Vrijdag 26/04/2019

interview

Joris Hessels: “Uitlach-tv is passé. Ik maak mensen liever schoon”

Beeld Joris Casaer

Na het succes van Radio Gaga komt Joris Hessels met een nieuw programma. In De weekenden volgde hij een jaar lang negen mensen, voor wie 2018 heel belangrijk was. En eigenlijk had Hessels net zo goed één van hen kunnen zijn. “Zonder mijn therapeut was ik tegen een burn-out aangeknald.”

Het zal wel de invloed van de heruitzendingen van Radio Gaga zijn, maar je trekt toch met vooroordelen naar Joris Hessels. Positieve vooroordelen. Dat het zo’n energieke scoutsleider is die elke dakloze het liefst persoonlijk in een warme deken zou wikkelen en een kop dampende pompoensoep voorschotelen. Een homo ludens die de slogan ‘Life Is Music’ niet alleen op een aftandse fiets plakt, maar ook in zijn hart draagt. Zo’n kerel van wie je na één ontmoeting vermoedt dat het je beste vriend kan worden.

Maar de acteur/tv-maker heeft ook een getormenteerd kantje. En een therapeut. Tijdens het interview hoor je zijn brein alle kanten op knetteren. Hij weifelt, zoekt en graaft naar juiste formuleringen, terwijl hij in zijn warrige haardos hooit. Hij zet zinnen in als een koorddanser die behoedzaam zijn evenwicht zoekt, en, voetje voor voetje, het doorbuigende koord oversteekt. Hessels is bang voor de steile muur van verwachtingen die hij vreest te moeten beklimmen met zijn tweede worp op Canvas. Onnodig, want weinig kijkers zullen De weekenden uitzitten zonder een stuk of twintig kroppen in de keel.

Wie is Joris Hessels?

* geboren in 1980 in Sint-Niklaas. Woont nu in Gent
 

* studeerde Drama aan het Rits in Brussel
 

* is acteur en theatermaker bij o.a. Het Paleis, Compagnie Cecilia en Kopergieterij. Maakt ook theater met psychiatrische patiënten
 

* speelde tussen 2004 en 2008 de hoofdrol Oscar in de Ketnetserie Smos. Verscheen nadien in de VTM-series Zuidflank en Coppers, en de Eén-reeks Vriendinnen
 

* scoorde samen met zijn boezemvriend Dominique Van Malder drie seizoenen lang met Radio Gaga op Canvas
 

* maakt deel uit van een nieuw samengesteld gezin, heeft twee zoontjes en twee pluskinderen
 

Toen je ons de pilootaflevering bezorgde, benadrukte je om “asjeblief niet te veel te verwachten”. Waarom?

Joris Hessels: “Niet om me in te dekken, hoor, want ik ben superblij met wat we hebben gemaakt. Maar door het succes van Radio Gaga word ik plots gezien als ‘de beloftevolle tv-maker’, terwijl ik eigenlijk een acteur ben die al vijftien jaar theater maakt. Nu sta ik op een kruispunt. Als De weekenden goed wordt onthaald, krijgt mijn rol als tv-maker misschien de overhand. Dit jaar heb ik al minder voorstellingen gespeeld. Er verschuift iets. Alleen ben ik bang dat ik straks door de mand val en mensen gaan roepen dat ik eigenlijk helemaal niks kan.” (lacht)

Dat is heel Belgisch: je hebt heimwee naar je underdogrol.

“Dat waren we, ja, underdogs. Niemand kende ons, toen Dominique (Van Malder, RL) en ik de pilootaflevering van Radio Gaga voorstelden aan de VRT. De mensen van Canvas reageerden enthousiast, bij Eén twijfelden ze. Ik ben blij dat dat we in de luwte van Canvas konden groeien. Hadden we meteen op Eén gezeten (waar nu de herhalingen van Radio Gaga lopen, RL), dan was er een extra druk bijgekomen die het programma geen deugd had gedaan. Maar niemand had verwacht dat Gaga zo’n succes zou worden. Al is dat succes relatief: in vergelijking met The Voice, De slimste mens of Taboe komen we er met onze kijkcijfers bekaaid vanaf. Maar voor een Canvas-programma is 300.000 kijkers niet slecht.”

