Donderdag 20/06/2019

Reizen

In je eentje op reis? Dit is de raad van een ervaren globetrotter

Vrijheid, blijheid en af en toe een mooie zonsondergang: de essentie van een mooie reis in je eentje. Beeld Sofie Goossens

Het is de reistrend van 2019: solo de wereld in trekken. Moet je daar onvervaard voor zijn? Een platte knoop kunnen leggen of sociale flipperkast spelen? Niets van dat alles. Af en toe glimlachen volstaat. En complete vrijheid wordt je deel.  

Wanneer er vroeger iemand naast me kwam zitten – op een perron, op een bank – en die zocht oogcontact, zuchtte iets te luid tijdens het neerzakken of lachte breed, dacht ik: o jee, weer zo iemand die een praatje wil maken. En ja, het duurde dan geen twee minuten eer de persoon in kwestie een gesprek probeerde aan te knopen. Zelf ben ik zo niet. Ik laat mensen aan bushokjes met rust. In een lift begin ik niet over het weer van vandaag. En in een kledingwinkel vraag ik geen advies aan een verkoopster. Introvert, noemt men dat, meen ik. En verlegen. Je zou dus denken dat ik er eerder tegenop zie om solo op reis te gaan. Want, tja, de kans dat er mensen iets tegen je gaan zeggen – in een bushok zeg maar, en daarna gezellig op de bus – is dan vrij groot.

Ze ligt intussen zestien jaar achter me, die eerste grote reis. Het ging richting Costa Rica, en daar zou ik drie maanden blijven. Mijn moeder wilde liever dat ik thuisbleef. Zelf twijfelde ik die ochtend tijdens het tandenpoetsen nog of ik alles zou afblazen, maar met veel sentiment ging ik toch. Tot Miami ging het goed. Daar was een grote staking aan de gang op de luchthaven en ik zat er een dag en een nacht tussen veel heibel en slapende mensen op de vloer. Ik wilde bellen naar mijn gastgezin in Costa Rica, om te zeggen dat ik later was. Omdat de iPhone en zijn vriendjes nog niet bestonden, moest het met een ouderwetse telefoon aan de muur. ‘Hola?’ ‘Sofia.’ ‘Un problema.’ ‘Hola?’ Daar waren ze: de eerste tranen. Ze begrepen me niet, daar in Costa Rica. En de wanhoop ontvouwde zich verder in mij toen bij aankomst in Midden-Amerika bleek dat mijn rugzak in Madrid stond. Klote. Ik denk dat iemand me toen uit medelijden in een taxi heeft gestopt en naar een hostel heeft gevoerd.

Even de dingen op een rij zetten. Geen betere plek om dat te doen dan ergens alleen op een berg. Dit is Pondoland, Zuid-Afrika. Beeld Sofie Goossens

Even later zat ik op een stapelbed, 9.000 kilometer van huis, met naast mij een zakje met daarin een witte onderbroek en een tandenborstel. Op het andere stapelbed zat een meisje, naar wie ik iets te breed lachte en iets te luid zuchtte. Van toen af ging het beter.

Eigenlijk gebeurde er zelfs iets redelijk vreemds, daar in Costa Rica. Ik vond het al die tijd leuk als wildvreemden me aanklampten. Behalve als ze stoned of zat of ambetant waren, dan niet. Maar doorgaans wel. Anders dan in België was er altijd een verlangen om met anderen contact te maken. De luiken gingen open. Sneed ik een wortel in het keukentje van een hostel, dan hoopte ik dat iemand vroeg wat ik van plan was. Zat ik in een restaurant en kwam iemand aangeschuifeld met ‘Do you mind if I join you?’, dacht ik: God, eindelijk! Ik leek plots een soort Jan Theys geworden, die als vrolijke presentator de bij­behorende vreugdekreet ‘Kom erbij!’ niet kon onderdrukken. Kortom, ik heb gedurende die drie maanden heel wat geheimen, ­bedden en bordjes gebakken ­bananen gedeeld, met een hele resem mensen.

Schaken op straat in Azië: je hebt de ene interessante ontmoeting na de andere. Beeld Sofie Goossens

En ik heb ze nooit meer ­teruggezien. Ze verdwenen zomaar uit mijn leven, na een laatste zwaai vanuit de bus. Hun achteromkijkende hoofd werd een vlek, de bus een stip en uiteindelijk verdween iedereen voorgoed uit het zicht. Tot nooit meer, en aju. Dat kan heel snel gaan. Zo ontmoette ik eens een Belgisch koppeltje in Laos. We waren blij bij elkaar te zijn, want we zaten in een bootje op de Mekong dat tegen een rots was gevaren en nu een probleem had. De bootman vond gelukkig een zandbank waarop we konden stranden, trok zijn broek uit, ging het water in, zocht een grote steen en klopte het scheve roer weer recht. Zijn wollen muts hield hij aan. Intussen deelden het koppeltje en ik Laotiaanse croissants, water en handdoeken om ons hoofd te beschermen tegen de loden zon. En staken we onze armen juichend in de lucht toen onze kano anderhalf uur later eindelijk weer kon varen. Tegen het duister werden we op een modderige oever vol rattenholen gedropt en moesten we daar een hostel zoeken. Met z’n drieën drentelden we met beladen, vermoeide ruggen door het intussen donkere dorpje. Het viel me ineens op dat die andere twee wel erg lange benen hadden. En ik niet. Ik moest twee passen zetten als zij er maar één zetten. Mijn backpack was ook te groot en mijn sandalen waren nat en glibberig. Ik voelde mij een hobbelende hobbit die eerst een half metertje achterop hinkte, daarna drie metertjes, en dan vijftien metertjes. Op een bepaald moment sloeg ik zonder woorden een zijweg in. En zij hadden niet meer achterom gekeken. Tot nooit meer en aju, dus. En toch hadden we een leuke dag gehad. Maar in the end bleek ik te korte benen te hebben.

