Maandag 21/10/2019

Interview

Jo De Poorter vindt zwartepietendiscussie je reinste onzin: “Wat is de volgende actie? Tegen de paashaas?”

Jo De Poorter. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: presentator en mediatrainer Jo De Poorter (52). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Zoals ik ben: 52. Geen dag minder. Ik voel me een man van middelbare leeftijd en vind dat geweldig. Ik heb van alle leeftijden genoten, maar was niet zo’n aanhanger van kind zijn. Ik voelde me toen ouder, had ook oudere vrienden. Pas toen ik de leeftijd van het stemrecht bereikte, viel mijn mentale leeftijd samen met mijn echte leeftijd.

“Vooraan in de 50 bevalt me prima. Ik heb al een paar dingen 
kunnen doen, al een paar dingen kunnen zien en zit nu op een moment dat ook de eindigheid van het leven in zicht komt. Als je kijkt naar de gemiddelde leeftijd, zal dat over exact dertig jaar zijn. Dat is lang en kort tegelijk, maar dat maakt wel dat er een tijds­limiet staat op wat ik nog kan doen. En dat maakt het gemakkelijker, véél gemakkelijker om te leven, te kiezen, beslissingen te nemen. Want als je jong bent en je hebt de oneindigheid nog voor je en in je beleving duurt iedere zomer vier jaar, dan heb je zo’n veelheid aan mogelijkheden dat het niet altijd even makkelijk is om te kiezen. Nu weet ik wat ik nog wil doen, en vooral ook wat ik niet meer wil doen.

“Zo heb ik twee jaar geleden beslist om te stoppen met wekelijks televisie­werk, omdat dat zoveel tijd innam en uiteindelijk zo’n beperkt resultaat gaf, in die zin dat je dagen bezig bent voor een programma van slechts een half uur.”

Wie is Jo De Poorter?

- geboren in Gent op 27 augustus 1966 
- begon als reporter voor dag- en week­bladen
- startte in 1989 als omroeper bij de VRT
- werd radio- en tv-presentator van o.a. De afrekening (StuBru), Zomerhit (Radio 2), De tekst­baronnen (Radio 1) en De rode loper (TV 1)
- vanaf 1994 ook op de Nederlandse tv te zien in o.m. Dinges
- werkte ook voor VT4 (Liefde op het eerste ge­zicht) en VTM (Familie­raad)
- richtte in 2002 het bedrijf Succes Coaching op, gespecialiseerd in media­training
- publiceerde met deco­rateur Geoffroy Van Hulle enkele lifestyle­boeken
- duikt geregeld op als columnist en royalty-commentator, was tot 2016 copresentator van Royalty (VTM)
  

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Het vermogen tot communicatie. Ik zeg bewust niet de aanleg, maar het vermogen. Aanleg heb ik natuurlijk wel van kindsbeen af, maar vermogen behelst ook het leren, het oefenen, het proberen, het trainen, het fijn­slijpen ervan, om informatie, verhalen en emoties te delen. Daar ben ik door de jaren heen eigenlijk onaf­gebroken mee bezig geweest.

“Sociale media hebben ons anders over communicatie doen nadenken, maar we mogen niet vergeten dat we in hoofdzaak nog altijd face to face met elkaar communiceren. Ieder van ons spreekt gemiddeld 15.000 woorden per dag; 80 procent van onze wakende tijd vullen we met praten. En als het echt gaat over essentiële zaken in het leven, zoals liefde, vriendschap, dood, werk, schatten we het belang van persoonlijke en mondelinge communicatie duidelijk hoog in. De kern van communicatie blijft toch van mens tot mens, van oog tot oog, van oor tot oor. Ook in de politiek, en ook in het zaken­leven. Akkoorden worden zelden gesloten als mensen niet minder dan twee meter van elkaar hebben gezeten, elkaar de hand niet hebben geschud en samen koffie hebben gedronken. Elkaar persoonlijk ontmoeten is een belangrijke sleutel tot succes. Het fysieke, het nabije contact is heel impactvol. En hoopvol ook, ja.

