Donderdag 25/04/2019

de tuin van kobe

Joost de Vries: "Mensen hoeven mij niet normaal te vinden"

Joost De Vries: "Vind-ik-leuk-duimpjes scoren is het hoogste maatschappelijke doel geworden. Onze generatie heeft minder grote kloten." Beeld thomas sweertvaegher

Behalve de allereerste schrijver die bijna tweemaal op rij de Gouden Boekenuil won, is Joost de Vries nog altijd maar 32. Dat valt hem niet aan te horen. "Ik zit niet meer te twijfelen over wie ik ben. Met die worsteling ben ik klaar."

"Alleen de kraaien ontbreken nog voor een Van Gogh." Dat zegt de schrijver Joost de Vries wanneer hij onder een genadige zon een West-Vlaams graanveld overschouwt. Hij houdt van het platteland, maar niet per se van Van Gogh. Met het beeld van kunstenaars als tot waanzin gedreven eenzaten, heeft hij niets. "Kunst is lijden? Wat een onzin. Een boek wordt heus niet beter als je het bij nacht op een zolderkamer geschreven hebt."

Zijn blonde, verraderlijk angelieke hoofd komt boven het maaiveld uit. Het is een beeld waar de metafoorgekke De Vries wel raad mee zou weten. Want ook in de hem meer vertrouwde biotoop van de Nederlandse letterenwereld mag hij graag de nek uitsteken. In zijn essayboek Vechtmemoires neemt hij onder meer de maat van Arnon Grunberg, maar ook van een resem generatiegenoten die, net als hijzelf, rond het hipsterliteratuurblad Das Magazin zoemen.

Joost de Vries hoeft niet zo nodig bij de groep te horen. Hij loopt wel voorop. Als auteur van veellagige boeken vol verwijzingen naar populaire en elitaire cultuur en als redacteur bij het Nederlandse opinieblad De Groene Amsterdammer heeft De Vries wat van een kunstnerd. Zo ziet hij er ook wel een beetje uit, en daar wenst hij zich niet voor te schamen. Toch praat hij even fanatiek over Ajax of over de voorbije Tour de France, de "drie weken vakantie voor de buis" die hij zichzelf jaarlijks gunt.

'Fanatiek' is dan ook een woord waarmee je Joost de Vries adequaat kunt omschrijven. Dat had de auteur al toen hij nog een toptalent in het tennis was. "Ik won heel veel wedstrijden omdat ik ze wílde winnen. Het had met wilskracht te maken. Als een bezetene achter elke bal aan gaan."

Bij de jeugd speelde hij jarenlang op hoog niveau. Toch liep het mis. De Vries weet nog precies wanneer. "Ik was 16, en moest een wedstrijd spelen tegen een klein blond jongetje van 12. Die sloeg me van de baan. Toen besefte ik wat je nodig hebt voor de top, en dat ik die nooit zou kunnen bereiken."

Het was gelijk over. "Ik kreeg op training zo'n lekkere, hoge bal op de forehand. Normaal gezien retourneer je die keihard gekruist in de hoek, maar plots besliste ik om een onnozel stuiterballetje te slaan. Dat was het moment waarop ik tennis niet meer serieus nam. De puzzel was gelegd, de uitkomst interesseerde me niet meer."

Bent u nu even fanatiek in het schrijven?

Joost de Vries: "Ik ben een work-aholic, maar zo voelt het niet. Het fanatisme zit meer in de ambitie. Elke pagina is acht keer herschreven. Geen woord is aan het toeval overgelaten, elk hoofdstuk is ook op vier andere manieren geprobeerd. Het moet zo goed geschreven zijn als mogelijk is. Met minder neem ik geen vrede."

Beeld Thomas Sweertvaegher

Bent u competitief in het schrijven?

"Dat is een competitie die je met jezelf aangaat. Je wilt jezelf overtreffen. Met anderen werkt dat niet. Boeken schrijven is geen wedstrijd tegen elkaar."

