Woensdag 22/05/2019

Interview

Jelle De Beule: “Ik ben niet zo’n populaire dude”

Jelle De Beule. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen,  evenveel openhartige  antwoorden. Vandaag: comedian en televisiemaker Jelle De Beule (37). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Drieëntwintig of zoiets. Ik word binnenkort 38. (lacht) Dat is dus wishful thinking. Ik had het er onlangs over met een acteur die even oud is als ik: Tom Ternest. Ik zei dat ik hem ouder dan mezelf schatte en hij zei dat hij hetzelfde dacht van mij. Het lijkt me typisch dat je jezelf een beetje jonger inschat dan je bent. Ik ben papa van drie kinderen en woon al tien jaar in een huis dat ik zelf heb gekocht en toch heb ik het gevoel dat ik nog niet volwassen ben. Ik blijf me jong voelen. Waarschijnlijk ook omdat je niet zo zwaar meer evolueert na je achttiende, twintigste. Op die leeftijd is je persoonlijkheid gevormd. Dan zit bij wijze van spreken je levens­filosofie klaar. Ik denk dat je daarna mentaal niet sterk meer verandert. Integendeel, je denkbeelden worden almaar starder.

“Tegen die jonge gasten van
De ideale wereld zeg ik weleens: ‘Ik ben een oude zak.’ Niet omdat ik dat écht meen, maar in de hoop dat ze mij zouden tegen­spreken. (lacht) Wat ze natuurlijk niet doen. Want effectief, er is toch wel een serieus verschil. In zekere zin ben je toch wel opgeschoven naar de oudere generatie en behoor je niet meer tot de springers. De paar keren dat je beseft dat je zowel fysiek als mentaal ouder wordt, zijn best confronterend.”

Jelle De Beule

- cartoonist, comedian, tv-maker

- geboren in Lokeren, op 
18 februari 1981

- studeerde aan het KASK

- richtte samen met Jonas Geirnaert, Lieven Scheire en Koen De Poorter het cabaretgezelschap Neveneffecten op, dat als serie ook twee seizoenen op tv te zien was

- schreef mee en acteerde in
Het geslacht De Pauw

- werkte mee aan o.a.
Willy’s en Marjetten, De laatste show, Man bijt hond, De ideale wereld, Callboys

- tekende voor
Joepie, TV-gids, Humo

- leende zijn stem aan personages in o.a.
The Simpson Movie en drie Ice Age-films

- Dit jaar te zien in
De dag en films The Best of Dorien B. en Coureur

- getrouwd met redactrice Sylvia Van Driessche, drie kinderen
  

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

(schraapt keel) “Ik denk dat ik goed kan relativeren als ik er even tijd voor krijg. Ik kan heel impulsief reageren of mij rap opwinden of kwaad maken of ergeren, maar zodra ik gekalmeerd ben, kan ik wel constructief nadenken en naar een oplossing zoeken.

“Of ik dan niet veel brokken maak? Bij mensen die mij kennen niet. Ze weten dat mijn
fusee snel omhoog­gaat, maar ook snel weer landt. Mensen die mij niet kennen, zullen weleens schrikken van de heftigheid die daarmee gepaard gaat. (lacht) Maar ik kan wel degelijk luisteren, het probleem analyseren en rationeel aanpakken.

“Als ik met mijn vrouw ruzie heb, kan dat – bam! – heel heftig zijn, want zij is net zo opvliegend als ik. Maar daarna verzorg ik haar. Gaan we naar de spoed. (lacht) Nee, serieus, dan wachten we gewoon even en zoeken we naar een compromis. En zijn we niet allebei boos als kleine kinderen omdat we onze goesting niet krijgen. Met ouder worden leer je jezelf ook wat beter controleren.”

