Maandag 14/10/2019

Interview

Interieurontwerper Maarten Baas: "De enige constante in mijn werk is dat er geen constante is"

Maarten Baas. Beeld Jeroen Verrecht

Hij steekt meubels in brand, maakt ze van klei of laat ze groeien. Maarten Baas is een eigenzinnige regelbreker, getuige daarvan de overzichtsexpo in Gent: Hide & Seek. Gesprek met de Nederlandse ontwerper die van ‘zoeken’ zijn hoofdbezigheid heeft gemaakt. "Geef mij een hokje en ik breek het open."

We hebben afgesproken in Utrecht. “Ik ben niet van hier afkomstig, maar voel me er erg thuis”, zegt Maarten Baas. “De stad houdt het midden tussen Amsterdam en Eindhoven. Ze zit wat sfeer betreft mooi tussen uiterlijk vertoon en gemoedelijkheid.”

Hij is net verhuisd naar een grotere werkplaats, en er is een einde gekomen aan zijn vaste samenwerking met Bas Den Helder, die tot nu toe haast alle Baas-concepten naar de realiteit vertaalde. Al blijven ze wel samenwerken op freelancebasis. Want Baas heeft een vertaler nodig. “Ik werk met mijn hoofd, minder met mijn handen. Ik bedenk iets en teken het, al is ‘tekenen’ een groot woord. Ik krabbel. Ik heb van bij het begin het geluk gehad om Den Helder als zakenpartner te hebben, die altijd zei: ‘Ik zoek het wel even uit’. Zelfs al ging mijn krabbel tegen alle wetten van de logica en zwaartekracht in.”

Baas zette zichzelf meteen op de kaart met zijn afstudeercollectie
Smoke, waarvoor hij antieke meubels met een brander bewerkte en daarna het zwartgeblakerde resultaat bewaarde onder een laag epoxyhars zodat ze weer bruikbaar werden. Het project werd opgemerkt door de New Yorkse galeriehouder Murray Moss, wat Baas toeliet het statement nog net iets scherper te stellen. Hij stak een Rietveldstoel en een Nr 14 van Thonet in brand. Hij verbrandde Sottsass, Eames en Gaudí.

Maarten Baas: “Het lokte reactie uit, er was wat controverse. Maar de intentie was nooit om Rietveld en Eames de middelvinger te geven. Het ging om het zoeken naar een nieuwe schoonheid. Ik wilde iconische stukken transformeren; verder bouwen op, niet vernietigen. Als je de meubelen zag, voelde je dat. Er was niets nihilistisch,
destroy of trash aan die meubels, ze waren mooi afgewerkt en met respect gepresenteerd. Ik wilde de iconische stukken niet dood, ik wilde ze net een tweede leven geven.”

Maarten Baas

1978 Geboren op 19 februari in Arnsberg, Duitsland maar groeide op in Nederland

2002 Studeert af aan Design Academy Eindhoven met meubelcollectie Smoke

2003 Smoke gaat in productie bij Moooi/Marcel Wanders en wordt geëxposeerd bij Murray Moss New York

2006 Clay wordt gepresenteerd in Milaan

2009 De Real Time-klokken worden uitgebracht: staande klokken waarvan de wijzerplaat werd vervangen door een videoscherm waarop iemand handmatig de tijd bijwerkt. Baas krijgt in Miami de titel ‘Designer of the Year’

2012 The New York Times zet Clay en Smoke op de lijst van ‘Klassiekers voor de toekomst’

2016 De Tree Trunk Chair die 200 jaar moet groeien, wordt in Milaan getoond.  Baas lanceert Close Parity in Eindhoven: meubels die (letterlijk) de zwaartekracht trotseren

2017 Hide & Seek, overzichtstentoonstelling in het Groninger Museum

2018 Hide & Seek verhuist vanaf mei naar ­het Design Museum in Gent

U studeerde af, en u was onmiddellijk een beroemdheid. Hoe voelde dat?

“Nou, onmiddellijk. Er zat wel een jaartje tussen hoor. Maar toen werd het inderdaad zo’n groot succes dat ik er een beetje van stond te kijken. Je dagdroomt natuurlijk wel eens dat je zo de hoogte in schiet, maar je verwacht niet dat het ook echt gebeurt.”

Smoke was buitengewoon succesvol. U had uw verdere carrière pyromaan ­kunnen spelen.

“Ja, ik had een hele business in verbrand design kunnen opzetten. Maar in herhaling zit voor mij de vervulling niet. Daar krijg ik geen energie van. Als dingen te comfortabel worden, neig ik naar verandering en wil ik weg. Mijn comfortzone vermijden, komt automatisch bij mij, daar moet ik geen moeite voor doen. Op het moment dat ik als kunstenaar te duidelijk begin te worden, haal ik de boel door elkaar en ga ik op zoek naar iets anders.”

Maarten Baas stak onder meer de iconische Zigzagstoel van Rietveld in de fik. Beeld RV

U bent een zoeker. Vandaar de seek in Hide & Seek?

“Ik vond dat een leuke titel omdat verstoppertje een kinderspelletje is, het heeft iets speels en spontaans, zoals mijn werk. En ik zoek. Ik ben altijd zoekende. Ik weet zo ongeveer waar ik naartoe wil, maar ik zoek mijn weg.”

Weet u wat u zoekt?

“Ik werk heel intuïtief. In beelden. Zoeken en vinden is een natuurlijk proces. Het is zo’n beetje als een boom die naar het licht groeit. Die weet ook niet precies waar hij naartoe gaat. Misschien ontmoet hij onderweg obstakels, maar dan groeit hij eromheen. Het is een ongoing process: het punt bepalen waar je staat en voelen waar het licht zit. Ik kleur geen plaatje in dat ik van tevoren bedacht heb. Ik beweeg en reageer.”

En hide? Blijft de echte Maarten Baas verborgen? Speelt u zelf verstoppertje?

“Mijn werk gaat van introvert naar extravert. Van hier naar ginder. Ik ben geen stijlvaste ontwerper. De enige constante in mijn werk is dat er geen constante is. Het begint al bij ‘wat’ ik ben. De meest gestelde vraag aan mij is of ik een kunstenaar dan wel een designer ben.”

En?

“Dat doet er voor mij eigenlijk niet toe. Als ik mijn werk maar kan tonen. Of dat op Art Bazel of op de meubelbeurs in Milaan is, maakt weinig uit. Ik begrijp waarom men zegt dat ik bij de conceptuele kunst aanleun, vanwege de vragen die mijn werk oproept. Laat ik het erop houden dat ik mezelf zie als een kunstenaar die zich uitdrukt via meubels. Zoals een andere kunstenaar fotografie of beeldhouwwerken gebruikt, zo zijn ­meubels mijn communicatiemedium.”

Welke vragen wilde u oproepen met Clay?

“Ik miste de spontaniteit in meubels. Veel stukken worden tot in de details uitgetekend en precies zo gemaakt. Ze krijgen vorm door technische beperkingen, prijsbepalingen en doelgroependenken. Daardoor sluipt er een soort van uniformiteit en rationaliteit in de ontwerpen. Alles wat­ spontaan is aan het begin van het creatieproces, de charme van de eerste schets, dat wordt platgeslagen. Met Clay probeerde ik het kinderlijke van een ­creatie te bewaren. Kleien en creëren zoals een kind dat doet. Klooien en knoeien, en die eerste bevende lijn niet verliezen.”

Clay Side Chair. Beeld RV

Ik vind het woud van Clay-ventilatoren zo leuk. Ik heb altijd de indruk dat ze klaarstaan voor de aanval.

“Ik vind het zelf iets hebben van een Don Quichot-achtig bos van windmolens. Het kinderlijke opzoeken, het rationele laten gaan, het geluk van een kind nastreven. Een gevecht dat je nooit zult winnen.” 

