Donderdag 17/10/2019

interview

Jani Kazaltzis: "Het beneemt me soms de adem, iets zeggen wat tegen de stroom ingaat. Maar ik moet het doen"

Jani Kazaltzis. Beeld Jef Boes

Jani Kazaltzis die met een datingprogramma op tv komt, geen betere aanleiding voor een gesprek over het leven en de liefde. "Misschien wordt het ooit normaal dat een vrouw alleen woont en twee of drie partners heeft."

Een gever en een altruïst. Dat zeggen zijn vrienden over hem. Voor je denkt dat Sint-Franciscus tegenover ons zit: een heilige is Jani Kazaltzis niet, maar misschien hebben de vrienden een punt, moeten we na dit en een eerder ­interview besluiten. En er is nog een woord dat bij hem past. Een lelijk woord, want veel te vaak misbruikt voor mediapersoonlijkheden, maar bij hem geloof je het. Authentiek is hij, voilà, het is eruit.

Zijn zwierige zelf probeert Jani nu opnieuw te zijn in het programma Matchmakers. Samen met drie vrienden van een single gaat hij op zoek naar de perfecte date voor hem of haar. De singles daten zonder het te weten. Ze ontmoeten drie mogelijke partners in omstandigheden die door de makers in scène zijn gezet, maar voor de single spontaan ­lijken. Op café, bijvoorbeeld, of in de sportclub. Achteraf wordt de nog steeds argeloze single in de studio bij Jani ­uitgenodigd om naar de filmpjes te kijken die over de ­ontmoetingen gemaakt zijn. Op het einde van de show kiest hij of zij een van de drie kandidaten om mee op reis te gaan.

Matchmakers is ongecompliceerde feelgood-tv. Geen uitgebreide psychologische profielen van de kandidaten hier, noch analyses over relationele valkuilen. Op psychologen of andere deskundigen is zelfs geen beroep gedaan. Het is geen programma over relaties, zegt Jani, wel een over daten.

Al een geluk, want toen ik je twee jaar geleden ­interviewde, zei je dat je nooit een programma over relaties zou presenteren. Je bent een stylist, zei je toen, schoenmaker blijf bij je leest.

“Echt? Nu ja, ik zei een paar jaar geleden ook: stop me in een ­studio, en ik geef mijn ontslag. (lacht) Tja, je groeit. En als ik dan toch ooit in een studio moest kruipen, was dit wel het ideale programma voor mij.”

Was je dan zo bang voor studiowerk?

“Bang komt nog niet in de buurt. Tot nu toe heb ik altijd ­reality-tv gemaakt. Dit is een heel andere manier van ­werken. Er zit publiek bij de opnames en technisch gezien moet je de juiste dingen zeggen zodat het achteraf goed gemonteerd kan worden. Je moet dus heel hard gefocust zijn en tegelijk zit je met verrassingen, want omdat de ­singles nergens van op de hoogte zijn, weet je niet hoe ze zullen reageren als ze bij je in de studio zitten en daar te weten komen dat hun toevallige dates eigenlijk toch ­georchestreerd waren. Ik moest hen dus geruststellen, ­terwijl ik zelf bloednerveus was. Kortom, zo’n programma hangt helemaal af van jou als presentator. Het is zoals een penalty: het zit erin of het is ernaast.”

Dat zijn carrière aan het evolueren is, zal hij straks ­vertellen, en dat nieuw tv-werk hem telkens dodelijke stress bezorgt, maar hij tegelijk geen nee kan zeggen tegen de ­kansen die hij krijgt.

Eerst nog iets over dit programma. Als Blind getrouwd kritiek krijgt omdat de kandidaten allemaal blank en hetero zijn, verwacht je van een gloednieuw datingprogramma dat het daaraan iets verandert. Zeker omdat Jani het presenteert. Dat blijkt niet het geval te zijn. Ook in Matchmakers zijn geen kandidaten te vinden die holebi zijn of allochtone roots hebben. Vreemd, zeg ik tegen Jani. Het komt door de inschrijvingen, zegt hij.

“Van de 4.000 mensen die onze oproep beantwoord hebben, waren er slechts een handvol holebi’s of mensen met een allochtone achtergrond. Ik vertrouw erop dat het anders zal zijn als er een tweede reeks komt. Nu wisten de mensen niet waarvoor ze zich inschreven, bij een volgend seizoen zal dat wel het geval zijn. Of ik het zelf jammer vind? Op dit moment niet. Voor elke kandidaat geldt dat hij goed moet functioneren in het tv-programma dat we maken. Ik zou het pas jammer vinden als dat niet het geval is, maar we toch met hem werken louter omdat hij de ­diversiteit weerspiegelt.”

Geven jullie met dit programma weer niet het ­signaal dat single zijn iets problematisch is en je toch best een leven leidt met een lief aan je zijde?

“Helemaal niet. Er is niks mis met singles. Ik ken er veel die echt gelukkig zijn. Maar er zijn ook singles die het niet leuk vinden om geen relatie te hebben en een datingprogramma een leuk platform vinden om er iets aan te doen. Iedereen moet gewoon zijn eigen weg volgen. Je kunt niet zeggen dat je een beter leven hebt met een lief. Je kunt ook niet zeggen dat je een beter leven hebt zonder lief.”

‘Iemand hebben’ is voor veel mensen toch nog steeds het hoogste goed.

“Dat heeft te maken met de waarden en normen die we ­allemaal ingeprent hebben gekregen. Thuis en op school is ons altijd geleerd dat het gelukkigste gezin bestaat uit een man en een vrouw die kinderen hebben en in een huis wonen waar een boom voor staat. Daar zit het probleem: we hebben één definitie van een relatie, en die moet dan voor ons allemaal gelden. Wat natuurlijk onzin is. Ik ben er ook zeker van dat het over pakweg honderd jaar helemaal anders zal zijn. Dat mensen veel meer zullen beseffen: het is mijn leven, ik mag zelf beslissen wat ik doe met die definitie die ik heb meegekregen.”

Jani Kazaltzis: "Zelf ben ik heel klassiek: één partner, dank u." Beeld Jef Boes

Daar zitten we nog niet?

“Zeker niet. Ik denk dat we nog niet voor de helft weten wat onze eigen verlangens en ambities zijn, en welke we hebben meegekregen via maatschappelijke verwachtingen. Maar het evolueert wel. Misschien wordt het dus ooit wel ­normaal dat een vrouw alleen woont en daarnaast twee of drie partners heeft.”

De Nederlandse filosofe Simone van Saarloos houdt al jaren een pleidooi voor polyamorie, waarbij je met meer dan één persoon een liefdesrelatie kunt hebben.

“Zij is inderdaad bezig met het onderzoeken van die ­maatschappelijke verwachtingen. Pas op, wat ze zegt is niet simpel. Het is één ding om zelf twee of drie partners te hebben, maar van je partners moet je dat dan ook verdragen. Ik zou het niet kunnen. Maar ik denk wel dat je het kunt leren als het al mee in je opvoeding zit.

“Zelf ben ik heel klassiek: één partner, dank u. (lacht) Zo ben ik opgevoed, en mijn ouders zijn nog altijd samen. Maar in mijn omgeving zijn er wel mensen die het anders doen. Ik ken zelfs een koppel dat met drie samen is. Ondertussen denk ik er niet meer over na, maar in het begin vroeg ik me ook af: hoe doen die dat in godsnaam, zo’n driehoeksverhouding? Ik ken ook mensen die ­polyamoureus leven en gelukkig zijn. Wie ben ik om die relaties te gaan beoordelen?”

Veel mensen zijn bang van dat soort evoluties.

“Het is menselijk om bang te zijn van nieuwe dingen. Ik wil die andere vormen van samenleven ook niet idealiseren, ik wil gewoon zeggen dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn, vooral op het vlak van de liefde. Je moet doen wat voor jou werkt.

“Pas op, stel dat mijn vriend plots tegen mij zegt dat hij polyamoureus is, zou ik ook denken: what the fuck? (lacht) Maar als je allebei die ingesteldheid hebt en de maatschappij zou het meer aanvaarden dan nu, zouden er veel minder mensen bedrogen worden, denk ik. Want er worden nogal wat scheve schaatsen gereden omdat van mensen wordt verwacht dat ze functioneren in een systeem dat misschien helemaal niet werkt voor hen. Waarom denk je dat relatietherapeuten allemaal zo veel te doen hebben?”

