Zondag 16/06/2019

Architectuur

Japanse meesterarchitect Tadao Ando: ‘Architecten zijn als boksers’

Tadao Ando wil verder werken tot hij 100 is. Beeld Kazumi Kurigami

Wat hebben de Japanse meesterarchitect Tadao Ando en de modeontwerper Giorgio Armani gemeen? Naast hun hoge leeftijd en professionele punch is dat ongetwijfeld hun onfeilbare oog voor schoonheid. We spraken Ando in Milaan, waar hij zopas zijn overzichtstentoonstelling inhuldigde bij Armani/Silos.

Tadao Ando is een grapjas. “Ik ben drie organen kwijt”, lacht hij. “Mijn pancreas, mijn blaas, een stuk van mijn maag. Sindsdien voel ik me veel lichter.” De bekendste Japanse architect is zwaar ziek geweest, vier jaar geleden. Maar die strijd lijkt gestreden. Ando, gekleed in een elegant grijs pak en een blauwe rolkraagtrui, is op zijn 77ste nog lang niet uitgepraat. “Ik wil verderdoen tot mijn 100ste”, zegt hij, gebruind gezicht, een paarse schijn over zijn geverfde haar. We zitten in de voormalige silo’s van Via Bergognone, het museum van Armani waar Ando’s immense oeuvre nog tot juni wordt tentoongesteld. Ando wijst naar Armani (84): “Hij weet ook van geen ophouden. Hij is mijn voorbeeld, de reden waarom ik wil ­blijven doorgaan. Giorgio Armani doet aan sport. Ik probeer nu ook regelmatig oefeningen te doen om fit te blijven. Het is goed om lang te leven, en ik wens het iedereen toe, 100 jaar worden, maar je moet wel in goede gezondheid verkeren, ­voldoende energie hebben.”

En die heeft hij. In zijn overzichtstentoonstellingen zijn projecten te zien over heel de wereld. “Ik doe tegenwoordig veel projecten in China. Ik vraag die klanten soms: waarom ik? En dan antwoorden de Chinezen: je bent je organen ­verloren, maar je zit nog steeds boordevol energie. Jij brengt geluk.” Over zijn eigen land zegt hij: “In Japan zijn de kantoorgebouwen gevuld met mensen die o zo moe zijn. Italië is heel anders. Hier zie je mensen eten en drinken en plezier maken op het werk. Ze werken met veel meer passie dan de Japanners. Ze hebben bovendien geen schrik. Hoe kun je nog veilig naar huis rijden als je zo veel hebt gedronken? Maar ze doen gewoon verder.” 

Hij eet en drinkt niet langer mee. “Wanneer andere ­mensen lunchen, doe ik een dutje. Of ik studeer.”

“Voor ik architect werd, was ik bokser”, vertelde Ando ooit. “Als je vecht, sta je in een boksring waar niemand je komt helpen. Je kunt alleen op jezelf rekenen. In de architectuur is dat precies hetzelfde. Niemand zal je helpen.”

Geen diploma

Ook in 2019 staat de autodidactische architect nog altijd vechtensklaar. Een formele opleiding heeft hij nooit gehad, en hij heeft dus ook geen diploma. “Dat heeft me sterker gemaakt”, vervolgt hij, “om de eenvoudige reden dat ik mijn hele leven ben blijven studeren. En dat moet. Als je twee dagen niet studeert, sta je twee dagen achter. Tien dagen, en je mag inpakken. Er zijn genoeg mensen met skills, maar de vraag is: houden ze het vol? Blijven ze vechten? Le Corbusier is 77 geworden, Mies Van der Rohe 83. Die architecten hebben elke dag van hun loopbaan gevochten. Dat is bijzonder moeilijk, en het betert er niet op als je ouder wordt.”

Voor de expo moet je naar Milaan, wij zetten zijn vijf van zijn meest toonaangevende projecten in de kijker. 

Church of The Light met kruisvormige opening in de gevel. Beeld Mitsuo Matsuoka / TASCHEN

1. Church of the Light, Ibaraki (1989)

De Kerk van het Licht, amper 113 vierkante meter groot, staat op een hoek van twee straten in Ibaraki, 25 kilometer van Osaka. De muren zijn, zoals dikwijls bij Ando, opgetrokken uit gewapend beton.

“Het belangrijkste element is de kruisvormige opening in de achtergevel. Het licht wordt op de vloer gereflecteerd. Aanvankelijk zat er geen glas in. Het was gewoon een opening. Ik wou de natuur naar binnen brengen. Maar de mensen hadden het koud. Er zitten nu glaspanelen in. Ik hoop nog altijd dat die ooit verwijderd worden. Telkens als ik er langsga, vraag ik de priester of dat glas nu eindelijk eens weg mag. Zonder resultaat, vooralsnog. Ik vind het belangrijk om schoonheid na te streven tot het bittere einde. Ik denk dat ik dat gemeen heb met Armani.”

“Voor deze kerk ben ik door het Vaticaan met een prijs onderscheiden. Ik heb er een aardige som geld mee verdiend, zo’n 20 miljoen yen, dacht ik (iets minder dan 160.000 euro, JB). Ik stond versteld. Geld? Van het Vaticaan? Ik neem aan dat ze behoorlijk rijk zijn.”

Naoshima Benesse House. Beeld UIG via Getty Images

2. Naoshima (1988 tot nu)

Ando ontwierp verschillende gebouwen op het Japanse eiland Naoshima, waaronder Benesse House, dat behalve een museum ook een hotel omvat, het ondergrondse Chichu Art Museum (met voor de site gemaakte installaties van James Turrell en Walter De Maria en schilderijen van Claude Monet), het Lee Ufan Museum en zelfs een Tadao Ando Museum, ondergebracht in een honderd jaar oude traditionele woning.

“Naoshima is een eiland in de Japanse binnenzee, waar we onder meer een ondergronds museum hebben gebouwd. Het licht komt langs de bovenkant naar binnen.

Ik ben er terug naar de basis gaan, met natuurlijk licht. Er hangen schilderijen van Monet. Maar die zie je dus alleen overdag, omdat er geen kunstlicht is. De Japanners begrijpen de schoonheid van die schilderijen niet. Ze gaan in sneltempo door de zalen. Er is geen contemplatie. Als je hen vervolgens vertelt hoeveel die Monets waard zijn, keren ze op hun stappen terug.

“Ik heb nog drie lopende projecten voor Naoshima. Ik vind het bizar dat ze mij blijven vragen. Dat er sowieso mensen aan de deur van ons kantoor blijven kloppen.”

Theatro Armani. Beeld Giorgio Armani

3. Teatro Armani, Milaan (2001)

Het Teatro Armani is ondergebracht in een voormalige fabriek van Nestlé in de Tortona-wijk, waar andere industriële ruimtes vanaf de jaren negentig werden getransformeerd tot televisiestudio’s en multifunctionele plateaus. Het auditorium, waar Armani verschillende keren per jaar zijn defilés organiseert, heeft een hoog zen-gehalte. Recenter liet Armani ook de oude silo’s aan de overkant van de straat renoveren. In de Armani/Silos wordt het werk van de ontwerper tentoongesteld, en zijn ook tijdelijke expo’s te zien. Op dit moment loopt er dus het Ando-retrospectief The Challenge.

“Toen Armani voor het eerst belde, heb ik de telefoon niet opgenomen. Ik geloofde dat het een vergissing was, of een grap. Uitein­delijk is er toch een telefoongesprek gekomen, en ben ik naar Milaan gereisd. Het is geen bijzonder complex gebouw. Armani wou iets voor altijd. Een gebouw voor de eeuwigheid, dat was het doel.

“In Osaka zijn er nogal wat winkels van Armani. Als ik daar binnenkom, voel ik zijn spirit in de producten die er uitgestald liggen. Modeontwerpers willen verkopen, maar Giorgio wil ook gewoon prachtige dingen creëren. In juni opent hij een nieuw gebouw in Ginza, met een modeshow. Ik wil daar graag bij zijn.”

Dogana da Mar in Venetië. ‘Het leuke aan Italië is dat je er in de binnenkant van oude gebouwen een nieuwe wereld kunt creëren.’ Beeld Luca Girardini

4. Punta Della Dogana, Venetië (2009)

Het Dogana da Mar gebouw op Punta Della Dogana is een douanegebouw uit 1678-1682 dat decennialang leegstond. Ando bouwde er een museum op kosten van de Franse zakenman en kunstverzamelaar François Pinault.

“Het leuke aan Italië is dat je er in de binnenkant van oude gebouwen een nieuwe wereld kunt creëren. We hebben de buitenkant in de oorspronkelijke staat hersteld, heel mooi. En binnenin hebben we een nieuw gebouw gemaakt, met beton en baksteen.

“Toen ik voor de eerste keer in Italië kwam, was ik onder de indruk van het Pantheon in Rome. Van het werk van Michelangelo, van de Pirelli-toren van Gio Ponti in Milaan. In de jaren zestig had ik weinig geld, maar ik hield elke maand genoeg opzij om Domus te kunnen kopen. Dat Italiaanse maandblad publiceerde de beste moderne architectuur ter wereld. Ik bewonder Aldo Rossi en hou, net als iedereen, van de architectuur van Carlo Scarpa.”

Een maquette van Ando’s renovatie van de Parijse Bourse de Commerce. Beeld Tadao Ando Architect & Associates

5. Bourse de Commerce, Parijs (2019)

Ando’s renovatie van de Parijse Bourse de Commerce, toekomstig onderkomen voor de kunstcollectie van de Fondation Pinault, wordt later dit jaar ingehuldigd.

“Dit is de voormalige handelsbeurs van Parijs, niet ver van het Louvre. Het glazen dak is honderdvijftig jaar oud. Ook dit gebouw wordt een museum voor hedendaagse kunst, en ook hier heb ik een gloednieuw gebouw in het oude ondergebracht. In Parijs zijn daar sterke reacties op gekomen. Ik ben architect. Ik spreek Japans en een beetje Engels, maar ik ben geen taalkundige. De Fransen praten en praten. En ik heb geen idee waarover ze het hebben. U zult mij misschien vragen: hoe spreekt u met Armani? Het antwoord is: ik lees zijn hart. En dat is meer dan genoeg. Als je iemands hart kunt lezen, weet je genoeg.”

The Challenge, geconcipieerd door Ando en zijn studio in samenwerking met het Centre Pompidou, brengt meer dan 50 projecten samen, elk geïllustreerd met schetsen, schaalmodellen, technische tekeningen en foto’s van Ando. Armani/Silos, via Bergognone 40, Milaan, tot 28 juli, armanisilos.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden