ik naar Dank dat u bij ons was (Canvas-serie over 40 jaar televisie­journalistiek, red.). Die beelden uit de jaren 80, zo heerlijk flou! Nu is die kwaliteit zo onvoorstelbaar goed dat je elke rimpel, elke porie ziet. Je wordt ook snel een karikatuur (trekt een ooglid naar beneden): ‘Dat is die met het ene oogje zus en het andere oogje zo’. Ja, zo werkt het nu eenmaal. Ik heb daar ook geen problemen mee. Waardig ouder worden op tv is mooi. Ik vind het trouwens heel belangrijk dat mensen van onze generatie in beeld komen en dat je hen ziet verouderen. Want er zijn zo veel oudere mensen in onze samenleving en een heel groot deel kijkt nog lineair tv. Maar ik geef ook toe: ik verzorg mezelf veel meer dan ik ­vroeger deed. Als ik mentaal scherp wil blijven, moet mijn lichaam ook mee.”

14. Wat vindt u erotisch?

(lacht) “Wat ik écht écht erotisch vind, ga ik niet delen met heel Vlaanderen. Een bepaalde houding, handen en ogen kan ik aantrekkelijk vinden, maar verder ga ik er niets over vertellen.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Goor en seks gaan voor mij echt niet samen. Dus hier kan ik kort zijn: die heb ik niet.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Eigenlijk geen, maar als ik toch moet kiezen, mijn kat. Haar gadeslaan is gewoon een les in levens­filosofie. De eerste zonnestraal die door het raam valt en ze ligt erin, hè. Hoe een kat genot kan opzoeken, vind ik echt onvoorstelbaar. Als mensen moeite ­hebben met de rat­race, of een moeilijke periode doormaken, of een burn-out hebben, denk ik vaak: neem een kat en volg haar ritme. Katten zijn meesters in onthechting.”

17. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders zijn tachtigers nu. Ze doen het nog erg goed samen, en wij, de drie dochters, hebben nog een heel goeie band met hen. Ik woon wat verder dan mijn twee zussen, maar als ik in het weekend met mijn moeder bel, ben ik een tijdje onbereikbaar. Dat duurt wel efkes, soms strijk ik zelfs tussendoor. (lacht)

“Ik kom uit een warm nest. Mijn moeder zorgde voor de kinderen, mijn vader werkte keihard om ons te laten studeren. Ik had met beiden een sterke band. Mijn moeder was heel vaak thuis, dus dat was ­evident, maar ook met mijn vader hadden we ons momentje. Op zondag maakten we met ons tweetjes een uitstap, naar de stad, naar een park, naar een museum. Ik denk daar nog dikwijls aan terug.

“Ook voor hun kleinkinderen stonden ze altijd klaar. In bepaalde zeer hectische periodes zijn ze ons echt uit de brand komen helpen. En nu proberen wij hen te soigneren.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Je zou het mij misschien niet nageven, maar ik ben een onwaarschijnlijk moederdier. Moeder worden, dat rukt de definitie van liefde open. Voor mij betekende dat liefde in haar meest pure en ongerepte vorm leren kennen. Want in een partner­relatie komen daar toch ook wel negatieve gevoelens bij kijken die je liever niet zou hebben. Liefde voor een kind is onvoorwaardelijk. Voor mij was dat echt een openbaring, zeker bij mijn eerste zoon, maar evengoed bij mijn tweede als bij mijn dochter. Mocht ik van een klif moeten springen om mijn kinderen voor onheil te behoeden, ik doe het meteen.

“En wat de liefde tussen mijn man en mij betreft: je doorloopt samen verschillende stadia. Eerst is er de klik, dan ben je smoorverliefd, je trouwt en krijgt ­kinderen, dan komt er een soort afstand omdat je allebei met zo veel dingen tegelijk bezig bent, en naarmate de kinderen volwassen worden, komt er weer meer ruimte voor elkaar en groei je weer naar elkaar toe. Ik ervaar dat als een heel mooie evolutie.”

Kathleen Cools: "Ik heb maar één huis af te betalen. Veel geld hebben brengt zorgen met zich mee." Beeld Stefaan Temmerman

19. Bent u een goede vriend?

(stilte) “Het is een cliché­antwoord dat veel mensen geven die veel en laat werken: ik zou wel wat meer tijd met mijn vrienden willen spenderen. Samen naar een concert of een film, of een cursus volgen, bijvoorbeeld.

