Dinsdag 12/11/2019

Reizen

Industry City in New York: ooit spookachtig en verlaten, nu gewild en bruisend

Beeld STudio Bart Michiels

De voormalige havenwijk van Brooklyn werd het voorbije decennium omgetoverd tot een creatieve bijenkorf. Dit prachtige stuk industrieel erfgoed is een dagtrip waard, lunch en cocktail tegen zonsondergang inbegrepen, mét zicht op de skyline van Manhattan. 

New York was ooit Amerika’s belangrijkste haven, maar na WO II ging het bergaf. Honderden kilometers waterkant, duizenden industriële gebouwen en hele buurten geraakten in verval. Vooral Brooklyn werd zwaar geteisterd. Maar vandaag is New York opnieuw een bloeiende en groeiende stad. De ooit spookachtige megacomplexen in Brooklyn zijn nu broeinesten van creatief talent.

Een bezoek aan Industry City is een goed idee als je de sfeer op wil snuiven van de vele gigantische oude industriële panden die hier een nieuwe bestemming kregen. Vanuit Manhattan kun je erheen met de metro, per taxi of per fiets. Ik kies vandaag voor de snelste manier, de metro. Ik stap uit in 
36th Street in Brooklyn en wandel in de richting van het water. Drie minuten later sta ik voor een rij van zes kloeke identieke beige gebouwen die elk zes hoog reiken. Samen met een aantal bijgebouwen vormen ze Industry City.

Ik kom hier het liefst op een weekdag als vandaag. Industry City is dan het bedrijvigst. Er werken intussen al 6.500 mensen in ruim 450 grote en kleine werkplaatsen. Industry City was ooit een deel van de Bush Terminal, een monumentaal fabrieks-, magazijnen- en distributiecentrum verspreid over 81 hectaren. Op het hoogtepunt werkten er 25.000 mensen. Begin jaren 60 begon de industrie weg te trekken.

Pas in het begin van de 21ste eeuw ontdekten investeerders en de stad het enorme potentieel van de gebouwen. Industry City begon in 2000 kunstenaars en ambachtelijke bedrijfjes aan te trekken. Vele waren gevlucht voor de stijgende huurprijzen in de toen snel opwaarderende wijk Williamsburg.

Industrial chique

De herbestemming kwam in een stroomversnelling toen het investeringsbedrijf Jamestown in 2013 Industry City overnam. De firma besteedde naar eigen zeggen intussen al 125 miljoen dollar aan de renovatie, en dat voel en zie je overal. De inrichting is industrial chique. De grote, zonnige gemeenschappelijke werk- en zitruimte met makkelijke zetels, sofa’s en tapijten lonkt uitnodigend en is toegankelijk voor iedereen.

Het is middag ondertussen. In Colson Patisserie, geïnspireerd op de gelijknamige bakkerij in de Hene­gouwse hoofdstad, staat een rij klanten aan te schuiven. In de Food Hall is het ook al flink druk. Overal zitten mensen aan gemeenschappelijke tafels te eten. Avocado-toast, Koreaans, Japans, Thai, Mexicaans, bio-hamburgers, ‘gourmet’ pizza... Junkfoodlief­hebbers moeten het complex uit om hun gading te vinden. Ook in koffiehuis Extraction Lab is het druk. Jong hip volk is van Ethiopische arabica aan het sippen die,
no kidding18 dollar per kopje kost.

Beeld STudio Bart Michiels

Ik praat met Elisa Singh, de manager van Avoca­deria, ‘de eerste avocadobar ter wereld’. Je kunt er avocado’s in alle mogelijke combinaties kopen. “Industry City is de geknipte locatie voor ons”, zegt ze. “Brooklyn is het centrum van de slow food movement. Er is een grote vraag naar gezonde, lokaal gekweekte ingrediënten. Onze avocado’s komen uit Mexico, maar al de rest komt uit New York of omgeving. We zijn niet goedkoop, maar hier is een publiek dat wil betalen voor kwaliteit. Voor ons is Industry City een soort labo waar we ons concept verder ontwikkelen.”

Aan de foodstand E Jen ontmoet ik Jenny Jiae Lee, een jonge Californische architecte die naar New York verhuisde en de Koreaanse gerechten van haar moeder miste. Ze vond geen enkel Koreaans restaurant in New York dat de keuken van haar moeder evenaarde. “Op een dag heb ik mijn ouders voorgesteld om naar New York te komen en een eetkraampje te openen.
‘You’re crazy’, zei mijn vader. Hij is ingenieur van opleiding, mijn moeder verpleegster. Uiteindelijk kon ik hen toch overtuigen. We begonnen met een eetkraampje en zitten nu in de food hall van Industry City. Het publiek is hier culinair zeer nieuwsgierig en het aantal mensen dat hier werkt en op bezoek komt, blijft groeien. It’s a dream come true.

