Zondag 15/09/2019

Interview

Johan Heldenbergh: "Ik heb dingen gemaakt waarop ik heel trots ben. Ook al vertaalt zich dat niet in centen"

Johan Heldenbergh: ‘Ik betwijfel of ik na mijn depressie ooit weer zelfs maar 90 procent zal zijn van wie ik ooit was. Maar dat hoeft misschien ook niet.’ Beeld Joris Casaer

Op zijn 50ste staat acteur Johan Heldenbergh aan het begin van een nieuw hoofdstuk. Professioneel, met zijn eerste Hollywood-film The Zookeeper’s Wife, maar ook in zijn hoofd.

September 2014. Na jarenlang flirten met burn-out en depressie gaat Johan Heldenbergh hard op zijn bek. Zijn scheiding, het overdonderende succes van The Broken Circle Breakdown, de vele jaren op de planken: het heeft zijn batterijen helemaal leeggezogen. Rust is de enige remedie, zegt de dokter. Acht maanden lang doet Heldenbergh helemaal niets. De vulkaan lijkt uitgedoofd.

Praag, één jaar later. Onder het toeziend oog van olifanten en dromedarissen staat Heldenbergh op de set van The Zookeeper’s Wife Hollywood-ster Jessica Chastain te zoenen. Alleen wanneer de camera’s draaien, want dan is hij Jan Żabiński, baas van de zoo van Warschau, en zij zijn vrouw Antoni­na. Een heldhaftig koppel dat tijdens WO II meer dan driehonderd Joden in hun kelder verstopte.

Zelf voelt Heldenbergh zich op dat moment allesbehalve een held. Het is de eerste keer dat hij in een Engelstalige film meespeelt. Zijn depressie heeft hij in België achtergelaten, maar de druk om te presteren weegt loodzwaar.

“Ik voelde me plots enorm onzeker”, zegt Heldenbergh. Niet alleen moet hij zich aanpassen aan de Amerikaanse standaarden – “ik moest veel ‘kleiner’ spelen, wat heel erg tegen mijn natuur ingaat” –, hij komt ook oog in oog te staan met een van zijn grootste idolen. “Probeer je eens voor te stellen dat je een brasserie hebt in Ledeberg, en dat je plots bij het Hof van Cleve mag gaan werken als souschef. De eerste maand ga je dood, denk ik, want je staat daar wel naast je grote held Peter Goossens! Wel, zo was het voor mij ook met The Zookeeper’s Wife: Jessica Chastain is mijn lievelingsactrice – dat is geen verkooppraatje, ik meen het echt. Wat zij doet in Zero Dark Thirty, dat vind ik zó geweldig. Bovendien durft ze ook politieke standpunten in te nemen, over vrouwenrechten bijvoorbeeld. Van alle mensen die momenteel in Hollywood rondlopen, heeft zij de grootste kloten. Ik kijk echt op naar die vrouw.”

Johan Heldenbergh en Jessica Chastain in 'The Zookeeper's Wife'. Beeld rv/ Anne Marie Fox / Focus Features

De bewondering was gelukkig wederzijds. Anders had Heldenbergh ook nooit naast Chastain op de set gestaan. Het was namelijk zij zelf die de producenten van The Zookeeper’s Wife overtuigde om onze landgenoot de rol van Jan Żabiński te geven. Enkele jaren geleden had ze hem ontdekt in The Broken Circle Breakdown, de film van Felix Van Groeningen die in 2014 meedong naar een Oscar. Chastain viel als een blok voor Heldenberghs vurige présence.

Heb je auditie moeten doen voor deze rol?

Johan Heldenbergh: “Nee. Ik kreeg telefoon van Niki Caro, de regisseuse, met de vraag of ik zo snel mogelijk naar Praag kon komen voor een gesprek. Drie dagen later stond ik daar. We hebben toen gewoon geluncht, en ze hebben mij de rol aangeboden. ‘We hebben The Broken Circle Breakdown gezien,’ zeiden ze, ‘we vertrouwen je.’ En dat was dat.

Johan Heldenbergh: "Ik heb altijd mijn integriteit bewaard en mijn intuïtie gevolgd. Misschien is dit hele avontuur wel een soort bedankje daarvoor." Beeld Joris Casaer

“Achteraf heeft Jessica mij wel verteld dat het toch niet veel gescheeld had of ik had de rol niet gekregen. Een van de producers vond het een te groot risico om te werken met een onbekende Europese acteur die nog nooit in het Engels had gespeeld. Maar dan heeft Jessica op YouTube een filmpje gevonden waarin ik – in het Engels – een dankspeech geef in een restaurant in L.A., ten tijde van de Oscarcampagne van The Broken Circle. Dat heeft ze naar die producent gestuurd, en toen was het plots geen probleem meer.”

Een filmpje op YouTube, zo toevallig kan het dus lopen.

“Ja. Al mag ik dat van mijn therapeute niet meer zeggen, dat het toevallig is en dat ik chance heb gehad. The Broken Circle Breakdown was ­uiteindelijk wel mijn kindje, en ik heb in heel mijn leven nooit iets gedaan voor het geld. Ik heb altijd mijn integriteit bewaard en mijn intuïtie gevolgd. Misschien is dit hele avontuur wel een soort bedankje daarvoor.

“Echt, ik heb nooit projecten gedaan waarvan ik niét geloofde dat ik er misschien iets mee kon veranderen. Als ik in de televisieserie Jes een homo speel, dan hoop ik oprecht dat ik ­homoseksualiteit daarmee meer aanvaard kan maken. En zo heb ik voor elke rol wel iets in mijn hoofd.”

Wat was dat voor The Zookeeper’s Wife?

“Goh, deze film had ik sowieso niet willen ­missen – misschien had ik hem ook wel gedaan als ik het geen goed scenario vond. Alhoewel. (lacht) Nee, ik heb al jaren een enorme fascinatie voor de Holocaust; ik heb er echt alles over ­gelezen. Het is allemaal begonnen toen ik als 14-jarige jongen de film Judgment at Nuremberg zag op tv. Die beelden van bulldozers die stapels Joodse lichamen in putten dumpen... Dat heeft me nooit meer losgelaten.

“Ik ben toen een soort eenmansstrijd tegen nationalisme en fascisme begonnen. Omdat ik gewoon niet kon geloven dat een mens tot zulke dingen in staat was. Dat heb ik eigenlijk nog altijd. De aanslagen van 22 maart bijvoorbeeld, dat was wéér zo’n klop in mijn gezicht.”

Je hebt nooit iets voor het geld gedaan, zeg je. Maar voor deze film werd je vast een stuk beter betaald dan in België?

“Ik heb het dubbele verdiend van wat ik in België zou krijgen. En dat is naar Hollywood-normen spotgoedkoop. (lacht)

“Maar voor mij was dat geld wel heel welkom op dat moment, want ik had het financieel wat lastig. Mijn Parijse agente heeft nog haar best gedaan om er nog wat meer uit te halen, maar de ­producenten waren heel duidelijk: ‘Dit is ons ­aanbod, te nemen of te laten.’ Zij weten ook wel dat Johan Heldenbergh sowieso ja gaat zeggen. (lacht) Ik denk dat ik de goedkoopste acteur op de set was, ook al speelde ik de tweede hoofdrol. Maar je m’en fous. Het gaat mij niet om het geld.”

Maar als je samenwerkt met schatrijke sterren als Jessica Chastain, en je ziet in wat voor weelde zij leven, spreekt dat dan niet tot de verbeelding?

(aarzelt) “Ja. Ik ben een mens natuurlijk. En vooral: ik huur een huis in Gent, en ik zou eigenlijk graag iets kopen. Maar dat is te duur. Dan begin je wel eens te dromen. Zeker als Jessica vertelt dat ze in New York het appartement heeft gekocht waar Leonard Bernstein West Side Story heeft geschreven. Vlak aan Central Park... Maar dat soort gedachten komen en gaan. Ik ben gewoon erg dankbaar voor wat er allemaal gebeurt. Ik ben nooit echt welstellend geweest, en waarschijnlijk zal ik dat ook nooit worden, maar ik heb wel dingen gemaakt waarop ik heel trots ben. Ook al vertaalt zich dat niet in centen.

“Ik heb heel mijn leven in het theater gewerkt. Heel hard gewerkt: repeteren overdag, en ’s avonds spelen. Maar daar kreeg ik een maandloon volgens barema voor. En ik wílde ook niet meer! Want dat is subsidiegeld. Wat Johan ­fucking Simons elke maand verdiende bij NTGent, ik vind dat echt schandalig. Dat geld komt van de belastingbetaler! Ik ben daar heel strijdvaardig in. In de jaren 90 was er bijvoorbeeld een voorstelling waar bij elke opvoering een enorme spiegel van 70.000 frank werd kapotgeslagen. Dat was een prachtig beeld, maar het rechtvaardigde die prijs niet – 70.000 frank, dat was op dat moment het bruto maandloon van een acteur! Dat soort voorstellingen maak ik niet, en ik wil er ook niets mee te maken hebben.