Een maatschappij kan alleen maar veranderen als mensen openlijk uitkomen voor hun andere manier van leven. Jij bent altijd een rolmodel geweest voor holebi’s, ben je je daarvan bewust?

“Nee. Ik heb ook nooit een rolmodel willen zijn. Ik heb gewoon geluk gehad in mijn leven. En als het over mijn eigen leven gaat, heb ik een heel sterk karakter. Ik durf echt wel voor mezelf op te komen. En voor anderen. Maar ik weet ook hoeveel moeite het kost. Iets zeggen wat tegen de stroom ingaat, beneemt je soms de adem. Maar ik moet het doen. Voor mezelf. Als mensen mij ­daardoor als rolmodel zien, is dat een fijn gevolg.”

Heb je vroeger zelf rolmodellen gehad?

“Ik heb nog altijd een groot rolmodel en dat is Madonna. Het is heel interessant om na te denken over waarom sommige vrouwen haar veroordelen omdat ze op de rode loper nog in haar bloot gat verschijnt. (In 2016 droeg de toen 57-jarige Madonna op het Met Gala in New York een doorzichtige outfit waarin haar billen en borsten zichtbaar waren, red.) Dat doen, biedt net zoveel mogelijkheden. Ze zegt dat ook een vrouw op oudere leeftijd er nog sexy mag uitzien en niet afgeschreven is. En dan zijn het net de ­vrouwen die haar de rug toekeren.

“Ik ben er zeker van dat Madonna ook slapeloze nachten heeft als ze zoiets doet. Vergeet niet dat zij ook een moeder is. ‘Ma, wat heb je gedaan, we durven onze kop op school niet meer te laten zien’, zullen haar kinderen haar ­verwijten. Maar ik durf te wedden dat zij dan zegt: ik hou van jullie, maar ik moet dit doen, ik laat me niet klein maken.

“Ach, Madonna heeft zoveel bespreekbaar gemaakt. Homoseksualiteit, aids. Over vijftig jaar, als ze er niet meer is, zullen we haar daar wel applaus voor geven, denk ik.”

Wat als je toch met de stroom meegaat en daardoor jezelf verloochent?

“Voor mij zou het niet werken. Ik zou doodongelukkig zijn als ik tegen mezelf zou liegen. Misschien ook omdat ik oprecht niet begrijp waarom mensen zichzelf niet mogen zijn als ze niemand schade berokkenen. Waarom moet iemand anders – die net als ik van vlees en bloed is – tegen mij zeggen wat ik al dan niet mag zijn of moet zijn? En waarom moet ik dat accepteren? Die persoon is toch net hetzelfde als ik?”

Bo Van Spilbeeck heeft haar ware zelf onlangs met de buitenwereld gedeeld. Ze kreeg daar veel lof voor, maar er was ook commentaar. Dat we met ons gejuich transgenders als iets normaals beschouwen, klonk het, terwijl het niet normaal is.

“Ik heb toen een open brief geschreven naar Bo, om haar proficiat te wensen en ook om VTM een pluim te geven. Ik vind het heel fijn dat de zender iemand van zijn journalisten laat zijn wie ze is en dat ze af en toe zal binnenkomen in de woonkamers. Kijk, je mag tegen homo’s of transgenders zijn. Je mag het zelfs raar vinden. Maar dat wil niet zeggen dat je het recht hebt om te zeggen dat iemand als Bo dat niet mag doen.”

Sommigen zitten met de angst dat we ­overspoeld gaan worden door transgenders. Terwijl geen enkele transgender zo’n hels proces voor zijn ­plezier doorloopt.

“Exact. En opnieuw: waarom precies zou iemand die ­beslissing niet mogen nemen? Beslissen de tegenstanders ook niet elke dag zelf wat ze met hun leven willen doen? Betekent het dan dat hetero’s hoger in rang zijn dan holebi’s of transgenders? Want daar lijkt het wel op. En dat vind ik een heel akelige gedachte. We zijn allemaal mens. Punt.

(lacht) “Over Bo vroeg ik me in die brief trouwens ook af of VTM nu haar loon ging verlagen. Ah ja, want vrouwen verdienen nog altijd minder dan mannen. Ach, het is ­compleet absurd. Elk jaar kunnen we alles indexeren, maar lonen gelijk trekken is blijkbaar ongelooflijk moeilijk. Terwijl je toch iemand moet beoordelen op wat hij of zij kan en niet op een geslachtsdeel dat er al dan niet is? Het omgekeerde geldt trouwens ook. In Zweden hebben ­mannen evenveel recht op ouderschapsverlof dan ­vrouwen. Top. Dat is tenminste gelijkwaardigheid.”

Laten we nog even terugkeren naar Matchmakers. Stel dat jij de single van dienst zou zijn en je vrienden moeten een date zoeken die bij je past, bij wie zouden ze dan uitkomen?

“Bij mijn vriend. Zeker weten. Van uiterlijk is hij volledig mijn type. Helblauwe ogen, donkerbruin haar en een heel mooie lach. Hij lijkt heel hard op Hugh Grant. Je merkt ook niet aan hem dat hij homo is, hij ziet er heel hetero uit. Als we ergens binnenkomen, draaien alle vrouwen hun hoofd om. En dan kus ik hem vol op de mond. (schatert)

“Onze ideeën over het leven of relaties zijn ook min of meer hetzelfde. Wij zien elkaar niet op weekdagen, enkel in het weekend, omdat hij voor zijn werk in het buitenland verblijft. Dat vinden we allebei goed zo.”

Jullie zijn al elf jaar samen en hij is nog steeds de liefde van je leven, zeg je. Zou het apart wonen geen groot deel zijn van jullie succesformule?

“Iedereen zegt dat tegen mij. En dan denk ik: waarom doen jullie het zelf niet?”

Juist.

(lacht) “Ik denk omdat we hebben meegekregen dat het not done is om in aparte huizen te wonen. En dat je de nabijheid dan moet missen? Goh, in het begin, als je smoorverliefd bent, is dat wel zo, maar het evolueert. We horen elkaar ook elke dag. En in het weekend is het altijd feest want dan zijn we blij om elkaar te zien. Ik heb veel liever twee à drie intense dagen met mijn partner dan een hele week grijzigheid.

“Als je allebei veel werk en stress hebt, is het niet slecht om alleen te leven. Ik zou het vreselijk vinden dat er na een dag van twaalf uur werken iemand zit te wachten tot je ­eindelijk thuis bent en dan zijn sokken niet heeft ­opgeruimd. Het dagelijkse, praktische leven dat zo vaak de passie dooft, dat hebben wij niet. Heel even hebben we het doorgemaakt, tijdens de verbouwingen. En toen zeiden we tegen elkaar: schat, we gaan dit nooit meer doen, we zijn zoals die andere koppels aan het worden.”

Jani Kazaltzis: "Eens onschuldig fluiten of knipogen, dat kan toch ook gewoon fijn zijn?" Beeld Jef Boes

In de nasleep van #MeToo zeiden nogal wat ­heteroseksuele mannen dat ze nu niet meer weten hoe ze met vrouwen moeten omgaan. Heb je daar iets van gemerkt tijdens het maken van dit programma?

“Helemaal niet. Ik herinner me plots een uitspraak van Axelle Red. ‘Als mannen me nafluiten, denk ik: fluit maar, want binnenkort zal het niet meer gebeuren’, zei ze. Ik vond dat wel verfrissend. Zonder het grote belang van de #MeToo-beweging te onderschatten: misschien zijn ­sommige dingen ook niet seksistisch bedoeld en strelen ze gewoon je ego.”

Met het gevaar sommige mannen weer de gordijnen in te jagen: het hangt ervan af hoe er gefloten wordt en door wie.

“Daar heb je gelijk in. Je mag niemand mentaal kleineren. En je raakt uiteraard niemand zijn lichaam aan zonder akkoord. Maar zo eens onschuldig fluiten of knipogen, dat kan toch ook gewoon fijn zijn? Ach, het spel tussen mannen en vrouwen zal echt niet om zeep zijn door #MeToo. De meeste mannen zullen hun grenzen ook kennen, denk ik. Al lijken die grenzen me nu terecht wel scherpgesteld.”

Matchmakers is je eerste programma in een studio. Is dit nu het begin van de weg naar een rasechte ­talkshow?

“Ik heb altijd nee gezegd op de vraag om een talkshow te presenteren. En ik ben er nog altijd niet klaar voor. Maar ik ben wel gegroeid. En ik word ouder. Dan wil je al eens rustig in een zetel zitten om een babbeltje te doen met mensen.” (lacht)

Zou je bijvoorbeeld willen doen wat Lieven Van Gils doet?

“Ik vind Lieven goed in wat hij doet, maar bij mij zou het veel losser moeten zijn. Ik denk wel eens graag na over het leven en het hoeft niet allemaal oppervlakkig te zijn, maar ik hou enorm van tv maken waar je gewoon graag naar kijkt. Lekker relaxed, er is al genoeg miserie en diepgang op de televisie. Entertainment en gewoon een leuke avond aan de kijker ­bezorgen, dat zou bij mij centraal staan. Ook al omdat ik zelf geweldig graag naar zulke ­programma’s kijk.”

Wie zijn je grote voorbeelden?

“Alan Carr (ook bekend als Chatty Man, red.) en Paul de Leeuw. Ze amuseren zich, ze free­wheelen en hebben nooit een afgelijnde show. Goeie ­vragen stellen, is voor hen ook niet het belangrijkste. Ze laten dingen gebeuren in hun show. Dat wil ik ook.”

En zouden je gasten dan BV’s zijn?

“Dat kan, maar het aantal BV’s in ons land dat iets interessants te vertellen heeft, is niet heel groot. Het zijn altijd dezelfden die je op tv ziet. Bovendien zijn er heel veel erg interessante mensen die niet bekend zijn, maar wel een fantastisch verhaal ­hebben. Als ik bijvoorbeeld naar Iedereen beroemd kijk, denk ik soms: verdorie, als ik nu een talkshow had, zou ik die mens uitnodigen.”

Je carrière begon achter de schermen, als stylist van BV’s. Zelf op een podium staan wou je absoluut niet. En toch sta je de laatste jaren volop in de schijnwerpers.

“Meestal zagen de mensen rondom mij meer in mij dan ikzelf. Ik ben altijd zo onzeker geweest. Toen ze me de ­eerste keer voor een programma vroegen – voor De heren maken de man was dat – had ik gewoon geld nodig. Mijn relatie was net gedaan, ik had geen geld voor een eigen appartement en ik zou elke job hebben aangenomen. Vanaf dan ben ik blijkbaar blijven groeien. En ik ben tv maken heel leuk beginnen te vinden. Zes jaar geleden zou ik dit niet gezegd hebben, maar ik zou het zelfs erg vinden om nu weer achter de schermen te belanden.”

Tijdens ons eerste interview zei je: “Als de mensen mij beu worden, gaan we dimmen”. Dat lijkt nog niet het geval.

“Waarom denk je dat ik zo zenuwachtig ben voor de kijkcijfers van Matchmakers? Ik blijf daar wel voor oppassen. Ik ben meestal ook degene die tegen de zender zegt dat ik te veel op tv kom. Nu ben ik trouwens zes maanden niet op het scherm geweest, maar geen kat die het gemerkt heeft.” (lacht)

Met Zo man zo vrouw en All You Need Is Jani is hij een van de gezichten die VIJF mee op de kaart gezet hebben. Nu lijkt hij hetzelfde te moeten doen voor VIER. Eerder was er al Jani gaat, nu wordt ook Matchmakers op die zender uitgezonden. Toch zegt hij in elk interview dat hij VIJF altijd trouw zal blijven. Het is een van de redenen waarom er toch nog een elfde seizoen komt van Zo man zo vrouw. Had hij niet gezegd dat hij daarmee ging stoppen? Ja, lacht hij. “Ik zeg dat al sinds het derde seizoen. Ondertussen heb ik het opgegeven.” Een nieuw seizoen van Shopping Queens start dinsdag ook op VIJF, maar er zijn vooral plannen voor een nieuw programma op VIER, iets dat hij nog voor die talkshow gemaakt wil hebben.