In Ends Meat staat master butcher John Radliff achter de toog, een kloeke kerel met een typische Brooklyn hipster-baard. Hij koopt varkens van een bioboerderij in New Jersey en verwerkt ze, samen met zijn team van zeven (onder wie nog drie baarden en één vrouw), van snuit tot staart in zijn werk­atelier/winkel in Industry City. Radliff verhuisde van Williamsburg naar Industry City vanwege de “ongelofelijke mogelijkheden, zowel wat ruimte als klanten betreft”.

Zentuin

Ik koop mijn lunch in de food hall en wandel het gebouw uit. De zon schijnt. Ik installeer me in een van de makkelijke zetels op de binnenplaats tussen Buildings 2 en 3. Twee jongens liggen te dutten op brede banken van gerecycleerd hout. Hier en daar zitten mensen rond tafels te eten en te praten. Anderen checken hun gsm. Een enkeling rookt een sigaret. Intussen kruisen mensen de binnenplaats van het ene gebouw naar het andere. De hele wereld lijkt te passeren. Blank, zwart, latino, aziatisch. Twee chassidische joden en een sikh.

Het is opvallend stil. Geen muziek, geen verkeer. Wie nog meer rust wil, kan vlakbij terecht in een ‘zen-tuin’, waar een bordje de bezoeker uitnodigt: “gently rake patterns in the gravel to help create peace and calm.”

Niet alle binnenplaatsen zijn zo rustig. Eentje ervan is elke zaterdag van 10 tot 17 uur het decor van de Brooklyn Flea, New Yorks grootste vlooienmarkt, met honderden verkopers van meubels, vintage kleren, handwerk, juwelen, kunst, tapijten, eten en drank. 

In elk gebouw hangt een lijst van de tenants of huurders. Die zijn onderverdeeld volgens de labels creativiteit en kunst, design, media, technologie, productie en fabricage. Onder ‘design’ staan meer dan zestig bedrijven, van architectenbureaus tot meubelmakers, modeontwerpers, brillen-, kaarsen- en hoedenmakers.

De Brooklyn Flea is New Yorks grootste vlooienmarkt. Beeld STudio Bart Michiels

In hun ruime en zonnige werkatelier ontmoet ik Liz en Lizzie, de dames achter LEWIS, een merk van eco-vriendelijk baby-, kledij- en -beddengoed. “We zaten eerst in de wijk Dumbo”, vertelt Liz, “we zijn daar weggegaan omdat de huur onbetaalbaar werd en de sfeer veranderde. Hier zitten we opnieuw in een omgeving van creatievelingen.”

Wat later praat ik met Mitchell Gold, een verkoper van meubels en stoffering, befaamd bij designliefhebbers. “Industry City is de perfecte bestemming voor ons”, zegt hij. “De vibe is perfect,
cutting edge en pioneering. We hebben een prachtige ruimte met veel natuurlijk licht op de kop kunnen tikken.”

“We willen een hub worden voor designers”, beaamt Andrew Kimball, de CEO van Industry City. “We hebben nu ook een winkel waar designers en kunstenaars met studio’s hier hun producten kunnen verkopen.”

Industry City Distillery: wodkastokerij en proeflokaal met panoramische zichten. Beeld STudio Bart Michiels

Kimballs inspanningen worden echter niet door iedereen gewaardeerd. Kunstenaars en ambachts­lui die zich aanvankelijk welkom voelden in Industry City klagen dat de huren sinds zijn komst flink gestegen zijn. Sommigen zijn verhuisd of vrezen dat ze zullen moeten opkrassen.

Ferry

“De rol van kunstenaars is om buurten zo aantrekkelijk te maken dat ze er zelf weg moeten”, luidt de boutade van oud-burgemeester Ed Koch. Ook veel bewoners in de buurt houden hun hart vast. In Sunset Park wonen vooral latino’s en Chinezen met een bescheiden inkomen. Hoe meer mensen met goed betaalde jobs in Industry City komen werken en dicht bij hun werk willen wonen, hoe meer de vastgoedprijzen stijgen.

Om welstellende huurders en klanten aan te trekken, wordt Industry City met de dag aanlokkelijker gemaakt. Er worden wekelijks optredens en filmvoorstellingen georganiseerd. Op zaterdag zijn er activiteiten voor kinderen op de binnenplaatsen. Kunstinstallaties wisselen elkaar af doorheen het complex. “Ook in het weekend is hier nu volop leven”, vindt ook Liz. “Er is sprake van een ferryverbinding met Manhattan. Dat zou fantastisch zijn.” 

Meer info: industrycity.com

Industry City heeft drie ruime, sfeervolle court yards die pas gerestaureerd zijn. Beeld STudio Bart Michiels
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234