“We hebben een hecht vriendengroepje van zes, drie koppels, heel divers. Onze samenkomsten, en ook onze gesprekken, zijn altijd zeer intens. Ik vind dat heel plezant: wat koken voor een bont gezelschap, een lekker glas wijn en dan de wereld verbeteren. (lacht) We zien elkaar niet zo vaak, maar we zijn er wel voor elkaar.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Ik weet het echt niet. Onlangs brachten we een reportage over Arnon Grunberg (die tien dagen in een zorgcentrum verbleef bij Gent, red.). Hij zei: mensen zitten hier in een situatie waarvan je rationeel gezien denkt ‘hierin zou ik nooit willen verzeilen’, maar toch hebben ze misschien een goede levenskwaliteit. Je kunt dus nooit zeggen: als..., dan... En ik wil dat ook niet nu kunnen zeggen.

“Wat ik zou kiezen als laatste avondmaal? (lacht) Alleen maar eten? Er mag toch drank bij? Asperges met een heerlijke droge witte wijn.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Zoals ik al zei: mocht mijn kinderen iets overkomen.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Wel, toen mijn zoon net geslaagd was voor zijn rij­examen, ­hebben we een incident gehad. Ik zat samen met hem in de auto, iemand maakte een verkeerd manoeuvre en reed dwars in onze flank. Mijn zoon riep (krijst): ‘Wááát, ik heb twee kilometer gereden!’ Achteraf bekeken was dat hilarisch. Maar op dat moment waren we allebei van ons melk. Uit de andere auto stapte een jonge kerel die mij aansprak in gebrekkig Nederlands en ik zei: ‘Hé, jij bent toch wel verzekerd?’ (korte stilte) En hij: ‘Maar mevrouw, natuurlijk ben ik verzekerd!’ Toen dacht ik: Kathleen Cools, dit is niet oké. Zo’n snelle gevolgtrekking omdat hij van buitenlandse afkomst was en in een auto reed die er wat aftands uitzag. Toen schrok ik wel van mezelf.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Geen doel op zich, wat het blijkbaar voor velen toch is. Ik las onlangs, in jullie krant trouwens, een heel interessant interview met Marcia De Wachter (ontslag­nemend directeur van de Nationale Bank van België, in gesprek met Joël De Ceulaer, DM 7/9, red.). Zij zei: één huis volstaat, je geld investeren in meerdere huizen is gevaarlijk. Als de huizenmarkt instort, is je belegging niets meer waard. Dat was een troost voor mij, want ik heb maar één huis af te betalen. Veel geld hebben brengt zorgen met zich mee.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Goh, ik heb eigenlijk weinig vreselijke vakantieherinneringen, behalve één keer toen we midden in de natuur in een trekkers­huisje in Frankrijk verbleven. Boven de deur hing een bord: ‘Beste dieven, alles is hier nu echt wel weggehaald, doe dus geen moeite meer’. We installeerden ons eerst beneden, maar ‘s avonds kwamen er wel tien van die gevaarlijke killer bees uit de schouw gevlogen, waardoor we naar boven verkasten. Midden in die eerste nacht werd ik plots wakker van een penetrante geur. Uit de hoek waar ons dochtertje sliep kwam een zwaar gehijg. Ik dacht: er ligt een beest in haar bed! Een wild beest!

“Het leek wel een nachtmerrie. Ik ben uit mijn bed gesprongen, naar de andere kant van de kamer, maar Emma lag rustig te ­slapen. Het geluid leek nu wel uit de muren te komen. Koorts­achtig doorzochten mijn man en ik het huis, maar we vonden niets. Mijn zoontje vloekte: ‘Laat mij slapen’. (lacht) De volgende dag ontdekten we in een nis aan de buitenkant van het huis een nest bos­uilen. Die beesten stinken dus, en hijgen. (
lacht)

“Op die eerste nacht na is het een paradijselijke vakantie ­geworden. Zo veel vuurvliegjes hadden we nog nooit gezien. En kleine muisjes die tegen de wanden van het huis opklommen. De kinderen hebben zich fantastisch geamuseerd.” (
lacht)

25. Wie zou u hier eens uw mening willen zeggen?

“Niemand eigenlijk. Ik krijg soms wel wat shit over me heen, waarvan ik denk: hoe is het toch mogelijk! ‘Linkse hoer’ komt vaak terug. En nu net: ‘Ge verdient een sjot onder uw rooie kont’. In een normale conversatie zeg je zoiets toch niet. Maar via mail vallen alle grenzen blijkbaar weg. Sommige mensen zijn zo grof en onbeschoft dat ik er geen woorden meer aan vuil wil maken. Het verbijstert me nog, maar ik wil er geen energie meer in steken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234