Zaterdag 23/11/2019

Interview

"Ik wil liefde niet beperken tot de persoon met wie ik mijn bed deel"

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: drummer Lander Gyselinck (30). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Zeventien. Ik weet niet of het te maken heeft met mijn beroep, maar als artiest of muzikant zie ik nog alle mogelijkheden voor me liggen. Dat gevoel had ik ook toen ik 17 was. Als puberende jongen was ik oversensitief, alles was zo ­overweldigend nieuw.

“Eeuwig puberen, dat zie ik als iets positiefs ja, ik wil het iedereen toewensen. Dat al je visies en ideeën nog mogen evolueren. Als je eenmaal volwassen bent, ligt alles vast.

“Maar ik ben niet meer de 17-jarige jongen die op een feestje terechtkomt en zich helemaal onzeker voelt. Gelukkig niet.”

2. Wat vindt u uw belangrijkste eigenschap?

“Dat ik goed met mensen kan samenwerken en omgaan. Nog belangrijker dan mijn talent om te drummen, want ik ken veel betere drummers dan ik. Ik pas mij graag aan anderen aan en geniet ervan om in verschillende werelden te kunnen opereren.

“Nieuwsgierigheid naar de ander vind ik belangrijk. Die eigenschap heb ik van mijn ouders meegekregen. Als maatschappelijk werkers verdiepen ze zich in de wereld van anderen om hen proberen te begrijpen en hun problemen aan te pakken.”

3. Wat is uw grootste passie?

“Muziek. Onvermijdelijk. Stel dat ik kreupel word, dan zal ik nog altijd muziek maken. Muziek is voor mij levensnoodzakelijk.”

4. Wat beschouwt u als uw grootste prestatie?

“Dat ik naar New York verhuisd ben. Het was voor mij een heel grote stap om het veilige, beschermende nest te verlaten. Ik heb daar heel veel geleerd. Hoe het is om eenzaam te zijn, hoe het is om niet in een comfortabel land als België te functioneren, hoe het is om jezelf te verliezen ook. Ik wilde mezelf in zekere zin wel wat losrukken van thuis, ik wilde weg om te ervaren hoe het voelt om uit je comfortzone te treden.

“In een stad als New York ben je ­niemand. Dan begin je opeens te beseffen hoe belangrijk vriendschappen zijn, hoe belangrijk het is om te kunnen communiceren met anderen. Want alles was daar anders: de taal, de cultuur, de gewoontes, de perceptie van muziek ook. Choquerend soms, maar interessant. Mijn tijd daar heeft me andere perspectieven ­gegeven, waarvoor ik anders blind was gebleven. Het was bijna een luxe om te ­verdwijnen in zo’n gigastad. Veel inspirerender dan in het nest te blijven.

"Als kind flipte ik voortdurend. Maar die periode is gelukkig ­voorbij." Beeld Stefaan Temmerman

“In die periode kreeg ik te horen dat mijn vader kanker had. Toen drong het nog meer tot me door hoe belangrijk het is om je familie en vrienden te koesteren.”

5. Wat was het gelukkigste moment in uw leven?

“Toen ik op de Freinetschool De Boomgaard zat in Gent, dat gevoel van eeuwige zorgeloosheid. Elementen zoals tijd en toekomst bestonden nog niet.

“Ik was een raar kind, hels en neurotisch, en had heel weinig vrienden. Als ik mijn ouders over mijn kindertijd hoor vertellen, vraag ik me af hoe ik uitgegroeid kan zijn tot de persoon die ik nu ben, hoe ik er überhaupt in geslaagd ben te functioneren in de maatschappij.

“Natuurlijk heb ik heimwee naar die zorgeloze tijd, maar soms betrap ik mezelf erop heimwee te hebben naar het heimwee. Zoals je niet zozeer je ex-lief mist, als wel het beeld dat je van hem of haar gecreëerd hebt.”

6. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Espresso. En liefst één tot drie koppen, maar niet meer, anders wordt het problematisch. Als ik geen espresso drink, krijg ik tegen twaalf uur barstende koppijn. Dat is mijn enige verslaving. Bij voorkeur een Italiaanse espresso, klein en zacht van smaak. Niet te fancy.”

7. Wat is uw grootste zwakte?

“Schoonheid in de vorm van een cliché. Schoonheid kan me afleiden, in verwarring brengen. Dat kan gaan van een mooi paar schoenen of een mooi meisje tot een mooie melodie. Schoonheid kan soms wat goedkoop zijn, op het pathetische af zelfs. Denk maar aan de r&b uit de jaren 90, die zit vol clichés, maar kan ik wel schoon vinden. Het is dus een mooie zwakte.” (lacht)

8. Waar hebt u spijt van?

“Ik vind mezelf moreel vrij in balans. Wij zijn opgevoed met het idee: je doet geen foute dingen, dan hoef je ook geen spijt te hebben.”