3. Wat is uw passie?

“Geschiedenis. Op dit moment, meer bepaald: de Romeinen. (lacht) Het is geen toeval dat mijn kerst­stal uit de hand is gelopen. (Het is bijna half januari wanneer we het interview afnemen en ten huize De Beule is het nog volop kerst: op de kast pronkt het paleis van Herodes met daarnaast het stalletje met het kindeke Jezus, red.) Ik heb dat zelf gemaakt, ja. Het is niet dat Playmobil Romeinse triomfbogen verkoopt. Daar bestaat waarschijnlijk geen markt voor. (lacht) Op tweede­hands.be vind je alle soorten muurtjes, waarmee ik dan zelf aan de slag ga.

“Vanwaar die interesse? Hebben jullie die HBO-serie Rome gezien? Dat was zo cool gedaan, zo origineel. Je zag geen marmeren gebouwen en mensen in witte toga’s, maar vuile sloppenwijken die heel naturalistisch en hedendaags overkwamen. Ook het boek Rubicon van Tom Holland over het einde van de Romeinse Republiek (510-27 v.Chr., red.) beschrijft een maatschappij die heel dicht bij de onze staat. Enerzijds ontdek je een grote herkenbaarheid, anderzijds een totaal bizarre wereld van offers en bijgeloof. Geschiedenis kan zo gebracht worden dat het lijkt alsof je er zelf deel van uitmaakt. Als je brieven van Cicero leest, kan je echt bijna in zijn psyche kruipen. Je zit bij wijze van spreken naast die kerel mee te lezen. Heel fascinerend, hoe het verleden soms zo dichtbij kan komen.

“Het grote voordeel aan mijn passie is dat er zoveel perioden zijn. Pakweg tien jaar geleden was ik helemaal bezeten van de Tweede Wereld­oorlog. Maar intussen hebben de nazi’s plaats geruimd voor de Romeinen.

“Die obsessie gaat redelijk ver. Telkens als ik in het Zuiden ben, moet ik ergens een veld­wegelke inrijden om een stukske mozaïek te gaan bekijken van een of andere villa die ze een halve eeuw geleden hebben ontdekt. En nooit kom ik iemand tegen.” (lacht)

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Ik maak me geen zorgen op de langere termijn. Mijn vrouw zegt soms: ‘Dat er maar niets ergs met de kinderen gebeurt.’ Die gedachte komt bij mij nooit op. Ik hou niet van doemdenken. Ik leef heel erg in het nu. Ik heb geen smachtende heimwee naar vroeger, toen het zogezegd beter was. Dat is volgens mij niet zo, en het gaat ook niet beter worden. Voor mij is het leven goed zoals het is. Ik heb nooit weerstand ondervonden. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik heb moeten knokken voor iets. I am blessed. Dat klinkt melig, maar het is wel zo.”

5. Bent u een goede vriend?

“Ik heb niet zo veel vrienden. Van Neven­effecten: Jonas (Geirnaert, red.), Lieven (Scheire, red.), en Koen (De Poorter, red.), dan nog wat vrienden van de academie, wat kameraden van de middelbare school en enkele collega’s. Minder dan twee handen. Ik ben niet zo’n populaire dude. Ik ben wel loyaal en steun mijn vrienden als ze het moeilijk hebben, maar neem zelf nooit het initiatief. Ik ga niet graag uit, ga niet graag op café. Ik ben eerder een passieve vriend.

“Wie mijn beste vriend is? Ongetwijfeld mijn vrouw. Voor haar voel ik een diepe, innige vriendschap.”

6. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Mezelf afzonderen in een veel te heet bad, waardoor je vel net niet van je lijf valt. (lacht) Dat kwartier dat mij alleen gegund wordt. Ik ben altijd met anderen bezig. Zowel op mijn werk als hier thuis, met die drie kleine mannen. De een is nog maar gekalmeerd of er scheelt iets met de ander of ze hebben alle drie tegelijk iets voor. Die vreselijke ‘me-time’ heb ik echt wel nodig. En mijn vrouw begrijpt dat. Zij kruipt ook af en toe met een boek in de zetel als ze wat tijd voor zichzelf wil.”

