Zondag 26/05/2019

Interview De Vragen van Proust

Jeroen Olyslaegers: ‘De haat gaat nog erger worden, want het systeem is aan het kraken in zijn voegen’

Jeroen Olyslaegers: ‘Bruegel is een vrij intieme vriend.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: schrijver Jeroen Olyslaegers (51). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik heb mij een hele tijd tussen de 30 en de 33 gevoeld. Ik was blij toen ik dertig werd, in tegenstelling tot de meeste van mijn vrienden en vriendinnen, die hysterisch begonnen te janken omdat hun jeugd voorbij was.”

“Inmiddels voel ik me mijn leeftijd: 51. Het voordeel van schrijven is dat je merkt dat je met de jaren beter wordt. En tot mijn grote verbazing heb ik enorm veel geduld: ik wacht tot de rapen gaar zijn. Toen ik in mijn 49ste levensjaar kwam, heb ik tijdens een lange wandeling beseft: de speeltijd is voorbij, nu wil ik een publiek, nu wil ik lezers.”

“Ik heb het materiaal in handen. Dat inzicht heeft mijn leven veranderd. Ik heb mezelf de belofte gedaan dat ik in mijn eigen kracht zou staan en mijn uitgever zou zeggen: dít is een belangrijk boek. Voorheen had ik wel zelfvertrouwen, maar geen doel. En zelfvertrouwen zonder doel hoort op café. Het zorgt er alleen maar voor dat je je energie verspilt. Zelfvertrouwen zonder doel is geen attitude meer voor een vijftiger. Die samenzwering met mezelf is dus gelukt.”

BIO

• geboren in Mortsel op 5 oktober 1967

• debuteerde in 1994 als schrijver met de roman Navel

• concentreerde zijn enthousiasme na de roman Open gelijk een mond (1999) op het schrijven van theaterteksten

• keerde in 2009 terug als romanschrijver met Wij, het begin van een drieluik

• publiceerde Winst in 2012

• ontving in 2014 de Arkprijs van het Vrije Woord

• rondde in 2016 zijn drieluik af met Wil, dat overladen werd met literaire prijzen

• tekende dit jaar het boek Wij zijn het klimaat van Anuna De Wever en Kyra Gantois op

• is getrouwd met zangeres Nikkie van Lierop

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Geduld. Geduld is voor mijn schrijverschap het allerbelangrijkste geweest. Ik ben gestopt met romans te schrijven op het moment dat ik voelde dat ik nog niet klaar was voor de volgende stap.”

“Ik had Open gelijk een mond gepubliceerd in 1999 en had het idee van Wij al in mijn hoofd, maar ik voelde dat ik de maturiteit niet had.”

“Dus heb ik tien jaar lang theaterteksten geschreven. Tot Bart Meuleman mij een schop onder mijn kont gaf. Ik had een monoloog van hem gezien in NTGent. Achteraf vroeg hij me: ‘Waar blijft dat boek dat je al de hele tijd beloofd hebt?’ De volgende dag ben ik eraan begonnen. Die schop kwam op tijd, veronderstel ik.”

3. Wat is uw passie?

(lachje) Wat is níét mijn passie? Voor een kunstenaar is dat een heel rare vraag. Alles is mijn passie. Alles. Er is gewoon niets buiten passie. Dat merkte ik als kind al bij mijn vader, die ook kunstenaar was. Ik vond het toen heel vreemd dat hij zich nooit verveelde, terwijl verveling mijn leven was.”

“Ik las veel, maar daarbuiten verveelde ik mij continu, terwijl hij altijd met iets bezig was.”

“Het leven an sich vervult mij met passie en verwondering. Ik kijk met een blik vol begeerte naar de wereld omdat ik telkens opnieuw verwacht dat er een verhaal naar mij gaat komen.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ik vind het raar dat sommigen het geen cadeau vinden. Ik geef af en toe les aan het conservatorium in Antwerpen. Met mijn nieuwe studenten doe ik eerst een soort geleide meditatie. Denk aan je ouders, zeg ik dan, en als je dat beeld voor ogen hebt, denk aan je grootouders, of ze nu nog leven of niet, denk vervolgens aan je overgrootouders, je betovergrootouders, enzovoort. En zo gaan we verder en verder in de tijd terug tot, volgens de evolutietheorie van Darwin, ons DNA verandert en we dieren worden en uiteindelijk een soort van schimmel.”

“De conclusie is dat dat DNA letterlijk alles overleefd heeft op deze planeet. Dus dat is op zich al onvoorstelbaar. Bovendien hebben we een bewustzijn ontwikkeld, waardoor we kunnen reflecteren over het mirakel dat we er zijn. Statistisch gezien is de kans vele, vele malen groter dat we dit bewustzijn niet hadden gehad. Als je dat dan nog niet beschouwt als mindblowing, zeg ik dan aan mijn studenten, moet je deze opleiding niet volgen. Als je dat nog niet voelt, moet je niet bezig zijn met kunst, doe dan iets anders. Het is een hoerenchance dat we hier zijn. Het leven is meer dan een geschenk. Het is een mirakel. En ik voel toch iedere dag de behoefte om dat in mijn gedachten te vieren.”

‘Op de speelplaats van de lagere school heb ik geleerd om iemand te vernederen in één minuut.’ Beeld Stefaan Temmerman

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“De glimlach van iemand die ik graag zie. Als ik me heel triestig of down voel, beeld ik me alle mensen in die ik heel graag zie, terwijl ze glimlachen, dat geeft me heel veel kracht. Hoe ouder ik word, hoe meer ik daar iets aan heb.”

6. Wat is uw zwakte?

“De combinatie van woede en ongeduld, denk ik. Ik heb geen geduld met domheid, kortzichtigheid, egoïsme, hebzucht, exploitatie, onrechtvaardigheid. Dat is, denk ik, mijn zwakte, want daartegenover zou aanvaarding staan, wat filosofisch en psychisch veel interessanter zou zijn, want dan zou ik rust vinden.”

“Soms is mijn woede zo groot dat ik in mijn diepste binnenste met een vlammenwerper door de Wetstraat zou willen lopen. Ik doe dat natuurlijk niet, want ik ben niet agressief, maar die impulsiviteit vind ik wel vervelend. Af en toe moet ik openlijk gas terugnemen omdat ik me heb laten opjutten, ofwel door mezelf ofwel door anderen die reageren op mijn Facebook-statussen. Mijn grootste zonde is dat ik soms ongewild haat aanwakker ten opzichte van sommige politici. Door impulsiviteit kies je soms de verkeerde woorden om het te hebben over wat je belangrijk vindt. Van Twitter blijf ik weg. Dat vind ik een kruising tussen een late-nightcafé en een bordeel waar de coke op tafel ligt, that’s not my scene.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Een paar jaar geleden zou ik nog gezegd hebben dat spijt geen emotie is die me bezighoudt, maar zo werkt het natuurlijk niet. Af en toe komt het toch knagen. Ik heb af en toe spijt van dronkenschap. Ik zit nu in een nuchtere periode, maar als ik drink, drink ik te veel. Ik ben mateloos op dat vlak. Waardoor ik harder word en venijnige dingen kan zeggen. Op de speelplaats van de lagere school heb ik geleerd om iemand te vernederen in één minuut. Ik was namelijk een buitenstaander. Ik kwam uit een ander dorp, had halflang haar en was anders gekleed. Het was alsof ik in een roedel wolven werd losgelaten. Ik moest verbaal dus heel sterk uit de hoek komen of ik werd in elkaar geramd. Alcohol kan die attitude weer naar boven halen.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Tot hiertoe heb ik alleen nog maar mijn vader moeten afgeven. En ik weet hoelang het heeft geduurd voor dat verlies een plek heeft gekregen, dus ik mag er niet aan denken dat er iets met mijn zoon of met Nikkie (Nikkie van Lierop, zijn vrouw, red.) zou gebeuren.”

