Dinsdag 15/10/2019

Interview

Kat Steppe: "Ik heb de plicht om mensen mooier te maken dan ze zijn"

Kat Steppe: 'Als je zegt dat je goed bezig bent, maak je volgens mij vanaf dan alleen nog maar shit.' Beeld Wouter Van Vooren

Taboe ging over de tongen. Nu zondag de laatste aflevering wordt uitgezonden, blikt regisseuse Kat Steppe (43) terug op het programma én kijkt ze naar de toekomst. ‘Je moet altijd het gevoel blijven houden dat je deze keer wél door de mand gaat vallen.’

Geen handdruk. Zeker geen begroetingskus. Zij heeft de griep gehad, ik heb twee dagen na elkaar look gegeten; enige afstand is dus op zijn plaats, vinden we allebei.

Maar laat u daardoor niet misleiden, want de ontvangst is hartelijk, ook al is ze doodop. Het is maandag en Kat Steppe heeft vannacht de laatste aflevering van Taboe gemonteerd. Schaven tot de laatste snik, ze zou niet anders willen.

Zo fanatiek ze in haar werk is, zo bedachtzaam spreekt ze over zichzelf. Haar werk krijgt lof uit vele hoeken – ‘Waarom alles wat Kat Steppe aanraakt in goud verandert’, stond onlangs nog in deze krant – maar zeggen dat ze goed bezig is, dat zou ze zelf nooit doen. “Je moet toch altijd het gevoel hebben dat je deze keer wél door de mand gaat vallen, zodat je toch weer net iets harder werkt om het niet te laten gebeuren. Ik vind het in elk geval een voorwaarde om te werken. Of je nu kasseilegger of zelfverklaard artiest bent, als je zegt dat je goed bezig bent, maak je volgens mij vanaf dan alleen nog maar shit.” (lacht)

Waarom Taboe zo’n weerklank en succes heeft? De tijdgeest, denkt Steppe, waarin meer dan vroeger openlijk gesproken kan worden over fysieke beperkingen, ongeneeslijk ziek zijn, armoede, psychisch ziek zijn, holebi zijn of een andere huidskleur hebben. “Maar het heeft vooral te maken met Philippe Geubels. Veel van die onderwerpen kwamen ook al in Een kwestie van geluk aan bod, mijn documentairereeks over Borgerhout, maar de bekendheid van Philippe zorgt ervoor dat ze nu breed besproken worden.”

Ze kenden elkaar niet voor dit programma. Kat Steppe wist dus niet veel meer dan wat ze van hem had gezien als jurylid in
De slimste mens ter wereld. Dat imago was heel snel doorprikt, vertelt ze, al nadat ze enkele uren met hem had gepraat. “Hij is een heel empathische man, met een ­fantastisch gevoel voor timing. Een feest om met zo iemand een programma te draaien.”

Beeld Wouter Van Vooren

Het fragiele leven

Dat noch zij noch Geubels vooralsnog en voor zover geweten met een beperking zit die tot de taboesfeer hoort, was geen hinderpaal om dit programma te maken, zegt ze. “Philippe is een comedian, dat vak kies je niet als je het leven heel evident vindt. En ik heb altijd empathie gehad met mensen die op een of andere manier niet in een hokje passen. Weet je, aan iedereen scheelt iets. We konden ons op veel vlakken met de mensen identificeren.”

Mireille, een van de deelnemers van Taboe, zei in Humo: “Door mee te werken aan Taboe en me­zelf te zien zoals Kat Steppe me in beeld bracht, ben ik mijn zoon gaan begrijpen. Hij ziet me als mama, als geheel, en niet als een scheve neus.”

Mireille heeft kanker en wegens de bestralingen is haar neus wat scheefgetrokken. Het is wel wat, zeg ik aan Steppe, dat je als televisiemaker zo’n positiever zelfbeeld kunt teweegbrengen bij iemand die ongeneeslijk ziek is. “Ik was daar heel erg van aangedaan. Niemand kijkt graag in de spiegel en als je zoiets meemaakt, is het nog honderd keer moeilijker. Ik denk dat het haar deugd gedaan heeft om zichzelf eens te bekijken vanuit iemand anders zijn standpunt.”