“Denk maar aan Tinder, het online­platform waar je op basis van uiterlijke kenmerken een partner zoekt. Ik ken verhalen van jonge en oudere datende mensen die een digitale relatie met iemand hadden opgebouwd. Aantrekkelijke foto’s, fantastische chat­conversaties, zelfde interesses en hobby’s, alles klopte. Tot ze afspraken in een bar of restaurant en dachten: neen! Nog voor de ander iets gezegd had. De verschijning, hoe iemand loopt, hoe iemand kijkt, zorgt namelijk voor een bepaalde chemie. Nabijheid in communicatie is een heel belangrijke component waar het 
digitale nog weinig van terug heeft.”

3. Wat is uw passie?

“Wat ik net zei: mijn werk. Eigenlijk doe ik al dertig jaar min of meer hetzelfde, vroeger op radio of televisie en nu voor het bedrijfs­leven. Ik probeer de essentie te vatten van een boodschap, van een verhaal, van een emotie, en die naar buiten te brengen en te zeggen: zo zit het in elkaar, dit is het.

“Wat doe ik op een zondag­middag? Hm. Weekdagen en weekends ken ik niet. Dat is één fluïdum. Er is veel kans dat ik werk op een zondag. Of me in een onderwerp verdiep. Dan studeer ik een beetje en lees ik wat. Of ik bereid de column voor die ik op maandag op de radio heb: Het verborgen DNA.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja, het is een cadeau, want het is wonderlijk wat mij allemaal te beurt valt. En nee, het is geen cadeau, want het is vaak het resultaat van gewoon vroeg opstaan en hard werken.

“Zo is er niemand aan mijn deur komen kloppen of ik het huwelijk van Meghan en Harry wilde presenteren. Dat is niet zomaar uit de hemel komen vallen. Neen, dat komt omdat ik een lang traject heb afgelegd in dat genre. Natuurlijk is het fantastisch dat je op tien meter van Willem-Alexander kan staan wanneer hij de eed van trouw aflegt, met zijn moeder Beatrix met tranen in de ogen en Máxima die bijna in zwijm valt. Dat is absoluut een cadeau, maar is het pad daarnaartoe met linten en bloemen bezaaid geweest? Neen, dat is niet het geval. Dus er gebeuren wonderlijke dingen, maar het is bijna altijd een kwestie van toch maar de wekker zetten om zes uur en opstaan, aan de slag gaan en niet op zondag­namiddag in de hangmat liggen.

“Ik heb natuurlijk het geluk gehad dat ik ben geboren in een wereld waar ik naar school kon gaan. Ik ben niet van onder een golf­plaat in een krottenwijk in Brazilië gekropen. Maar los daarvan heb ik toch het gevoel dat ik heel veel zelf in de hand heb kunnen nemen.”

Beeld Stefaan Temmerman

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik ben een grote fan van dankbaarheid. Als er een signaal komt dat mensen me waarderen. Een mailtje, een sms of een kaartje kan mijn dag helemaal opvrolijken en geeft me heel veel energie.”

6. Wat is uw zwakte?

“Mijn zwakte is dat ik, euh, vaak te oplossings­gericht ben. Dat ligt deels aan mijn karakter, maar ook aan mijn opvoeding en aan mijn job. Bij persoonlijke problemen is dat natuurlijk niet altijd wenselijk. Want er zijn situaties die niet meteen een oplossing vragen. Mensen willen soms gewoon aandacht, begrip of een luisterend oor. Of soms willen ze zelfs eigenlijk iets helemaal anders vertellen. Ik merk bij mezelf dat ik te snel schakel naar: hoe gaan we dit hier oplossen? Dat komt niet altijd goed over.