7. Wat is uw zwakte?

“Mijn opvliegende karakter. En mijn directheid. Soms ben ik ongenuanceerd, wat in een humoristische context goed kan werken omdat je met radicale ideeën kunt choqueren en de boel wat ontwrichten, maar in het dagelijkse leven moet ik toch oppassen dat ik niet overdrijf. Op een feestje bij mensen die ik niet goed kende, zei iemand: ‘Jelle, je bent precies wat vermagerd’, waarop ik droog antwoordde: ‘Ja, kanker, hè.’ En dat viel niet zo goed. Toen dacht ik: wat doe je nu? In De ideale wereld zou zo’n uitspraak al op het randje zijn. Als comedian moet je ervoor waken dat je je niet altijd verplicht voelt om in dat comedy­keurslijf te kruipen.”

8. Waar hebt u spijt van?

“In de middelbare school had ik wel een beetje een grote muil en gedroeg ik me soms wel wat macho om mezelf te bewijzen tegenover mijn vrienden, waarbij anderen het moesten ontgelden. Dat vind ik nu degoutant van mezelf.

“Onlangs heb ik trouwens een meisje terug­gezien dat heel erg gepest werd door onze klas. Het was zo erg dat ze van school is veranderd. Ik was dan ook verrast dat ze mij goedendag kwam zeggen. Toch straf dat ze gewoon vriendelijk kon zijn tegen mij. Dat gaf mij een zekere gerust­stelling. Nu, twee jaar later werd ik zelf mega­hard gepest. Die kleine klootzak had het wel verdiend! Ik spreek nu in de derde persoon enkelvoud omdat ik mezelf niet meer met die jongen van toen vereenzelvig.”

9. Wat is uw grootste angst?

“Ik zei het al: ik heb geen aanleg voor pessimisme. Ik heb geen doem- of angst­beelden. Het heeft geen zin om te piekeren. Ik hoop alleen dat mijn geluk blijft duren. Want als ik ooit effectief shit aan mijn kop heb, zal ik er niet tegen gewapend zijn.”

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Mijn grootvader is twee maanden geleden gestorven. Niemand van de familie had het zien aankomen. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en plots was hij weg. Mijn grootmoeder is zes jaar geleden al overleden aan alzheimer. Zijn dood betekende dus het einde van een tijdperk. Die generatie is ineens weg. Je kunt wat rommel meenemen, het huis wordt leeggemaakt en afgesloten en dan is het gedaan. Je sluit ook een periode af: je jeugd, de jeugd van je ouders. Het is voorbij en nobody cares. Je probeert wat foto’s mee te nemen. Die twee mensen die je ziet in de jaren 60 zijn voor mij mijn grootouders, maar voor mijn kinderen zijn dat onbekenden. Toen we na Nieuwjaar hun huis passeerden, kreeg ik tranen in mijn ogen. Toch intrigerend dat je lijf je eraan herinnert dat je verdrietig bent, zonder dat je dat goed beseft.”

Jelle De Beule: “In de middelbare school had ik een beetje een grote muil en gedroeg ik me soms wel wat macho.” Beeld Stefaan Temmerman

11. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Echt door het lint: nog nooit. Ik heb wel al eens de deur toegeslagen zodat er een scheur in zat, maar erger dan dat, nee. Uiteindelijk ben ik redelijk stabiel en boring.” (lacht)

12. Welk kunstwerk heeft u gevormd of heeft een blijvende indruk nagelaten?

“Een tentoonstelling in het Kunst­historisches Museum in Wenen van de collectie van Egon Schiele. Toen heb ik geblèt. Ik had nooit gedacht dat mij dat zou overkomen, want bij een kunstwerk staan blèten, dat is toch de ultieme aanstellerij. Gelukkig was er niemand die ik kende. Ik weet zelfs niet meer om welke tekening het ging, maar ik herinner me wel dat ik heel intens getroffen werd door de bravoure ervan. Ik zat in die periode zelf op de academie en was heel gevoelig voor de techniek en schoonheid van teken­kunst.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Ik ben een goed gedocumenteerde, goed geïnformeerde atheïst. Het christendom vormt een rij in mijn boekenkast. Er zijn weinig mensen in de Kerk die me iets moeten komen vertellen over het Nieuwe Testament, want ik zal het beter weten dan zij. (lacht) Al die vragen waar ik een antwoord op wilde! Die historische Christus, wie was dat? Hoe is het christendom ontstaan? Waarom juist daar? Wat is waarheid, wat is mythe? John P. Meier (Amerikaans rooms-katholiek priester en Bijbel-exegeet, red.) heeft daar een prachtige reeks over geschreven (‘A Marginal Jew: Rethinking the Historical Jesus’, red.).