Johan Heldenbergh: "Wat ik mankeer aan cameraprésence, heb ik altijd goedgemaakt in gedrevenheid. Ik ben héél gedreven. Zelfs in die mate dat het me een paar jaar lang de dieperik heeft ingesleurd." Beeld Joris Casaer

“Bij mijn gezelschap Compagnie Cecilia hebben we nooit veel geld gehad. Mensen denken vaak dat wij rijk zijn, maar welke Vlaamse acteur is rijk? Ja, Matthias Schoenaerts ­waarschijnlijk. (lacht) Maar dan spreken we niet meer over Vlaanderen. Matthias is wereldtop: niet alleen in zijn spelen, hij heeft het volledige pakket. Charisma, schoonheid, dat lijf, die stem...”

Denk je nooit: ‘Ik heb dat ook?’ Jouw présence is toch ook uniek?

“Nee. Echt niet. Ik ben nooit een Koen De Bouw of een Filip Peeters geweest. Die mannen hebben een bepaalde X-factor. Ik niet. Maar wat ik mankeer aan cameraprésence, heb ik wel altijd goedgemaakt in gedrevenheid. Ik ben héél gedreven. Zelfs in die mate dat het me een paar jaar lang de dieperik heeft ingesleurd.”

Je hebt een zware depressie gehad, dat is bekend. Hoe gaat het nu met je?

“Goed. Een maand geleden heb ik in tien dagen tijd een monoloog geschreven. Dat is voor mij echt een goed teken. Want gedurende jaren had ik nul artistieke drang. Dus ja, het gaat goed met mij. Maar als ik heel eerlijk ben, betwijfel ik wel of ik ooit weer 100 procent, of zelfs maar 90 procent zal zijn van wie ik ooit was. Dat hoeft misschien ook niet, want ik ben intussen toch al 50. Maar er is wel een somberte ingetreden, en die gaat niet meer weg. Nu, vrolijkheid is mij altijd een beetje vreemd geweest. Als ik mensen in het openbaar zie lachen... Ik heb dat nooit gesnapt. Ik kon daar zelfs jaloers op zijn. De somberte was er dus altijd al, maar ik heb nu het gevoel dat ze echt voor altijd ingedaald is.”

Bedoelde je daarnet dat je niet snapt hoe mensen kunnen lachen terwijl de wereld in brand staat?

“Ja. Dat staat ook bijna letterlijk zo in die ­monoloog waar ik het net over had. Als je om je heen kijkt, hoe kun je dan zo dartel zijn? Eerst de moetjes, dan de magjes. Eerst de wereld redden, en dan mag je lachen.”

Zo maak je het jezelf niet gemakkelijk.

“Goh, ik heb een paar jaar geleefd zonder dat gevoel van kwaadheid over wat er met de wereld gebeurt, en ik voelde me eigenlijk helemaal ontheemd. Ik verzonk in een soort... onverschilligheid was het niet, want ik vroeg me wel de hele tijd af: ‘Heldenbergh, waarom ben jij nu toch niet kwaad?’ Het was eerder een gevoel van beige-heid. Beige is de saaiste kleur aller tijden, en zo voelde ik mij ­constant. Terwijl ik vroeger rood en geel en groen was. Ik kan het niet beter uitleggen.”

Met andere woorden: je energie was weg.

“Dat is het. Gelukkig is die energie nu wel terug. En mijn kwaadheid is ook helemaal terug, daar ben ik heel blij om. (lacht)

“Ik heb veel geluk gehad dat ik ook tijdens mijn depressie kon blijven gaan voor mijn job. Als ik moest werken, was de energie er op een of andere manier altijd wel. Niet volledig ­weliswaar, en je doet voor een stuk ook alsof. Maar het lukte. Behalve die acht maanden waarin ik helemaal niets heb gedaan. Omdat ik écht niet kon.”

Heb je intussen wat orde in de chaos kunnen scheppen? Begrijp je hoe het zover is kunnen komen?

“Ja. Mijn therapeute heeft me daarbij geholpen.”

Heeft The Broken Circle Breakdown een rol gespeeld?

“Absoluut. De opnames, de intensiteit daarvan, de repetities... Dat kwam allemaal op een heel fout moment. Bovendien heb ik gaandeweg ­ontdekt dat het verhaal eigenlijk echt over mij gaat. Dat had ik pas door toen ik de film voor de derde keer zag, in Berlijn. Toen had ik het ­theaterstuk (dat Heldenbergh samen met Mieke Dobbels schreef, en waarop de film gebaseerd is, LT) nota bene al 150 keer gespeeld! The Broken Circle is én een verwerkingsproces én een ­katalysator geweest.