"Als tennisspeler was ik meer getalenteerd dan gedisciplineerd. Ik sloeg de meest onmogelijke ballen terug, maar op training tien keer dezelfde backhand slaan, daar kon ik me moeilijk voor opladen. Zo werkt het ook bij mijn schrijven. Urenlang zwoegen aan mijn bureau valt me lastig."

"Ik voel geen compassie voor schrijvers die zeggen dat schrijven lijden is. Dat is het namelijk niet. Er is niks leuker om in je eentje te doen dan je eigen gedachten in een mooi stuk gieten. Als mens ben je maar af en toe een tien waard, vaker ben je een zeven, of een vier, als er niks lukt. Als schrijver kun je van elk moment dat je beschrijft een tien maken."

Bent u dan niet bang dat er ook in het schrijven een dag komt waarop u het allemaal wel gezien zult hebben?

"Het verschil met tennis is dat het schrijven helemaal voortkomt uit wie ik ben. Als ik het schrijven 'gehad' zou hebben, dan zou ik ook mezelf gehad hebben. Dat zou een erg pijnlijk moment worden."

Beeld Thomas Sweertvaegher


Leert u uzelf dan beter kennen al schrijvend?


"Je leert je eigen interesses en obsessies kennen. De republiek (de roman waarmee De Vries in 2014 de Gouden Boekenuil wegkaapte, BE/BDB) gaat onder meer over rouw om het wegvallen van een vaderfiguur. Daar is de dood van mijn eigen vader natuurlijk niet vreemd aan. Het was nooit de bedoeling om een boek over hem te schrijven, maar zo'n thema sluipt er dan toch in."

"En wie me kent, zal in hoe ik de relatie met het vrouwelijke personage Pippa beschrijf, het een en ander van mijn eigen relaties terugvinden, hoe ik me daarin kon gedragen. Was ik eerst van plan om haar in het eerste hoofdstuk te laten verdwijnen, dan bleef ze toch steeds terugkomen. (glimlacht) Blijkbaar moest daar iets weggeschreven worden. Daar sta ik dan zelf van te kijken."

Dat klinkt haast therapeutisch.

"Schrijven helpt om dingen een plaats te geven, of een nieuwe betekenis. Het gaat zo ver dat ik dan bijna ontroerd, soms verbaasd, in mijn eigen tekst kan herlezen hoe ik nu eigenlijk echt over de zaken denk."

Uw personages laten de emoties kolken, zelf bent u kalm en gereserveerd.

"Ik ben beredeneerd, ja. Mijn secundaire, rationele reactie gaat vaak vooraf aan mijn primaire emotie. Ik reageer vaak eerst kalm, bedachtzaam; een uur later word ik pas boos."

"Mijn vader en mijn broer waren driftkikkers. Bij mijn broer is het gaandeweg verminderd, bij mijn vader werd het erger. Het is psychologie van de koude grond hoor, maar misschien dat ik in een poging superieur aan hen te zijn, probeer om juist altijd de kalmte te bewaren."

U zegt wel eens dat u eigenlijk een bozig type bent.

"... en zie me hier nu weer lief zitten zijn. Ik weet het. Maar als ik op de fiets door Amsterdam rijd, dan zit ik me voortdurend te ergeren aan alles en iedereen. Niets zo ergerlijk als op de roltrap achter een dame staan, van wie je weet dat ze boven gewoon stopt om even rond te kijken waar ze nu eigenlijk heen moet, terwijl de hele trap achter haar tegen haar aan botst. Het zijn altijd vrouwen, altijd van een zekere leeftijd! (lacht) Dat irriteert dan, maar ik word toch niet boos. Misschien wíl ik alleen maar boos zijn. Moet ik dat beeld van mezelf bijstellen, en ben ik gewoon een aardige, kalme jongen."

In uw essays kunt u wel hard zijn voor rechtstreekse collega's. Het lijkt lastig om tegelijk criticus en vakbroeder te zijn.

"Niets hoeft andere schrijvers ervan te weerhouden om ook kritische essays te schrijven. En de schrijvers die ik bespreek, neem ik allemaal erg serieus. Als ik ze alleen maar 'slecht' vond, had ik me niet zo in hun boeken verdiept. Ik schrijf die stukken niet uit jaloezie of naijver. Het vertrekt vanuit een oprechte liefde voor literatuur. Als ik machtig wou zijn in de boekenwereld, was ik wel recensent bij de Volkskrant geworden, daar heb je meer lezers."