“Goed luisteren naar de achter­liggende boodschap is nochtans een belangrijk deel van communicatie. Absoluut. Ik ben mij daarvan bewust. Het is een werkpunt. Met ongevraagd advies geven ben ik hoe dan ook al gestopt.
(lacht) Maar ik moet mezelf soms toch wel bedwingen om niet meteen de tafel leeg te maken, een plan open te vouwen en een to-do­lijst op te stellen. (lacht) Ik wil er te snel korte metten mee maken.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb spijt dat we nu geen Engels spreken met elkaar. Ik heb ooit de kans gehad om een programma te presenteren voor de Amerikaanse omroep ABC. Voor de opnames moest ik voor lange tijd in Vancouver gaan wonen. Ik heb dat uiteindelijk uit voorzichtigheid en angst, denk ik, niet gedaan.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat ik mijn onafhankelijkheid zou verliezen. Ik ben heel zelfstandig, in alle opzichten van het woord.”

9. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?

“Ik ben niet zo’n huiler. Ik zal eerder mijn tranen verbijten. Deze zomer heb ik gesproken op de herdenking van mijn nichtje Judith, die twee jaar geleden om het leven is gekomen. Toen ik naar al haar jonge vrienden keek, naar haar ouders, broer, partner en familie, zag ik een tuin vol leed en verdriet. Terwijl ik sprak, moest ik een gevecht leveren om niet te huilen. Huilen kan wel heel menselijk lijken, maar als ik daar vooraan sta te snotteren, help ik daar niemand mee. Mijn tranen zouden niets bijdragen tot hun verdriet.

“Vind ik het kunnen dat politici huilen in het openbaar? Ja, absoluut. Je kiest toch voor een persoon bij wie je iets voelt, met wie je een verbinding kunt maken. Lachen en huilen horen daarbij, op voorwaarde dat het echt is. Emotie is een belangrijke factor bij kies­gedrag. Ik zeg altijd: stem voor iemand bij wie je je kinderen zou onder­brengen als de oorlog uitbreekt.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Dat overkomt me eigenlijk nooit. Ik uit vrij snel mijn grieven, maar altijd op een gecontroleerde manier.”

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u nagelaten?

“Ik ben een zeer grote aanhanger van Hanny Michaelis, een Nederlandse schrijfster en dichteres uit de vorige eeuw die haar beide ouders verloren had in het nazikamp Sobibór en een heel beperkt oeuvre heeft nagelaten. Ze was negen jaar getrouwd met Gerard Reve, die haar liet zitten voor een man. Materiaal genoeg dus voor ingrijpende poëzie, die ik vaak lees en herlees. Meestal gaat het over verlies en afscheid nemen. Dit is nu vrij naar Hanny Michaelis: ‘Soms zijn het edel­stenen / soms brokjes schroot / het licht doet met ze wat het wil / maar of het nu overmorgen, gisteren of vandaag is, het blijven scherven.’”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben totaal areligieus. Ik heb ook echt niets met het hogere, of met geesten die tafels doen bewegen.

“Ik heb wel een religieuze fase gehad. Als kind was het al vrij snel mijn ambitie om minstens bisschop te worden. Ik had het niet zo begrepen op de lagere geestelijken. Ik wilde carrière maken.
(lacht) Voor mijn twaalfde verjaardag had ik mijn ouders een bijbel als cadeau gevraagd. Zij vonden dat verschrikkelijk. Ik kom uit een vrijzinnig en socialistisch nest, dus de Bijbel was het laatste wat bij ons te vinden was. Ik had bovendien de poten van de tuintafel afgezaagd tot 10 centimeter hoogte, om een altaar te bouwen. Voor mijn vriendjes en vriendinnetjes speelde ik hele ere­diensten na. Ik verplichtte hen om naar mijn preken te luisteren. Eigenlijk was ik een katholieke jihadist. (lacht) Ik denk dat ik destijds de kerk en de showbizz door elkaar haalde.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Dat doe ik ’s morgens vroeg in de spiegel van de badkamer. Zo kort mogelijk en uitsluitend om pragmatische redenen. Scheren, wassen, kammen en weg. Het lichaam interesseert mij niet zo. Ik heb wel al meegemaakt dat ik mezelf plotseling terug­vind in een fitness­ruimte, waarbij ik een toestel omhoog­duw. Na twee keer duwen denk ik: wat doe ik hier eigenlijk? Welke leuke en fascinerende dingen zou ik allemaal kunnen doen in de tijd die ik hier spendeer? Wat dat betreft, hou ik heel erg vast aan het adagio van een man die ik zeer hard bewonder, namelijk Winston Churchill: ‘No sports’. En hij is daar heel oud mee geworden.” (lacht)