MACHETE

“Heb je nooit schrik, zo alleen?”, vragen mensen soms. Ja, dat heb ik. De hele rit naar Zaventem zit ik al te denken: godverdomme, waarom doe ik dit eigenlijk? Die vraag heeft vele antwoorden. Maar grofweg kun je stellen dat veel soloreizigers op zoek zijn naar iets. De 70-jarige vrouw naast mij op het strand in Negril zocht een groot geschapen Jamaicaan, bijvoorbeeld. Maar het kan natuurlijk nog net iets dieper gaan. We zoeken schoonheid. Vrijheid. Avontuur. De zin van het leven. Of simpelweg onszelf. Een beetje schrik hebben, hoort daarbij.

Zo werd ik in Jamaica eens thuis uitgenodigd bij twee jongens met wie ik bevriend was geraakt tijdens mijn verblijf in Negril – ja, waar oudere vrouwen op zoek gaan naar vertier. Ze wilden het nationale gerecht voor mij klaarmaken: ackee and saltfish. Omdat ik vertrouwen wilde hebben in de mensheid, stemde ik toe. Zodoende ging ik mee naar hun schamele huisje. Het werd er mij comfortabel gemaakt: ik mocht in de beste sofa gaan zitten, er werd een ventilator op mij gericht en een geurspiraal tegen de muggen aan mijn voeten geplaatst. ‘Wait here, sister’, klonk het. Zij zouden nog even om de vis fietsen. Toen zat ik daar alleen, in dat huis, in Jamaica. Terwijl ik de boel wat bekeek, zag ik plots een roestige machete achter de deur hangen. Natuurlijk, hoe onnozel kon ik zijn! Straks zouden die twee weerkeren, mij verkrachten en vervolgens met de machete in stukken hakken en van de kliffen van Negril dumpen. In blinde paniek holde ik het huis uit. Maar daar kwamen de jongens al aangefietst, met hun zakje vis. Ze troonden me weer mee naar binnen, er werd braaf gekookt en we aten geweldig lekkere ackee and saltfish. De machete bleef onaangeroerd.

Beeld Sofie Goossens

Tuurlijk, tuurlijk... Er zijn ook stoute mensen in de wereld, zoals moeder altijd zei. Maar ga ervan uit dat je in één stuk weer naar huis keert. Je zuurtegraad daalt er ook weer een beetje door.

PAUL SEVERS

Van alle plekken in de wereld voelde ik mij het zieligst in Sevilla. Het is een nette stad, dat wel. Je zult er niet op een zandbank stranden met een scheef roer of angst hebben voor roestige machetes. Maar de boulevards liepen er vol verliefden, op elk terras werd er samen aan rietjes gezogen. Zulke plekken zijn niet echt leuk voor soloreizigers. En denk niet dat er zomaar een knappe Spanjaard naast je komt lopen, die je vervolgens meeneemt achterop zijn fiets, haren in de wind. Voor dat gebeurt, zullen er eerst vijf Spanjaarden passeren met een slecht gebit, wier haren in je gezicht waaien op de brommer, terwijl je helm scheef op je hoofd hangt, omdat je dat riempje niet dichtkrijgt. Wees dus moedig, en laat Sevilla voor wat het is. Kies een bestemming met een sociale, avontuurlijke vibe. Stort je in het mierennest van Bangkok, reis met de trein door Europa. Je zult je vrienden van thuis niet missen.

16 jaar geleden tijdens mijn eerste solotrip naar Costa Rica. De wereld trok open en het bleek een goede kuur tegen verlegenheid. Beeld Sofie Goossens

Vergeet die laatste zin. Er is een omstandigheid waarin je het haat om alleen te zijn. En dat is als je ziek wordt. Als je diarree hebt, en er niemand is die een extra rol toiletpapier kan gaan halen. Maar verder valt het echt wel mee. En die meereizende vrienden, vriendinnen en lieven hebben ook zo hun nadelen: op een bepaald moment beginnen ze alsnog te jammeren over hun ex, showen ze te veel foto’s van hun kinderen of gaan ze hln.be checken. Dan zit je met een mojito op een terras in Havana – zoals ik enkele maanden geleden – dromerig een babyblauwe oldtimer na te staren, en klinkt het plots: ‘Hey, Paul Severs is dood!’ Terwijl je net even niet aan Paul wilde denken. En dan peins ik: volgende keer ga ik weer alleen. 

Ben jij een soloreiziger?

• Niet als je een flauwe mus bent die altijd twee sterke armen nodig heeft om je koffers de trap op te dragen. Of om een spin uit de kamer te vegen. Je hoeft geen Rambo te zijn, wel een beetje zelfredzaam.

• Niet als je elk moment wilt delen. Vroeg of laat zit je in je eentje in een bord noedels te prikken. Maar dan ga je op het web en lees je hoe de begrafenis van Paul Severs is gelopen.

• Niet als je een angsthaas bent. Niet iedereen zal je vermoorden, verkrachten of oplichten. Reizen met een positieve geest is aangenamer. Zeker als je dan toch wordt afgezet.

• Niet als je thuis een goed lief hebt. Neem je zijspan mee, anders wordt liefdesverdriet je deel. Of misschien gebeurt er ginds iets amoureus.

• Niet als je niet wilt uitvlooien hoe je van hier naar daar raakt en vervolgens vele uren in een bus naast een man met een kip wil zitten. Kies dan een reis­bureau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden