Donderdag 16/07/2020
Beeld DM

ColumnLize Spit

Ik wilde niet alleen zijn, ik wilde gezocht worden en gevonden

Auteur Lize Spit en haar Nederlandse collega Bregje Hofstede, allebei °1988, vertellen beurtelings over hun leven. Vandaag: Lize.

Zonder aankondiging heb ik me teruggetrokken in bed bij klaarlichte dag – even alleen zijn. Ik lig links, mijn kant sinds R. hier slaapt. Het verst van de slaapkamerdeur en de rest van het huis, de kant die het minst geborgen aanvoelt, alsof je aan de buitenzijde ligt.

Twaalf jaar lang sliep ik rechts, aan de beschutte ­binnenzijde. Mijn vorige partner nam genoegen met de buitenkant. R. bleek wel een overtuigd binnenkantslaper, reeds twintig jaar, en hij moet ’s nachts op om te plassen – hij won. Maar na een jaar is links nog steeds niet echt míjn kant. Als R. hier niet slaapt, dan wissel ik meteen.

Na een kwartier hoor ik R. naderen, vloerplanken ­kraken. De deur gaat open. “Alles oké? Om een wasje te draaien bleef je wel héél lang weg.”

“Ja hoor, ik lig gewoon even.”

Dat R. mijn afwezigheid heeft opgemerkt, beurt me op. Ik wilde blijkbaar niet alleen zijn, ik wilde gezocht worden, gevonden, iets betekenen.

R. komt tegen me aan liggen. “Ik zat daarnet te lezen en ik keek om me heen en dacht: ik zou hier kunnen wonen bij jou.” Hij neemt zijn bril af en hangt die ­zorgvuldig met open beentjes over het hoofdbord van het bed, een vertrouwd gebaar. Ik kan niet anders dan denken: ooit gaat hij dood en dan hangt die bril daar ­misschien voor altijd zo, dag en nacht. We knuffelen.

Het ontroert me, dat hij het afgelopen kwartier rustig heeft zitten lezen, zich thuis voelend in mijn huis.

“Zeg, als jij hier intrekt, is de verdeling van het bed dan definitief?” vraag ik.

R. stelt voor om vanavond eens van kant te wisselen. “Kijken wat er gebeurt.”

“Ja, laten we even oefenen!” zeg ik.

Ik duik over hem heen, probeer de ­rechterzijde uit. Het perspectief is me ­vertrouwd van de nachten dat ik alleen sliep, de lamp en de kast, alles staat zoals het hoort, maar ik kijk opzij en dat is een vreemd gezicht nu R. daar ligt, het voelt anders, al het intieme is ­gespiegeld, ik moet me op een andere zijde draaien om met mijn gezicht naar hem toe te liggen, knuffelen moet nu met rechts. Het heeft iets wrangs, iets verdrietigs. Melancholie is een overmatige hechting aan hoe ­dingen zijn, naast het feit dát ze er zijn, en daarom moet je niet enkel afscheid nemen van wat verdwijnt, maar ook van wat verandert.

Heel de avond hangt de afgesproken wissel boven ons hoofd, ik stel bedtijd uit. Liever laat ik de rechterzijde niet definitief los, maar inmiddels zou ik ook mijn ­vertrouwde linkerzijde missen, de bedrand met de twee beren, de radiator, het stoeltje dat als nachtkastje dient, hoe ik daar afgelopen jaar naast R. heb gelegen, mijn ­linkerarm om hem heen. Je kan moeilijk aan twee kanten van het bed tegelijk slapen.

Melancholie, R. kent er ook iets van. We slepen ons naar bed die avond. Staan tegenover elkaar aan het ­voeteneinde, ik al in pyjama. Ik treuzel om er als eerste in te kruipen. Traag kleedt R. zich uit.

“Weet je…” zeg ik, wanneer hij in onderbroek staat. “Ik dacht nog...”

‘Ja…’ zegt R.

We stappen beiden aan onze gewoonlijke kant in. R.’s bewegingen verraden dat hij ook opgelucht is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234