Maandag 25/05/2020

InterviewDe vragen van Proust

Jan Peumans: ‘Als je wint, komen de kontenkruipers, gatlikkers en slijmballen als vliegen op je af’

Jan Peumans: 'Ik heb spijt dat ik nooit koning of minister ben geworden.'Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zesentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: gewezen voorzitter van het Vlaams Parlement Jan Peumans (69). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Luister hier naar De vragen van Proust met Jan Peumans:

Hoe oud voelt u zich?

“Vijftig. Ik ben een vurig type en heb heel veel energie. Ik ben een beetje een ADHD’er. Als ze mij destijds hadden onderzocht op het PMS, was dat zeker de diagnose geweest. Ik moet wel zeggen dat ik alles wat rustiger aan doe dan vroeger, maar ik moet toch nog ergens een uitdaging hebben. Vandaar dat ik nu bezig ben aan een doctoraat in de geschiedenis. Ken je Drs P? (begint te zingen) ‘Heen en weer, heen en weer.’

“Ik had me voorgenomen: als ik op pensioen ga, ga ik een cursus koken volgen. Ga ik muziekles volgen. Ga ik een cursus Mac volgen. Maar ik volg niks, ik heb geen tijd, mijn dagen zitten vol.”

Bent u een goede vriend?

“Nu ga je verschieten van wat ik ga zeggen, maar echte vrienden heb ik niet. Ik realiseer me nu dat ik nooit eens denk van: die of die ga ik eens bellen. Wel begin ik weer contact te zoeken met mensen die vroeger met mij in Leuven of op het college hebben gezeten.

“Hoe dat komt? Ik denk dat het moeilijk is om vrienden te hebben als je in de politiek zit. Ik heb ook nooit tijd gehad voor vriendschap. Het Belang van Limburg heeft ooit een reeks gemaakt waarin ze vroegen: ‘Wie is uw beste vriend of vriendin?’ Weet je wie dat was bij mij? Mijn vrouw. Dat is nog altijd zo. Zij is mijn klankbord. Weet je hoelang ik haar al ken? We zijn 46 jaar getrouwd en we hebben vier jaar gevrijd, dus dat is vijftig jaar.

“In de loop van mijn carrière heeft ze wel een aantal keer gezegd: ‘Nu is het genoeg geweest, je bent veel te veel weg.’ Vooral toen mijn kinderen in de puberteit zaten. Maar toen het echt moeilijk ging, was ik er wel. Dan ga je toch even op de rem staan. De combinatie van een fulltime politieke carrière en een gezin is heel moeilijk. We hebben daar conflicten over gehad, dat geef ik toe. Maar toch is ze bij mij gebleven. En heel belangrijk: ik heb me van de vrouwen en de alcohol afgehouden, als je begrijpt wat ik bedoel. Macht erotiseert, hè. Maar ik heb altijd afstand gehouden. Anders kom je terecht in een straatje zonder einde.”

BIO

* geboren op 6 januari 1951 in Maastricht * voormalig N-VA-politicus l groeide op in een Vlaams-nationalistische familie in Belgisch-Limburg * studeerde af als licentiaat politieke en sociale wetenschappen * 1983-heden: gemeenteraadslid Riemst * 1991-2004: directeur marketing en strategie bij De Lijn *  1995-2006: burgemeester van Riemst * 2004-2019: Vlaams Parlementslid * 2007-2009: fractievoorzitter Vlaams Parlement * 2008-2009: ondervoorzitter N-VA * 2009-2019: voorzitter Vlaams Parlement * nu bezig aan een doctoraat over de geschiedenis van het Vlaams-nationalisme na WOII in Limburg bij Bruno De Wever * getrouwd, vader van vier kinderen

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Milderende koppigheid. (lacht) Ja, die eigenschap zwakt af als je ouder wordt. Ik ben een pitbull. Vastpakken en niet meer loslaten. Maar als je iets vastpakt, moet je weten wat je vastpakt, hoe je het vastpakt, waarom je het vastpakt, dat wel. Want ik ben nooit iemand geweest die zomaar wat uit de nek lult, ik moet altijd weten waarover het gaat.

“Een ander groot kenmerk van mij is flexibiliteit. Ik kan zowel een gesprek voeren met de koning als met de werkman aan de toog. Ik ben vijf keer van werk veranderd, ik heb verschillende posities bekleed, ik kan me makkelijk aanpassen.”

‘Een religieuze ervaring?! Godmiljaarjezus! Maar jongens. Nu moet ik echt nadenken. Volgens mij niet. Ik ben ook nooit misbruikt, want dat is ook een religieuze ervaring.’Beeld Stefaan Temmerman

‘Blijf in uw kot’, wat doet dat met u?

“Ik ben gepensioneerd, woon op het platteland en leef rustig. Ik volg een regelmaat van slapen, eten, wandelen, lezen, rusten en werken aan mijn doctoraat. Mijn leven speelt zich sowieso vooral af in mijn kot. En voorts ben ik gestopt met alle artikelen over corona te lezen.

“Natuurlijk voel ik mee met de zorgsector in de meest brede zin van het woord en denk ik vaak aan degenen die nu geen werk en vooral geen inkomen hebben. Gelukkig leven wij in een maatschappij die dit kan dragen. Maar hoe lang nog?

“In Het Belang van Limburg stonden onlangs 13 bladzijden doodsberichten. Merkwaardig dat een plattelandsprovincie, waar toch meer ruimte is, het zwaarst getroffen is. Vroeger in de geschiedenis sprak men van ‘het geval Limburg’. Nu blijkbaar weer.”

Wat is uw passie?

“Een mens heeft verschillende passies in zijn leven, hè. Als je jong bent vlieg je in de politiek, je sticht een gezin, je bouwt een huis, noem maar op. Maar nu is mijn passie op een evenwichtige manier gepensioneerd zijn. Ja, lach maar! Op zondagavond denk ik soms: morgen moet ik niet naar Brussel. Ik hoef niet in de file te zitten.

“Ik zit graag thuis. Ik ga voor het raam zitten en bestudeer de vogeltjes. Of ik ga wandelen met mijn vrouw. Of ik werk aan mijn doctoraat. Op mijn doodsbrief wil ik kunnen vermelden dat ik doctor in de geschiedenis ben. Naast nog twintig andere eretitels. En dan wil ik een obelisk op mijn graf. (lacht)

Is het leven voor u een cadeau?

“Ik moet zeggen dat ik tot nog toe veel geluk heb gehad en heel weinig tegenslag. Mijn vrouw en ik zijn van ziektes gespaard gebleven. Onze oudste zoon heeft vier keer een psychose gehad. De eerste keer schrik je natuurlijk, ik heb toen ook geweend, dat herinner ik me nog. We wisten niet wat ons overkwam.

“Maar nu gaat het goed met hem. Hij woont bij ons in het dorp, hij is getrouwd, hij heeft een zoon. Hij is nu zelf vrijwilliger in een psychiatrisch ziekenhuis. We zeggen dikwijls tegen elkaar dat we eigenlijk geluk hebben met onze vier kinderen. We hebben ook een heel goede verstandhouding met onze kleinkinderen. Ik ken gezinnen waar het anders uitdraait.

“De mooiste periode in mijn leven? Toen we jong waren. Toen we die kindertjes kregen en een nieuw huis betrokken waar ik zelf als handlanger aan gewerkt had, van de kelder tot het dak.”

‘Echte vrienden heb ik niet. Ik realiseer me nu dat ik nooit eens denk van: die of die ga ik eens bellen.'Beeld Stefaan Temmerman

Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“8,5. Hoog, hè? Ik voel me gezond. Ik voel me 100 procent productief. En ik slaap meer dan vroeger.”

Welke kleine gebeurtenis kan u blij maken?

(tikt met vingers op tafel) “Het landschap achter mijn huis als het gevroren heeft en helemaal wit is, of als ik eekhoorntjes zie huppelen in de bomen, of een valk zie vliegen.”

Wat is uw zwakte?

“Ongeduldig zijn als mijn vrouw iets vertelt. Ik ben vaak met drie dingen tegelijk bezig. 

“En altijd maar grommelen en brommelen, dat is misschien nog mijn grootste zwakte. Steve Stevaert zei ooit: ‘Ik snap niet dat zo’n brombeer gelijk gij zoveel stemmen haalt.’ Mensen vinden dat blijkbaar sympathiek. (lacht) Maar aangenaam is anders hè.”

Waar hebt u spijt van?