"Het is gewoon erg belangrijk om over literatuur na te denken. Goed, ik heb een aantal van mijn generatiegenoten stevig aangepakt, maar wel met de stiekeme bedoeling om een debat op gang te trekken over die afstandelijkheid en leegheid die ik in hun boeken ontwaar. Ik heb ook nooit beweerd dat ze een slecht boek geschreven hebben. Juist niet, alleen peil ik naar die terughoudendheid om ook echt iets wezenlijks aan te raken."

U heeft een probleem met ironie in de letteren. Waarom?

"Ik verdraag moeilijk literatuur die op de vlucht gaat voor zichzelf, die een onderwerp neemt, maar er dan omheen blijft draaien en er zich met een grapje van afmaakt. Stel je voor dat we de komende tien, vijftien jaar alleen nog zulke boeken zouden schrijven, dan zou de literatuur een sterfhuis worden. "Ironie is ook mijn lingua franca. Ik vaardig geen verbod op grappen maken af, maar ik bevraag wel die neiging om alles met dezelfde saus te overgieten."


Als je naar het gros van de jongere schrijvers kijkt en naar u, met die kalme houding, zou je net denken dat uw attitude ironisch is en dat de rest 'echt' is.


"In mijn lievelingsfilm L'Armée des ombres (1969) van Jean-Pierre Melville zit een prachtige scène over een oude Franse royalistische baron die op zijn kasteel blijft dromen van een terugkeer van de monarchie in Frankrijk en die uitlegt hoe hij met zijn pachters te paard de lokale prefectuur zou bestormen als de republiek ooit zou vallen. Hij vertelt het als grap, maar hij meent het ook wel. Zo is mijn houding ook: oprecht geveinsd."
"Ik gedraag me niet per se anders, ik verkleed me niet in een deftige jongen met een colbert en gepoetste schoenen. Dit is zoals ik wil zijn."

Het is geen statement tegen de romantiek van de hipsterschrijvers?

"Ook. Ik besef wel dat anderen vinden dat het er nogal apart uitziet, dat er een imago over me heen hangt. Maar het is méér dan dat. Het is ook wie ik ben. Het is geen puberale poging om een identiteit te ontwikkelen door me af te zetten van de anderen. Ik weet wie ik ben. Ik zit daar niet meer over te twijfelen."

Het is een stelligheid die even naar adem doet happen. Dit is geen grootspraak. De opwerping dat hij nog maar 33 is, wordt meteen gecorrigeerd: "32". Er schuilt een lieve, oude man onder deze branievolle borst. (glimlacht) "Dat is die baron uit de film van Melville. Die zou ik wel willen zijn. Iemand die met de rustige wijsheid spreekt van een leven dat al grotendeels achter de rug ligt. En met een mooie witte snor."

U wilt dat het in boeken gaat over wat echt belangrijk is. Wat is dat dan voor u?

"Ha, de hoofdprijsvraag! De sociale verplichting dwingt me nu om te zeggen: vriendschap, familie. Maar dat wil ik niet zeggen."

Wat dan wel?

Het blijft een tijdje stil. Enkel het getik van servies blijft doorklinken. "Dit is echt erg lekker. Stel alsjeblieft een andere vraag." Meer stilte, meer getik van tafelzilver.

En dan: "Wat het betekent om een mens te zijn, om te leven? Misschien moet literatuur daarover gaan? Kijk, wat ik bijvoorbeeld zo mooi vind aan een boek van Gerbrand Bakker over een man die niet met zijn vader kon samenleven, is dat daar iemands hele leven op het spel staat. Dat wil ik lezen. Iemand die zijn 'zijn', zijn wezen dreigt te verliezen, hoe klein een dilemma ook is."

"De vraag is hoe je je in dit leven belangrijk kunt maken, ook al ben je niet Nelson Mandela. Dat hoop je je af te vragen in een roman."


Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher


Is de leegte in de boeken van uw collega's dan geen geldig antwoord op de vraag wat het is een mens te zijn?


"De vraag is: hoe verhoud je je tot het leven? In hun boeken is het antwoord: niet. Dat is leuk voor een personage dat alle connecties uit de weg gaat en op een onbewoond eiland in Zweden gaat leven, maar als mens ben je daar niets mee, want je kunt je niet niét verhouden tot het leven. Jij en ik, wij gaan niet wonen op een eiland in Zweden. In die zin schrijven zij niet over het leven."

Via de omweg van een bewonderde schrijver komt de invulling van de roep om waarden er dan toch. Misschien moet iedereen van zijn generatie maar James Salter lezen, zegt De Vries uiteindelijk. "Salter gaat over accepteren dat we allemaal vol fouten zitten en het geluk tussen die fouten door moet zoeken. Die boodschap vind ik heel bijzonder en waardevol voor mijn generatie."

Het gesprek krijgt een welgekomen pauze als chef Kobe Desramaults zelf binnenkomt om de borden vol te scheppen. De Vries vindt het geweldig, maar van Desramaults heeft hij nog nooit gehoord. Als kind was hij meer van de macaroni met kaassaus.

Dat de chef de zekere kans op meer Michelinsterren laat schieten omdat hij weigert toe te geven aan het dictaat van tafellinnen, dwingt respect af. Dat zouden we in de literatuur ook eens moeten doen, vindt De Vries: "Elke maand kiest een jury van boekverkopers het 'Boek van de Maand' in De wereld draait door op tv. Een ware loterij, maar als je uitverkoren wordt, ben je zeker van dertig-, veertigduizend verkochte boeken extra. Het is wachten tot iemand een keer weigert, zoals de chef hier weigert te plooien."

Zou hij weigeren?

Joost de Vries twijfelt, zijn ogen twinkelen. "Jonathan Franzen deed het ooit bij een gelijkaardige rubriek van Oprah Winfrey in de VS. Toen had hij pas écht een dikke hit. De kijkers van Oprah kochten het boek sowieso, en wie Oprah niet lust, vond hem een held."

Niemand in zijn omgeving is verbaasd dat Joost de Vries uiteindelijk schrijver is geworden. Hij was altijd al het jongetje dat graag opstellen schreef. In het eerste jaar secundair kreeg hij in de schoolkrant een column die natuurlijk - haha - 'Joost mag het weten' heette.

"Sindsdien ben ik niet meer opgehouden met schrijven. Op mijn 16de werd ik uitgeroepen tot beste schoolkrantcolumnist van Nederland. Joost Zwagerman zat in de jury. Dat was nog eens de bevestiging dat ik er best wel goed in was."

En dus gaat u er ook niet vals bescheiden over doen?

"Roger Federer werd ooit gevraagd hoe het kwam dat hij meer grandslamtoernooien gewonnen had dan gelijk wie. Hij antwoordde grijnzend: 'Wel, ik denk dat ik dan wel getalenteerd zal zijn.' (lacht)

"Succes is prettig, maar ik schrijf niet om de massa te behagen. Wat telt, is zo goed mogelijk schrijven, niet zo veel mogelijk mensen bereiken. Er zijn meer dan genoeg mensen die juist geen auteurs willen die hen behagen, maar schrijvers die zichzelf als maatstaf nemen: het moet goed zijn. "

"Iedereen zegt me dan: 'Joost, je bent nog zo jong', maar zo voel ik dat niet."

Nochtans: u bent echt wel nog jong.

"Toch heb ik het gevoel dat ik mijn stem al gevonden heb. Ik publiceer al sinds ik 12 ben, weliswaar in de schoolkrant (lacht), maar toch. Het idee dat andere mensen lezen wat ik schrijf, is een routine geworden."

Kunt u die eigen stem omschrijven?

"Ik weet alleszins wanneer een zin niet van mij komt. Als hij te simpel, of te rechttoe rechtaan is. Ik probeer boeken te schrijven waar mijn hele belevingswereld in zit."

