Dinsdag 21/05/2019

Interview

"In je eentje een kind krijgen? Gewoon dóén"

Barbara Lammerts van Bueren begeleidt single vrouwen die overwegen om in hun eentje een kind te krijgen. In een nieuw boek raadt ze hen een ‘bekende’ donor aan, in plaats van anoniem zaad. ‘Vrouwen willen zelf kunnen beslissen wie de donor wordt.’

Barbara Lammerts van Bueren is zelf alleenstaand en (bewust) moeder van twee dochters. Beeld Zaza Bertrand

Barbara Lammerts van Bueren wilde graag een kind maar had geen man. De spermabank, dat zag ze niet zitten en een gesprek met een potentiële donor liep op niets uit. En dan kwam er, onverwachts, een voorstel van een goede vriend: wat als hij haar donor zou zijn? “Ik viel van mijn stoel, want hij had een vrouw. Hoe zat het dan met hen, met haar? Met ons drieën hebben we een paar maanden veel gepraat en uiteindelijk hebben we de stap gezet. Zeventien jaar geleden is zo mijn dochter geboren en ik ben ontzettend blij dat ik het op die manier heb kunnen doen.”

Al bijna tien jaar begeleidt de Nederlandse vrouwen die overwegen om alleen een kind te krijgen. Want steeds meer vrouwen doen het alleen. Navraag bij de VUB leert dat van alle vrouwen die zich laten insemineren tegenwoordig ongeveer een derde alleenstaand is, terwijl dat in 1994 nog maar 10 procent was. Het UZ Gent ziet de afgelopen drie jaar een verdubbeling, tot 200 vrouwen per jaar. Niettemin blijft de vraag om hulp en inzicht groot.

Lammerts van Bueren heeft net een nieuw boek uit, waarin ze een pleidooi houdt om niet langs de spermabank te passeren maar een bekende donor te kiezen, net zoals ze zelf heeft gedaan. “Een goede ouder zijn betekent voor mij dat je je kind de kans geeft om in alle openheid zijn donor te leren kennen.” Maar daarover straks meer.

De vrouwen die bij u aankloppen, waar zitten die mee?

Barbara Lammerts van Bueren: “Ik onderscheid drie grote vragen. Allereerst: ‘Wil ik een kind?’ Meestal zijn deze vrouwen er altijd van uitgegaan dat ze ooit moeder zouden worden, maar dan blijkt dat ze geen partner hebben. De vervolgvraag is dan: ‘Wil ik nog steeds een kind als ik het alleen moet doen?’ Dat is een lastige kwestie.

“Dan is er het ethische aspect. Kan ik het wel maken om een kind zonder vader op de wereld te zetten? Ten slotte is er het grote kan-ik-vraagstuk. ‘Red ik het op mijn eentje? Is mijn netwerk groot genoeg? Hoe doe ik het financieel en wat met mijn werk? Wat als ik ziek word? Wat als mijn kind ziek wordt?’

“In de workshops laat ik vrouwen die vragen in een taartdiagram gieten, en dan zie je dat voor elke vrouw het zwaartepunt elders ligt. De ene ligt niet echt wakker van praktische kwesties maar worstelt vooral met de vraag of het mag, en andersom. Dat is wel relativerend.”

Eigenlijk vragen ze zich vooral af of ze wel goede moeders zullen zijn, in hun eentje?

“Ja, en vooral: ga ik het redden en nog tijd hebben voor mezelf? Ga ik straks niet zo uitgeput zijn dat ik alleen nog maar geïrriteerd rondloop en dat op mijn kind afreageer? En kan ik ermee leven dat mijn kind vaker naar de opvang moet?”

En hoe draait het vaak uit in de praktijk?