9. Wat is uw grootste angst?

“Dat iemand van mijn familie of vrienden uit mijn leven zou verdwijnen. Ik kan me dat niet voorstellen.”

10. Waarvoor wilt u vechten?

“Onrechtvaardigheid.”

11. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?

“Ik was dolblij toen mijn zus een kindje kreeg. Toen ik binnenkwam in het ziekenhuis, was iedereen er, mijn ouders, mijn broer, en ik zag de baby en begon te huilen. Niemand begreep waarom. Het klinkt ­misschien vreemd, maar ik denk dat als ik erom huil iets pas echt wordt voor mij.

“Ik ween nogal gemakkelijk, maar echt gehuild als een klein kind, een uur aan een stuk, heb ik toen ik A Love Supreme zag van Anne Teresa De Keersmaeker en Salva Sanchis op muziek van John Coltrane. A Love Supreme is een episch jazzalbum uit de jaren 60. De beste manier om die muziek te ontdekken is eigenlijk die voorstelling te zien. Vier dansers komen op de scène, doen een soort van introductie, dan begint de muziek. Dat begin is zo overweldigend. Je ziet dat de dansers perfect de stromingen in de muziek volgen. Je kunt dus als toeschouwer de taal van de beweging bijna lezen als een soort partituur van de muziek.”

12. Wanneer schrok u van uzelf?

“Ik doe nooit rare uitspattingen. Ik ben redelijk berekend.”

13. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Als kind flipte ik voortdurend. Maar die periode is gelukkig ­voorbij. De muziek heeft mij als het ware gered, ik kan er al mijn energie in kanaliseren.”

14. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Muziek. Of combinaties van dans en muziek, zoals in A Love Supreme.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Constant. Ik ben niet gelovig, maar door muziek kan ik een soort van momentum bereiken dat grenst aan het religieuze.

16. Wat biedt u de ultieme ontspanning?

“Fietsen. Op fietsvakantie gaan met mijn vriendin, 90 kilometer per dag afleggen met een trekfiets en nadien je lichaam voelen.

“De ultieme ontspanning is voor mij een soort van lichte inspanning, een lichte onthechting. En dat bereik je niet na 5 kilometer. Pas na 50 kilometer raak je in een zone die bijna mystiek is.

“Ik kan eigenlijk niet niets doen, ik moet altijd iets doen.”

17. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik ben heel sterk bezig met mijn lichaam. Ik zal nooit uitzinnig veel drinken, dat wil ik mijn lichaam niet aandoen. Ik vind het heel fijn om me fit te voelen. Als je muziek speelt, voelt het veel intenser als je in vorm bent.

“Als je je lichaam verzorgt, verzorg je ook je geest. Ideeën komen sneller tot ontwikkeling. Ook slaap vind ik belangrijk. Ik zorg ervoor dat ik nooit slaap moet overslaan, want niets is zo verschrikkelijk als moe zijn. Dan kun je echt niet functioneren.

“Elke dag een beetje drummen is ook werken aan de relatie tussen je hoofd en lichaam.

“Ik vind het belangrijk om mijn lichaam alle aandacht te geven en ben me heel bewust van wat ik eet. Ik ben geen vegetariër, maar als ik ervoor kies om vlees te eten, denk ik er toch altijd eerst over na.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Een stem. Stem en intonatie kunnen zo verleidend werken, vaak heel onbewust ook, in tegenstelling tot een lichaam. Dat onbewuste eraan vind ik enorm erotisch.”

19. Wat is uw goorste fantasie?

“Een bad nemen in moelleuxkes, zo van die desserts die ­smelten. Dat vind ik goor op een aangename manier.”

20. Welk dier zou u willen zijn?

“Een vogel, sowieso. Ik heb even bij de Jeugdbond voor Natuur en Milieu gezeten. Vogelspotten samen met andere weirdo’s vond ik echt cool.” (lacht)

21. Aan wie bent u schatplichtig?

“Onvermijdelijk aan mijn ouders. Zowel in positieve als ­negatieve zin. Aan mijn oudere broer ook; dankzij hem heb ik mijn culturele bagage opgebouwd. Aan de keuzes van mijn broer heb ik nooit getwijfeld.

"Er zijn geen ­mensen met wie ik een slechte relatie heb, hoop ik." Beeld Stefaan Temmerman

“Er zijn bepaalde drummers aan wie ik me schatplichtig voel, zoals de Amerikaan Jim Black. Figuren die misschien onder de radar van de algemene cultuur zitten, maar me wel fel beïnvloed hebben.

“Ook pianist Kris Defoort en trompettist Bart Maris zijn op mijn pad als muzikant heel belangrijk geweest, vooral voor mijn perceptie van muziek. Die mensen zijn zo waardevol voor de Belgische scene, voor mij verdienen ze een standbeeld. Ik ben blij dat ik schatplichtig aan hen kan zijn.”

22. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Heel goed. We zijn deze zomer op reis geweest naar Italië met de hele familie, dat was al tien jaar geleden. We hebben samen gefietst, mijn vader reed ons allemaal naar huis. (lacht)

“Dat was heel fijn en intens. Ook omdat mijn zus een pas­geboren kindje had. De ziekte van mijn vader heeft veel in perspectief geplaatst. Daardoor zijn we nog meer gaan beseffen hoe waardevol onze band is.”

23. Aan wie hebt u leed berokkend?

“Anderen leed berokkenen, daar zou ik spijt van hebben. Er zijn geen ­mensen met wie ik een slechte relatie heb, hoop ik. En mochten er ­spanningen ontstaan, dan zou ik die ­willen doorbreken of opheffen.

“Leed berokkenen betekent ook iemand graag zien. Je kunt niet iemand leed berokkenen die je niet graag ziet. In de liefde is dat vaak onvermijdelijk.”

24. Welke eigenschappen waardeert u in anderen?

“Keuzes kunnen maken, een eigenschap die ik zelf ontbeer. Ik bewonder mensen die weten wat ze willen. En dat is misschien terug te voeren op mijn opvoeding. Mijn vader is ook slecht in keuzes maken, mijn moeder hakt de knopen door.

“Daarom fungeer ik graag in projecten van anderen, ik neem nooit de leiding. Ik hou ervan om zoveel mogelijk ideeën aan te reiken, maar het is fijn om samen te beslissen, om samen tot iets te komen.”

25. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is onvoorwaardelijkheid. Of het nu gaat om mijn vrienden, familie, lief of ex-lief, ik vind die mensen gewoon belangrijk voor de rest van mijn leven.

“We leven in een maatschappij die gebaseerd is op het ­principe van geven en terugkrijgen. In de liefde valt dat helemaal weg. Ik zie mijn vrienden onvoorwaardelijk graag en hopelijk zij mij ook. Je kunt liefde beperken tot die ene persoon met wie je je bed deelt, maar ik vind het mooier om liefde ruimer te zien.”

26. Hoe wilt u bemind worden?

“Enerzijds met een zekere mogelijkheid tot afstand, anderzijds met onvoorwaardelijke passie. Die twee extremen zijn natuurlijk niet makkelijk met elkaar te verzoenen. Ergens ­tussenin dus.”

27. Welk maatschappelijk ­probleem kan u woedend maken?

“Ik word moeilijk woedend, veeleer triestig.

“Dat de economie vandaag de dag de politiek bepaalt, dat we dat met z’n allen beseffen, maar toch niet weten wat we er concreet aan kunnen doen. Dat kan me verdrietig stemmen, ja.”

28. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ik zou het arrogant vinden mocht ik zeggen: nee nooit. Wie dat durft te ontkennen, geloof ik van geen kanten. Ik kan me gigantisch ergeren als iemand zich zo moreel superieur ­voordoet.

“Natuurlijk streef ik naar het ultieme doel om racisme uit de wereld te bannen, maar toch heb ik mezelf al betrapt op xenofobie. De angst voor wat vreemd is, de angst voor het onbekende.

“Gelukkig heb ik nu het voorrecht om veel te kunnen reizen, veel te kunnen spelen op verschillende plekken in de wereld en van verschillende culturen te kunnen proeven.

“Multiculturaliteit heb ik altijd als een verrijking gezien. Toen ik 12 was, begon ik met breakdance en kwam ik terecht in een heel diverse omgeving. Als Belgen moeten we die pluriformiteit omarmen. De omgekeerde beweging is niet verrijkend, maar ­verarmend. Als mensen niet meer ­reizen en afhankelijk worden van hun televisie, worden ze angstig.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Rust, eigenlijk. Daarom hou ik zo van mijn fietsvakanties. Citytrips doe ik niet zo graag, aangezien we als ­muzikanten al zo veel steden ­aandoen. Geef mij maar de natuur en het ­platteland.”

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Ecologisch gezien te weinig, vind ik. Ik neem nooit de auto als er geen drumstel in moet. En als we met STUFF op ­tournee gaan, eten we altijd ­vegetarisch. Maar voor de rest voel ik me vooral schuldig omdat ik vind dat we allemaal iets te makkelijk over het milieuprobleem heen ­stappen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234