"Bij andere schrijvers hou ik er ook enorm van dat ze je uitdagen om mee te denken. Philip Roth heeft dat, Norman Mailer ook. Ze laten je toe om zelf nog iets toe te voegen aan hun werk. Bij Mulisch is het omgekeerd. Zijn werk is af. De ontdekking van de hemel is een monument, als het Parthenon in Athene. Als je daar naar gaat kijken, denk je ook niet: nu ga ik zelf eens een tempel bouwen. Ik lees Mulisch graag, van zijn boeken krijg ik zin om meer te lezen. Van Roth krijg ik zin om meer te schrijven."

De naam Arnon Grunberg moet nu vallen. De temperatuur van het gesprek daalt een graadje of vier. En het was juist zo gezellig. De Vries pakte Grunberg hard aan in Vechtmemoires. Dat baarde opzien: de jonge wolf die de leider van de roedel aanvalt. De suggestie van vadermoord wordt kordaat van de hand gewezen.

"De term vadermoord doet me niks, want ik voel geen verwantschap met Grunberg. Hij heeft de Nederlandse literatuur van de laatste twintig jaar wel gedomineerd. Maar voor mij is zijn type literatuur nu wel uitgewerkt. Schrijvers zoals ik gaan toch weer op zoek naar een menselijker verhaal. Als iedereen alleen maar boeken zou blijven schrijven à la Grunberg, dan zou de literatuur snel zijn waarde verliezen."

"Hij zit me niet in de weg. Ik ben blij dat er schrijvers zoals hij of Tommy Wieringa zijn, of A.F.Th. Ze hoeven niet mijn type schrijver te zijn, maar het is goed dat de literatuur zulke blikvangers heeft, die de rol van de Grote Schrijver spelen en van elke publicatie een evenement maken. Zo kunnen mensen die vijf keer per jaar een boek kopen aan hen denken als ze moeten denken aan een schrijver."

"Zo gaat het ook met Grunberg. Ik erger me vaak mateloos aan wat hij schrijft op de voorpagina van de Volkskrant, maar het is wel goed dat er dagelijks een schrijver op 'de één' van een grote krant staat."

Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Wat ergert u dan zo aan Grunberg?

"Dat hij eigenlijk ook erg goed is (lacht). Er zijn weinigen die zo grappig kunnen schrijven als hij."

"Maar wat hij daarmee wil bereiken, dat postmoderne mensbeeld van de mens als wolf voor een ander, voor wie liefde niet bestaat, daar zijn we nu wel klaar mee. Dat is een gemaakte hardheid die niet langer geloofwaardig is. Het kan grappig en spannend zijn, maar om The Smiths te citeren: it says nothing to me about my life."

Het valt op dat uw generatie niet aanwezig is in het publieke debat, in tegenstelling tot Reve, Mulisch of Hermans.

"Mulisch en Hermans zetten niet alleen de toon van de literatuur, maar van de hele samenleving. In elk debat gingen ze voorop. Over Cuba, over de protestgeneratie. Mulisch werd tijdens de Golfoorlog elke dag opgebeld om zijn mening over Saddam Hoessein te geven. Die centrale plek is opgegeven. Geen tv-redactie die Tommy Wieringa dagelijks opbelt om hem over IS te bevragen."

"Daar komt bij dat schrijvers niet meer die alfa-positie in de cultuur hebben. Ze zijn afhankelijker van tv, van lezers. En dus zijn ze, of 'we', meer bezig met aardiger gevonden worden. En dat doe je niet door harde standpunten in te nemen."

"De likeability is overal: vind-ik-leuk-duimpjes scoren, is het hoogste maatschappelijke doel geworden. Onze generatie heeft minder grote kloten, wij zijn bang om op onze muil te gaan."

Moet een schrijver geëngageerd zijn?

"Een schrijver heeft maar één verplichting: interessant zijn, op elke pagina. Hij heeft geen verplichting over immigratie te schrijven, over populisme, over graaiende bankiers of over racisme. Het staat hem vrij zijn onderwerp te kiezen, hoe groot of klein dat ook is. Maar dan moeten ze zich ook wel verbinden aan dat onderwerp - dus niet een roman over liefde schrijven, en vervolgens elke romantiek belachelijk maken. Dat is een beetje de ironie waar ik me aan kan ergeren: ironie die tussen de schrijver en zijn onderwerp in staat. Dat tijdperk heeft nu echt wel zijn langste tijd gehad. Mensen willen nu wel weer schrijvers die schrijven over wat ze belangrijk vinden."