In de eerste twee afleveringen van Taboe maakten we ook kennis met Ken, een turnleerkracht die na een val van een trampoline in zijn les tot aan zijn kin verlamd werd en sindsdien zijn leven in een rolstoel doorbrengt. Of met Thibaut, een jonge man van wie een been geamputeerd werd nadat hij op een citytrip 23 meter naar beneden was gevallen uit het hotelraam tijdens het ­slaapwandelen.

Hoe cliché dit ook klinkt, het doet je als kijker nog eens beseffen hoe enkele seconden kunnen leiden tot een bestaan dat compleet ondersteboven is gehaald. En hoe fragiel het leven is. Steppe knikt. “Maar om een nog steeds niet achterhaalde reden leef ik al van toen ik klein was met het idee dat het morgen plots gedaan kan zijn. Ik herinner me dat mijn grootouders opnieuw gingen behangen en ik overal kleine boodschappen had geschreven op de muur waar het oude behangpapier was afgehaald. Ik dacht: als ik er binnenkort niet meer ben, moeten ze toch nog iets van mij vinden.” Ze lacht, ze was een kind toen, zegt ze, maar het is nooit helemaal weggegaan.

“Op het dwangneurotische af ben ik altijd heel bang geweest dat er iets met mijn ouders zou gebeuren. Of met mijn kinderen, sinds ik zelf moeder ben. Ik probeer het te beheersen, omdat ik anders in een dwangbuis zou belanden, maar ik ben er veel mee bezig. Als ik Mireille dan hoor vertellen dat zij ondanks haar ziekte en zware behandelingen altijd met haar kinderen naar het zwembad is gegaan, omdat ze hen zelf nog wilde leren zwemmen, heeft me dat wel de ogen geopend. Je moet weten dat ik het altijd gehaat heb om met mijn kinderen te gaan zwemmen. Elke donderdagavond om kwart voor zes in die verschrikkelijke chloorgeur gaan zitten, ik vind het gruwelijk. Maar nu denk ik elke keer aan Mireille en zeg ik tegen mezelf: enfin mens, ­herpak je, en stel je niet zo aan.”

Beeld Wouter Van Vooren

Bijgelovig wicht

Mireille, die vijf jaar geleden te horen kreeg dat ze nog maar één jaar had te leven, was niet de enige die zei dat ze nog nooit zo intens geleefd had als de voorbije jaren. Het blijft verwonderlijk dat de meeste mensen het pas kunnen op het scherp van de snee, op wat de grens is tussen dood en leven.

Nee, het is logisch, zegt Steppe. “Een mens is niet gebouwd om de hele tijd na te denken over de dood. Maar ik laat mensen zoals Mireille, Ken of Thibaut niet voor niks getuigen in Taboe. Ik denk dat hun verhalen nog wel eens zullen opduiken in het leven van de kijkers, dat ze opeens een flits krijgen en aan die mensen denken. Als dat zou kunnen, is het goed.”

Als je altijd bezig bent geweest met wat ­vergankelijk is, leef je dan zelf ook driftiger dan de gemiddelde mens? “Ja en nee. De laatste vijf jaar heb ik eigenlijk alleen maar gewerkt. Mijn jongste dochter heb ik eigenlijk snelsnel op de wereld gezet toen we de eerste reeks Goed volk met Jeroen Meus aan het maken waren. Dat zou ik nooit meer doen. Nadat ze geboren was, weet ik nog dat ik dacht: elk uur dat ik niet moet monteren, ga ik haar volop in mij opnemen. Er is waarschijnlijk niemand die zo naar haar baby heeft gestaard als ik. (lacht) Ik wilde alles onthouden. Haar blik, haar glimlach, hoe haar armpjes lagen. Maar je vergeet het toch. Zonder foto’s van hoe ze er toen uitzag, zou ik echt niet meer weten hoe mijn kind keek toen ze twee maanden oud was.

“Dus leef ik intenser? Ik weet het niet. Ik denk wel dat als het goed gaat ik ook durf toe te geven dat het goed gaat en er plezier van probeer te hebben. Maar ook weer niet te veel, want dan denk ik weer dat er iets gaat gebeuren. Ik vrees dat ik een erg bijgelovig wicht ben.” (lacht)

Is er na Taboe nu een soort van conclusie? Is er iets waarmee we niet mogen lachen? “Tja, we mogen niet lachen met Allah, maar dat wisten we toch al? Ik heb met wat verbazing gekeken naar heel de discussie die is losgebarsten rond die aflevering (deelnemer Ilias had tegen Geubels gezegd dat hij niet met Allah mocht lachen, wat hij dan ook niet heeft gedaan, SMU). Het is nooit de bedoeling geweest van dit programma om taboes te doorbreken.”

Iemand schreef: Geubels lachte niet met Allah uit angst. Iemand anders schreef: nee, Geubels was gewoon beleefd. Het is goed dat er over gesproken is en over nagedacht, zegt Steppe. “We hebben kunnen zien: hier staat een muur, wat doen we daarmee? Kamagurka zei in Humo: dat we niet met Allah mogen lachen is geen taboe, het is een probleem.”

Liefde en begrip

Om te kunnen lachen met iets, moet er bovenal een band zijn zodat de andere het toelaat, zegt Steppe. “Manon, het meisje dat door een ongeval met haar brommer aan haar rechterarm verlamd is, heeft het moeilijk met haar handicap, maar er is wel een brug geslagen tussen haar en Philippe waardoor hij er toch een mop over kon maken. Zij heeft dat toegelaten. Alle deelnemers hebben die evolutie eigenlijk doorgemaakt. Toen Philippe op het einde van de week die we samen hadden doorgebracht vroeg of hij met hun aandoening of toestand mocht lachen, zeiden ze allemaal: jij mag dat. Omdat ze hem hebben leren kennen. Omdat ze wisten dat er liefde en begrip met die mop gepaard ging. Misschien had Ilias het ook toegelaten voor zichzelf, wie weet, maar hij kan niet voor een hele gemeenschap spreken. Trouwens, van Fatih, de andere moslimjongen in die aflevering, mocht het wel.”

Wat sterk opviel bij Geubels was de empathie die hij in Taboe aan de dag wist te leggen zonder ooit maar één seconde klef te worden. Als Nelson vertelt hoe hij als tiener vreselijke pesterijen moest ondergaan omdat hij homo was, zijn de boosheid en het verdriet van Geubels zijn gezicht te lezen, maar nooit zullen die emoties belangrijker worden dan het verhaal van de getuige.

“Als Mireille over haar kinderen vertelt, zit hij te huilen, maar je kunt het amper zien. Niet dat hij het per se wil verstoppen, maar hij wil gewoon niet dat het over hem gaat. Dus houdt hij dat bewust heel klein. Op een gegeven moment ­vertelt hij heel even over zijn eigen moeder die gestorven is toen hij drie jaar oud was, maar hij doet dat enkel om Mireille te troosten, niet om het over zichzelf te hebben. Dat vind ik heel mooi. Daaraan herken je een goeie interviewer.”

Rode draad

Steppe leerde de stiel bij Vlaanderen vakantieland. Ze had met bijna iedereen discussie, omdat ze het als regisseur altijd net iets anders wou dan hoe de cameraman het had gefilmd. “Ik vond elke keer dat het kader een beetje meer naar links of net een beetje meer naar rechts moest opschuiven, zonder dat ik goed kon uitleggen waarom.”

Tot ze met Kris Vandegoor moest werken voor een reportage in Boedapest. “Hij maakte een shot, ik keek naar de monitor van zijn camera, en ik dacht: hier moet ik nu eens niks aan veranderen. Sindsdien is hij mijn vaste cameraman. Al tien jaar. Met mijn monteur Jan Van der Weken werk ik ook al zo lang samen.”

Haar eerste eigen documentairefilm volgde in 2010. Voor Bedankt en merci – over oude volkscafés in de Westhoek – gebruikte ze voor het eerst het vaste kader waarvoor ze bekendstaat. “Dat kader was geen vooraf bedachte filosofie. Het is er gekomen uit noodzaak. Cafébazinnen van 80 jaar rennen nu eenmaal niet van links naar rechts. En sindsdien heb ik niks meer gedaan dat zo swingend was dat ik mijn cameravoering eraan moest aanpassen.” (lacht)

Daarna volgden Ik vergeet u nooit (een film over het kerkhof van Menen), Goed volk (een eerste reeks in 2014 en een tweede in 2017) en Een kwestie van geluk (portretten van mensen in Borgerhout en Antwerpen-Noord).

'Tachtigplussers hebben bij mij altijd een voetje voor.' Beeld Wouter Van Vooren

Zit er een rode draad in haar werk? Daar moet ze over nadenken. “Ik ben geneigd om te zeggen wat anderen vinden dat de rode draad is. Ik hoor vaak dat ik slow tv maak. Maar ik weet niet wat dat is. Het klopt dat een oud besje van mij de tijd krijgt om van links naar rechts in beeld te schuiven terwijl ze haar stoep aan het vegen is, maar dat is nu eenmaal het tempo van die mevrouw. Met een jonge gast ga ik dat niet doen. En als de gebroeders Verbaere (vier vrijgezelle broers uit ‘Goed volk’ die samen in de ouderlijke boerderij in Berthen wonen, SMU) samen in de zetel zitten te luisteren naar de klok die tikt, breng ik dat in beeld, ja. Omdat dat is wat ze doen. Is dat dan slow tv? Omdat ik het film zoals het zich in de werkelijkheid afspeelt?”

Wat ze nog hoort over haar werk is ‘empathie en respect’ (“Dat hoor ik heel graag”) en ‘mooi in beeld gebracht’. “Vroeger was het not done als je een documentaire mooi filmde, omdat het ten koste van de inhoud zou gaan. Onzin. Mijn kader is geregisseerd, ja, maar niet wat er binnen dat kader gebeurt. Voor we iemand beginnen te filmen, weet ik wel wat ik graag aan bod zou laten komen, maar ik zet nooit iets in scène.”

Niet foefelen

Oude mensen, dat zullen anderen ook wel een rode draad vinden, denkt ze. Ze lacht: “Achter mijn rug word ik door de cameramannen wel eens de gerontofiel genoemd. Tachtigplussers hebben bij mij inderdaad altijd een voetje voor. Waarom? Ik weet het niet. Ik heb geweldige grootouders gehad, ik denk dat ik hen overal probeer terug te zoeken. Oude mensen hebben vaak ook interessante boodschappen om mee te geven aan de jeugd, vind ik.”

Goed, maar wat vindt ze zelf nu echt belangrijk in haar werk? “Niet foefelen”, zegt ze. Daarmee bedoelt ze: eerlijk zijn. “Met montagetechnieken kun je heel veel. Maar hoe ver ga je om de werkelijkheid te veranderen? Moet je een verspreking er ook uit monteren? Als ik de inhoud er niet mee verander, en ik vind echt geen andere oplossing, dan laat ik het wel eens toe, maar ik doe het heel weinig. Omdat het een dunne lijn is die je dan bewandelt. Iedereen weet dat wat je op tv ziet het resultaat is van knippen en plakken. Maar als je een verspreking wegmoffelt, laat je niet zien aan de kijker dat je hebt ingegrepen. Ik vind dat moeilijk.”

Ze is geen onderzoeksjournalist, zegt Steppe, de mensen die ze heeft gesproken en gefilmd moeten blij zijn met het resultaat. “Toen Bedankt en merci klaar was, werden die cafébazinnen met een bus naar de cinema van Lichtervelde gevoerd om daar de film te gaan bekijken. Ik wilde toen echt geen klop krijgen van hun sacochen. Die vrouwen moesten het gevoel hebben dat het klopte. Gelukkig hadden ze dat gevoel. En sindsdien hou ik die werkwijze vol.

"Ik heb de plicht om de mensen correct weer te geven. Hen zelfs mooier te maken dan ze zijn. Doe ik de waarheid daarmee geweld aan? Ik denk het niet. Ik heb niet de pretentie om te denken dat ik alle facetten van iemand kan laten zien omdat ik twee uur met die persoon gesproken heb. Als ik ineens in een leven binnenval en een uitsnede van die persoon maak, moet ik ervoor zorgen dat hij minstens het voordeel van de twijfel krijgt.”

Niet foefelen, dus. Een criterium dat ze ook voor andere tv-programma’s hanteert. “Als ik een programma zie waarin er te veel ingegrepen is, kijk ik er niet meer naar. (denkt na) Nu hoop ik wel dat dit niet de kop van dit artikel wordt. Want dan gaan sommigen kwaad zijn op mij.”

Gek, je zou denken dat Steppe iemand is die er zich niets van aantrekt als andere makers in hun wiek geschoten zijn door wat zij zegt. “Dat is ook zo, maar ik heb een hekel aan mensen die doen alsof ze het weten. (lacht) Als ik dit las, zou ik dus een bloedhekel hebben aan mezelf.”

Beeld Wouter Van Vooren

Er zijn nochtans steeds meer mensen die een mening hebben, zeg ik. Over alles. “Ik vind dat heel ongezond. Meer zelfs, ik denk dat we na #MeToo een nieuwe hashtag nodig hebben: #NiemandWeetHet.”

Het moeten honderden mensen zijn met wie Kat Steppe al gesproken heeft over hun leven. Heeft ze eruit geleerd wat mensen gelukkig maakt? Moeilijke vraag, vindt ze. “Ik weet wel wat mensen óngelukkig maakt, en dat is het gevoel dat ze alleen zijn. Het is zo belangrijk dat een mens zich omringd weet. Door familie, vrienden, een ­partner, een gezin. Zelf heb ik een ongelooflijke entourage. Topouders, een superzus, een warm nest. Als je dat niet hebt…”

Jo met de Banjo

Ze vertelt een anekdote over hoe ze onlangs op een zaterdag in een Brussels café zat met haar partner. “Een oud vrouwtje zat op dezelfde bank als ik. Ze dronk een Karmeliet. Naast haar lag een zak vol caracoles. De hele tijd zat ik te denken: ik hoop dat die vrouw na haar biertje niet naar een huis moet waar niemand anders is. Tegelijk dacht ik ook: ik hoop dat die caracoles niet gaan uitlopen op mijn jas. (lacht) Maar ik heb mezelf moeten inhouden om niet achter haar aan te gaan toen ze buitenging. Om maar te zeggen: het gaat soms ver. Mijn man zegt dat ik moet ophouden met zoveel backstory te verzinnen bij de mensen. Maar het houdt me bezig.”

Natuurlijk draagt de liefde bij tot geluk, maar als het over zichzelf gaat, wil Steppe er niet veel over kwijt. De breuk tussen haar en zanger Frank Vander linden heeft in de boekjes gestaan, en daar is ze echt niet blij mee. Op de nieuwe plaat van Vander linden staan ook enkele nummers die over hun relatie gaan, maar ze luistert niet naar die plaat, zegt ze. “Kijk, het is iets dat niet gelukt is. Dat is droevig. Voor hem en voor mij. Maar we hebben samen twee kleine kinderen en we proberen dat goed te doen. We hebben allebei ondertussen een nieuwe partner, voor hen is dat ook niet leuk dat het maar over mij en Frank blijft gaan. En kom me niet vertellen dat wij BV’s zijn. Ik ben dat zeker niet. En Frank heeft zichzelf altijd een C-klasse-BV genoemd. We hebben daar dikwijls mee gelachen, als we weer eens passioneel ruzie hadden in de supermarkt: ‘Al een geluk dat we Koen Wauters en Valerie niet zijn, ons kent gelukkig niemand’.” (lacht)

Zoveel mensen hebben tegen haar verteld over hun leven. Beginnen en eindigen die verhalen niet bijna allemaal met liefde? Gelukte of mislukte? Is dat toch niet meestal allesoverheersend in een overzicht van wat een leven is geweest?

“Ik ga antwoorden met een verhaal over mijn grootmoeder. Door omstandigheden is zij in de Tweede Wereldoorlog verpleegster bij het Duitse Rode Kruis geweest. Daar is ze verliefd geworden op een Duitse officier. Bij de Opstand van Warschau in 1944 is hij doodgeschoten. Ze heeft hem nooit meer gezien. Later heeft ze mijn grootvader leren kennen, maar in haar fotoalbum had ze achteraan altijd een foto van Jo met de Banjo zitten. Tastbare herinneringen aan haar Duitser had ze niet, maar ze vond dat hij op Jo met de Banjo leek en daarom had ze een foto van de zanger uitgeknipt. Ze is 93 geworden. En ze heeft heel vaak in dat album gekeken. Ook toen ze achter haar raam in het rusthuis zat. Dus ik denk dat het inderdaad de liefde is die uiteindelijk overblijft.”

Samen met haar vader schildert Steppe ook. Ze maken grote portretten van vrienden en familie. Maar toen ze in 2015 voor de poëziezomer van Watou samen aan een muurschildering werkten, liep het mis. “Mijn vader is technisch heel sterk, ik niet. De deal is dus altijd geweest: ik zet iets op, hij verbetert het, en ik verpest het dan weer een beetje. Mijn vader heeft de neiging om de dingen te willen doodwerken. Zoals ik in mijn werk, ja, dat klopt. In Watou wilde ik hem uit zijn comfortzone trekken, maar ik deed dat met zoveel overgave dat hij compleet onzeker werd. En maar ruziemaken terwijl we op die ladder stonden te schilderen. (lacht)

“Nu goed, we hebben het enkele jaren laten rusten, het is uitgepraat, en we gaan de draad weer oppikken. Want als we erin slagen om dat conflict te overstijgen, denk ik dat wij echt goed werk kunnen maken. Iets wat ons allebei naar een hoger niveau tilt.”

Fictiefilm

Toen Bedankt en merci uitkwam, was het 2010. Ondertussen zijn we bijna acht jaar verder. Zit er evolutie in haar televisiewerk, vormelijk en inhoudelijk? “Misschien te weinig”, is het verrassende antwoord. “Ik ben mezelf een beetje beu. Ik ben bang dat het niet meer fris gaat zijn als ik nog eens twee programma’s maak in mijn eigen stijl. Je moet je metier vers houden. En dat doe je door af en toe eens iets anders te doen. Daar is het nu echt tijd voor.

“Ik neem voorlopig dus geen tv-project meer aan. Want dan schuift alles weer enkele jaren op. Ik heb al vaker gesproken over een fictiefilm maken: als ik het nu nog eens uitstel, gaat het belachelijk worden. Of ik al een idee heb? Nee. Ik heb in vijf jaar geen boek gelezen, ik ben zo droog en dor als iets in mijn hoofd (lacht), daar moet ik eerst iets aan doen.

“Maar ik maak me geen zorgen. Ik werk altijd heel intuïtief, er zal dus wel snel iets groeien. En dan ga ik schrijven en dan zien we wel. (glimlacht) Maar eerst nog enkele keren dat stinkende ­zwembad trotseren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234