Dinsdag 02/06/2020

Coronacrisis

‘Ik zit hier nu helemaal alleen, al mijn vrienden zijn dood’: het verhaal van het kaartersclubje in De Fontein

Dienstencentrum De Fontein in Borgerhout. Op de verdieping van de vrienden is Marie-José Vandenplas de enige van het clubje die nog leeft. Beeld Aurélie Geurts

In dienstencentrum De Fontein in Borgerhout bezweken vorig weekend vier leden van het vaste kaartersclubje enkele uren na elkaar. Alleen Marie-José is er nog: ‘Ik zit hier nu gans alleen, al mijn vrienden zijn dood. Ik ben zo bang dat ik geen honger meer heb.’

Hoe meer dagen er verstrijken, hoe harder het verdriet bij Dirk Le Bastard (56) de vorm aanneemt van woede. “Ik heb net nog een kwade mail gestuurd”, zegt hij. “Ik begrijp wel dat ze nu even dringender zaken aan hun hoofd hebben, maar wat ik nooit ga begrijpen is hoe de noodsignalen zo lang zijn genegeerd.”

De laatste keer dat hij écht sprak met z’n vader, Frans Le Bastard (82), was over de telefoon, op donderdag 5 maart. Dat was een week voor alle Belgische cafés en restaurants dicht gingen. “Hij zei dat we met de familie voorlopig niet meer op bezoek mochten komen”, vertelt Dirk. “Hij was heel vastberaden: ‘Blijf weg, voor uw eigen veiligheid. Ik trek mijn plan wel.’ Hij zei dat er in het dienstencentrum veel waren die hoestten, die het aan hun longen hadden. Hij sprak toen al over het coronavirus. Hij was ervan overtuigd dat ze weldra allemaal in quarantaine zouden gaan. Hij is die dag naar de Carrefour gegaan en heeft voor meer dan honderd euro eten gekocht. Vlees en vis. Mijn vader kookte graag voor zijn vrienden. Het was zijn manier van hamsteren.”

“Mijn vader was iemand die zich goed informeerde, die mee was met z’n tijd. Hij is tot z’n zestigste freelance persfotograaf geweest voor Het Laatste Nieuws, Gazet van Antwerpen en De Morgen. Hij was nog heel goed te been, deed boodschappen voor andere residenten. Hij noemde hen altijd de oudjes. Hij zei: ‘Iemand moet toch voor de oudjes zorgen?’ Dan zei ik: ‘Je bent zelf 82.’ Waarop hij veranderde van onderwerp.”

Marie-José Vandeplas en Frans Le Bastard. Marie-José is de enige van de vrienden die nog in leven is: “Ik heb schrik. En ik ben zenuwachtig. Ik durf niet meer te bewegen." Beeld rv

Zelfstandig

Frans Le Bastard was vorige week in de nacht van vrijdag op zaterdag de tweede coronadode in De Fontein. Goed 48 uur na zijn dood stierven ook de drie mensen met wie hij al jaren dagelijks de meeste tijd doorbracht in de kantine. Enkele uren na Frans stierf Louis Denaph (80), snel na hem Liane Fernand (86) en nog wat later Irène Wils (79). Eerder, op 18 maart, was met Jos De Kinder (92) nog een andere resident overleden. Ze testten allemaal positief op corona.

De kantine was niet het enige wat Frans, Louis, Liane en Irène met elkaar gemeen hadden. Ze waren allemaal erg gehecht aan hun autonomie.

“Mijn tante had haar ticket naar Benidorm al besteld”, zegt Ivette Meyers, de nicht van Liane Fernand (86). “Ze ging daar deze lente naartoe met haar beste vriendin, die vliegangst heeft. Haar ticket heeft ze online besteld bij de FlixBus. Ze ging ook nog een keer per week goed eten in het centrum van Antwerpen en deed nog haar boodschappen. Op zaterdag stond ze achter de toog in de kantine van De Fontein.”

Dirk Le Bastard: “Vroeger was er personeel dat de toog bediende. Door besparingen is dat weggevallen. Mijn vader vond dat niet erg. Hij vond het juist leuk dat hij zich nuttig kon maken door mee de toog te doen.”

Voor Liane Fernand (86) stond deze lente een reis naar Benidorm op de planning, samen met haar beste vriendin. Ze wilde altijd onder de mensen zijn.Beeld rv

Kaartersclubje

Overheden moesten de afgelopen weken aan ontzettend veel denken. Wat met kappers? Hoeveel kilometer mag je fietsen? Bij één groep mensen stond niemand stil. Mensen als Frans, Liane, Louis en Irène. De Fontein is een van de 44 dienstencentra van Zorgbedrijf Antwerpen.

“Die mensen doen ook maar wat ze kunnen”, zegt Tania, dochter van Louis Denaph. “De Fontein is geen woonzorgcentrum. Voor de WZC’s was het al van begin maart: iedereen op z’n kamer en geen bezoek meer. In een centrum met serviceflats zoals De Fontein zijn de mensen niet veel minder kwetsbaar of jonger. Ze gaan en staan waar ze willen. Daar is ook voor gekozen door henzelf en hun familie. Mijn vader kwam elke avond bij ons eten. Te voet.”

Ivette: “Mijn tante deed niks liever dan kaarten. Volgens mij is het virus van hand op hand gegaan via de speelkaarten. Frans, Louis en Irène waren de mensen die bijna elke dag in de kantine zaten te kaarten. Ze hebben op een gegeven moment te horen kregen dat ze meerdere keren per dag hun handen moesten wassen, maar ik denk dat het toen al te laat was. Ze hebben allemaal hun flatje in De Fontein, dat van mijn tante was erg klein. ‘Ge kunt u er amper omdraaien’, zei ze altijd. Ze heeft haar hele leven bureauwerk gedaan, tot haar pensioen. Ze wou altijd onder de mensen zijn.”

Dirk vond het niet helemaal passend, hoe de doden van De Fontein deze week in nieuwsflitsen min of meer werden gereduceerd tot kaartersclubje. “Mijn vader kaartte weleens mee, zeker”, zegt hij. “Maar hij had nog veel andere bezigheden. Hij fotografeerde nog, hij kookte voor anderen. Hij was ook de sleutelbewaarder in De Fontein. Hij zag zich eigenlijk eerder als hulpverlener dan als bewoner. Hij was op zijn leeftijd nog bezig om scheidsrechter te worden in het sjoelbakken. In woonzorgcentra, waar dat spel veel wordt beoefend, is er altijd een tekort aan neutrale puntengevers.”

Irène Wils. Beeld Rv

Jos De Kinder, een ex-legionair bij het Franse Vreemdelingenlegioen in Algerije, de eerste die overleed aan corona, heeft nooit mee gekaart. Hij was een boekenwurm en de nieuwsjunk van De Fontein. Hij had altijd de nieuwste smartphone en de nieuwste tablet. Hij en Frans waren de laatste weken de onheilsprofeten van De Fontein.

Dirk: “Dat maakt het zo tragisch. Ze hebben het zelf lang op voorhand zien aankomen.”

‘Als marsmannetje’

Louis Denaph was tot in de jaren 90 zanger en liedjesschrijver bij de Mannen van de Pacht, vier oudere Antwerpse vuilnismannen die een bandje hadden gesticht. Ze deden braderijen met nummers als ‘Wij Zijn De Mannen Van De Pacht’, ‘De Karlader’ en ’Waar is’t wc madam?’.

Tania: “Hij deed dat met hart en ziel. Twintig jaar lang hebben ze samen gespeeld. Ze waren op een gegeven moment in Antwerpen echt heel populair. Van al hun platen, cd’s en optredens ging de opbrengst altijd naar een goed doel.”

Op dinsdag 10 maart kwam Louis voor het laatst eten bij z’n dochter. Hij belde de volgende dag af wegens pijn in de benen. “De dag daarna hebben ze hem gevonden”, zegt Tania. “Hij was gevallen. Hij belde me vanuit het Stuivenberg: ‘Slecht nieuws, ik heb corona.’ De artsen waren optimistisch, tot zijn toestand zaterdagnacht opeens pijlsnel achteruit ging. Ik ben hem de dag daarvoor nog gaan bezoeken. In zo’n pak. Het was zijn uitdrukkelijke wens om z’n lijden niet te rekken. ‘Dat ze aan mij niet te veel prutsen’, had hij gezegd. Dat moet je dan respecteren, hoe pijnlijk dat ook is.”

Dirk blijft met een hoop vragen zitten: “Als je de chronologie maakt, had men dit drama weken op voorhand moeten zien aankomen. Heel België was al lang in lockdown, maar vorige week vrijdag kon iedereen De Fontein nog vrij in en uit lopen.”

Ook Dirk mocht zijn vader bezoeken in het ziekenhuis. Hij kon hem nog meegeven dat hij weldra overgrootvader zou worden, maar de doffe blik in diens ogen deed beseffen dat de oud-persfotograaf zich al bij zijn lot had neergelegd.

“Je staat daar dan, verkleed als marsmannetje. Hij aan een apparaat. Dat is niet echt contact hebben. Hij kon ook niet meer spreken.”

Marie-José

Je zou verwachten dat deze haard van corona inmiddels moet zijn geëvacueerd, maar dat was gisterennamiddag nog niet zo. “Iedereen van de directie is in vergadering”, zei een medewerkster, die suggereerde maandag terug te bellen.

Op de verdieping van Frans, Liane, Louis en Irène is er nu alleen nog Marie-José Vandeplas (83), de enige van het vaste clubje die nog in leven is.

Marie-José, aan de telefoon: “Ik heb schrik. En ik ben zenuwachtig. Ik durf niet meer te bewegen. Ze hebben gezegd dat ik niet naar beneden mag gaan, dat ik m’n kamer niet uit mag. Ik zit hier nu gans alleen, al mijn vrienden zijn dood. Het is allemaal zo rap gegaan. Ik ben zo bang dat ik geen honger meer heb. Ik voel geen koorts of zo. Ik voel me gewoon. Het is meer de angst dat het opeens kan komen. Zoals het ook bij Frans en de anderen opeens is gekomen.”

“Ik hoorde daarstraks dat er weer iemand is overleden. Louisa was geen residente, maar iemand die vaak naar onze turnclub kwam. Ik turnde twee weken geleden nog met haar.”

Louis Denaph.Beeld VTM nieuws
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234