Is dat zo?

"Het blijft erg dubbel, natuurlijk. In Nederland zitten we met een premier, Mark Rutte, die er zijn handelsmerk van maakt om vooral geen grote verhalen te vertellen. Normen en waarden zijn aan hem niet besteed. Rutte runt het land alsof het een filiaal van de Hema is. Over morele kwesties spreekt hij zich niet uit."

"Dus ja, misschien zijn veel mensen nog altijd best tevreden met betekenisloosheid. Tegelijk zie je dat steeds meer mensen hun vertrouwen in die vorm van politiek verliezen, en komen er politici als Jesse Klaver (de nieuwe fractieleider van GroenLinks, BE/ BDB) op, die juist weer voor een ander soort politiek gaan staan."

Dan bent u de Jesse Klaver van de literatuur?

"Neen, hij is de Joost de Vries van de politiek. Ik was eerst." (lacht)

U zaait in uw essayboek politieke verwarring door de kant te kiezen van dictaturen en autoritair gezag. Dat is hopelijk wel ironie?

"Wel en niet. Ik wilde fictieve nostalgie beschrijven: een verlangen naar een verleden dat geromantiseerd is, dat nooit heeft bestaan. Dat is nu in de politiek aan de hand. In Nederland koketteren de SP en de PVV met de terugkeer naar een maatschappij die nooit zo bestaan heeft."

Waarom trekt dat mensen zo aan?

"Ik wil dat niet zomaar veroordelen. Voor mezelf weet ik dat ik erg kan genieten van zo'n keurig aangeharkt grasveld bij de Britse ambassade, ook al weet ik dat op zo'n ambassade vreselijke dingen gebeuren."

Als je Joost de Vries niet kent, dan zou je kunnen denken: "Dat is de schrijver met het colbertje die zegt dat hij aan de kant van Het Gezag staat."

"Op een louter uiterlijke manier heb ik die hang naar ordelijkheid wel. Het liefst zou ik willen dat iedereen op de redactie pak en das droeg, zoals in Mad Men. Maar het idee dat iedereen pak en das zou moeten dragen, daar zou ik gek van worden.

"Ik begrijp wel dat mijn look verwart, maar ik vind dat ook niet erg. Mensen hoeven me niet normaal te vinden. Ik bén niet normaal. (ijl prinsessenstemmetje) Ik ben bijzonder."

Is dat dan al een denktrant: "Joost de Vries is een rechtse bal"? (lacht)

"Een linkse bal, zul je bedoelen. Maar wel een bal dus, ja, dat vast wel. Het rechtse gedachtegoed zegt me niets. Ik ben enkel vestimentair geconnecteerd met rechts.

"En ja, zeg, we hebben dit gesprek ook alleen maar omdat ik schrijver ben. Mocht ik een bankier zijn, zou je me niet vragen waarom ik mijn schoenen poets of geen baard heb. Onlangs zei iemand me dat ik de enige man ben die zij kende die zich scheert. Ik kreeg meteen zin om me nog een keer extra te scheren. Net zoals ik misschien in een losse trui naar het werk zou gaan als de redactie van de Groene op een dag effectief in pak en das verschijnen. Hoewel een losse trui me wel erg ver gaat." (lacht)

Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher


U schrijft graag over Downton Abbey, The Edwardians, Brideshead Revisited. Bent u een nostalgicus?


"Ik hoop van mezelf dat ik te nuchter ben om nostalgisch te zijn. Niets zo erg als mensen die zeggen: 'Vroeger was het beter'. Je moet wel consequent zijn: wie terugverlangt naar die tijd, moet beseffen dat de kans erg groot is dat hij niet in In de Wulf zit, maar ligt te creperen in een of ander mijnstadje."

