Zaterdag 25/05/2019

interview

Jan Paternoster: “Veganisten zijn toch een beetje de terroristen van de eetcultuur”

Jan Paternoster. Beeld Charlie de Keersmaecker

Als Jan Paternoster tegenwoordig met een brede glimlach in de straten van Brussel wordt gesignaleerd, is dat géén slecht bedachte promostunt voor Tattooed Smiles, de nieuwe plaat van Black Box Revelation. De drie AB-concerten die de groep volgende week speelt, zitten er voor iets tussen, maar vooral zijn relatie met StuBru-coryfee Eva De Roo. “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.”

‘Elvis is met vakantie, ik zit bij Santana aan de overkant.’ Hoe rock-’n-roll kan een sms zijn? Ik stuur het op een maandag­ochtend naar Jan Paternoster, die wilde afspreken in ­sandwichbar Elvis aan het Brusselse Rouppeplein, “omdat je daar kan ontbijten”. Het is tien uur, maar de bar blijkt dicht, dus heb ik me achter een filterkoffie genesteld in Santana, een lawaaierige bruine kroeg aan de overkant waar ze geen Carlos Santana, maar Gary Moore draaien. Als Paternoster dat café letterlijk komt binnengewaaid, is hij volledig uitgeregend door een stortbui. Bovendien blijkt hij zodanig uitgehongerd dat hij eerst nog twee croissants gaat halen.

“Ik kom net van mijn personal coach. Ik wil verdikken, mijn BMI optrekken. (
lacht) Twee jaar geleden was ik al eens bij hem langs geweest, in het kader van Kom Op Tegen Kanker, waar ik peter van was. Maar nu is het serieuzer, met gewichten. Mijn BMI zit dus tegen de ondergrens. Het moet niet per se hè, breder en zwaarder worden, maar ik wil dat zelf. Ik ben altijd overal de magerste, en ik dacht: daar moet nu maar eens verandering in komen, ik ga eens wat meer voor mijn lijf zorgen.”

Train je ook met die drie AB-concerten in het vooruitzicht, en de daaraan vasthangende tournee?

“Toch wel. Ik wil niet dat het publiek tijdens de concerten denkt: Tiens, met de vorige plaat heb ik ze toch al beter gezien. Dan kan je er evengoed mee ophouden. Ik wil dat ze omvergeblazen worden. Ik beschouw mezelf op dat vlak als een voetballer die traint voor de Champions League. Op deze tournee willen Dries (Van Dijck, drummer, red.) en ik onze beste zelf ooit zijn. Ik denk niet dat we er ooit al zo op gebrand waren om zo’n goeie, strakke liveshow te spelen. Vroeger had ik de laatste twintig minuten van een concert soms niks meer in mijn longen zitten, door zo hard te gaan.”

Concerten geven als topsport. En de flessen alcohol mogen pas erna open?

“Voor een concert twee, drie pinten drinken, dat kan nog wel. Of een whisky vlak voordat je op moet, dat brengt je nog méér in the mood. Maar tijdens ons slechtste concert ooit waren we zat. Dat was helemaal in het begin, toen we 18 waren. In Aartselaar. Mensenlief, wat een slecht concert. We waren meteen in de pinten gevlogen om vervolgens heel het concert lang kwaad naar elkaar te kijken: ‘Gij zijt hier echt keislecht aan het spelen’. Sindsdien weten we: liever nuchter spelen en erna dubbel zoveel redenen hebben om wél te drinken.”

Black Box Revelation viel op in Humo’s Rock Rally van 2006, al van in de preselecties: twee slungelige pubers die in navolging van The White Stripes voor een rudimentaire tweemansbezetting hadden gekozen. In de finale sleepten ze de zilveren medaille in de wacht, maar intussen overstegen ze moeiteloos de winnaar, The Hickey Underworld. Op het BBR-palmares prijken tours door de VS, hoofdpodia op onze festivals en intussen ook vijf platen. En ging het aanvankelijk nog om in garagerock gesausde jeugdige branie, op Tattooed Smiles mochten de strijkers van stal en was er ook plaats voor diepgang. In songs als ‘Lazy St.’ en ‘Mama, Call Me Please’ vragen de hoofdpersonages zich af of ze wel de juiste keuzes gemaakt hebben in hun leven.

Eén levenskeuze die Paternoster zelf volop verdedigt, is wonen in Brussel. “Ik ben opgegroeid in Dilbeek, in de Brusselse rand. Ik woon hier nu alweer vijf jaar, daarvoor heb ik drie jaar in Antwerpen gewoond.”

Onder je tattoos is zelfs een eerbetoon aan Brussel.

(ontbloot de schouder waarop een kruis met ‘BXL’ is getatoeëerd, ontbloot erna nog wat meer van die schouder) “En dat skelet ernaast heb ik zelf eens getekend. Om dat morbide beeld wat tegenwicht te bieden, heb ik op mijn andere schouder (ontbloot rechterschouder) een blote vrouw laten zetten – de vreugde van het leven. (lacht)

“Al die tattoos zijn een jaar of vier geleden gezet, ergens op een zolder, niet in een professionele tattooshop.

“Maar die ‘BXL’: Brussel tot de dood, hè.”

Grote liefde dus tussen jou en Brussel, maar ook ergernis, soms?

“Ja. Liefde omdat alles hier kan. Neem nu de foto’s bij dit interview. Charlie en ik zijn gewoon gaan aanbellen bij een mooi oud gebouw niet ver van mijn appartement. Ik weet niet welke diensten er allemaal zitten, maar ik zag in ieder geval een plaatje met ‘Oorlogsslachtoffers’ op een van de deurbellen staan. Ik weet ook niet of er veel oorlogsslacht­offers in België zijn, alleszins, ze kunnen daar terecht, in dat prachtige gebouw. Wij belden aan, en hup, we mochten ­zonder probleem binnen om foto’s te maken. Uiteindelijk zijn we helemaal tot op het dak gekropen. Charlie zei nog: ‘In Antwerpen moet je zoiets niet proberen’.

“Maar die ongecontroleerdheid die zoveel mogelijk maakt, komt vaak voort uit wanbeleid, en dat is de ­negatieve kant. Er is veel potentieel in de stad, maar het ­slabakt hier ook zo vaak, door slechte communicatie.”

Je groeide op in Dilbeek, een gemeente vol bordjes met de slogan ‘Waar Vlamingen thuis zijn’. Was dat niet beklemmend?

“Integendeel. Die hingen daar al van toen ik geboren ben. In Dilbeek is er nu wel een N-VA-burgemeester, maar toen ik daar onlangs rondliep, vond ik die gemeente allesbehalve ‘Vlaams’. Een fuif van de jeugdclub vroeger: je kon je in heel Vlaams-Brabant geen gemengder publiek voorstellen. De jongeren waren van alle origines, je hoorde Nederlands en Frans door elkaar.”

Heb je broers of zussen? En hebben die je muzikaal gevormd?

“Twee broers. Eén die twee jaar jonger is, één zeven jaar ouder. Omdat die ene broer zoveel ouder was – we hebben een andere biologische vader – had ik iemand naar wie ik heel erg kon opkijken, en omdat ik dan ook nog een kleinere broer had, voelde ik me voor hem ook een beetje een oudere broer. Guano Apes, Dog Eat Dog, Clawfinger: mijn kleine broer en ik stonden daarop te pogoën op ons bed.

“Op mijn 13de was ik voor het eerst op Pukkelpop, met mijn pa en jongere broer. We gingen toen voor de punkgroepen op de skate­stage. Het grappige is: jaren later zagen we dat Black Rebel Motorcycle Club daar toen ook had gespeeld, en The Black Keys, groepen die zeer belangrijk waren voor Black Box Revelation. De vonk voor die muziek is pas gekomen toen ik met een vriend The Kills op Pukkelpop zag. We werden echt naar dat podium gezogen. Nog later zag ik The Datsuns op Pukkelpop: ze speelden solo’s in elkaars nek, gooiden de micro kapot. Oké, dacht ik, ik ga ook gitaar spelen.” (bijt in één van zijn croissants)

Jan Paternoster: “‘Veganisten, zeker als ze bio eten, zijn in mijn ogen toch een beetje de terroristen van de eetcultuur.” Beeld Charlie de Keersmaecker

Hoort er eigenlijk geen aangepaste voeding bij je trainingsprogramma?

“Mijn personal coach zegt: ‘Zo veel mogelijk Kentucky Fried Chicken’. (lacht) Bij wijze van spreken, hè: dierlijke vetten. Maar ik ben vegetariër. ‘t Is te zeggen, thuis, op restaurant neem ik altijd vlees of vis. Ik vind dat het beste van twee werelden. Ik heb het ooit twee weken volgehouden om veganistisch te eten. Veganisten, zeker als ze bio eten, zijn in mijn ogen toch een beetje de terroristen van de eetcultuur. Het is niet mijn bedoeling om mensen te schofferen, maar je moet géld hebben om veganistisch en bio te eten. Want al die biogroenten zijn duur én je moet echt ­keiveel boerenkool eten om je fit te voelen. Wie niet genoeg geld heeft, moet er niet eens aan beginnen.”

Maar jij hebt wél genoeg geld, toch?

“Ik geef toe: ik vond veganisme gewoon niet plezant. Je leeft maar één keer. Waarom zou je dan inboeten op alles? Je kan dan beter in het klooster gaan, daar krijg je tenminste nog kaas – zelfgemaakte, lokale én dus verantwoorde abdijkaas.

“Iedereen bepaalt zelf wat hij of zij wil doen voor de wereld. Het is allemaal al moeilijk genoeg.”

Je hebt het over de – misschien niet eens zo onproductieve – morele druk die er heerst door de klimaatmarsen, maar nog meer door de kritiek erop: ‘Wat doen al die protesteerders nu concreet om milieuvriendelijker te leven?’

“Ik liep mee met de eerste grote klimaatmars met een bordje rond mijn nek: de slogan ‘Weer een auto minder’ had ik veranderd in ‘Weer een vliegtuig minder’. Meteen commentaar: ‘Hoe ga je dan op tour naar Amerika? Met de fiets ofwa?’ Tuurlijk niet. Ik wil ook minder het vliegtuig nemen. Maak die vliegtickets veel duurder, en iedereen neemt sowieso ­ minder het vliegtuig. Ik wil de verantwoordelijkheid niet bij iemand anders leggen, maar er is iets stevig mis als je voor maar 100 euro naar Lissabon kan vliegen.

“Glastonbury mijdt nu alle plastic flesjes. Dan vraag ik me af: wat zullen Pukkelpop en Werchter doen? Nemen ze geen maatregelen omdat Coca-Cola en consorten veel geld ­betalen om toch maar al die plastic flesjes met hun logo op de wei te hebben? De festivals zullen volgens mij niet ­ecologischer worden als dat betekent dat ze er minder aan zullen verdienen. Ze hebben zelfs nog geen herbruikbare bekers op Werchter – dat is toch niet normaal?”

Geef eens concrete voorbeelden van wat je zelf probeert.

“Eva en ik willen proberen om op maandag geen plastic ­verpakkingen te gebruiken. Ik kies al een tijd voor zeep ­zonder verpakking: een ouderwets blok.

“Volgende week doe ik ook mijn auto weg. Een oude ­diesel met een ijzersterke motor, hij ging maar niet kapot. (lacht) Het is wel een breinbreker. In de stad doe ik alles met de fiets, maar je kan als muzikant moeilijk ergens aankomen met je instrumenten op je fiets. Hoe geraak ik thuis na een concert? We hebben een Cambio-abonnement, maar daar kan je niet eens vier dagen mee weg... Ik probeer het nu allemaal te organiseren.

“Ik ben ook veel minder gehecht aan spullen. Er was een tijd dat ik geen rommelmarkt voorbij kon wandelen, of ik nam iets mee. Maar ik heb keiveel gerief weggedaan. Mochten Eva en ik verhuizen, dan hebben we enkel platen, boeken, planten, kleren, keukenspullen en mijn muziek­studio te verschepen.

“Ik heb lang gedacht dat het een luxe was om veel dingen te hebben, maar ik voel me vrijer met minder spullen. Misschien dat tekenaars en schilders wél graag omringd zijn door boeken en oude magazines, maar voor mij is dat niet nodig.”

Al is er wel een ambitie bij je om te leren schilderen, zoals bleek uit een recent interview met Humo. Waar komt die vandaan?

“James Ensor is voor mij een groter idool dan Iggy Pop. Dat komt omdat wij op school een heel goeie lerares esthetica hadden. Onlangs had ik het nog over haar met een maat uit de humaniora: ‘Die lerares heeft ons Basquiat leren kennen’. Die maat is mulat, dus dat was voor hem een wereld die openging, dat er ook zwarte artiesten zijn. Die lerares raakte ons gewoon, ze leerde ons ook Cy Twombly en James Ensor kennen. Anderhalf jaar geleden was ik in het MoMa in New York. Daar hangt een Ensor en ik vond dat oprecht het beste werk van heel het MoMa. Altijd die verborgen personages, die grens aftasten tussen waanzin en genialiteit, en in een hoekje ontdek je dan wéér een of ander duivels tafereel...

“Voor ik mijn appartement had verbouwd, beleefde ik af en toe een uitbarsting van schilderdrang. Ik weet nog dat mijn grootvader eens op bezoek kwam, en opmerkte: ‘Mooie tegelvloer, maar waarom hangt die vol verf?’ (lacht) Ik gebruik het feit dat ik nog geen atelier heb nu als excuus om niet te schilderen. Het is ook alweer even geleden, maar ik ging vroeger vaak met de motor rijden, samen met Arne Quinze (Gents conceptueel kunstenaar, red.) ‘Kom schilderen in mijn atelier,’ zei hij me eens, ‘alles is daar.’ Maar dat legt de lat dan weer té hoog. Daarom heb ik nu een app gedownload, Pocket, om te leren schilderen op mijn gsm, zeer laagdrempelig.”

En die motor: moet die weg of mag die blijven?

“Ik heb een oude BMW. Ik heb er eigenlijk zelfs twee. En ik denk eraan om ze ook weg te doen. Anderzijds: ik rijd er niet veel mee, en het zijn en blijven grave bakken. Nee, die hou ik nog even.”

Je sprak daarnet over je grootvader. Je bent tijdens het schrijven van Tattooed Smiles je drie resterende grootouders verloren.

“Ja, twee grootvaders en één grootmoeder, ze zijn alle drie op één jaar tijd gestorven. Van ouderdom, ze schommelden allemaal rond de 90. Mijn ene paar grootouders woonde hier aan de basiliek van Koekelberg. Ook daarom die tatoeage van dat kruis met ‘BXL’, want als kind keek ik bij mijn grootouders altijd op dat grote neonkruis dat op de basiliek staat.

“Mijn beide grootouders hebben hun 60ste huwelijks­jubileum mogen vieren. Dat is toch mooi. Ze hebben me het geloof in de echte liefde meegegeven, dat je als koppel voor altijd bij elkaar kan blijven, dat dat wél kan.”

Waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Ze kwam al een paar keer spontaan ter sprake tijdens dit interview: StuBru-boegbeeld Eva De Roo, met wie Paternoster zich onlangs verloofde. ‘Nothing I want more than the thrill / Of the pain of the print of your teeth on my skin / I’d travel the miles for those tattooed smiles / I’d tell all my friends: Baby (...) I’m a happily suffering man’ zingt hij in de titeltrack van Tattooed Smiles. En telkens wanneer hij het over haar heeft, lichten zijn ogen merkbaar op. De rocker is altijd al een romantische ziel geweest, hij liet ooit zelfs optekenen dat hij met volle overgave ‘een slaaf van de liefde is’. Maar deze keer is het anders, beklemtoont hij.

Black Box Revelation op Rock Werchter in 2016. Beeld Alex Vanhee

Wat is er zo anders aan deze relatie dan aan voorgaande relaties?

“Dat ik echt geen geheimen heb voor Eva. Ze weet alles over me en ik ervaar dat als de ultieme vrijheid. Ik denk dat ik in vorige relaties te veel van mezelf heb gegeven, maar niet op de juiste manier, enkel en alleen om te pleasen. Nu kan ik 100 procent mezelf zijn. Dat vindt Eva ook zo plezant in onze relatie.

“Pas op hè, ik ben nog steeds graag die slaaf van de liefde, ik heb altijd heel graag die eerste roes van de verliefdheid ervaren. Maar tegenwoordig ben ik ook een meester – als slaaf doe je alleen wat je moet doen, en er is totaal geen moeten in onze relatie.”

Iedereen die het WK gevolgd heeft, herinnert zich Eva De Roo die als een uitzinnige tekeergaat op het Werchter-podium, na de overwinning van de Belgen op Brazilië. Ik kon alleen maar denken: is ze thuis ook zo?

(lacht) “Dat vind ik zo prachtig aan Eva: of het nu voor de radio is of op tv, ze is overal zichzelf.”

Je vroeg Eva ten huwelijk tijdens een weekendje Londen. Hoe serieus had je dat aanzoek voorbereid?

“Ik had toch een ring laten maken, als je dat bedoelt. En ik vond dat ook megagraaf, zo’n ring laten maken. En meteen sloeg al de onzekerheid toe: zal ze hem wel mooi vinden? Maar het is het beste wat ik ooit heb gedaan. Omdat ik me nooit eerder in mijn leven zo kwetsbaar had gevoeld. Daar zit dan de vrouw die je het allerliefste ziet. En je weet wel dat ze dat ook wil, trouwen, maar stel dat ze toch níét wil? Dat huwelijksaanzoek haalde me compleet uit mijn comfortzone, ook al ging het over de persoon bij wie ik me het meest comfortabel voel. Ik denk ook wel dat ik altijd heb willen trouwen.”

Horen er ook kinderen, ooit misschien zelfs kleinkinderen, in dat toekomstbeeld?

“Het is ook niet dat het allemaal van huisje-tuintje-boompje-beestje moet, het moet niet allemaal in een bepaalde volgorde, maar ik wil wel graag kinderen, ja. En Eva ook.”

Er lijkt niet veel meer over te schieten van de existentiële crisis die je beleefde toen je de plaat schreef. Die crisis bleek toch uit een song als ‘Mama, Call Me Please’: ‘So many dreams are shattered / For things that didn’t matter / No way to turn the tides’.

“Ik heb het dit weekend nog gezegd tegen Eva: ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Van nature ben ik een enorme piekeraar. Mijn ma zei dan vroeger: ‘Ga wat gitaar gaan spelen’. Het voorbije jaar, toen we de plaat maakten, heb ik misschien wat te veel in mijn hoofd gezeten. Ik keek terug op de eerste tien jaar van Black Box Revelation. Had ik dit wel juist gedaan? Had het niet beter gekund?

“Maar sinds een paar weken heb ik dat losgelaten. Omdat de plaat af is, het is eruit. En misschien ook door al dat ­sporten. Met je lijf bezig zijn, tijd voor jezelf maken, dat maakt je mentaal sterker.”

‘Rock is dood’ beweren kenners allerhande intussen wel. Zie je jezelf over een jaar of dertig, veertig nog rocken voor je kleinkinderen?

“Onze Franse boeker zei ons vlakaf: ‘Rock est mort. Niemand wil nog rock horen.’ Maar uiteindelijk, in Frankrijk is er nooit gerockt, hè. (lacht) Komaan, de Fransen kennen nu toch eens niets van rock? Misschien moet ik het dus niet van hem aannemen. En wat is rock? Wij spelen muziek met gitaren, maar is dat daarom rock? Echt harde rock, met van die showbalgitaristen, vind ik zelf ook niet goed.

“Ik ga in ieder geval nooit stoppen met muziek maken. Al was het evengoed wat griezelig toen we op tour waren met Seasick Steve: dan zagen we iedere avond dezelfde set-up op het podium als de onze, maar dan mét een stoel erbij. ‘Ai, dat zijn wij binnen dertig jaar’, dacht ik dan. En toch: hoe graaf moet dat niet zijn, om als een ouwe bompa voor je ­kleinkinderen te kunnen spelen?”

Black Box Revelation speelt op 14, 15 en 16 maart in de Ancienne Belgique. De eerste twee concerten zijn uitverkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.