Canvas stuurde jullie ook naar Input, een tv-beurs in Canada, om Radio Gaga te presenteren aan de rest van de wereld.

“Een onvergetelijk moment. Wij zaten op de tweede rij in een grote conferentiezaal. Vijf minuten voor de start van onze uitzending zat er nog bijna niemand, maar stilaan druppelden er enkele mensen naar binnen.

“Toen onze aflevering over Pellenberg (revalidatiecentrum, red.) begon, durfde ik niet meer achterom te kijken. Ik voelde wel dat er al meer volk zat, en dat de mensen lachten en stil werden op de juiste momenten. Aan het eind barstte er een enorm applaus los. We stonden recht, om vragen uit het publiek te beantwoorden, en die zaal zat stampvol, er zaten zelfs mensen op de grond. Iedereen applaudisseerde. Beter dan dat wordt het niet meer voor mij, denk ik. Nadien hebben ze Radio Gaga in verschillende landen gemaakt, waaronder Japan. Overal kozen ze voor een dikke en een Kristof Calvo-achtig figuur.” (lacht)

Word je in België nog vaak aangesproken over het programma?

“Dagelijks. Mensen hadden blijkbaar nood aan zulke warme tv. Je ziet het ook aan het succes van programma’s als Taboe van Philippe Geubels en Down the Road, waarin Dieter Coppens op reis trok met mensen met het syndroom van Down. Dat zijn geen afgelikte programma’s met personality’s. Het gaat over gewone mensen die in hun waarde worden gelaten. Uitlach-tv is passé. Ik maak mensen liever schoon dan ze in hun hemd te zetten.”

Welke aflevering bleef het langst onder je huid zitten?

“Die over de jeugdinstelling van Mol. We hebben drie jaar moeten aandringen om daar te mogen draaien. Pas in het derde seizoen lukte het. Dat blijft ons magnum opus, hoewel het de triestigste aflevering is.

“Er wordt vaak gezegd dat Radio Gaga focust op de hoop en de kracht van mensen, maar in Mol was het toch hard zoeken naar een straaltje hoop. Kinderen die geen bezoek meer krijgen van hun familie, ouders die hen vergeten op te halen in het weekend, 14-jarigen die zeggen dat ze geen enkele droom of verwachting meer koesteren… (blaast) Dat hakte erin. Als maatschappij geven we die jongeren het signaal dat we niet weten wat we met hen moeten aanvangen, terwijl ze uit schrijnende thuissituaties van armoede en verwaarlozing komen, en schreeuwen om hulp. Sommigen mogen pas een halfjaar later op gesprek komen, en worden van de ene plek naar de andere verplaatst. Hoeft het dan te verbazen dat ze rebelleren?”

In die bewuste aflevering zei jeugdrechter Inge Claes dat sommige mensen misschien beter geen kinderen zouden krijgen, omdat ze niet eens deftig voor zichzelf kunnen zorgen.

“Ik denk nu spontaan aan die man die zijn pasgeboren dochtertje tegen de grond gooide, nadat hij tien jaar geleden al zijn zoontje had doodgeslagen. Ik vermoed dat Inge zulke mensen voor ogen had. Ze heeft veel kritiek gekregen op die uitspraak, maar ze had overschot van gelijk.”

Klopt het dat De weekenden de vrucht is van een zekere frustratie die je tijdens het maken van Radio Gaga opliep?

“Haha, eigenlijk wel. In Radio Gaga lieten we mensen hun verhaal doen, maar daarna gaven we hen een plaatje en waren ze weg. Daar had ik het moeilijk mee. Met sommigen heb ik achteraf nog contact gezocht om te weten hoe het met hen ging.

“Ik had zin om mensen veel langer te volgen. Daarom hebben we voor De weekenden negen mensen gezocht die elke maand hun verhaal wilden komen doen, en voor wie 2018 een cruciaal jaar was. We vroegen hen om zichzelf te filmen. Eén weekend per maand nodigde ik hen samen uit in een kasteel in Tielt-Winge. Daar keken ze naar elkaars beelden en voerden we diepe gesprekken. Het was een ­privilege om te zien welke bochten die levens nemen, en hoe snel het gaat. Het lijkt haast een soap, maar dan met échte mensen. Ik hoop dat de kijkers meevoelen en benieuwd zijn naar hoe het afloopt.”

Joris Hessels: “Er zit in ‘De weekenden’ voor iedereen wel een verhaal dat je raakt.’ Beeld Joris Casaer

Er zitten heftige verhalen in. Zoals dat van Kris, een man van 50 die vorig jaar zijn vrouw verloor aan kanker.

“Drie weken na haar dood kreeg hij te horen dat hij zelf kanker had. 2018 is het jaar waarin hij voor het eerst elk seizoen moest beleven zonder zijn vrouw. Hij is in rouw, maar tegelijk vecht hij voor zijn leven en moet hij voor zijn twee tienerkinderen zorgen. Een heel aangrijpend verhaal. En niet het enige.

“Omar is een Syrische vluchteling die bijna drie jaar in België is. Hij woont alleen en studeert aan de Gentse universiteit, terwijl zijn familie tracht te overleven in Turkije. Hij probeert aansluiting te vinden bij onze maatschappij, die hem niet echt met open armen ontvangt. Hij woont vlak bij de Overpoort, maar kent niemand. Zijn leefloon laat hem niet toe om te gaan feesten. Die jongen is echt eenzaam. Hij heeft een kamertje in zo’n internationaal home, maar hij spreekt geen Engels.

“We hebben een transgender die dit jaar is gestart met een hormonenbehandeling. Een vijftiger bij wie jongdementie is vastgesteld. Een parkinsonpatiënt die even oud is als ik, en die een hersenoperatie ondergaat om het oncontroleerbare beven te verminderen.

“Maar er zijn ook hoopvolle, lichtere verhalen. Aude is een alleenstaande moeder die graag een tweede kindje wil. Lut was 41 jaar schooldirectrice en gaat in 2018 met pensioen. Veerle start een bioboerderij met haar vriend. En Jay is een jonge rapper uit Brussel die ervan droomt om een plaat te maken en op eigen benen te staan. Zijn verhaal geeft kleur en schetst de leefwereld van de jonge ketten uit de achterstandswijken van de grootstad.

“Normaal zat er ook een jongen in met een verleden in jeugdinstellingen. Als die gasten 18 zijn, moeten ze daar weg. Sommigen kunnen thuis niet terecht. Dat leek me een boeiend verhaal, maar we hebben het moeten schrappen. Die jongen filmde zichzelf terwijl hij op drugs aan het wachten was en tegen 70 km/u achteruit reed in de bebouwde kom. (lacht) Hij was heel gemotiveerd toen hij buitenkwam, maar is hervallen. We hebben zijn verhaal laten vallen om hem te beschermen. Anders was het koren op de molen geweest van mensen die vinden dat die gasten voor eeuwig opgesloten moeten worden.”

Jullie hebben een selectie gemaakt van heel uiteenlopende mensen uit diverse milieus. Hoe smelt je die samen tot één groep?

“Dat hebben ze vooral zelf gedaan. Onderschat de kracht van de beelden niet die ze hebben gedraaid. Als mensen zich kwetsbaar opstellen, zorgt dat voor ontroering. Door de rugzak van anderen te zien, plaatsen ze hun eigen problemen in perspectief. Zo ontstaat er een dynamiek, waardoor die negen verschillende mensen blenden tot een soort zelfhulpgroep.