"Over het tijdperk van Downton Abbey schrijf ik net omdat het me fascineert dat mensen die serie zo graag zien. Dat is een nostalgie naar een klassenmaatschappij waarin het voor de meeste mensen heel erg kut was."

"Daar vel ik geen oordeel over, maar ik doe niets liever dan me afvragen waarop de populariteit van een serie inspeelt. Zoals ook 24. Een cultuur die dat goed vindt, moet een hele bange zijn, die snakt naar genadeloze daadkracht."

Welke tv-serie mag je niet gemist hebben?

"Mad Men! Omwille van het vernuft van de verhaallijnen en het verband met vandaag. Toen was er een strenge moraal en deed iedereen er alles aan om die te overtreden. Nu is er een soepele moraal, maar is iedereen heel streng op zichzelf en op elkaar. Zoveel is er niet veranderd."

"Ik ben dol op Don Draper: een duister personage dat zoekt naar wat echt is. Omdat hij zich anders voordoet dan hij is, blijft hij enkel toeschouwer van zijn eigen leven. Hij komt thuis in een modelgezin, en denkt: ben ik dit echt? Hij kan niet bij het geluk komen dat voor hem weggegelegd is; zoekt vluchtwegen die ook niets opleveren. Prachtige tragiek."

Herkenbaar?

"Ja. Geluk is moeilijker te bereiken dan de meesten denken. Ik kan me er niet altijd even goed aan overgeven. Dan heb ik iets en wil ik meteen het volgende. Het is gelukkiger zijn dan je zelf beseft en meer bezig zijn met wat je niet hebt dan met wat je wel hebt."

Net zoals Don Draper lijkt u wel ankerpunten te zoeken over 'hoe je hoort te zijn', bijvoorbeeld als man.

"Toen ik opgroeide, wilde ik Pete Sampras zijn. Om hem te kunnen imiteren, leerde ik zijn enkelhandige backhand aan en droeg ik zijn outfits. Ik stopte een tijdje met tennis en pikte het daarna terug op. Maar inmiddels tenniste Sampras niet meer, met als gevolg dat ik ineens niet meer wist welke outfit ik moest aantrekken.

"Je groeit op en je wilt iets en weet niet hoe dat moet en dan kijk je de kunst af bij een ander. Het leven is een vloeibaar ding en dan zoek je vaste punten. Dat kan zoiets banaal zijn als kleding, als anker in een oceaan waar je verder geen grip op hebt."

Maar hoe zit dat dan met die regels voor de man?

"Het gaat me meer over de gang naar volwassenheid: proberen voor jezelf te ontdekken wat je waarden zijn. Jezelf vermannen vind ik heel belangrijk: jezelf overstijgen en driften overwinnen. Dat kan ik erg goed. Je krijgt in het leven veel te incasseren en als je telkens inzakt met 'O, ik voel me zo zielig', dan blijf je een kind."

Schakelt u zo uw emoties uit?

"Zeker niet. Dat heeft iets fictiefs, doen alsof ze niet bestaan. Je moet ze juist toelaten en dan proberen er niet aan onderdoor te gaan. Grace under fire. Dat heb ik onder de knie. Met het voorbehoud dat ik nog nooit letterlijk onder vuur gelegen heb."

Daardoor lijkt u wel soeverein en onkwetsbaar te zijn.

"Ik weet dat ik zo overkom. Ik hoor het vaak. En hoewel ik 'soeverein' een mooi woord vind, hoop ik niet dat mensen me onkwetsbaar achten. Ik zou het jammer vinden mochten mensen daardoor niet naar me toekomen. Wellicht helpt het niet dat ik er als een meneertje bij loop. Anderzijds, mensen moeten maar over dat imago heen stappen. Ik wil ook niet de hele tijd zelf de drempel omlaag halen."

Hoe groot is de kier tussen de mens Joost de Vries en de schrijver?

"Die is er niet. Hoe ik schrijf en op een podium sta, of hier geïnterviewd word in In de Wulf, is precies hoe ik echt ben. Er is aan mij niets geposeerd. Als er iets is waar ik trots op ben, dan is het dat wel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.