14. Wat vindt u erotisch?

“Mensen die de dingen mooi, aandoenlijk of grappig kunnen formuleren.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Noch met goor, noch met fantasie heb ik iets. Als ik fantasieën heb, dan gaan die over het opruimen, het ordenen en het rangschikken van de dingen. Een van mijn guilty pleasures is lente­schoonmaak houden, in om het even welk seizoen. (hilariteit)

“Ik ben heel erg nuchter. Dromen heb ik niet. Ik kan daar geen tijd of energie in stoppen. Ik ben meer het type van een goed plan dan van een vage droom.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Goh, geen eigenlijk. Mijn vader zei altijd dat hij graag een eend wou zijn. Omdat eenden dieren zijn die én kunnen stappen, zij het waggelend, én kunnen zwemmen én kunnen vliegen. Was ik een eend geweest, ik zou hier wel op tijd gearriveerd zijn.” (lacht)

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders behoorden tot de midden­klasse. Ze werkten allebei, dus ik was al heel snel zelfstandig. Ouders die me kwamen ophalen aan de school­poort, die herinnering heb ik niet. We woonden in de stad, de school lag maar een paar straten verderop, dus ik moest ervoor zorgen dat ik zelf thuis raakte. Van kleins af aan was ik op mezelf aangewezen. Ik was enig kind en moest mezelf ergens in een hoekje in stilte bezig­houden. En dat doe ik eigenlijk nog altijd. Ik heb een heel dwingend arbeids­ethos. Een dag niet gewerkt is een dag niet geleefd: dat zit er bij mij ingebakken.

“Mijn vader was een vrij strenge man, maar mijn geaardheid is nu het enige waar hij nooit een probleem van heeft gemaakt. Hij was meer teleur­gesteld dat ik geen olympisch zwemmer was, zoals iedereen in de familie. Ik won wedstrijden in wel­sprekend­heid, en ik kwam wel­eens op televisie, maar mijn vader vond dat allemaal niet interessant. Als het niet op een ere­podium was met een lauwer­krans, dan telde het niet mee.

“Mijn vader was nogal oncommunicatief tegen mij. Ik weet niet wat hij écht dacht of nu zou denken. En dat vind ik jammer. Ik was te jong toen hij stierf. We hebben nooit de kans gekregen om een echte relatie op te bouwen. Ik was toen vooral op zoek naar mezelf, naar mijn eigen identiteit. Ik was kwaad op hem, omdat hij mij niet begreep, en opstandig. Maar ineens was hij er niet meer en toen was het te laat om het nog goed te maken.

“Mijn moeder stond wel achter mij en heeft me ook heel vrij gelaten. We hebben nog altijd een goede band.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Ik ben niet echt een voorstander van liefde met de grote L. Ik vind liefde een over­gewaardeerd begrip. Ik heb in mijn leven heel veel ellende gezien onder de vlag van de liefde. Liefde is vaak iets wat enkel door hormonen of lust ingegeven wordt. Ik heb het veel meer voor verbondenheid, genegenheid, vertrouwelijkheid, vasthoudendheid, dan voor zoiets wissel­valligs als de liefde. Liefde als een opflakkerend vuur, als een hand die je naar de keel grijpt en versmacht, daar heb ik geen enkele affiniteit mee. Het bederft ook altijd mijn eetlust.” (lacht)

19. Bent u een goede vriend?

“Ik ben een vasthoudende vriend. Ik koester vier langdurige vriendschappen met oudere mannen met wie ik een soort zoon-vader­relatie heb. Vanuit een gemis, denk ik, aan een vader, aan een man die er is en bromt en adviseert, corrigeert en bemoedigt, aan wat vaders doen.

