Dinsdag 15/10/2019
Jean Paul Van Bendegem: ‘‘Ik probeer altijd meteen twee partijen samen te brengen om een conflict te ontzenuwen. Terwijl het vaak beter is om een standpunt in te nemen.’

Interview De Vragen van Proust

Jean Paul Van Bendegem: ‘Niets wat mijn lichaam produceert, vind ik goor’

Jean Paul Van Bendegem: ‘‘Ik probeer altijd meteen twee partijen samen te brengen om een conflict te ontzenuwen. Terwijl het vaak beter is om een standpunt in te nemen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een  vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: wiskundige en filosoof Jean Paul Van Bendegem (66). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Zoals Kuifje, tussen 7 en 77. Mijn fysieke conditie is goed, maar mentaal heb ik een ambigu gevoel. Terwijl ik mijn studenten altijd als gelijken heb beschouwd, was ik in hun ogen die man met zo vele jaren ervaring. Je vergeet weleens dat je mettertijd een wandelend geheugen wordt. Zo heb ik Leo Apostel, Jaap Kruithof, Etienne Vermeersch gekend. Zij zijn nu allemaal weg. Wanneer je zegt dat je hen zeer goed gekend hebt, verplaats je jezelf een stuk in het verleden, alsof je daar thuishoort. Dan kan ik me ongelooflijk oud voelen, maar wanneer ik schrijf of lees voel ik mij leeftijdloos.”

BIO 

• geboren op 28 maart 1953 in Gent • licentiaat in de wiskunde, doctor in de wijsbegeerte • was buitengewoon hoogleraar aan de VUB (logica en wetenschapsfilosofie) en decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte • is nu emeritus professor aan de VUB • uitgever van logica-tijdschrift Logique et analyse • boeken: o.a. Over wat ik nog wil schrijven (2008), Hamlet en entropie (2009), De vrolijke atheïst (2012), Elke drie seconden (2014), Verdwaalde stad (2017) • is gefascineerd door het paranormale, is erevoorzitter van SKEPP • geeft lezingen en schrijft columns (o.a. Knack) • was te zien in De slimste mens en De ideale wereld • getrouwd met Anne Nenquin

2. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Wonderbaarlijk, want ik kan echt niet zeggen dat ik verstandig ben omgegaan met mijn lichaam. Alleen met trappen begin ik een beetje een probleem te krijgen. Vroeger nam ik steevast twee treden tegelijk, maar nu neem ik anderhalve, dus ik struikel heel vaak. (lacht) Eén per één gaat te traag, maar per twee sta ik boven toch een beetje te hijgen, daar moet ik eerlijk in zijn, dus nu doe ik, je moet dat eens proberen, één twee, één twee, één twee. Het wordt bijna muzikaal hè. ‘Hoe heb je de trap genomen?’ ‘In driekwartsmaat.’ (hilariteit) Ik heb ook al geëxperimenteerd met zigzaggend de trap opgaan. En dat helpt.

“Sporten heb ik nooit gedaan, maar ik wandel wel veel want ik heb geen rijbewijs. Wanneer ik ergens een lezing geef binnen een straal van vijf kilometer rond een station, ga ik te voet. Ik vind het heerlijk om door het Vlaamse landschap te lopen. Langs landelijke wegen kom je toch wel het een en ander tegen. Van de fermette tot de Spaanse hacienda.” (lacht)

3. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Wel, ik heb daar serieus over moeten nadenken. Iets waar mensen mij heel vaak mee complimenteren, is mijn vermogen om moeilijke materie toegankelijk uit te leggen. Nu goed, dat is iets wat ik heb geleerd in een periode van dertig jaar. Ik heb zelf altijd het idee gehad: wanneer iemand mij iets uitlegt en ik begrijp het niet, dan is dat een gedeeld probleem. Ik vind dat je nooit mag zeggen: ‘Ik ga het jou niet proberen uit te leggen, want je zal het toch niet begrijpen’. Je moet blijven zoeken en lezen en luisteren om een manier te vinden om het toch begrijpelijk over te brengen. Ik zou wel niet willen terugreizen in de tijd naar een van mijn eerste lezingen. Mijn geheugen heeft die herinnering gelukkig gewist.”

4. Wat is uw zwakte?

“Ik kan zeer slecht omgaan met conflicten. Wanneer mensen beledigingen naar mijn kop gooien, weet ik niet goed hoe daarmee om te gaan, dat raakt mij heel hard. Daarom blijf ik ook weg van Twitter. Ik ben echt niet geschikt om in de publieke arena te treden. Opinies, ideeën, suggesties aanreiken, ja, maar duelleren met iemand met wie ik het fundamenteel oneens ben, neen.”

5. Hoe was de band met uw ouders?

“Ik kom uit een vrij conflictueus gezin. Ruziemaken maakte deel uit van het dagelijkse leven. Ik heb daar nooit aan kunnen wennen. Wanneer mijn ouders voor de zoveelste keer aan het ruziën waren, kon ik dat niet simpelweg beschouwen als hun manier van zijn. Ik wilde dat meteen bezweren, op welke manier dan ook, waardoor ik een hopeloze compromiszoeker ben geworden. Ik probeer altijd meteen de twee partijen samen te brengen om het conflict te ontzenuwen. Terwijl het vaak beter is om een standpunt in te nemen.

“Ik was de jongste van drie kinderen, dus de laatste naar wie geluisterd werd. Vandaar ook mijn neiging om mij terug te trekken. In een hoekske met een koekske en een boekske, is voor mij de ideale situatie.

“Mijn moeder was een zeer wijze vrouw, die eigenlijk geen kansen heeft gehad om te studeren, hoewel ze dat probleemloos had gekund. Ik heb heel veel geleerd van haar, van hoe in het leven te staan. Wat had ze met dat leven kunnen doen dat bruutweg gefnuikt is! Daarom blijf ik herhalen: geef alle mensen alle kansen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de kwaliteit van een maatschappij bepaald wordt door de kwaliteit van het leven aan de onderkant.

“Mijn moeder deed het huishouden, mijn vader was groothandelaar in groenten en fruit. Hij was vaak uithuizig en durfde weleens te vluchten in de alcohol. Zodra hij met pensioen ging, kwam hij op haar terrein en werd hun conflictueuze relatie een échte titanenstrijd.

Jean Paul Van Bendegem: ‘Ik ben alle vrouwen in mijn leven eeuwig dankbaar. Zonder hen heb ik geen idee wie ik vandaag zou zijn.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Ondanks mijn verdriet toen mijn moeder stierf heb ik na haar dood nog een mooie periode met mijn vader beleefd. Aanvankelijk zag het er niet goed uit. Hij ging door een heel zwaar rouwproces en kon zich nauwelijks beredderen. Maar op een bepaald moment heeft hij de zaken in handen genomen. Hij verkocht het ouderlijke huis omdat hij niet meer wakker wilde worden in een kamer waarin hij nog altijd het idee had dat ze naast hem lag. Hij kocht een appartement, leerde wassen en ontbijt maken en vond een restaurant waar hij kon gaan eten. Mijn relatie met mijn vader is toen compleet gewijzigd. Ik was toen 47, hij 80. Normaal zou je denken: die verhouding verandert niet meer, die twee mensen zitten vastgeroest in hun manier van zijn. Nee dus. We zijn elkaar vriendschappelijker gaan bejegenen. Ooit, na een beroerte, heb ik hem zelfs soep opgelepeld omdat hij zijn armen niet meer kon gebruiken. De man voor wie ik zo bang was geweest in mijn jeugd, heb ik te eten gegeven.

Dat betekent toch wel wat. Dat vind ik zo hoopvol. Dat ouder worden niet noodzakelijk ‘meer van hetzelfde’ hoeft te betekenen. Dat je toekomst nog open ligt en dat het geen straat is die steeds nauwer wordt en uiteindelijk een doodlopende steeg blijkt te zijn. Er is altijd nog verandering mogelijk. Als je er maar open voor staat.”

6. Wat is uw passie?

“Ideeën uitwerken. Dat wat hier zit (wijst naar hoofd) naar buiten brengen op een manier dat anderen er iets aan kunnen hebben. Niet cryptisch of hermetisch. Het mooiste compliment dat ik kan krijgen is: ‘zo had ik het nog nooit bekeken’. Dat is wat mij betreft de echte taak van de filosoof. Niet per se met antwoorden komen, maar wel andere mogelijke scenario’s belichten, die vaak tot eenvoudige oplossingen kunnen leiden.”