Een stoel van klei, daar zak je doorheen. Hoe belangrijk is de functie?

“De boodschap primeert, maar het is natuurlijk wel fijn als je op een stoel ook echt kunt zitten. We hebben uiteindelijk een metalen frame bedacht en een soort synthetische klei ontwikkeld.

“Wat mensen vaak onderschatten is de enorme techniciteit die nodig is om ­simpel en speels te blijven. Je moet hard ­werken om het moeiteloze van dat eerste krabbeltje in het eindproduct te houden. Vanuit technisch oogpunt is Clay een ­topproduct. Maar de techniek blijft voor mij ondergeschikt aan het verhaal.”

Slaagt u erin alles te verwezenlijken? Zegt er nu nooit eens iemand: voor dit ­ontwerp moeten de machines nog bedacht worden?

“Zonder dat ik die intentie heb, zijn voor mijn werk vaak de nieuwste technieken nodig. De Real Time-klokken (het lijkt alsof elke minuut door een mannetje dat in de klok zit manueel wordt veranderd, LK) waren technisch heel lastig. Dan kan ik stampvoeten tot het gaat zoals ik wil. Die klok moest wel tot op de seconde juist lopen, dat maakt de boodschap net krachtiger.

“Voor Valerie Objects heb ik een bestek ontworpen waarvan het mes een ongewoon kartelrandje moest hebben, alsof het krokodillentandjes waren. Ik weet niet of ze daar een nieuwe machine voor hebben gemaakt, maar op z’n minst een nieuwe slijpvorm, denk ik.”

Een exemplaar van de Real Time-klok op Schiphol. Beeld RV/ thijs wolzak

Bent u een rebel?

“Niet in de zin dat ik me voortdurend verzet, of omdat ik het fijn vind om per se tegen iets te zijn. Ik ben niet per definitie anti. Maar ik wil wel de regels in vraag stellen. ‘Waarom moet dit op deze manier gebeuren?’ Ik heb het altijd een kunst gevonden om de opgelegde beperkingen en reglementen te respecteren, en er dan toch zo’n draai aan te geven dat iedereen zegt: tja, we kunnen je nu eigenlijk niets maken want je hebt je aan de regels gehouden, maar dit was wel niet de bedoeling. Dat deed ik vroeger al, en nu nog steeds. Misschien ben ik geen rebel, maar een regelbreker, een hokjesvernietiger.”

Er schiet mij een anekdote te binnen. Hoe u als zestienjarige met een groepje deelnam aan de selecties voor het songfestival. Eerst keurig, zoals dat verwacht werd, om dan bij de tweede ronde een heavy metal-concert te geven.

“Ik had bedacht: met dat soort liedje, en die zangeres, en een gitaartje erbij… dat halen we wel. En inderdaad: we mochten terugkomen. Toen gooide ik de akoestische gitaar aan de kant en hebben we een heavy metal concert gegeven met als enige boodschap ‘fuck you, suck my dick’. Ze hebben de stekker eruit getrokken. Maar er is geen popster aan mij verloren gegaan hoor, absoluut niet.”

Herkent u verwante zielen? Ziet u mederegel­brekers?

“Veel mensen inspireren me. Bij Tom Waits vind ik het zo mooi dat hij al die verschillende genres aankan, van poëtische nummers naar jazz en cabaret. Hij zingt, hij acteert. Hij speelt ook hide & seek, je weet nooit met welke Waits je te maken hebt en wie de echte is. David Bowie had ook zo veel gedaantes, dat was ook een kameleon.”

Veel van uw werk gaat over tijd en ­vergankelijkheid. Smoke en Clay, maar zeker uw reeks klokken Real Time, en de boom die in een zetelvorm moet groeien, 200 years.

“Lidewij Edelkoort zei dat ik met Smoke een tijdsperiode afsloot, met Clay teruggreep naar mijn kindertijd en in Real Time zelf tijd werd. Ik ben inderdaad vaak met tijdbeleving bezig, hoe het begrip tijd tegelijkertijd rationeel en subjectief kan zijn. In een klok is elke minuut hetzelfde, terwijl dat in het echte leven natuurlijk niet het geval is; daar is elke seconde anders.

“In mijn
Real Time-klokken leek het alsof de wijzers elke minuut met de hand werden bijgesteld. De mens die de tijd manipuleert. Ik vind het interessant om die balans te ­zoeken: hoe de natuur werkt, en hoe wij ­proberen om de natuur te beheersen en in banen te leiden. De mens probeert zaken te definiëren en in hokjes te stoppen, en ik breek die hokjes dan weer open.”

Beeld Jeroen Verrecht

Die klokken werden door veel musea aangekocht, voor indrukwekkende bedragen. Maar u heeft er ook een iPhone-app van gemaakt.

“Ik wilde niet geklasseerd worden als ‘die man die die dure klokken maakt’, dus heb ik een appje bedacht dat haast niets kost. (in de app store: digital/analog van Maarten Baas voor 1,09 euro, LK). Voor iedereen verkrijgbaar. Dat vind ik dan naast die limited edition grootvaderklokken wel prettig. Ik houd er wel van om mensen op het verkeerde been te zetten.”

In 200 Years laat u een zetel groeien, door een vorm in een boom te drukken.

“Ik vond het interessant om niet voor het snelste productieproces te kiezen, maar voor het traagste. Die boomstoel moet groeien, je kunt alleen maar wachten. Hoe doet dat je anders naar tijd kijken? Die Tree Trunk Chair is pas over 200 jaar af, wat verandert dat in je hoofd? Het zet een andere manier van ­denken in gang. Als er nu een technisch ­probleem is – en er gebeurt altijd wel iets – dan ben ik een dag werk kwijt. Als de bliksem inslaat op die boom, of hij waait om, dan zijn we misschien wel vijftig jaar kwijt. Wat op een schaal van miljoenen jaren ook weer een kleinigheidje is. Dat is een mooi gedachte­proces.”

Digitaal model van de Tree Trunk Chair, die er 200 jaar over zal doen om te ontwikkelen. Beeld RV

Tijd is een belangrijk gegeven in deze maatschappij. Werd u niet plots uitgenodigd voor allerlei panelgesprekken?

“Ja, toen Real Time uitkwam, werd ik plots gezien als de kunstenaar-filosoof van dienst, de go-to-guy voor allerlei beweringen over tijd, terwijl ik het helemaal niet zo goed kan uitleggen. Met de Tree Trunk Chair van 200 Years kwam daar nog een groene dimensie bij. Maar het ging voor mij niet om ecologie en green design.

“Kijk, als mijn werk in een debat over tijd en natuur past, dan vind ik dat prima, maar maatschappelijk engagement is niet mijn hoofdbezigheid. Het is mooi dat anderen sociale boodschappen in mijn werk ontdekken, maar ik vind niet dat je als kunstenaar alle problemen van de wereld moet oplossen. Ik doe mijn werk zo goed en zo integer mogelijk. Dat is mijn engagement. Ik ben niet de best geplaatste persoon om uitspraken te doen over het vluchtelingenprobleem, dus dat doe ik dan ook niet.”

Beeld Jeroen Verrecht

U hebt een ‘dipje’ gehad. Van 2012 tot 2014 liet u niets van zich horen.

“Een dipje… Ik ben wel bezig geweest hoor, maar ik heb niets geproduceerd en ben niet naar de Salone del Mobile gegaan. Dat valt op. ‘Waar sta jij in Milaan?’ ‘Nou, nergens.’ Voor mij was het een periode van nadenken en bezinnen. Niet-maken is ook belangrijk. Daarom dat die jaren in de overzichtstentoonstelling wel aanwezig zijn. Ik wilde dat hiaat zichtbaar maken. Eerst dacht ik aan lege kamers, maar het werden uiteindelijk video’s waarin ik verschillende rollen speel. Je ziet me slapen, wachten, als een professor naar een proefbuis turen… Het gaat ook weer over tijd, hoe tijd verstrijkt.”

Was u triest tijdens dat dipje?

“Nee hoor. Ik heb me daar nooit slecht bij gevoeld. Het was niets dramatisch als een designer’s block of depressie. Ik was zoals altijd zoekende.”

In 2014 was u er weer, en hoe. U presenteerde in Milaan ‘Baas is in town’, een heus circus met hoempamuziek en een draaimolen.

“Ik was terug na een lange afwezigheid en daar keek ik naar uit. Ik heb toen uitvergroot wat het is om op de meubelbeurs een presentatie te organiseren. Het is een spektakel, drukdoenerij, oppervlakkig en glanzend. Maar het is ook erg leuk: je ziet iedereen terug, het werk is gedaan en je bouwt een feestje. Het circus was mijn manier om een beetje de spot te drijven met de beurs, maar ik wilde ook iets serieus laten zien.

“Een circus heeft iets heel kitscherigs, maar het is ook vertederend en mooi. Je kunt er heel intellectueel over doen, maar het ­ontroert je. Dat is wat ik wil met mijn werk. Ik wil door de voordeur naar binnen, iemand echt raken, en daarna pas het intellect aanspreken. Ik wil de kortste weg naar de emotie vinden. Als het je hoofd binnenkomt, ben je het eigenlijk al kwijt. Ik wil je eerst in het hart raken, en dan beredeneer je het daarna maar.

“Ik had toen ook een lichtbak gemaakt met het woord ‘Show’, maar de ‘S’ functioneerde niet zo goed, dus dan stond er ‘How’. Een commentaar op wat er van een ontwerper wordt verwacht: een coherente presentatie, een product dat af is, terwijl jij nog ­worstelt met allerlei vragen en eigenlijk nog zoekt.”

Wordt u niet moe van al dat worstelen en zoeken?

“Ik heb geaccepteerd dat ik de waarheid niet in pacht heb. Ik heb me ermee verzoend dat mijn werk geen keurig uitgestippeld traject volgt en dat ik elke keer weer van richting zal veranderen. Het is leuk en moeilijk tegelijkertijd. Soms zucht ik wel eens. Dan kijk ik naar mensen die hun leven hebben uitgetekend en denk ik: dat scheelt ruis. Maar tegelijkertijd zou ik niet willen ruilen.”

U hebt heel wat celebrityklanten. Uw werk zit in de privécollecties van Brad Pitt, Kanye West, John McEnroe..

“Ik lig daar niet wakker van, maar louter pragmatisch gezien is het wel fijn. Omdat het bij Brad Pitt staat, zal de rest dan ook wel beter verkopen. Ach, het is ook eigenlijk wel een compliment. Die mensen zijn heel goed geïnformeerd, kunnen zich alles permitteren en kopen toch iets van mij.”

Bent u het soort van ontwerper dat in elke huiskamer wil staan?

“Nee, helemaal niet. Ik hoef niet zo nodig Ikea achterna.”

Zou u voor Ikea kunnen werken?

“Ik kan wel wat bedenken. Wat in me opkomt, is de associatie met dat andere Scandinavische succesproduct: Lego. Je koopt een pakket en volgens de instructies kun je er een kasteel, een vliegtuig of een brandweerauto mee maken. Of nog iets anders wat je zelf wilt. Dat zou ik met Ikea wel willen proberen: een multifunctioneel pakket.

“Of nog beter, misschien geen nieuw item, maar een meubel dat je kunt samenstellen uit vijf andere bestaande modellen.”

De expo Hide & Seek van Maarten Baas is te zien in het Design Museum Gent, van 18 mei tot 30 september. Speciaal voor de expo levert Baas een nieuw Smoke-stuk en transformeert hij een afgestoten item uit de collectie van Design Museum Gent. designmuseumgent.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234