“Maar ik heb ook veel jonge vrienden, en vrouwelijke vrienden. Ik probeer die vriendschappen goed te onderhouden. We hebben een vrij druk sociaal leven. Bijna iedere dag zien we vrienden en kennissen. Maar ik vind wel dat de inspanning van beide kanten moet komen. Ik heb het opgegeven om aan dode paarden te trekken.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Voorlopig niet, maar als het dan toch moet, graag op de leeftijd die mannen tegenwoordig bereiken in de westerse wereld. En in het bezit van de meeste van mijn vermogens.

“Wat ik zou wensen als laatste avond­maal? Zo’n beetje in de trant van Jezus Christus. Goed omringd – niet dat ik verraden wil worden door mijn beste vriend. (lacht) Een maaltijd met rode wijn en brood – en ik weet niet of dit er toen al bij was, maar ook met een stukje kaas. (lacht) Ja, dat vind ik wel goed. Maar vooral de mensen zijn heel belang­rijk, belang­rijker dan het eten.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Hier moet ik toch wel Sartre citeren: ‘L’enfer, c’est les autres’. Bij mij is het: ‘L’enfer, c’est beaucoup d’autres’. Als er veel mensen samen zijn op een plek, word ik heel onrustig. Een lange rij voor het Vaticaan, festivals, concerten of massa­bijeen­komsten ontvlucht ik.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik ben kleuren­blind. Nee, echt: ik ben licht­groen gestoord. Alles wat tussen groen, beige en bruin zit, is voor mij moeilijk te onderscheiden. Maar wat mensen betreft, zie ik ook geen verschil. Ik zie meer waar ze naartoe willen dan waar ze vandaan komen. Ik moet daar ook helemaal geen moeite voor doen. Ik let op gedrag en in­tenties en ambitie. En dat zegt veel meer dan kleur of achtergrond. Ik vind zo’n zwartepieten­discussie bijvoorbeeld je reinste onzin. Er gaan nu ook mensen betogen in Nederland tegen Sint en Piet. Belachelijk. Wat is de volgende actie? Tegen de paashaas?”

23. Wat betekent geld voor u?

“Oscar Wilde zei: ‘It is better to have a permanent income than to be fascinating’. (lacht) Ik hou van fascinerende mensen die goed voor hun vast inkomen kunnen zorgen. Ik mag met heel veel mensen werken aan de top van de voedsel­keten die voor zichzelf en hun familie aardig wat vermogen verzamelen, maar het belangrijkste vermogen is om daar iets mee te doen wat waarde heeft. Mijn beste vriendin heeft kanker en op dit moment werk ik samen met een Belgisch bedrijf aan een digitaal platform voor remedies tegen kanker. Daar is veel geld voor nodig. Voor mijn vriendin en voor die andere 42 miljoen mensen die lijden aan kanker is dat van onschatbare waarde.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“In mijn jeugd ben ik een aantal keer tegen mijn zin op kamp gestuurd. Dat zou mij goed doen, dachten mijn ouders. Maar zoals ik al vertelde, hou ik niet van groepen. Ik ben daar dan ook ontsnapt. Door een raam geklauterd, de vrijheid tegemoet. Ideale stof voor een jongens­boek.” (lacht)

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Ik probeer er een ere­zaak van te maken om meer te luisteren. Niemand is ooit veel wijzer geworden door te luisteren naar wat hij zelf te vertellen had. De meest succes­volle bedrijfs- en andere leiders met wie ik samenwerk, zijn niet verliefd op het geluid van hun eigen stem, maar maken tijd en ruimte vrij om te luisteren naar anderen.

“Ik ga in december de opening van de Nemo Link in Brugge presenteren, de elektrische verbinding tussen het Verenigd Koninkrijk en België die er mee voor moet zorgen dat het licht aanblijft deze winter. Ik ga daar vooral luisteren naar de slimme breinen die in tijden van brexit zo’n huzaren­stuk mogelijk maken. Verbinden is de enige weg vooruit. Misschien zou ik dat wel­eens willen zeggen aan de Trumps, Bolsonaro’s en Orbáns van deze wereld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234