7. Vindt u het leven een cadeau?

“Hoewel het leven niet altijd eenvoudig is geweest voor mij, ben ik toch blij dat ik het mag meemaken. Nu, ik heb ook chance gehad, dat moet ik er wel meteen aan toevoegen. Ik ben zelf niet een van de meest actieve mensen, maar op tijd en stond hebben anderen mij een duwtje in de rug gegeven. Zo zal ik altijd blijven herhalen dat ik alle vrouwen in mijn leven eeuwig dankbaar ben, want zij hebben mij opgevoed. Zonder hen heb ik geen idee wie ik vandaag zou zijn. Ik mag er zelfs niet aan denken!

“Anders geformuleerd: ik ben blij in de jaren 50 geboren te zijn. Zat ik vandaag op school, dan was de diagnose ‘autismespectrumstoornis’ zeker al gevallen. Ik was sociaal zo onhandig omdat ik niet in staat was de bedoelingen van anderen te lezen. Ik was een van die typische muurbloempjes die altijd alleen achterbleven. Gelukkig dus zijn er vrouwen in mijn leven gekomen die me op sleeptouw hebben  genomen.”

8. Welk kunstwerk heeft u gevormd of een blijvende indruk nagelaten?

“Mijn grote held is de comedian Buster Keaton. Voor mij toch hét voorbeeld van de underdog die het telkens weet te halen omdat hij slimmer is dan de rest. Aan hem heb ik me jarenlang vast­gehouden.”

9. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Simpelweg in de zetel gaan zitten, met een boekske en een koekske (lacht) en koffie. En een van onze vier poezen die zich tegen mij aan komt vlijen en spontaan begint te spinnen, zonder dat ik ze heb gestreeld. Puur van contentement. Wil de zon dan nog door het raam binnenvallen en mooie schaduwen op de muur werpen, dan lonkt de perfectie.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Daar heb ik lang over nagedacht. Ik kan achteraf wel denken dat ik mij in bepaalde situaties heb laten misleiden, maar mocht je mij terugvoeren in de tijd, zou ik waarschijnlijk hetzelfde doen omdat ik toen de ervaring niet had die ik nu heb. De vraag is dus: heb ik situaties meegemaakt waarin ik voldoende kennis en inzicht had om een andere keuze te maken dan ik gemaakt heb? Het antwoord is: neen.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Dementie. Ik kom uit wat ik noem een 1-0-familie. Je loopt gezond rond en plots, hup, is het gedaan. Hartfalen, aderbreuk, noem maar op. Ik hoop dat dat ook mijn einde zal zijn. En niet de langzame aftakeling waarvan je zelf niet goed merkt dat ze bezig is. Ik moet heel eerlijk zijn, ik kan werkelijk niet inschatten of ik de moed zou hebben om euthanasie te vragen, om nog bij voldoende bewustzijn te zeggen: het is genoeg geweest. Ik weet het niet. Ik vermoed zelfs dat ik zo gedreven bezig blijf in de hoop dat mijn hart het op een bepaald moment zal laten afweten. En plus heb ik het idee nu in extra time te leven. Wat ik graag had willen bereiken, heb ik bereikt. Prof worden aan de unief was mijn grote droom en die is verwezenlijkt. Dus alles wat nu komt, beschouw ik als mooi meegenomen.

Jean Paul Van Bendegem: ‘Ik vermoed dat ik zo gedreven bezig blijf in de hoop dat mijn hart het op een bepaald moment zal laten afweten.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Onze vier ouders zijn gestorven in negen jaar tijd. Allen, behalve Annes moeder, volgens een 1-0-scenario. Het eerste wat in mij opkwam was: ik heb van mijn ouders geen afscheid kunnen nemen. Dat voelde aan als een gemis. Maar later realiseerde ik mij dat we van Annes moeder óók geen afscheid hadden kunnen nemen. Zij was beginnen te dementeren, maar zolang er nog een zweempje van die persoon aanwezig is, neem je geen afscheid. En dan komt de dag dat ze helemaal weg is en kun je ook geen afscheid meer nemen. Dat heeft mij aan het denken gezet. Bij euthanasie wordt het afscheid een expliciet onderdeel van het stervensritueel. Wat een absolute meerwaarde kan betekenen, maar misschien ook veel mensen afschrikt.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Daarvoor moet ik heel ver in de tijd teruggaan, want ik ben geen huiler, maar nu, met ouder worden, komt het terug. Alleen, gek genoeg, om heel banale dingen. Ik val ongelooflijk voor films als The Lord of the Rings of Harry Potter. Tegen het einde, wanneer alles weer goed komt, zitten mijn vrouw en ik allebei te blèten en zijn we kwaad op onszelf.”

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Neen, en dat heeft voor een deel te maken met mijn protestantse opvoeding, waarin de ontkenning van het lichaam centraal stond. Door het lint gaan ken ik niet, maar ook het omgekeerde – de euforie, de extase – ken ik niet. Ook niet in het seksuele. Bij alles wat ik denk en doe kijkt een beredeneerd iemand toe. Ik kan en wens die blijkbaar ook niet uit te schakelen.”

14. Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Opgevoed als gereformeerd protestant ben ik diepgelovig  geweest. In dat protestantisme is God iemand met wie je praat, met wie je onderhandelt, die je tot verantwoording roept. Met andere woorden: God is de stem van je geweten. Bijgevolg krijgt je geweten een enorm groot belang, maar tegelijkertijd ook een zeer grote onafhankelijkheid. Mijn ouders waren daar zeer strikt in. Als je geweten zei dat je zo moest handelen, dan móést je dat doen. De druk die dat meebracht was niet te onderschatten. Ik heb er een continue drang aan overgehouden om mij te verantwoorden.”

15. Wat vindt u erotisch?

“Ik ben geneigd om te zeggen: bijna alles. Wanneer ik ’s ochtends door het raam kijk, moet ik altijd denken aan een van de vele ontstaansverhalen uit het Oude Egypte: waarom aarde en hemel van elkaar gescheiden zijn. De aardgod Geb wilde seks met de hemelgodin Nut, maar zij voelde daar niets voor. Daarom ging ze als een boog over Geb met zijn prachtige erectie heen staan. Wanneer je door het raam kijkt, zie je dat ze hem nog altijd weet te weerstaan. En ook die hangende takken van de treurwilg die bewegen in de wind, hebben voor mij iets erotisch. Ik hou van de gedachte dat de wereld erotisch geladen is. Niets verschijnt aan mij op een neutrale manier.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Een van onze vier katten.”

17. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Ik zat eens in Amsterdam op hotel, in een heel mooie kamer met een prachtig hemelbed, maar het probleem was dat het midden in de ruimte stond. Mijn hoofd blokkeerde! Een bed midden in de kamer! Hoe onlogisch! Eerst heb ik overwogen om in de zetel te slapen, maar uiteindelijk heb ik met mijn geweten overlegd. Misschien was het moment gekomen om mezelf te laten opnemen? (lacht) Ik heb immers wel meer van die rare trekjes. De stoel met de sjakosj van Anne bijvoorbeeld moet diametraal tegenover mij staan. Is hij nog maar een centimetertje verschoven, dan sta ik op om hem weer recht te zetten. Nu, ik heb daar geen last van en mijn vrouw ook niet. Ze vindt dat geestig. Die zottigheden zijn mijn watermerk. Ook bij mijn vrienden durf ik meubelen weleens te verplaatsen als ze niet geordend staan.”

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Niets wat mijn lichaam produceert vind ik goor. Zelfs stoelgang vind ik fascinerend. Voel ik mij nu aangetrokken om uitwerpselen in het seksuele spel te betrekken? Neen. Net zomin als BDSM, maar ik kan er wel over fantaseren. Vies, vuil en smerig kan ook mooi zijn.”