“Ten eerste dat ik in 1987 normaal gezien naar het federaal parlement was gegaan, maar mijn plaats heb moeten afstaan aan een vrouw. Dat vond ik een onheuse behandeling.

“Ten tweede dat ik nooit koning geworden ben of minister. (lacht) Ik herinner me dat ik er als klein manneke van droomde om minister te worden. Dat is er niet van gekomen. Heb ik daar spijt van? Ja. Niet onnozel doen. Maar aangezien ik altijd een hevige verdediger van het parlementaire systeem ben geweest, dacht ik: allee Peumans, niet zagen, niet klagen, je krijgt hier een fantastische job. Als voorzitter van het Parlement, eerste burger van Vlaanderen.

“En ten derde dat ik Pol & Soc gestudeerd heb. Dat is geen studie, dat is bezigheidstherapie. Dat was een grote stommiteit, ik had geschiedenis moeten kiezen.

“Maar als je spijt blijft hebben van je spijt, dan wordt het spijtig. Ik bedoel: dat heeft ook geen zin. Vandaar dat brommelen, dat is ook een antimaagzweersysteem. Als er iets op je lever ligt en je brommelt en grommelt, dan ben je het kwijt.”

‘Dat brommelen, dat is ook een antimaagzweersysteem. Als er iets op je lever ligt en je brommelt en grommelt, dan ben je het kwijt.’Beeld Stefaan Temmerman

Wat is uw grootste angst?

“Kanker krijgen of een hartinfarct.”

Hoe zou u willen sterven?

“In mijn slaap, zonder pijn. Jullie zijn precies twee therapeuten zeg!

“Mijn vrouw en ik, we hebben ons allebei voorgenomen om 100 te worden. Ons ma is bijna 100 geworden, ons pa bijna 89, ik heb een tante van 105, twee tantes van 97, mijn grootouders van vaderskant waren allebei hoog in de tachtig, mijn overgrootvader die lang burgemeester is geweest van het dorp waar ik nu woon was 93. En als je een foto van hem bekijkt: hij was ook 1,68 meter. Zoals ik. En hij had dezelfde wallen onder zijn ogen als ik. Genetisch gezien ziet het er dus goed uit.

“Mijn laatste avondmaal? Iets met tomaten. Ik ben een tomatenliefhebber. En tomaten zijn goed voor wat weet ik allemaal. Er mag ook een glas rode wijn bij.

“Of ik zelf kan koken? Ik kook nooit. Of ik een ei kan bakken? Dat lukt nog net. En aardappelen schillen kan ik ook. Ik ben ooit kookouder geweest bij de scouts.”

Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Voor ik de pijp aan Maarten geef? Weet ik niet. Want ik ga ervan uit dat ik 100 word. Dat is een vraag waar ik helemaal niet mee bezig ben.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik kon vroeger wel heftig tekeergaan en kwaad worden, maar niet in de zin dat ik mij schaamde en mensen nooit meer onder ogen durfde te komen.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Het laatst heb ik gehuild bij de begrafenis van mijn moeder, vijf jaar geleden. Maar dat was ook wel een heel aandoenlijke plechtigheid. Mijn kleindochter had een tekst voor haar geschreven. Dat was best emotioneel.

“Ik had een goede band met mijn moeder. Op het einde van haar leven zat ze in een woon-zorgcentrum. Tussen alle drukke bezigheden door ging ik haar bezoeken en gingen we samen op stap in de streek. Dan gingen we een hapje eten of gingen we naar Heppeneert bij Maaseik. Daar liggen al de paters begraven van wie ik les heb gekregen. Dan ging ik al die graven bestuderen terwijl mijn ma binnen aan het bidden was. Mijn moeder was een flinke vrouw maar in één keer was ze weg. Ik denk nog vaak aan haar.”

Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn vader was gewestelijk ontvanger, die voor de rest veel met lokale geschiedenis bezig was, en mijn moeder deed het huishouden. Ik had een goeie band met hen, maar je moet dat in de tijdgeest zien. Als tiener heb ik negen jaar op internaat gezeten. Ik heb toen menig keer gehuild. Zo alleen, 40 kilometer van huis, met je kofferke op je chambretteke, je moet je dat eens voorstellen! Telkens drie weken weg.

“Ook mijn broers en zussen zaten op internaat. Dat had voor een stuk te maken met de verhoudingen in het dorp. Mijn vader heeft nooit gecollaboreerd, maar zijn broer was tijdens de oorlog gewestleider van het VNV. Te midden van zijn leerlingen hebben ze hem doodgeschoten. Dat zwart-en-wit-verhaal heeft mijn familie veel parten gespeeld.

“We waren met zeven kinderen thuis, ik was de zesde. Vrijgevochten. Als jongste zoon heb je een andere relatie met je ouders dan de ouderen. Je bent niet meer het proefkonijn, je mag veel meer. Ik ben de enige die naar de universiteit is gegaan, bijvoorbeeld. Eigenlijk wilde ik toneel- of filmregisseur worden, maar dat mocht niet. Ik had zelf als snaak van 15, 16 jaar een paar toneelstukken geregisseerd op het college. Dat vond ik eigenlijk wel leuk. Maar mijn ouders zagen dat niet zitten want dat was een decadent milieu en ik zou nooit werk vinden. Dus lieten ze mij naar de universiteit gaan.”

‘Eigenlijk wilde ik filmregisseur worden, maar dat mocht niet van thuis.'Beeld Stefaan Temmerman

Welk boek zou u iedereen aanraden?

“Boek? Pff. Eens kijken. Ik lees heel weinig romans, ik verkies non-fictie. Het laatste non-fictieboek dat ik gelezen heb is De schaduw van het interbellum van professor Emmanuel Gerard. Heel interessant boek, heel vlot geschreven. Sommigen beweren dat onze jaren nu vergelijkbaar zijn met de jaren dertig, maar dat is dikke quatsch. Die kennen hun geschiedenis niet. Internationaal gezien was dat een heel andere periode. Je had toen echt fascistische toestanden met Mussolini en Hitler. En ook hier met de Nieuwe Orde. Nu lopen er ook nog van die zotten rond, maar de situatie is totaal niet vergelijkbaar.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

(bulderlach) “Ja, de Maagd Maria is vier keer voor mij verschenen, maar ik heb er nooit over gerept, want anders krijg je een bedevaartsoord, hè.

“Een religieuze ervaring?! (tikt met vingers op tafel, blaast) Godmiljaarjezus! Maar jongens. Nu moet ik echt nadenken. Volgens mij niet. Ik ben ook nooit misbruikt, want dat is ook een religieuze ervaring. Wie met z’n fikken aan mij kwam, ging het wel geweten hebben. Dus neen, het antwoord daarop is neen.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Heel goed. Ik ben een wandelaar, ik kan nog makkelijk 20 kilometer wandelen zonder enig probleem. Ik fiets elke morgen een halfuur op de hometrainer. Als ik mij moet verplaatsen ga ik met de fiets, gezellig, terwijl anderen in de auto springen. Of ik rijd met de fiets naar het station om de trein te nemen.

“Maar ik ben niet iemand die gaat joggen. In het parlement heb ik even aan fitness gedaan, maar daar kreeg ik stress van. Douchen, je haasten om op tijd te zijn, nee. Niets voor mij.”

‘De combinatie van een fulltime politieke carrière en een gezin is heel moeilijk. Mijn vrouw en ik hebben daar conflicten over gehad, dat geef ik toe.'Beeld Stefaan Temmerman

Wat vindt u erotisch?

(lacht) “Dat vind ik altijd een heel moeilijke vraag. Alles wat met seks te maken had, was in onze collegetijd onbespreekbaar. Ik denk dat wij pas wisten hoe de kindertjes gemaakt werden toen we al in het eerste middelbaar zaten. Er werd over seksualiteit heel geheimzinnig gedaan, en dat draag je mee.

“Dus, ja, erotisch, wat is erotisch? Een schoon vrouwelijk lichaam. Een mannelijk lichaam, daar kijk ik minder naar, dat zul je wel begrijpen. Maar heel dat pornogebeuren vind ik dikke commer­ciële boel. Waar halen ze het? Ik zal niet zeggen dat het dierlijk is, maar het is toch niet bepaald erotisch.”

Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Het toeval wil dat we samen met een aantal klasgenoten een reünie aan het voorbereiden zijn. En daarstraks toen we elkaar zagen kwam het nog ter sprake. Vroeger maakten de meisjes van de ursulinen blijkbaar een dagboek, waar ik ook in sta met gedichten en liefdesbrieven.