Jani Kazaltzis: "Vroeger moest ik voor elk nieuw programma overgeven van de stress. Dat is nu wel voorbij." Beeld Jef Boes

“Ik heb het al met de zender besproken en we zijn volop bezig met nadenken en research. Het plan is om een ­programma te maken rond dat waarover we daarstraks hebben gepraat: jezelf zijn, ook al is dat anders dan de maatschappelijke norm. Het programma vertrekt van mezelf, en samen met een gast trek ik naar het buitenland om te kijken hoe ze daar omgaan met bijvoorbeeld ­homoseksualiteit, transseksuelen, polyamorie of mannen versus vrouwen. Zonder met het vingertje te wijzen, zou ik de dingen die we nog altijd abnormaal vinden, willen ­normaliseren door ze dichter bij de mensen te brengen.”

De vriend die zei dat jij de wereld mooier en beter wilt maken, heeft dus gelijk?

“Ik heb dat wel een beetje, ja. Pas op, ik wil geen wereld­verbeteraar zijn, want zulke mensen zeggen weer wat je wel en niet mag doen. Ik wil mensen gewoon wat meer voeling geven met wat ze niet kennen of waar ze bang voor zijn.

“Ik heb die drang altijd gehad. Als er vroeger iemand geplaagd werd op school, was ik degene die hem of haar verdedigde. Ook als ik er zelf klop door zou krijgen. Ik heb nooit tegen onrecht gekund.”

Jezelf kunnen zijn is erg belangrijk voor jou. Gaf het dan geen knak dat je ouders het moeilijk hadden toen je hen vertelde dat je homo was?

“Ik ben nooit kwaad geweest op hen. Ik wist dat ze van mij hielden. Dat hun reactie hun verwerkingsproces was. Nee, het heeft me geen knak gegeven. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd: ‘Jani, dit is wat je moet doen. Je doet niemand kwaad, dit is wie je bent, het is jouw leven.’ En het is ­allemaal heel erg goed gekomen tussen mij en mijn ouders.”

Is het dan toch iets wat je ouders hebben meegegeven, dat je je eigen leven moet leiden?

“Nee, mijn mama is net helemaal anders. Ze is een schat van een vrouw en ik heb haar heel hard nodig, maar zij heeft me altijd eerder bemoederd. Ze zei: waarom moet je het jezelf zo moeilijk maken, waarom moet je zoveel bereiken, ik hou van je zoals je bent. Goed bedoeld allemaal, maar het zorgde er wel voor dat ik net wilde ­losbreken en dingen proberen.

“Voor mijn ouders was mijn bekendheid in het begin ook helemaal niet fijn. Ze dachten dat het gedaan zou zijn na mijn eerste programma en dat ik in de goot zou ­eindigen. Het heeft me altijd veel kracht gegeven om te ­blijven werken. Ik wilde mijn ouders trots maken. Zeker in de eerste jaren zat dat altijd in mijn achterhoofd.

“Nog altijd speelt bevestiging bij mij een grote rol. Dat is iets waar ik nog van af moet. Eigenlijk zou ik nu moeten kunnen zeggen: ik heb Matchmakers gemaakt, ik heb er ­keihard mijn best voor gedaan en dat het nu uitgezonden wordt, is mijn beloning, niet de kijkcijfers of de recensies. Maar het is zo moeilijk.

“Toch gaat het al beter. Vroeger sliep ik drie weken niet voor elk nieuw programma werd uitgezonden. En moest ik overgeven van de stress. Nu hoop ik dat het beperkt blijft tot een slaapgebrek van enkele nachten, maar dat kotsemmertje zal ik toch weer naast mijn bed moeten zetten.” (lacht)

Met elk nieuw programma ga je wel verder en verder weg van het stylen.

“Ja, maar dat is ook wie ik ben. Als er iets goed is aan ouder worden, is het dat. De dingen worden duidelijk. Met ­mensen praten heeft me altijd geboeid. Blijkbaar heeft het stilletjes kunnen groeien en kan ik het nu volop omarmen.

“Je moet eerst kilometers doen, hebben ze mij altijd gezegd, voor je die andere dingen kunt maken. Ik denk dat ik daar stilletjes aan het geraken ben. Mijn kilometers heb ik gedaan. Nu kan ik mijn andere kant verbreden. (schatert) Zolang het mijn gat maar niet is dat verbreedt!”

Matchmakers, vanaf 14 april op VIER

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234