Zondag 29/03/2020

Column

Ik zou nog één keer willen slapen in deze gekke, scheve kamer, er nog één keer de liefde bedrijven

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei °1988, vertellen beurtelings over hun leven. Vandaag: Bregje.

Voor het eerst sinds mijn verhuizing ben ik terug in Amsterdam. Samen met mijn vriend fiets ik langs zijn oude huis. Hij is er geboren en heeft er jarenlang gewoond, maar sinds een paar maanden behoort het iemand anders toe.

We stappen af en gluren tussen de jaloezieën. Daarachter ligt een heel andere woonkamer dan die we achterlieten. Er is zelfs een keuken in gemaakt.

Achter ons houden voetstappen halt. “Nieuwsgierig hoe het is geworden?”, vraagt de nieuwe eigenaresse, die ons bij het gluren betrapt. Ze nodigt ons uit om binnen te kijken.

Het huis heeft zich verpopt. De donkere, gekraste houten vloer is blank geschuurd, de overgroeide ­binnentuin gekortwiekt en betegeld. Er zijn muur­vullende inbouwkasten verschenen, en de afgeragde ­keuken, die om duistere redenen kiwigroen was, is ­vervangen door een hypermodern zwevend aanrecht. Terwijl we beleefde kreetjes slaken, worden we op de voet gevolgd door twee kleine, keffende hondjes, die terugwijken als ik buk om ze te aaien, en naar ons blijven grommen, zo van: wat moeten jullie in ons huis.

Ik moet denken aan een liedje van de Belgische band BaliMurphy, ‘Plus belle sans moi’. Daarin bewondert de zanger zijn ex-vriendin, die zonder hem slanker, stralender, vrolijker is. Hoe heeft hij zo stom kunnen zijn, hoe heeft hij niet kunnen zien wat een prachtvrouw ze is?

Toen ik voor het eerst mijn ex terugzag, schrok ik er ook van dat hij zich van top tot teen in het nieuw had gestoken. Hij leek vastbesloten om schoon schip te maken, om anders en beter te worden zonder mij. Dat deed me pijn. Niet uit jaloezie, maar omdat het blijkbaar nodig was. Je moet elkaar tot bloei kunnen brengen, en dat was me niet gelukt. Voor mij was het ‘mooiere’ dan ook niet wat er schuurde. Wat er pijn deed aan zijn aanblik, was juist wat hetzelfde was gebleven. Een kenmerkend hoofdgebaar, nerveus springende wenkbrauwen, zijn stemgeluid, zijn geur. Die constanten openden een parallelle ­werkelijkheid, waarin ik niet was weggelopen. Waarin we elkaar nog mochten aanraken, en ik even een hand door zijn haar kon halen. Hier was hij, de mens van wie ik jaren had gehouden, vlakbij en onbereikbaar. Hier was het bekende lichaam, met dezelfde gevoeligheden op dezelfde plekken. Ik zou mijn hand kunnen uitsteken om ze aan te raken, ik wist precies hoe, ik zou het geblinddoekt kunnen.

Ook in dit huis zitten de lichtknopjes nog op dezelfde plek. Veel dingen zijn exact hetzelfde gebleven: de radiatoren, de badkamer, de plek van het bed. ‘Het bed!’, gebaar ik met mijn ogen naar mijn vriend. Dit bed, waar ik tegen elk voornemen in vreselijk verliefd ben geworden. Ik kan er moeilijk afscheid van nemen: ik zou nog één keer willen slapen in deze gekke, scheve kamer, er nog één keer de liefde bedrijven en daarna loom liggen kijken naar de gebutste muur. Weggaan voelt als een zwaar afscheid.

Maar de man voor wie ik viel, loopt met me mee naar buiten. Eenmaal terug bij onze fietsen lacht hij ongelovig. Alsof hij mijn gedachten leest, zegt hij: “Niet zo beteuterd, egeltje. Dit huis is beter af bij iemand anders.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234