19. Hoe definieert u liefde?

“Het kan zot klinken, maar in dit stadium van mijn leven betekent liefde voor mij: niet willen voort­leven zonder de ander. Als de ander zou wegvallen, zou er werkelijk een leegte ontstaan die nooit meer opgevuld zou raken. De ultieme liefdesuitdrukking is voor mij de een die zegt: ‘Het liefst van al zou ik willen verdwijnen voor jij verdwijnt’ en de ander die antwoordt: ‘Durf niet hè.’ (lacht) Liefde is samen willen verdwijnen, dus.”

20. Bent u een goede vriend?

“Ik hoop het. Ik heb er niet veel. Ik denk dat deze hand volstaat. Ik trek me zeer graag terug en zal niet snel mensen opzoeken. Maar in vriendschap mag dat geen probleem zijn. Belangrijk is wederzijds vertrouwen. Ik weet een aantal dingen van vrienden die altijd tussen ons zullen blijven.”

Jean Paul Van Bendegem: ‘Het mooiste compliment dat ik kan krijgen is: ‘zo had ik het nog nooit bekeken’. Dat is wat mij betreft de echte taak van de filosoof.’ Beeld Stefaan Temmerman

21. Hoe zou u willen sterven?

“Snel en vloeiend. Ik heb ooit eens heel dicht bij de dood gestaan en heb toen ingezien dat het niet per se een strijd hoeft te zijn. Ik had een bloedvergiftiging opgelopen en iets te lang gewacht om me te laten behandelen. Een pink opheffen was te veel. Had men mij toen gezegd: ‘Jean Paul, nog een half uur en dan is het gedaan’, ik had dat geregistreerd en zou na een halfuur mijn ogen gesloten hebben en dat was het. Mijn lichaam was duidelijk in een soort van shutdown gegaan. Die ervaring heeft mij zoveel wijzer gemaakt. Wat een mooie manier om te gaan. De dood dient zich aan als een onbekende tegen wie je goeiedag zegt, en je vloeit weg. Dat heeft mij een stuk rustiger gemaakt.

“Mijn laatste avondmaal? Garnaalkroketten met wat groenten en brood en een glas droge witte wijn. En een espresso met een brownie om af te ronden.”

22. Heeft u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik denk van niet. Ik kom zelf uit een familie van inwijkelingen. Nederlandse protestanten in het katholieke Gent, dat was allesbehalve een evidentie. Tot mijn 18de had ik een Nederlands paspoort, dus in zekere zin was ik zelf een klein beetje een vreemdeling.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Ik heb in mijn leven nooit een verband gezien of willen zien tussen wat er maandelijks op mijn bankrekening verscheen en wat ik deed. Ooit heb ik bij Phara gezegd: ‘Ik verdien eigenlijk te veel, gezien de noden die ik heb’. (lacht) Goh! De weken daarna aan de VUB, goh! ‘Jean Paul, hoe durf je!’ Tja, als iemand per se in een villa in Deurle wil gaan wonen, is dat zijn probleem, niet het mijne. Bovendien voel ik veel voor de redenering van Rutger Bregman om mensen die minder aangename jobs doen, zoals vuilnismannen, meer te betalen. Wanneer zij het werk neerleggen, krijg je binnen de kortste keren een ramp.”

24. Wat is voor u de hel op aarde?

“In een omgeving zitten met heel veel mensen, heel veel drukte, dan ga ik dood. De hel op aarde voor mij moet Zaventem zijn bij het begin van de grote vakantie. En merken dat ik daar per vergissing zit, maar toch niet meer naar buiten kunnen.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Niemand. Ik kan me wel kwaad maken, maar dan nog zal ik het niet doen tegenover iemand. Als compromiszoeker wens ik het niet mee te maken dat iemand mij uitscheldt. Maar wat ik wel graag doe, samen met mijn vrouw, is dagelijks de kranten lezen en becommentariëren, als een soort ritueel, en dan gezellig heen en weer zitten kankeren. ‘Zie dit hier nu staan, wat dat kalf hier nu durft te zeggen! Is die nu compleet onnozel?’ Schitterend! (lacht) Dat werkt therapeutisch, maar hoef ik dat nu tegen die persoon zelf te zeggen? Neen.

“Ik heb één klankbord en dat is mijn wederhelft. Tegen haar kan ik dingen zeggen die ik publiekelijk niet zou uitspreken omdat zij ze meteen kan plaatsen, wat ik heel belangrijk vind.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234