“Ik kijk niet neer op mensen die geloven, maar voor mezelf weet ik: God bestaat niet. En mijn mening is gefundeerd, het is geen puberale houding. Ik vind dat je je eigen cultuur­geschiedenis moet kennen, zonder in nationalisme of conservatisme te vervallen. Ik vind het belangrijk dat je weet wie daar in dat kerst­stalletje ligt en dat je Herodes herkent in zijn paleis. (lacht) Je moet die verhalen kennen. Anders snap je niets van kunst en van je eigen cultuur, weet je niet waar bepaalde uitdrukkingen vandaan komen of begrijp je niet hoe mensen vijftig jaar geleden dachten. Je kunt niet met oogkleppen rond­lopen en denken: er is alleen het nu.”

14. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“IJdel ben ik wel. Op m’n 27ste ben ik nog een beugel gaan dragen. Schone tanden vind ik belangrijk. Ik wil ook geen tien kilo te veel wegen. Ik moet geen sixpack hebben of een extreem gespierd lijf, maar zal me niet laten gaan. Ik kom met mijn smoel op tv. Je moet daar niet verschijnen met scheve tanden, een onverzorgde baard, 120 kilo dik, tenzij je getypecast wilt worden natuurlijk. Ik merk wel dat ik kraaien­poten begin te krijgen als ik lach, maar ik kan ermee leven.

“Of ik veel succes heb bij vrouwen en mannen? Geen idee. Ik heb daar eigenlijk een blinde vlek voor. (lacht) Soms gedragen mensen zich heel spontaan en open. Is dat uit flirterigheid of voelen ze zich vertrouwd omdat ik bekend ben, dat kan ik echt niet goed inschatten. Mensen dringen zich bij mij niet snel op, tenzij ze gezopen hebben. Dan heb ik het na een tijdje wel gehad, maar ik ben niet assertief genoeg om te zeggen: oké, het is mooi geweest.”

15. Wat vindt u erotisch?

“Een gebaar dat onbedoeld erotisch is. Een blik, mijn vrouw die met haar hand door haar haren gaat. Iets mystieks vind ik opwindender dan geile wulpsheid.”

16. Wat is uw goorste fantasie?

(lacht) “Zo eens keihard op iemands gezicht kloppen: ‘Gij fucking klootzak, dat hebt ge nu wel verdiend!’ Maar ook maar één keer hè, niet blijven rammen. (imiteert vuistslag) Zo’n vernederende slag van boven naar beneden. Maar ik heb daar de fysieke kracht niet voor. (lacht) Allez, wat zegt dat nu over mij?”

17. Welk dier zou u willen zijn?

“Een condor. Ik heb er ooit in Spanje gezien, waar ze vrij rondvlogen in een natuur­reservaat. Zo krachtig en stijlvol. Vliegen is voor mij een oer­fantasie. Maar veel filosofie hangt daar niet aan vast. Ik wil geen vrijheid, een kwartier in mijn bad is al voldoende.” (lacht)

18. Hoe definieert u liefde?

“Als een soort van bewondering, misschien. Ik kan overmand worden door bewondering voor mijn vrouw. Op alle vlakken. Hoe ze omgaat met onze kinderen, hoe intelligent ze is, hoe ze in het leven staat, hoe succesvol ze is, hoe schoon ze is, wat voor een schoon lijf ze heeft. Dat wow­gevoel, dat is denk ik liefde. Plus volharding. Je bewust zijn van de keuze die je ooit gemaakt hebt, van de geschiedenis die je samen hebt.

“Ik ben content dat ik na twintig jaar nog altijd die fysieke, emotionele en erotische aantrekkingskracht blijf voelen en dat mijn voorkeur mee geëvolueerd is. Dat ik nu vrouwen van haar leeftijd aantrekkelijk vind en niet bij 25-jarige grieten blijf steken, vind ik gerust­stellend. Die actrice van
House of Cards, bijvoorbeeld (Robin Wright, 52, red.), wat een prachtige vrouw! Als mijn vrouw vijftig zal zijn, of zestig, zal ik haar nog altijd mooi vinden. Dat is een prettige gedachte.”

Jelle De Beule: “Ik wil geen vrijheid, een kwartier in mijn bad is al voldoende.” Beeld Stefaan Temmerman

19. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Ik kom uit een eenvoudig gezin uit Zele. Mijn vader werkte in die zeevruchten­fabriek in Sint-Niklaas, van die chocolaatjes die je in de tax­free vindt. Guylian, ja. Mijn ma werkte in de textiel, als snijdster.

“Ik heb een gelukkige jeugd gehad. Mijn ouders hebben me nooit iets in de weg gelegd. Ik mocht studeren wat ik wilde. Ik volgde kunst aan de academie en nooit hebben ze daar iets van gezegd. Hoewel mijn ma jaren later zei dat ze dat toen eigenlijk niet zo’n goed idee vond. Toch wel straf dat ze zo meegaand waren.

“Ook had mijn moeder het er wel moeilijk mee toen ik naar Gent verhuisde, denk ik, ook al heeft ze dat nooit uitgesproken. Voor mensen die altijd in Zele gewoond hebben, is 30 kilometer een serieuze afstand. Maar ze hebben mij altijd het leven laten leiden dat ik wilde, en dat is goed.”

20. Hoe zou u willen sterven?

(denkt na) “Snel en onverwachts hè. Op een podium zoals Koen Crucke? Nee. Ik zie mezelf niet per se als podium­dier, of acteur, of comedian. Ik val niet volledig samen met wat ik doe. Ik moet niet performend sterven. Dat zou ook heel lullig zijn voor de toeschouwers. (lacht)

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Een zeven­gangen­menu met een groep vrienden in een zeven­sterren­restaurant. En tussendoor toch nog een Big Mac laten bestellen via Deliveroo.” (lacht)

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Ik heb daar geen antwoord op, denk ik. Als we vanuit onze luie zetel op tv oorlogs­slachtoffers zien of dode kinderen van vluchtelingen op het strand, raakt ons dat natuurlijk, maar tegelijk is het toch creepy dat we zo weinig actie ondernemen. De hel op aarde, dat kennen wij hier niet.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik denk dat racisme een oer­gevoel is. Wij vormen een groep en de ander is per definitie vijandig. Maar als je wat historisch inzicht hebt, kun je alleen maar zwaar anti­racistisch zijn. Dan ken je het gevaar van staps­gewijze ontmenselijking. Als je iemand al zijn rechten afpakt, is het geen mens meer, maar een Untermensch op een trein. En we weten waartoe dat geleid heeft.”

23 . Wat betekent geld voor u?

“Ik moet zeggen dat ik wel graag geld heb. (lacht) Maar niet zodanig graag dat ik er alles voor wil doen. Ik verdien nu heel goed, maar als ik echt vies veel geld wil cashen, zou ik in de reclame moeten gaan. Instant poen pakken is niet wat ik wil.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Mijn schoonbroer woont in Bangkok en had voor ons een verblijf geregeld op Thailand. Eerst in het Hilton, echt dikke luxe, de week nadien op Laos, bij vrienden van hem, in een bunker midden in een rijstveld. We sliepen op de grond, de kippen liepen over ons. Na drie dagen zijn we weg­gegaan omdat we de tristesse en de armoede niet meer aan­konden. Maar achteraf was het goed om die twee uitersten meegemaakt te hebben. Cliché, maar het doet je stil­staan bij wat je hebt.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Al die rechtse extremisten die inspelen op primaire gevoelens om onze grenzen dicht te gooien. Geef mij eens één deftig rationeel economisch argument om migranten buiten te houden en vluchtelingen te laten creperen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.