“Toen ik op het college zat was ik lid van de missieclub. We verkochten snoep en koekjes en sigaretten en de opbrengst ervan ging naar de missies. Ik was de aankoopverantwoordelijke. Het voordeel daarvan was dat ik de stad in mocht om bestellingen te doen. En zo ben ik voor het eerst verliefd geworden op een meisje van de ursulinen.

“Nu goed, verliefd is een groot woord, want wanneer zagen wij een meisje? Je zat drie weken opgesloten en mocht onder begeleiding van een pater eens gaan wandelen. Je mocht er van ver eens naar kijken, van contact was gewoon geen sprake.

“Mijn eerste échte liefde is mijn vrouw geworden. Voor de rest heb ik nooit met andere vrouwen seksuele contacten gehad. Ik ben hier nu mijn hele intieme leven aan het blootleggen, zeg.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Mijn goorste fantasie? Mocht er een smeerlap aan mijn kleinkinderen zitten, zou het kot te klein zijn. Ik zou hem de vier hoeken van de kamer laten zien.”

Hoe definieert u liefde?

(lacht) “Ik heb mezelf toch iets aangedaan, hè. Hoe definieer ik liefde? Elkaars zwakheden kennen en daar rekening mee houden. Een evenwicht vinden tussen krijgen en geven. En elkaars territorium respecteren. Pas op, ik heb in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt, en dat laatste is heel belangrijk. De keuken is het territorium van mijn vrouw en dat respecteer ik. En mijn territorium is mijn bureau. Blijf van mijn boeken af! Binnen de relatief kleine omgeving waarin je leeft, moet je een plaats hebben waar je je kunt terugtrekken.

“Wat ik bewonder in mijn vrouw? Het geduld dat ze met mij heeft gehad. En haar doorzettingsvermogen. Want uiteindelijk moet je het toch maar doen om met zo’n gek getrouwd te blijven.”

‘Op mijn doodsbrief wil ik kunnen vermelden dat ik doctor in de geschiedenis ben. Naast nog twintig andere eretitels. En dan wil ik een obelisk op mijn graf.'Beeld Stefaan Temmerman

Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Doe je dat nog op deze leeftijd? Moeilijke vraag, zeg. Ik zie het niet.”

Is de mensheid op de goede of slechte weg?

“Pffffff. (lacht) Wat is de mensheid? Ik denk dat heel veel mensen op de goede weg zijn, en een aantal op de slechte weg en het zijn degenen die op de slechte weg zijn die de meeste aandacht krijgen van de mensen die op de goede weg zijn. Wat een filosofisch antwoord zeg. (lacht)

Welke gebeurtenis uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Waarom Jan Peumans geen minister werd. (lacht) Een tragikomedie in drie bedrijven. Met in de hoofdrollen Philippe Muyters, Jan Peumans en Bart De Wever. En dan eens goed inzoomen op enkele gezichten in de partij die zo blij waren dat ik geen minister werd! Want pas op, ik ben geoefend in het observeren. Mijn vrouw zegt: ‘Gij hebt ogen gelijk een vlieg.’ Je moet weten: je grootste tegenstanders zitten niet bij de andere partijen, maar in je eigen partij. Dat is de gouden regel van tante Kaat.

“Als je bij de winnaars hoort komen de kontenkruipers, de gatlikkers en de slijmballen als vliegen op je af, als je verliest verdwijnen ze als dieven in de nacht. Zodra je geen belangrijke rol meer speelt kennen ze je niet meer.”

Hoe zou de titel luiden van uw biografie?

“Die bestaat al: Een zachte anarchist, geschreven door mijn zoon Wim. Ongecensureerd.

“Daarvoor heeft hij dertig interviews met mij afgenomen en tachtig mensen geïnterviewd. Alleen de feitelijke fouten heb ik er uitgehaald, met de rest mocht ik me niet bemoeien.

“Of hij ook mijn vrouw geïnterviewd heeft? Neen. Het gaat vooral over mijn politieke leven. Maar die bladzijde is nu omgedraaid. Fwiet. Vandaag grote Jan, morgen kleine Jan. Schoon toch? Je moet jezelf kunnen relativeren, hè.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234