“Sommigen hebben het fantastisch geregeld, met netwerken waar ik jaloers op ben, maar anderen komen toch heel mager aan de start. De vrouwen die uiteindelijk deze weg bewandelen zijn over het algemeen zelfstandige en zelfbewuste types. Hulp vragen is zelden hun sterkte kant. Dat geldt ook voor mij. (lacht) Maar je moet goed beseffen dat je niet te lang mag aanmodderen. Als je echt vermoeid geraakt, dan gaat het snel bergaf.”

Hebben die vrouwen het idee dat ze een soort supermoeder moeten zijn?

(beslist) “Ja hoor. De solomoeder wordt steeds gewoner, maar natuurlijk krijgen vrouwen nog sceptische reacties of vinden hun ouders het toch wat ingewikkeld. Dan is de druk groot om te laten zien dat het heel goed gaat.”

Beeld Zaza Bertrand

Ze hebben zelf die keuze gemaakt, dus moeten ze ook maar zien dat het lukt?

“En dat maakt hulp vragen er niet makkelijker op: ‘Dit was mijn beslissing, dus ik kan toch moeilijk mensen gaan lastigvallen omdat ik het even niet red?’ Soms willen vrouwen ook aan hun donor bewijzen dat het prima gaat, dat het de moeite waard was. In het boek citeer ik een vrouw die haar kind niet durft te berispen wanneer de donor op bezoek is, omdat ze het gevoel heeft dat ze beoordeeld wordt op haar moederschap.”

De vraag of het wel gepermitteerd is om een kind op de wereld te zetten zonder vader, die is toch niet geheel onterecht?

“Zeker niet, en het is een afweging die iedereen zelf moet maken. Ik zeg altijd: ik gun het ieder kind om op te groeien bij zijn beide biologische ouders en in een harmonieus gezin. Maar kijk om je heen: we leven niet in een ideale wereld. En twee ouders bieden geen garantie op een fijne opvoeding. Ik denk dat een scheiding voor een kind traumatischer is dan een stabiele, veilige en gezellige jeugd met alleen een moeder.”

Is er onderzoek naar het welbevinden van kinderen die zo opgroeien?

“De Britse professor Susan Golombok van Cambridge University heeft een paar jaar geleden Modern Families geschreven, waarin ze alle bestaande onderzoeken naar niet-traditionele gezinnen bekijkt, zoals solomoeders en holebi-ouders. En over het algemeen gaat het prima met die kinderen. Althans, als de ouders bewust gekozen hebben voor hun situatie. Als je alleen valt na een scheiding of andere narigheid, dan is de realiteit vaak minder florissant. Maar een warm en veilig opvoedingsklimaat is belangrijker dan het aantal ouders of hun geaardheid.”

Haar dochter Noor ziet haar vader een zestal keer per jaar. Ze weet wie hij is, als ze wil kan ze naar hem toe. “Het zit hem in de kleine dingen”, vertelt Lammerts van Bueren. “In haar onderkaak heeft ze een tand te weinig. Het is leuk dat ze kan vragen of hij dat ook heeft en dat inderdaad zo blijkt te zijn. En ze hebben dezelfde talenten en interesses. Het is fijn om die aansluiting te vinden: ‘Van hem stam ik af’.”

Workshops begint ze altijd met haar persoonlijke verhaal. “En dan zeggen vrouwen vaak: ‘Ja, zoals jij het gedaan heb wil ik het ook, maar ik ken niemand. Of ik durf het niet te vragen. Hoe regel ik dat juridisch en wat als mijn donor zich gaat moeien met mijn gezin?’ Het is een aantrekkelijke optie, maar heel eng. Vanuit die vragen is dit boek er gekomen. Ik wil die drempels een beetje verlagen en laten zien hoe je zoiets kunt aanpakken.”

Een bekende donor is beter dan anoniem zaad? “De urgentie voor dit boek zit hem in het feit dat de vraag naar donorzaad in klinieken enorm is toegenomen, maar het aanbod niet is meegegroeid. We zitten met enorme wachtlijsten en commerciële circuits, vooral in Denemarken.

“Een paar Deense rietjes zaad kosten honderden euro’s en over de ethische vragen willen ze het niet hebben. Het heeft maanden geduurd voor ik van de Deense bedrijven een antwoord kreeg op de vraag hoeveel kinderen hun donors maximaal mogen verwekken. Blijkt dat er geen limiet is. Ja, per land soms wel, maar het is een internationale business. Dan vraag ik me af: het besef dat je overal ter wereld pakweg tweehonderd halfbroertjes en -zusjes hebt, wat doet dat met iemand? Ik voel me daar ongemakkelijk bij.

“Maar ik begrijp ook dat vrouwen iets willen doen met die sterke kinderwens, dus wat moeten ze dan? Toch maar op de wachtlijst of naar de Deense spermabank? Dat zijn erg lastige dilemma’s en in België is het nog moeilijker. In Nederland kunnen donorkinderen vanaf zestien jaar contact opnemen met hun donor, maar in België is de spermabank altijd anoniem. Daar probeer ik nu iets tegenover te stellen: een vorm van kleinschalig donorschap.”

Af en toe laait ook hier de discussie over die anonieme donoren op. Onder anderen Valerie Van Peel (N-VA) wil die anonimiteit opheffen, maar voorlopig beweegt er niet veel. Wat willen vrouwen die een donor zoeken eigenlijk?

“Ik heb voor dit boek met 125 vrouwen gepraat die overwegen om alleen moeder te worden. Twee derde verkiest een donor die ze kennen en ‘aanwezig’ is in het leven van hun kind. Want er is altijd de vraag: ‘Mag ik een beslissing nemen die impliceert dat mijn kind zonder vader zal opgroeien en de helft van zijn genetische identiteit niet zal kennen?’

“Twintig jaar geleden speelde dat toch minder. In het begin was donorzaad er voor heterokoppels met vruchtbaarheidsproblemen, en niemand die zich afvroeg vanwaar dat kind kwam. In de jaren 70 trokken de alleenstaande vrouwen en lesbische stellen naar de spermabank en die hadden wel een verhaal nodig, maar nog steeds was het niet echt belangrijk van wie dat zaad eigenlijk was.”

Ook niet voor de vrouwen zelf?

“Vandaag kun je met al je vragen terecht op het internet, maar toen ik eraan begon, moest ik me informeren bij de bibliotheek, het vrouwengezondheidscentrum of de huisarts. En als die toen zei dat de afkomst van het zaad niet belangrijk is, dan nam je dat aan. Maar ondertussen zijn die eerste donorkinderen volwassen en zijn ze zich gaan roeren, want die hebben wel degelijk vragen over hun afkomst. En onze kennis over genetica is veel groter, ik denk dat dat ook meespeelt.

“Je weet gewoon niet hoe je kind later zal omgaan met die vragen, dus dat is een lastige kwestie. Goed ouderschap begint daarom al bij een doordachte keuze. Voor mij betekent dat de mogelijkheid tot contact en openheid. Als dat via een Nederlandse spermabank is waarbij een kind vanaf zestien jaar contact kan zoeken, mij ook goed. Want niet iedereen voelt zich comfortabel met een donor dicht bij huis. Zolang die weg maar niet bij voorbaat wordt afgesloten. Nu, ik heb ook Vlaamse klanten en voor hen vind ik het een hele moeilijke zaak.

“En nog iets: vrouwen willen ook zelf kunnen beslissen wie hun donor wordt. Klinieken matchen vooral op basis van uiterlijke kenmerken en daar valt iets voor te zeggen. Maar vrouwen die kiezen voor een bekende donor stellen gauw vast dat uiterlijk er niet zo toe doet. Ze zoeken een bepaald type mens, een mooi karakter of iemand die aangenaam in het leven staat. Een vrouw vertelde me dat ze zo bang is om gematcht te worden met iemand die qua karakter helemaal niet bij haar past. Dat begrijp ik, maar bij de spermabank gaat het daar niet over.”

Wat vindt uw dochter ervan?

“Zij kent veel kinderen van alleenstaande moeders die niet weten wie hun donor is, en ze is toch blij dat ze weet wie haar vader is. Natuurlijk denkt ze weleens dat het leuk zou zijn als hij bij ons zou wonen, maar zoals het nu is, vindt ze het ook goed.

“Op een gegeven moment hebben we in onze dichte omgeving te maken gehad met een heel heftige echtscheiding en toen was ze toch ook blij dat zoiets ons in ieder geval niet kan overkomen.

“Mijn jongste dochter is geadopteerd, dus zij heeft sowieso een ander verhaal. Zij kan weleens boos zijn omdat ze geen papa heeft, zeker toen ze klein was. Ik herinner me dat we ooit op vakantie de camping opreden en dat ze zei: ‘Hadden we nu maar een papa.’ Want dan kon hij de tent opzetten. Dan komt wel dat stereotiepe beeld opzetten.”

U bent al zeventien jaar moeder en hebt elke dag contact met jonge of aanstaande moeders. Is er iets veranderd, in die tijd?

“De verantwoordelijkheid weegt zwaarder, omdat kinderen krijgen vandaag zo’n bewuste keuze is, of je het nu alleen doet of niet. In de workshops verzuchten vrouwen soms dat ze eigenlijk liever per ongeluk zwanger worden. Dan is het zo, kunnen ze daar mee verder en komt het ook wel goed. Maar ze voelen zich te verantwoordelijk om naar de kroeg te gaan en zich daar te laten bezwangeren.

“Maar daardoor wordt het ook zo zwaar. Dat probeer ik mee te geven: denk goed na over je netwerk, je gezondheid en mentaal welbevinden. Kijk eerlijk naar jezelf. Misschien zijn er aandachtspuntjes, maar op een gegeven moment is het goed. Ga er gewoon voor. Het leven is altijd een risico.”

Moet u vrouwen vooral geruststellen?

“Soms wel. Een beetje relativeren, zeggen dat ze de lat niet zo hoog moeten leggen. Want ze willen eerst dát bedrag op de spaarrekening en een groter huis met extra slaapkamers. Terwijl het bij mij destijds prima ging in mijn kleine appartement. Het gaat niet om de materiële dingen, maar veel vrouwen vinden dat het hoort bij de perfecte voorbereiding. Maar dat perfectionisme moet je gauw parkeren. Goed is goed genoeg.

“Een enkeling zegt: ‘Ik heb het onderzocht en in het belang van het kind kies ik ervoor om het niet te doen.’ Ze blijven tegen het gemis van een vader aanlopen. Dat vind ik heel sterk. Dat je, hoe pijnlijk en verdrietig het ook is, die mogelijkheid afwijst.”

Toch vergt het veel zelfvertrouwen om uiteindelijk die stap te zetten, niet?

“Ze bestaan, hoor, vrouwen die meteen zeggen: ‘Ik kan dat, ik heb gewoon wat praktische kwesties te tackelen.’ Maar ik zie toch veel vrouwen met twijfels, bij wie het verlangen zo groot is dat ze er toch iets mee doen.

“Vaak vragen ze me op welk punt ze het zeker weten. Dan zeg ik: je kunt wachten tot je een ons weegt, want die zekerheid zul je niet vinden. Af en toe, ja, tijdens een euforische bui. Maar dan ga je slapen en de volgende ochtend knaagt het weer, want dit is zo ‘groot’. En als je eindelijk de knoop hebt doorgehakt, dan is het ook maar de vraag of je wel zwanger wordt en dat goed loopt. Je moet vooral zorgen dat je genoeg vertrouwen hebt, dat je gelooft dat je wel weer overeind krabbelt als je valt.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.