“In het begin gedroegen ze zich als nieuwe leden die voor het eerst naar de jeugdbeweging komen en niemand kennen. Maar algauw begonnen ze elkaar te helpen, en nu duiken ze op in mekaars filmpjes, omdat ze elkaar uitnodigen op feestjes. Het is geweldig hoe schooldirectrice Lut tips geeft aan de jonge, ambitieuze Jay. Maar je ziet evengoed hun onvermogen om te dealen met de problemen van anderen: ‘Je bent ziek, en dat is klote, maar ik kan er niets aan doen’. Dat is zo schoon en menselijk. Er zit voor iedereen wel een verhaal in dat je raakt. En hoe beter je die mensen leert kennen, hoe meer je wilt weten hoe het afloopt.”

Hoe hard blijven die verhalen bij jou plakken?

“Heel hard. Daar moet ik echt voor opletten. Ik zit graag superdicht bij hen: dat is wie ik ben, en hoe ik tv wil maken. Maar als ik thuiskom, wordt er daar natuurlijk ook wat van mij verwacht. Dan moet die tv-knop uit, en dat lukt niet altijd. Na zo’n weekend was ik telkens steendood. Op den duur wist mijn lief dat ze me de maandag nadien niet veel kon vragen. Niet ideaal, aangezien ze het grootste deel van het jaar zwanger was. Op een bepaald moment werd het me te veel en ben ik naar mijn therapeut gestapt. Zij leerde me om de dingen iets meer op afstand te houden. Alles opslorpen en binnen pakken is erg vermoeiend. Zij raadde me aan om meer tijd en ruimte voor mezelf te bewaren, want ik vergat mezelf.”

Hoe merkte je dat het te veel werd?

“Ik ben sowieso een slechte slaper, maar het werd te extreem. Uren woelen, piekeren, ik vond geen rust. Ook overdag kreeg ik de zwaarte niet meer weggeduwd. Ik was constant slechtgezind en prikkelbaar. Dat nam de scherpte en lichtheid weg die nodig was om dat programma te maken. Het heeft tot september geduurd voor ik aan mezelf kon toegeven dat ik te veel hooi op mijn vork had genomen.”

Hoezo?

“In mijn privéleven is er veel veranderd, maar ook professioneel gunde ik mezelf te weinig rust. Ik deed te veel dingen door elkaar. Ik combineerde De weekenden met opnames voor een sitcom van Woestijnvis met Philippe Geubels, geschreven door Jeroom. En dit najaar speelde ik een theatervoorstelling in het Frans, met een heel moeilijke tekst, terwijl ik tussendoor montages van De weekenden moest bekijken. Mijn hoofd zat soms zo vol dat het leek alsof ik aan het verzuipen was.”

Blokte je in die drukke periodes ook je gezin af? Zo van: ‘reken vanavond maar niet op mij’?

“Ja, maar als je dat vijf dagen per week doet, wordt het te veel. Ik kan wel mijn dromen najagen, maar ik wil niet dat alles in de nek van mijn vriendin terechtkomt. Anders voel ik me dáár weer schuldig over. Ik heb ook de onhebbelijke gewoonte met alles mee te willen zijn. Ik kijk veel tv en ga graag naar film en theater. ‘Ah, jij wilt babbelen? Jamaar schat, iedereen praat over (Netflix-serie, red.) La Casa de Papel. Ik moet dat nu echt wel zien. En Alleen Elvis blijft bestaan ook. En daar in de hoek ligt nog een stapel boeken en kranten.’ (lacht)

Joris Hessels: “Ik ben ideaal burn-outvoer: perfectionist, workaholic, pleaser...” Beeld Joris Casaer

“Eigenlijk hoort dat allemaal bij mijn werk, maar daardoor staat mijn brein haast nooit stil. Op een bepaald moment moet je vertragen en de signalen serieus nemen, anders knal je tegen een burn-out aan. Zo ken ik er genoeg.”

Zat je daar zo dicht tegenaan?

“Zonder die therapeut wel, ja. Ik ben ideaal burn-outvoer: perfectionist, workaholic, pleaser… De weekenden symboliseert wie ik de voorbije jaren ben geweest: de maizena tussen mensen. Als ik een voorstelling maak met een groep acteurs, is dat mijn rol, net als in het gezin waar ik ben opgegroeid. Als jongste van vijf kinderen probeer ik er nog altijd voor te zorgen dat we regelmatig samenkomen, en als dat niet lukt, ben ik daar het hart van in.

“Ik vind het makkelijker om te geven dan te krijgen. Dat klinkt als een verkiezingsslogan, maar de keerzijde daarvan is dat ik mezelf heb verwaarloosd. Daar probeer ik nu aan te werken. Als ik zeg dat je niet te veel moet verwachten van mijn programma, heeft dat ook daarmee te maken. Ik kan niet, zoals Eric Goens, zeggen: ‘Dit is het beste dat je ooit zult zien op tv’. Ik ben mijn ergste vijand, een eeuwige twijfelaar. En omdat ik schrik heb dat mensen me niet graag zullen hebben, verberg ik mijn donkere kanten.”

Je maakt er geen geheim van dat je naar een ­therapeut gaat. Is het taboe daarover weg?

“In mijn vriendenkring wel, maar in de rest van de samenleving? Er is nog altijd een strekking die zegt dat je alleen een therapeut nodig hebt als je gek aan het worden bent. Onzin, natuurlijk. We gaan met onze auto naar de garage voor onderhoud. Als onze rug vastzit, gaan we naar de osteopaat, als we willen trainen nemen we een coach. Waarom zouden we dan met onze emoties niet naar een zielendokter gaan? Je moet je kop soigneren. Een therapeut kan je helpen om blinde vlekken zichtbaar te maken.

“Ik zie het ook als tijd voor mezelf in een periode waarin er veel van me gevraagd wordt. Ik heb een lief en kinderen aan wie ik graag tijd besteed, maar dat uur bij de therapeut is het enige moment waarop ik zonder remmingen alles eruit gooi. Bij vrienden doe ik dat niet snel. Ik wil niemand lastigvallen met mijn problemen. Liever vraag ik hoe het met hén is.”

Je zei dat er ook in je privéleven veel veranderd is?

“Enkele jaren geleden ben ik gescheiden van de mama van mijn zoon Oscar. Ik ben in een appartement gaan wonen, maar voelde me er niet meer zo goed. Ik bleef het ­asso­ciëren met de mislukking die een scheiding toch is. Begin dit jaar ben ik verhuisd en nu woon ik samen met mijn vriendin. We vormen een nieuw samengesteld gezin, want ook zij had al twee kinderen. Als je één kind gewoon bent, is het wennen als het er plots drie zijn.

“Na onze verhuis werd mijn vader met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Bij een routineonderzoek van zijn hart zei de cardioloog dat 98 procent van zijn kransslagader geblokkeerd zat. Hij moest ‘s anderendaags met spoed onder het mes. Na de openhartoperatie wachtte ik samen met mijn moeder in de recovery-afdeling, tot hij wakker werd. Ik had dat nog nooit gedaan. Naast ons zat een vrouw die me herkende. Ze begon meteen haar eigen verhaal te vertellen, over haar man die daar al vier weken lag. Mijn moeder en ik luisterden vol medeleven, terwijl we eigenlijk in spanning zaten te wachten op nieuws over mijn vader. Heel typerend voor ons. (lacht)

“Na een tijd mochten we naar boven: mijn vader was niet wakker te krijgen. Hij lag daar schijnbaar dood. Gelukkig gaat het intussen veel beter met hem, maar dat beeld was heel beangstigend. We zaten in volle opnames voor de Woestijnvis-reeks met Philippe. Dat kon er even niet meer bij. Ik kreeg ook te horen dat zijn aandoening erfelijk was voor de mannen in de familie. Slik.

“In september beviel mijn vriendin dan van ons zoontje Neron. Haar zwangerschap was een kleine shock. We hadden het niet gepland, maar nu zijn we er natuurlijk heel blij mee. Het was een wonderlijk jaar, waarin ik een paar dure lessen heb gekregen.”

Je vriendin werkt op de kinderkankerafdeling van het UZ in Gent. Ook geen vrijblijvende job.

“Inderdaad! Ik hou van mensen die zinvolle dingen doen. Het leven hoeft niet vrijblijvend te zijn. Als dingen geen zin hebben, vind ik ze snel vervelend. Die Woestijnvis-serie is plezante flauwekul, en ik vond dat tof, maar als ik zélf iets maak, doe ik graag aan zingeving. Dat is de scoutsman in mij. Het hoeft niet allemaal zwaar op de hand te zijn, want eigenlijk bén ik dat helemaal niet. Maar als ik zie wat ik erin steek van mezelf, moet het de moeite waard zijn. En De weekenden was dat jaar helemaal waard.”

Je Gaga-kompaan Dominique Van Malder zei in een eerder interview: “Naar de gunstige reacties op Radio Gaga te oordelen, is er bij het publiek een ongelofelijke behoefte aan menselijke warmte op tv, maar dat publiek lijkt me niet onmiddellijk bereid om die warmte ook in praktijk te brengen. Er is meer nodig dan aan het eind van het jaar even je schuldbesef af te kopen in ‘De warmste week’.”

“Groot gelijk! Na onze aflevering in het asielcentrum van Wingene schrokken we van de giftige reacties. Kijk ook hoe Vlaanderen steeds rechtser stemt, en hoe de verkiezingen zelfs in het progressieve Gent zijn uitgedraaid in een lelijk schouwspel over postjes.

“We vinden zorg heel belangrijk, maar toch willen we onze bejaarden liefst zo snel mogelijk in een home proppen, waar de hulpverleners amper tijd voor hen hebben, omdat ze zwaar onderbemand zijn. Twintig jaar geleden waren we zo trots op onze sociale zekerheid, maar die brokkelt af. Als je iets krijgt, moet je dat vooral verdienen. En wie arm is, ‘zal daar wel zelf voor gekozen hebben’. Ik heb als kind al geleerd dat dat verhaal niet klopt.

“Mijn moeder was verpleegster in een psychiatrische instelling. Haar patiënten kwamen soms bij ons eten. Dat heeft mijn fascinatie voor de onaffe mens gevoed. En mijn empathie met die mensen. Ik wéét dat armoede, verslaving of psychiatrische problemen zelden een eigen keuze zijn. Die gasten die in Mol zitten, hoe hard kun je hen verantwoordelijk stellen voor hun daden? Veel hangt toch af van het nest waar je terechtkomt.”

Joris Hessels: “Als ze iets zoeken in de plaats van ‘Van Gils & gasten ‘wil ik daar graag over nadenken. En het hoeft niet op een boot te zijn.” Beeld Joris Casaer

Je maakt ook theater met psychiatrische patiënten. Hoe gevaarlijk is dat? Tijs Vanneste, alias Jef Van Echelpoel, was ooit muziekleraar in de gevangenis en hield daarmee op, omdat hij werd gestalkt door één van de psychopaten die hij binnen de muren had leren kennen.

“Dat herken ik. Ik heb ook enkele negatieve ervaringen gehad, maar het is gelukkig nooit uit de hand gelopen. Als je geen grenzen stelt, pakken die gasten je beet en laten ze je nooit meer los. Logisch, want ze hebben niemand anders. Maar je gsm-nummer geven, is geen goed idee.” (lacht)

Waarom maak je theater met hen?

“Ik haal daar veel energie uit. Bij hen zie je pas wat een uitweg spelen kan zijn. Die gasten acteren op leven en dood. Ze zitten 24 uur op 24 met zichzelf opgescheept. Dan is het fantastisch om eens een uur per dag iemand anders te spelen. Het is indrukwekkend om te zien wat er soms naar boven komt.

“Ik heb er een paar gekend die in het begin niet eens durfden op te kijken, maar aan het eind van de rit stonden ze voor tweehonderd man te zingen alsof hun leven ervan afhing. Toneel dóét iets met hun zelfvertrouwen. Even worden ze niet aangesproken op wat ze zíjn, maar op wat ze kúnnen. Wij vragen de therapeuten soms ook om mee te doen. Die staan ervan te kijken wat er gebeurt met mensen met wie zij al drie jaar lang amper vorderingen maken. Het probleem is de nazorg. Net zoals bij Radio Gaga werk je kortstondig samen en daarna laat je die mensen los.

“De meeste getuigen in Radio Gaga vonden het fantastisch om op tv te komen en gehoord te worden, maar soms kunnen ze dat niet aan. In onze aflevering over het Zeepreventorium, een medisch revalidatiecentrum voor kinderen, zat een jonge voetballer die een infectie had opgelopen. Hij was al drie keer gaan testen bij Manchester City. Maar door die infectie was hij chronisch vermoeid en kon niet meer voetballen. Nu, drie jaar later, zit hij met psychische problemen. Door zichzelf op tv te zien, en de reacties daarop, kwam hij blijkbaar in een diep dal terecht. Dat vind ik heel moeilijk. Ik vraag me af wat onze rol daarin was. We hebben van hem een schoon portret gemaakt, maar soms kun je het nóg zo schoon en hoopvol maken als je wilt: het blijft dikke kak. En daar kan geen tv-programma of voorstelling iets aan verhelpen.”

Wat wil je de komende jaren nog maken voor tv?

“Een talkshow waarin écht geluisterd wordt naar de mensen. Als ze iets zoeken in de plaats van Van Gils & gasten wil ik daar graag over nadenken. En het hoeft niet op een boot te zijn. (lacht) Er is nood aan oprechte gesprekken op tv, zoals je die krijgt in Alleen Elvis. Bij Van Gils & gasten is dat moeilijker. Als je daar als gast aan tafel verschijnt, heb je eerst al uitgebreid je verhaal gedaan aan een redacteur. Dat neemt de spontaniteit een beetje weg. Voor alle duidelijkheid: ik vind Lieven Van Gils een sympathieke man en een goede interviewer. Maar hij zit vast aan een strak script en wordt ook geleid door zijn oortje. Probeer dan maar eens gericht te luisteren. Er wordt gewoon te veel op veilig gespeeld op tv. Ik zie veel platgetreden paden.”

Noem eens iets waarvan je denkt: hier gaan we weer.

“Op reis met BV’s. Een goed gesprek met een BV. Panelprogramma’s met dezelfde twintig BV’s die overal voor de geestige noot moeten zorgen, omdat dit land blijkbaar maar twintig grappige mensen telt. Als je de kijker dat voorschotelt, zal hij kijken, maar spannend kun je het niet meer noemen. Veel programma’s waarin BV’s opdraven, zijn te gelikt en geformatteerd. Neem nu Die huis. Goed gemaakt, maar ik geloof het niet meer. De mensen die daar in zitten, wéten hoe tv wordt gemaakt en wat ze daar gaan vertellen.

“Geef mij maar de onvoorspelbaarheid van De ideale wereld. Dat is een speeltuin waarin het al eens mag ontaarden. Soms zitten ze er zo boenk op dat het smullen is, zoals met ‘De woordvoerder’. Ik ben een grote fan van Otto-Jan, maar Jan Jaap heeft heel snel zijn eigen schitterende stempel gedrukt. Daar ben ik gezond jaloers op!”

De weekenden, Canvas, vanaf 12 december

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.