“En maatschappelijk? Waar ik jarenlang bang voor was, is nu een feit. Namelijk: er is geen politiek, geen maatschappelijk centrum meer. Mensen haten elkaar. Dat angstbeeld is al lang werkelijkheid geworden. Ik heb dat zien gebeuren in een paar jaar tijd. Ik heb gezien hoe een paar mensen de doos van Pandora van de haat hebben geopend en hoe mediakanalen, wellicht onbewust, dat spel hebben meegespeeld. De polarisering, de haat, is out there, en het gaat nog erger worden, want het systeem is aan het kraken in zijn voegen. Wat ons opnieuw zal verbinden, is de klimaatstrijd, het collectieve denken, maar het zal nog even duren.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Gisteren. Ik was met mijn zoon aan het babbelen. Het rare met nuchterheid is dat je emoties rauwer binnenkomen.”

10. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Een paar jaar geleden, in de laatste fase van mijn boek Wil. Ik had gedronken, Nikki reed. Mijn broer en mijn moeder zaten op de achterbank. Plots maakte ze een opmerking over mijn grootvader die gecollaboreerd heeft. Ik kan me niet herinneren wat ze precies zei, maar ik had de indruk dat ze er vergoelijkend over deed. Toen ben ik door het lint gegaan.”

“Nadien zei mijn moeder, die veel wijzer is dan ik: misschien zit je wat te diep in je boek, misschien moet je af en toe eens een wandeling maken. Ze zag onmiddellijk wat er aan de hand was. Pas achteraf besefte ik hoe persoonlijk dat boek wel was.”

‘Geld is miserie. Als je het niet hebt, is het ambetant en als je het hebt, is het ook ambetant.’ Beeld Stefaan Temmerman

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd?

De Dulle Griet. Ongetwijfeld. Het klinkt misschien absurd, maar als kind al voelde ik mij verwant met Bruegel. Intuïtief voelde ik aan waar dat werk over ging, ook al kende ik de context niet waarin het tot stand is gekomen. Ik heb Bruegel altijd beschouwd als een tijdgenoot, als een vrij intieme vriend zelfs. Ik schrijf over hem en hij heeft mij al heel veel gegeven. Inzichten over mezelf en over hoe de samenleving in elkaar zit. De vriendschap is dus wel degelijk wederzijds.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Als ik ‘religieuze’ vervang door ‘spirituele’: al vaak. Een spirituele ervaring is een gevoel van absolute eenheid met iedereen, met deze planeet, met je lot, waar je vandaan komt, waar je naartoe gaat. Een moment waarop de puzzel in elkaar valt.”

13. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Beter en beter. Bewuster dan voorheen. Hoe ouder ik word, hoe meer ik luister naar dat lijf. Hoe meer ik het ernstig neem. Mijn lijf geeft nu veel sneller de grenzen aan. En dat vind ik eigenlijk wel een vooruitgang. Pity the young, want die jeugdige kracht gaat gewoon door. De periode tussen mijn twintigste en dertigste was precies één lange aflevering van de Gentse Feesten die maar niet stopte. (lachje) Nu vind ik het veel aangenamer, ik heb veel meer rust in mijn hoofd.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Wat vind ik niet erotisch? Mijn verbeelding is op dat gebied nogal ontwikkeld, denk ik dan. Ik kan gefascineerd kijken naar hoe totaal schaamteloos dieren met elkaar kunnen omgaan. Ik zou het wel zien zitten om net als katten en honden elkaars aars en geslacht te besnuffelen.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Die komt heel dicht in de buurt van de Tuin der lusten van Jheronimus Bosch. Mijn verlangen naar schaamteloosheid is blijkbaar vrij groot en gek genoeg wordt dat meestal getriggerd door schilderkunst. Schilderkunst kan bij mij diep-erotische verlangens wakker maken. Mijn grootste fantasie is nog altijd dat iedereen het schaamteloos met elkaar doet, zoals dieren. Dat is natuurlijk een onmogelijke droom, tenzij we aan iedereen xtc uitdelen en dat de zon keihard schijnt en we van het historisch stadsgedeelte een naturistenkamp maken. Waar ik echt niet tegen zou zijn, ik denk dat een paar dingen gauw opgelost zouden raken. Ja, erotiek is een bevrijdende kracht maar tegelijkertijd is het ook een klotekracht, die je kluistert, die je bezweert, die je obsedeert. Dus ik ben blij dat mijn testosteronpeil naar beneden gaat. Maar mijn fantasieën blijven overeind.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Als kind was ik jaloers op katten. Het leven dat ze leiden, die rust, die absolute luiheid, die kunst om te genieten, heb ik altijd geweldig gevonden. Maar ook de absolute trouw van de hond vind ik een schone deugd, ik weet niet of ik die heb.”

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Mijn moeder leeft nog. Met haar heb ik, denk ik, een relatie van wederzijdse trots en bewondering. Mijn moeder heeft een groots ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. En ze hoort het misschien niet graag, maar ze is ook een feministe. Ik vond het fijn om te horen dat mijn moeder resoluut de kant van de klimaatprotesteerders koos. Nochtans heeft zij decennia in het onderwijs gestaan en kan ik mij wel voorstellen dat spijbelen niet iets is waar ze vrolijk van wordt. Ik vind het ook fijn dat ze dan zegt dat ze het gezeik van het patriarchaat zo beu is. Zonder dat ze het misschien zelf wilde, heeft mijn moeder mij wakker geschud over maatschappelijk onrecht.”

‘Wat vind ik niet erotisch? Mijn verbeelding is op dat gebied nogal ontwikkeld, denk ik.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Met mijn vader had ik meer een haat-liefdeverhouding, die ik nog altijd probeer te doorgronden. Ik vond het contrast nogal groot tussen wie hij voor de buitenwereld was en wie hij thuis was. Het leerde me iets over schijn en hypocrisie. Als puber werd ik daar kwaad om, maar later begreep ik dat zijn gedrag meer een soort zelfbeschermingsmechanisme was. Toen ik een jaar of 20, 21 was heb ik vrede met hem gesloten omdat ik besefte dat hij ook maar een mens was. Hij was er meestal niet, maar wanneer het echt, écht belangrijk was, was hij er wel. Vanaf mijn twaalfde flipte ik bij de gedachte dat ik ooit in het leger zou moeten. Maar mijn vader heeft ervoor gezorgd dat ik mijn burgerdienst kon doen. Als het niet goed ging in mijn liefdesleven, stond hij er. En als ik bitter dreigde te worden ook. We hebben toch kunnen babbelen. Ik heb het gesprek moeten afdwingen maar we hebben het wel gevoerd. Ik heb mijn vadermoord kunnen plegen, en ook mijn moedermoord, denk ik. Je moet je ouders wel afmaken, want anders kun je niet vertrekken.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Voor mij is liefde puur geven. En liefde is voor mij niet enkel gericht op personen, maar ook op de samenleving. Hoe je die liefde in daden omzet, vind ik heel belangrijk. Dus liefde is een cadeau. Dat je geeft, ook aan jezelf.”

“Wat ik de laatste jaren ben gaan inzien, vooral door Facebook, is dat haat een uiting is van zelfhaat. Als je het kunt opbrengen om met iemand te praten die haat spuit, ontdek je meestal een kwetsuur. Meestal gaat het om iemand die zich slachtoffer waant en alleen nog maar bitterheid voelt. Ook bij sommige publieke figuren kun je heel goed zien dat ze in hun jeugd te weinig liefde, te weinig erkenning hebben gekregen. Ik heb de ongelooflijke chance gehad dat mijn vader, toen hij het manuscript van mijn eerste roman las, de drie woorden sprak die mij bevrijd hebben: ‘Ge kunt het.’ Ik voelde de vleugels groeien vanuit mijn rug. Dat is hetgeen je wilt horen als kind, je wilt gewoon die zegen, je wilt dat vertrouwen. Dat is liefde.”

19. Bent u een goede vriend?

“Neen. In het algemeen ben ik er te weinig voor mijn vrienden. Ik schrijf elke dag en daarnaast blijft er weinig tijd over.”

“Met mijn vrouw vorm ik een folie à deux, een gedeelde wereld waarin je kunt ronddobberen en spelen en af en toe ruziemaken, maar dat boezemt mij ook wel wat angst in. Mijn vrouw heeft slechts behoefte aan een handvol goede vrienden. Soms zorgt dat voor discussie. We spelen met het idee om in het groen te gaan wonen, maar ik vrees dat ik na een tijd mijn vrienden zou beginnen te missen. Vriendschap is toch wel belangrijk voor mij.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Met een glimlach. De klassieke sterfscène: omgeven door familie en vrienden, afscheid nemen van iedereen, de dood in de ogen kijken en zeggen: ik zie jullie de volgende keer. Niet in een ziekenhuis, maar thuis. En liefst met heel goede wijn in de buurt.”

“Toen Aldous Huxley helemaal aan het einde van zijn leven was, heeft zijn vrouw hem op zijn vraag lsd toegediend. Hij is al trippend gestorven. Dat lijkt me ongelooflijk moedig, ik weet niet of ik dat soort dapperheid zou hebben.”

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Een gerechtje met groenten en rode biet.”

‘Ik heb geen geduld met domheid, kortzichtigheid, egoïsme, hebzucht, exploitatie, onrechtvaardigheid.’ Beeld Stefaan Temmerman

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Mensen die zelfs niet meer de moeite doen om naar elkaar te luisteren. Dus voor een stuk is de hel op aarde er al.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik denk het wel, meestal uit zelfbescherming. In ieder van ons zit nog dat beest verscholen dat zich wil verdedigen als het aangevallen wordt. Als je je in het nauw gedreven voelt, bestaat de kans dat je uithaalt. Maar dat overkomt me vrij zelden.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Miserie. Als je het niet hebt, is het ambetant en als je het hebt, is het ook ambetant. Geld is tot op zekere hoogte vrijheid en die vrijheid heb ik nu wel meer dan ooit. Maar vanaf het moment dat ik voor het schrijven gekozen heb, ben ik door een rouwperiode gegaan omdat ik me heel veel moest ontzeggen. De deal was: overleven als schrijver, overleven als artiest, met heel weinig geld.”

“Ik zou nu samen met mijn vrouw een huis willen kopen, maar de gedachte alleen al geeft me een heel ongemakkelijk gevoel. Gaan we het wel redden? Want mensen zoals ik hebben nauwelijks een pensioen. Het worstcasescenario is voor de rest van ons leven moeten krabben. Ik vind geld een vloek.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Een ellendig gevoel op scoutskamp. Ik heb heel lang gedacht dat het heimwee was, maar het was een gebrek aan privacy. Vakanties waar ik me niet kan terugtrekken, zijn voor mij een hel. Ik wil kunnen lezen, ik wil met rust gelaten worden, er hoeft mij niemand te zeggen wanneer het eten wordt geserveerd, daar word ik totaal zot van.”

25. Wie zou u eens uw gedacht willen zeggen?

(gniffelt) Ik zeg al de hele tijd tegenover iedereen mijn gedacht, maar ik denk dat ik toch die ene mens moet kiezen. Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. Terwijl hij aan het eten is, en misschien aan het drinken, in ieder geval terwijl hij aan het genieten is van het leven, zou ik als een discrete garçon in zijn oor willen fluisteren: time to go. En dan zou ik het liefst hebben dat hij meteen zijn spullen pakt, alsof de duivel hem op de hielen zit, en dat een jonge vrouw, van een jaar of twintig, hem opvolgt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.