Poseren bij de première van 'The Zookeeper's Wife' in Los Angeles. Beeld REUTERS

“Het succes dat die film heeft gekend, heeft me dan weer geleerd dat ik constant over al mijn grenzen liet heen lopen, en dat ik daar dringend iets aan moest doen. Dat heeft een heel diep gat geslagen. En het heeft mijn ogen geopend.”

Hoe bescherm je jezelf nu, opdat het niet opnieuw zou gebeuren?

“Dat kan ik moeilijk benoemen zonder echt over heel persoonlijke dingen te praten. Maar wat ik wel kan zeggen: ik probeer anders om te gaan met menselijke relaties. Lange verbindingen opbouwen, in plaats van een opeenvolging van korte verbindingen. In ons beroep ben je de ene maand beste maten met je collega, maar de ­volgende maand werk je niet meer samen en wordt die verbinding weer verbroken. En zo ga je van de ene verbinding naar de andere. Dat is een probleem.

“Daarom wil ik nu heel bewust mensen uitkiezen met wie ik risico’s wil nemen, en een lange verbinding mee aangaan. Dat moet ik leren. Ik begin me er ook stilaan bij neer te leggen dat niet iedereen mij nen toffen vindt. Vroeger kon ik dat niet aanvaarden. En ik wil mijn grenzen meer bewaken. Abrupter durven te zeggen: ‘Hier stopt het’.”

Heb je je ervaring met depressie verwerkt in die monoloog waarover je daarnet sprak?

“Ja. Ik speel een Vlaamse acteur die uit een depressie komt. (lacht) Dus het is voor een stuk mijn verhaal.

“Maar tegelijk gaat het ook over politiek. Alles gaat over politiek bij mij. En ik vind dat iedereen die een podium heeft, dat nu moet gebruiken. Het zijn gevaarlijke tijden. De slinger tussen mildheid en hardheid is volledig doorgeslagen, en de waarheid heeft geen enkele waarde meer. Daar ga ik iets mee doen. Stand-uptragedy, noem ik het. Maar ik hoop echt dat ik nog dit jaar kan spelen, want het gaat over nu.”

En wat als er plots een nieuw aanbod uit Amerika komt?

“Voorlopig is dat niet aan de orde, ik heb nog geen nieuwe voorstellen gekregen. Dat kan ­misschien veranderen wanneer de film in de VS in première gaat (dit gesprek vond plaats op 21 maart, tien dagen voor de première in Hollywood, LT). Ik ga ook nog een paar dagen naar L.A., en mijn agente heeft daar een paar ontmoetingen geregeld. Al verwacht ik er niet te veel van, meestal is dat puur pro forma. Handje schudden, en op naar de volgende. Er wonen 170.000 acteurs in L.A.!”

Maar heb je zin om carrière te maken in Hollywood?

“Dat hangt ervan af. Financieel zou het wel fijn zijn, en ik zou ook graag nog met grote namen samenwerken. Maar anderzijds zou ik ook ­dolgraag nog eens een film draaien met Koen De Graeve, bijvoorbeeld.

“En wat me vooral niet bevalt: de meeste Europese acteurs die het in Hollywood gemaakt hebben – Stellan Skarsgård, Javier Bardem, Mads Mikkelsen – wonen minstens acht ­maanden per jaar in Los Angeles. Dat kan ik niet, en dat wil ik niet. Ik heb geen zin om ­heelder dagen audities te gaan doen, en te ­proberen om rond te komen daar. Ik wil bij mijn vrienden zijn, en vooral bij mijn kinderen. We zien wel wat er komt.”

The Zookeeper’s Wife speelt vanaf 10 mei in de zalen.

Johan Heldenbergh

- geboren in Wilrijk op 9 februari 1967

- studeerde aan Herman Teirlinck

- acteur, regisseur, theatermaker

- filmdebuut in Antonia (1995), later o.a. Any Way the Wind Blows (2003), Steve + Sky (2004), Aanrijding in Moscou (2008), De helaasheid der dingen (2009), Hasta la Vista (2011), The Broken Circle Breakdown (2012)

- tv-series, o.a. Jes (2009), De ronde (2011)

- richtte in 2006 samen met Arne Sierens theatergroep Compagnie Cecilia op

- nu te zien in zijn eerste Engelstalige film The Zookeeper’s Wife, naast Jessica Chastain

- gescheiden van actrice Joke Devynck, drie kinderen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234