Woensdag 26/06/2019

Interview

Jan Jaap van der Wal: "Ik ga er altijd van uit dat het wel zal lukken. Soms knal je dan met je kop tegen de muur"

Beeld Joris Casaer / Tom Borremans

Je moet maar het lef hebben. In de voetsporen van Otto-Jan Ham het vlaggenschip De ideale wereld gaan presenteren. Branie heeft comedian Jan Jaap van der Wal (38) genoeg. "Door mijn uiterlijk val ik sowieso op. Daar heb ik dan maar mijn handelsmerk van gemaakt."

Who the fuck is Jan Jaap van der Wal?”, tweette VRT-coryfee Linda De Win drie jaar geleden. Eigenlijk tweette ze: “vho the F is Jan Jaap van der Wal?” Maar afgezien van de spelfout verwoordde het Villa Politica-gezicht beangstigend accuraat wat vele anderen dachten. Tot een paar jaar geleden had de gemiddelde Vlaming nog nooit van Van der Wal (38) gehoord. Maar plots was ‘die Nederlandse rare snuiter’ met zijn atypische grappen en dito look niet meer van het Vlaamse televisiescherm te branden. Een vaste rubriek in Café Corsari. Jurylid in De slimste mens ter wereld. Sidekick in De ideale wereld. En daarnaast comedyshows in zowat elke zaal van Roeselare tot Leopoldsburg. Alwaar hij Gert Verhulst ‘de loverboy van K3’ noemde, en vaders die in babytaal tegen hun kinderen praten ‘mongolen’. Altijd scherp, vaak hard, soms op het randje van ongemakkelijk. Zoals wanneer hij moppen maakte over zichzelf: “Ik heb een hazenlip. Besneden door mijn ouders”.

Intussen heeft de outsider zich helemaal naar binnen gewerkt. De Nederlander wist zelfs het meest begeerde comedypostje in Vlaams tv-land te veroveren: presentator van de alom geprezen Canvas-satireshow De ideale wereld, als opvolger van de alom geprezen Otto-Jan Ham. De meesten zouden het spontaan in hun broek doen of op zijn minst bovenmatig beginnen transpireren. Maar terwijl de fans zich luidop afvragen of een Nederlander, vooral bekend van zijn Nederland vs. België-grappen wel voldoende mee is om een Belgische satireshow te dragen, zet Van der Wal het format meteen naar zijn hand. Nieuw decor, nieuwe stijl, nieuwe ambities.

“Otto-Jan heeft het programma mee gemaakt, aan mij om het een nieuwe richting uit te sturen. Om De ideale wereld dwingender te maken. Fijn dat de clips online goed worden aangeklikt, maar het moet urgenter worden zodat kijkers de hele aflevering volgen”, zegt hij. “Het programma heeft iets ongrijpbaars, maar dat mag ook geen geuzentitel worden: ‘Live kijkt er geen hond, maar op sociale media zijn we wél populair hoor’. Een miljoen kijkers zullen we nooit halen, maar je kan de niche wel proberen te vergroten.”

In de ideale wereld van de nieuwe
De ideale wereld-presentator flirt De ideale wereld zelfs met onderzoeksjournalistiek. “Dat we grappig zijn, dat weten we intussen wel. De humor zit wel goed. Die is uniek in Vlaanderen. Maar ik wil kijkers ook nieuwe inzichten bieden, ze anders naar dingen doen kijken. Dat moet de ambitie zijn, daar moet de lat liggen.”

U mag zichzelf dan een halve Belg noemen, van valse Vlaamse bescheidenheid heeft u vooralsnog geen last.

“Ik ben gezegend met een gezonde dosis zelfvertrouwen.”

De reacties na de vuurdoop zijn op zijn zachtst gezegd gemengd: van complimenten tot ‘saai’, ‘valse start’ en ‘in een ideale wereld was dit nooit uitgezonden’.

“Kritiek is er altijd. Daar ging ik vooraf al van uit. Mensen houden niet van verandering. Dat de rest van het team het fijn werken vindt met mij, is het beste compliment. De reacties van buitenaf mogen nog zo heftig zijn: ik moet wel tot en met mei elke week afleveringen met hen blijven maken.

“Als je al zo lang meedraait, raak je ook wel gewend aan kritiek. Ik werk al sinds mijn zeventiende als comedian. Nooit mogen klagen over succes, maar ik was wel altijd iemand die het publiek verdeelt.”

Het is liefde of haat?

“In 2007 deed ik voor het eerst de eindejaarsconference in Nederland. Een big deal. Je bent meteen vogelvrij. Ik was nog jong, 27 denk ik, vol branie: ‘dit varkentje wassen we wel eventjes’. Er waren veel lovende maar minstens evenveel venijnige reacties die ik niet zag aankomen. Ik ben daar serieus van geschrokken. Van de hardheid vooral. Intussen kan ik het beter relativeren, al blijft het raar om iets negatiefs over jezelf te lezen.

“Los daarvan word ik net heel ontspannen op een podium of voor de camera. Iedereen die dit werk doet, is op zoek naar erkenning. Naar iets dat op de ene of andere manier niet kon worden ingevuld. Iedereen die dit werk doet, daar is wel iets mee aan de hand. Wij zijn geen normale mensen.”

Beeld Joris Casaer / Tom Borremans

Wat is er zo abnormaal aan u?

“Om te beginnen: hoe ik eruitzie. Hoe ik geboren ben.”

“Als hij geen hazenlip had gehad, denk ik niet dat wij samen waren geëindigd. Jan Jaap is een onwijs leuk mens geworden en ik denk mede daardoor”, zei uw vrouw, actrice Eva Duijvestein, ooit in een interview.

“Met die lip ben je toch altijd meteen een vreemde. Daar heb ik dan maar meteen mijn handelsmerk van gemaakt. Ik val toch op, dus laat ik dat maar uitspelen. Gelukkig ben ik opgegroeid in een tijd die nog iets vriendelijker was dan nu. Daar heb ik ontzettend veel geluk mee gehad.

“Als je mij zo op straat zou tegenkomen, denk je niet meteen: wauw, wat een man. Maar als je mij op een podium bezig ziet, is die kans al meteen een stuk groter. Zoals ik al zei: ik ben gezegend met een gezonde dosis zelfvertrouwen. (
lacht) Dat zelfvertrouwen is positief – mijn vrouw is erdoor verliefd geworden – maar de valkuil is wel dat je er altijd van uitgaat dat alles wel zal lukken. Met als gevolg dat je af en toe met je kop tegen de muur loopt.”

Wanneer bent u zo eens zwaar tegen een muur geknald?

“Voor de Nederlandse televisie heb ik ooit Comedy Night Live, een soort Saturday Night Live, gemaakt. Vooraf verkondigde ik in interviews dat het the next big thing zou worden. Naïef en voortvarend tegelijk. Daar heb ik me zwaar aan vertild. Daar sta je dan live met de billen bloot. Een harde les. Als je veel dingen doet, mislukken er sommige, worden er sommige dingen van de zender gehaald. Maar ik ben altijd iemand geweest die na een val weer opstaat en doorloopt. Loopt het parcours in Nederland vast? Oké, dan moet ik iets nieuws verzinnen. België dus.”

Uw plotse opduiken op de Vlaamse televisie was een berekende, strategische carrièrezet?

“Nee nee. Ik werd enkele jaren geleden gevraagd voor Café Corsari, maar ik zag wel meteen dat het een kans was die ik niet mocht laten schieten: ‘Als ik hier in België wil slagen, dan moet ik die wekelijkse rubriek geweldig goed doen.’ Ook bij De slimste mens en De ideale wereld had ik door: dit is een kans, een mogelijke opstap naar meer, dus moet ik alles geven.

“Maar ik ben niet competitief ingesteld. Ook voor deze presentatorrol ben ik gevraagd. Heel eervol, vond ik, ik heb ook meteen toegezegd. Maar als er nog anderen in de running waren geweest en ik om de rol had moeten strijden, had ik vriendelijk bedankt. Daar hou ik niet van.”

Dan speelt de ijdelheid op?

“Nee, faalangst eerder. Ik vind competitie te ingewikkeld. Vertrouwen is voor mij enorm belangrijk. Daarom voelt De ideale wereld voor mij zo fijn. Er is vertrouwen. Bij Woestijnvis. Bij de VRT. Dan gedij ik ook het beste.

“Ik werk nu harder dan ooit. Daarin verslap ik nooit. Ik voel me geaccepteerd in België, voel dat mensen me graag mogen, maar je blijft wel een outsider. Als Nederlander moet je toch altijd meer je best doen. Dat is nu eenmaal de Vlaamse volksaard, net zoals je die ook in Nederland ziet.”

Xenofoob?

(lacht) “Een beetje argwanend.”

In Amerikaanse satireshows als The Daily Show is de maatschappijkritiek zeker even belangrijk als de humor. Ook een ambitie voor De ideale wereld?

“Ik heb veel naar Amerikaanse latenightshows gekeken ter inspiratie. Jon Stewart (gewezen presentator van The Daily Show, kvdp) steekt er voor mij nog steeds met kop en schouders bovenuit. Hij wordt in dat opzicht fel gemist. Hij durfde emotie tonen. Kleur bekennen. Rechtuit zeggen: dit is gewoon een schande. Maar dat is niet echt de Vlaamse manier van doen. Eerder Nederlands en Amerikaans. Voor De ideale wereld komt het er dus op aan om een balans te zoeken. Niet té hard te zijn – het heeft geen zin om de kijkers van je te laten vervreemden – maar soms wel durven te zeggen: dit klopt gewoon echt niet. Zonder cynisch te worden. Want dan schiet je ook je doel voorbij. Geen enkele kijker zit te wachten op een minutenlange rant over een schandalig maatschappelijk fenomeen. Er moet een gevoel van opluchting in zitten. We maken een humorshow, geen journalistiek programma.”

Zijn er dingen waar u nooit mee zou lachen?

“Ik vind: je moet met alles kunnen lachen. Humor kan scherp zijn, kan prikken. Maar het vertrekt in principe nooit vanuit de intentie om te beledigen of iemand onderuit te halen. Er schuilt vaak net liefde in een stekelige grap. We roast the ones we love. Maar niet iedereen ziet het zo. Mensen zijn veel gevoeliger dan vroeger.”

Hebt u ooit spijt gehad van een mop?

“Spijt is een groot woord. Een comedian mag zich geen censuur opleggen, vind ik. Maar ik ben wel al hard geweest. Eén keer kreeg ik telefoon van iemand die zich zwaar beledigd voelde.”

Vertel.

“Een jonge gast die de Nederlandse roddelshow RTL Boulevard presenteerde. Ze hadden voetballer Wesley Sneijder stiekem al zoenend gefilmd in een parkeergarage. De presentator was joods en ik had een grap bedacht over joden die nu Nederlanders verraden. Dat vond die man niet kunnen.

“In Nederland liggen grappen over joden nog gevoeliger dan in België. Hier zijn pedofiliegrappen dan weer moeilijk. Al maak ik ze wel. Toen Karen Damen in
De slimste mens vertelde dat ze haar plaat had opgenomen in een studio in haar kelder, was mijn reactie: dan gebeuren er toch nog goede dingen in Belgische kelders.”

Hebben de jaren u cynischer gemaakt of net omgekeerd?

“Als presentator van De ideale wereld plaats je jezelf ietwat buiten het nieuws. Je probeert altijd het overzicht te bewaren: wat kunnen we gebruiken? Daardoor mis je soms emotie. Met uitzondering van slecht nieuws over kinderen. Sinds ik zelf een zoontje heb – Tove is anderhalf – ben ik op dat vlak een eitje.

“Cynisch zou ik mezelf nog niet noemen. Wel heb ik het idee dat politici denken dat wij echt gek zijn. Totale dwazen. Kris Peeters die tijdens de gay pride in de camera zegt: ‘Nee hoor jongens, het feit dat ik hier mijn kop laat zien, heeft echt niks met politiek te maken’. Wij zijn niet achterlijk. Zeg toch gewoon: ‘Ik ben hier vooral omdat ik straks burgemeester van Antwerpen wil worden’. We zouden dat ­begrijpen.”

Wat is, na enkele jaren in ons land, uw balans van de Belgische politiek?

“Dat je opvallend vaak dezelfde discussies en slogans ziet opduiken als in Nederland. Zij het met wat vertraging. Twee jaar geleden kwam de VVD al met ‘Normaal doen’, nu pakt Open VLD geweldig origineel uit met ‘Gewoon doen’. Voelt lekker vertrouwd, dat dan weer wel.

“Verder blijf ik jullie poging tot cordon sanitair straf vinden. De common sense: deze kant gaan we niet op. Oké, Theo Francken en Bart De Wever flirten er nu wel mee, maar ik heb toch het idee dat het hier meer binnen de grenzen blijft dan in Nederland.

“Je ziet de verrechtsing natuurlijk wel. Mark Rutte en Bart De Wever zijn de belangrijke politici van de lage landen, met alle respect voor Charles Michel. Ze kunnen zich er goed uitpraten, helaas ontbreekt het hen aan een visie voor de wereld. Eenogen die koningen zijn in de landen der blinden. Geef mij maar een Macron-achtig figuur.”

Beeld Joris Casaer / Tom Borremans

Bij comedians gaat men er snel van uit dat ze zich politiek aan de linkerzijde, de Gütmensch-zijde, van het spectrum bevinden. Klopt het cliché in uw geval?

“Ik denk dat ik heel hard in het midden zit. Ik ben bijvoorbeeld ook iemand die vindt dat je hard moet werken. Je best moet doen. Dat komt allicht door mijn calvinistische achtergrond. Maar dat zou je rechts kunnen noemen, in de lijn van wat de VVD en Open VLD ook roepen. Anderzijds ben ik pro solidariteit. Ik kan er niet bij dat je geen vijftig vluchtelingen op een boot kan verdelen over heel Europa. Belachelijk. Onbegrijpelijk.”

Bent u bang dat de wereld stilaan doordraait?

“Iedereen dacht dat de wereld zou vergaan als Donald Trump president werd. Dat is nog niet gebeurd. Dat vind ik verontrustend.”

Soms lijkt het wel die richting uit te gaan.

“Ja, maar zover is het nog niet. Dat is tegelijk de luxe en valkuil van onze realiteit. Als je hier in Antwerpen op een zonnig terras van een Fanta nipt, lijkt er weinig aan de hand. We zitten heel hard in onze bubbel. Er zijn hier weinig mensen die de rest van de wereld in de gaten houden.

“Een goede vriendin woont in Burkina Faso. Ik ga haar vaak bezoeken. Zij vertelt hoe mannen van IS er leerkrachten in scholen komen bedreigen: ‘Breng je leerlingen het kalifaat bij of ik kom terug en snij je kop eraf’. Zo leggen die daar een heel onderwijssysteem plat. Dat zijn vergeten verhalen, zoals er wereldwijd zo veel zijn, maar daar lees je hier niks over. Met het gevaar dat het op een gegeven moment niet meer bestaat. Dat we hier niet begrijpen waarom mensen Burkina Faso ontvluchten en hier komen aankloppen. Wat kom jij hier doen, ga toch terug naar je eigen land. Hallo? Wij zouden net hetzelfde doen.”

De vluchtelingenproblematiek komt vaak terug in uw zaalshows.

“Allicht omdat ik zelf vluchteling ben.”

Economisch of politiek?

“Beide. (lacht) Mijn vrouw en ik hebben het er vaak over. Wat voor geluksvogels we zijn. Ik mag hier wonen en werken. Was ik een Malinese comedian geweest, ik had allicht niet aan de bak gekomen. No way. Dan zou ik nu koffie­machines schoonmaken bij Woestijnvis.”

Wat is uw definitie van een ideale wereld?

“Een wereld waarin fouten mogen gemaakt worden, zonder dat die worden afgestraft. We leven in een tijd waarin alles meteen perfect moet. Anders riskeer je dat je hoofd eraf wordt gehakt. Zelfs bij de openbare omroep, bij de VRT, zie je dat mensen op het scherm worden gegooid en na een slechte beurt of minder seizoen er meteen weer af worden gehaald. Waar zijn we dan mee bezig? Laat mensen fouten maken, laat ze niet één maar drie keer tegen de muur lopen. Wat ze daarna maken, dat gaat de moeite zijn. Dan wordt het pas interessant.

Zou u zichzelf klasseren in de categorie van de wereldverbeteraars of de ramptoeristen?

“Ik probeer het eerste te zijn, maar schipper in de praktijk ergens tussen de twee. Ik aanschouw de rampen wel, maar niet als toerist.”

Wat beschouwt u zelf als uw grootste bijdrage aan een idealere wereld?

“Ik probeer mijn bijdrage vooral niet te overschatten. Anderzijds: als je op een podium staat en denkt: dit betekent allemaal niks, dan stop je er volgens mij beter mee. Ik ben in staat om mensen een leuke avond te bezorgen en misschien ook iets kleins te veranderen in hun hoofd, hen een duwtje in de goede richting te geven. Soms krijg ik brieven, van mensen die vertellen dat mijn show net was wat ze nodig hadden. Dat ze door mijn show hebben beslist om voortaan voor hun passie te gaan. Toch bijzonder, vind ik.

“Verder zit ik thuis als een gek afval te scheiden. Omdat ik de wereld beter wil achterlaten voor mijn zoon. Dat is je verantwoordelijkheid als ouder. Dat is dan weer mijn CD&V-kantje dat boven komt.”

Bent u de ideale vader?

“Nee, want dan had ik nu gewoon thuis, in Nederland, bij mijn vrouw en kind gezeten in plaats van alleen in Antwerpen voor het werk. Mettertijd is het de bedoeling dat Eva en Tove naar Antwerpen komen, maar voorlopig is het handiger zo, met opvang enzo. Af en toe overvalt me wel een soort trieste, gescheiden vader-vibe.

“Geen ideale vader dus, wel een gekke pappie. No nonsense. Grappig. Dat hoop ik, althans. Laatst hoorde ik iemand zeggen dat onze generatie de eerste generatie was die echt kind kon zijn, zonder oorlog of de druk om een land herop te bouwen. Dat gevoel wil ik mijn zoon ook meegeven: zorgeloos buiten spelen in de zomer. Al realiseer ik me dat hij binnen vijf jaar wellicht naar een of andere obscure vlogger zal zitten kijken van wie ik nog nooit heb gehoord, met een VR-bril op zijn neus. Ik hoop dat ik dat dan kan stimuleren in plaats van veroordelen.”

“Mijn kind zal later een elitaire blanke man worden”, klonk het in uw laatste zaalshow.

“Geen mop, wel een bestaande vrees. We woonden tien jaar lang in het centrum van Amsterdam. Vorig jaar hebben we een huis gekocht in Katwoude, een dorp in Noord-Holland. De eerste keren dat ik daar naar de supermarkt ging, overviel me altijd een onbestemd raar gevoel. Pas na een tijd wist ik waarom: o ja, ik heb er enkel blanke mensen gezien. Amsterdam was op dat vlak misschien een gezondere omgeving om een kind groot te brengen, niet in termen van luchtverontreiniging, wel als betere weergave van de realiteit. Dat wil ik mijn zoon later wel duidelijk maken.”

Van der Wal was al heel lang klaar om vader te worden. Alleen wilde de natuur niet mee. Zoon Tove kwam er na acht moeilijke jaren en intra-uteriene inseminatie. Populair op YouTube is het fragment uit zaalshow Dystopia waarin Van der Wal met gevoel voor detail zijn ervaringen met de fertiliteitskliniek deelt. “Je krijgt zo’n potje in je handen en wordt naar zo'n kamertje geleid met ‘privé’ op. Terwijl iedereen weet wat daar gebeurt. Je kan er evengoed op zetten: hier zit iemand zich af te rukken onder tijdsdruk’.”

Humor als verwerkingsmiddel?

“Mij hielp het alleszins om er ook grappen over te kunnen maken. Het waren heftige jaren, maar ze horen bij ons verhaal. Daarom ben ik er ook zo open mogelijk over geweest. Wegwuiven, zeggen dat het gewoon grapjes waren in mijn show, vond ik flauw. Niet dat ik zelf de Story belde, maar als iemand ernaar vroeg, zei ik gewoon eerlijk: ‘het is moeilijk’. Ik wist al jaren dat ik nagenoeg onvruchtbaar ben. De schijn ophouden is niks voor mij. Dat doen te veel mensen al.

“Ook eens het kind er is. We zijn ongelofelijk blij. Maar eerlijk: het ouderschap is wel een storm die over je heen waait. Ik hoorde anderen verkondigen: kinderen opvoeden is als een bedrijf runnen. Alleen mochten ze er wel bij vermelden dat het bedrijf het eerste jaar meteen de rode cijfers in duikt. Slapeloze nachten, huilbuien...”

Weg romantiek.

“Exact. Alles komt onder druk te staan. Ook je relatie. Je ontsnapt als koppel niet aan de clichés, hoe hard je van tevoren ook roept dat het jullie nooit zal overkomen. Ook wij hebben echt in zwaar weer gezeten wat dat betreft. Nu slaapt Tove goed door en dat is een wereld van verschil.

“Het is een lang vervlogen illusie dat een relatie elke dag vurig en liefdevol is. (lacht) Hoeft ook niet. Zolang je je maar bewust blijft van wat je hebt. En dat zit bij ons goed.”

Om het met de woorden van uw vrouw te zeggen: “Ik hou zo veel van Jan Jaap dat ik hem zelfs een slippertje zou gunnen.”

“Die uitspraak komt geregeld terug. Ze heeft me daar ook geen cadeau mee gedaan. Geen vrouw die nu nog de uitdaging zou aangaan. Als het mag van de vrouw, is er niks spannends meer aan.” (lacht)

Is polyamorie the way to go in een ideale wereld?

“Goh, het allerbelangrijkste in een relatie is elkaar geen pijn doen. Voor de rest moet iedereen dat maar voor zichzelf uitmaken. Ik heb geen behoefte om daarin een publieke voorbeeldrol op te nemen. Laatst zag ik Koen Wauters op de voorpagina van een blad uitschreeuwen dat hij zijn vrouw nooit zal bedriegen. Gevaarlijke uitspraak, denk ik dan meteen. Ik ben voorzichtiger. Een van mijn betere ­eigenschappen.”

Om nog even in de ideale wereld-metafoor te blijven: stel dat u één ding aan uzelf kon veranderen?

“Uiterlijk zou ik niks veranderen. Zoals het nu is, is het goed. Je kan vandaag al alles laten opereren. Ik zou littekens aan mijn lip kunnen laten verwijderen. Dit verticale streepje horizontaal laten maken. Maar what’s the point? Ze zeggen toch dat mannen enkel mooier worden? Daar klamp ik me aan vast.

“Daarbij: leve de imperfectie. Ook los van het uiterlijke. Ja, ik heb wat mislukkingen op de teller. Pogingen om een succesvolle variant van
The Daily Show in Nederland te lanceren zijn jammerlijk gestrand. Maar die mislukkingen hebben me ook rijkdom opgeleverd. Want daardoor zit ik hier nu wel.”

Naast verwondering noemt u paniek uw grootste motivatie.

“De angst dat het op een dag ophoudt. De zucht naar erkenning. Je kan een zaal van 1.500 man laten bulderen van het lachen, maar als er één iemand vooraan met een lang gezicht zit, ga ik nadien toch alleen maar met die man – het is altijd een man – in mijn hoofd zitten. Die kerel wordt dan meteen het hele referentiekader. ‘Zie je wel, Jan Jaap, ‘t is helemaal niks, wat je hier staat te doen.’

“Ik heb voor uitverkochte zalen, twee keer op een avond, gestaan. Maar evengoed voor halflege. Ik weet dat je alles kan opblazen of relativeren. Je kan zeggen: top, er hebben vanavond 300.000 mensen naar mijn programma gekeken. Maar evengoed: fuck, er hebben er dus 1,3 miljoen niet gekeken.”

Naar welk van de twee opties neigt u?

“Vroeger meer naar het laatste. Nu probeer ik toch op het eerste te focussen. Niet dat dat altijd lukt. Ik ga ook wel eens slapen met een tamelijk beangstigend hartritme of paniekaanvallen. Maar in the end is dat allemaal peanuts vergeleken met de problemen in Burkina Faso.

“Ik heb leren leven met het besef dat het leven zich toch niet laat sturen. Je hebt nooit alles zelf in de hand. Je hebt net een succesvolle tour achter de rug, een geweldige nieuwe televisiejob, je hebt een prachtige vrouw en een prachtig kind, alles loopt schijnbaar op wieltjes en dan vliegt je huis in de fik.”

Het was een vaak aangeklikt bericht op Belgische en Nederlandse nieuwssites begin juni: ‘Brand legt huis Jan Jaap van der Wal in de as’. Hier en daar werd ‘huis’ ook vervangen door ‘villa’, ‘brand’ door ‘inferno’. Van der Wal, zijn vrouw en zoon lagen te slapen in hun woning in Katwoude toen de cabaretier wakker werd van een brandgeur. “We zijn gelukkig rustig en tijdig naar buiten kunnen vluchten. Bijzonder heftig op het moment zelf – toen de brandweer klaar was, was het binnen een puinhoop – maar we zijn goed verzekerd en hebben er geen trauma aan overgehouden”, zei hij daar eerder over.

Is geld ook een motivatie?

“Geld maakt op z’n minst het leven handiger. Na de brand konden we in ons appartement in Antwerpen terecht, terwijl ons huis werd heropgebouwd. Wel fijn dat je je op zo’n moment geen zorgen hoeft te maken over een dak boven je hoofd. Maar je beseft ook wel dat je geen 220 vierkante meter nodig hebt om gelukkig te zijn.”

Toen u uw grachtenpand in Amsterdam inruilde voor het huis in Katwoude was dat ook meteen nieuws in Nederland: ‘cabaretier koopt miljoenenvilla’.

“Als je in de binnenstad van Amsterdam een huis verkoopt, ben je miljonair. Ik mag financieel niet klagen. Maar het is wel het resultaat van meer dan twintig jaar werk.”

Hebt u al een plan voor de komende twintig jaar?

“Nee. De ambitie is nu gewoon De ideale wereld. Met mijn vrouw heb ik alvast afgesproken dat ik dit de komende vijf jaar wil doen. Als ik mag natuurlijk. Totale vrijheid, geweldige redactie: dit is het ideale programma voor mij. Neem nu de nieuwe rubriek met Jan Decleir en Filip Peeters. Twee absolute toppers van acteurs die in rare pakkies rondlopen en rare opdrachten uitvoeren gewoon omdat wij dat met de redactie hebben bedacht. Beter wordt het echt niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden