Woensdag 16/10/2019

Lust & Liefde

"Ik was niet verbaasd door zijn dood. Op een of andere manier had ik het onheil voelen aankomen"

Beeld ThinkStock

Dee (58) verpandde haar hart en bed één dag per week aan een getrouwde man. Veilig en comfortabel, dacht ze. Tot een lawine niet alleen hem verpletterde, maar ook haar zo goed als alles ontnam.

"Tien jaar lang kwam hij elke zondagochtend rond een uur of halfelf bij me. Van zijn fiets stapte hij regelrecht mijn bed in, en buiten dat bed, buiten mijn kleine appartement zagen we elkaar nooit. Tussen hem en mij bestond iets wat ik niet anders kan uitleggen dan frisse levendigheid, iets wat ik niet kende van andere liefdes. Toen we elkaar in 1992 ontmoetten, had ik net een nieuw vriendje. Ik keek in de groene ogen van deze vreemde, en dacht, hoe kan ik verliefd zijn op de een en toch in de war raken van de ander?

“Pas jaren later kusten we in een café waar we toevallig allebei op een late avond verzeild waren geraakt. Het leek of de wereld versmalde tot alleen onze lippen, onze zoenende monden. Het ene moment was het stampvol en moest ik mijn best doen me een weg te banen langs al die druk pratende lichamen en het andere moment leek het of er niemand was, behalve wij. En zo is het altijd gebleven. Hij was een publieke figuur in de stad, hij hield van zijn vrouw en zou haar nooit het verdriet hebben willen aandoen van een scheiding, maar die ene dag in de week waren wij van elkaar.

“Zijn koude handen stopte hij altijd eerst een paar minuten onder zijn oksels, en keek dan naar me, liggend, verlangend: een klein jongetje dat niet kon kiezen waar hij zou beginnen als die handen straks voldoende waren opgewarmd. Seks, liefde, maar ook bezinning deelden we, als hij me bijvoorbeeld vertelde over zijn andere leven. We aten watermeloen en blauwe bessen en vijgen en dronken fruitsap, iedere week hetzelfde, met een teder gezicht liet hij foto’s zien van zijn kleinkinderen en van maquettes van zijn nieuwe ontwerpen. Vriendinnen die boos riepen dat zo’n minnaar voor een dag wel een profiteur moest zijn, liet ik kletsen. Want ik ondervond wekelijks zijn betrokkenheid en als ik ziek was, kwam hij  meteen.

“We waren natuurlijk geen tieners. Op de dagen dat hij niet bij mij was, gunde ik hem zijn rust en stuurden we elkaar geen berichten. Ik maakte me dus geen zorgen toen hij tijdens een vakantie met zijn vrouw niets van zich liet horen. Tegen zijn gewoonte in, was hij de maandag voor zijn vertrek nog langs geweest omdat ik zijn museumjaarkaart wilde lenen. Ik zie hem nog zitten op mijn bank. Hij keek tegen zijn gewoonte in, verdrietig. ‘Verheug je je op je skivakantie in de Andes?’, vroeg ik. ‘Niet echt,’ antwoordde hij, ‘ik kijk uit naar de dag dat ik weer hier ben’. En ik dacht: wat lief, hij verlangt nu al naar de hereniging met mij.

“De vrijdag erop, zijn vakantie was nog maar een paar dagen begonnen, zag ik dat de Facebook-pagina van zijn architectenbureau zwart was. Er is iemand dood, schoot door me heen. Hij of zijn compagnon, de kans was fifty-fifty. Met de schrille redenering van een overlever, wist ik ook: het moet wel zijn compagnon zijn, want die is twintig jaar ouder dan hij. Zelf durfde ik niet te bellen, dus vroeg ik een vriendin dat te doen. Twintig minuten later belde ze terug, huilend: ‘Hij is dood, bedolven onder een lawine in Argentinië.’

“Het rare was, ik was niet verbaasd. In shock ja, een wrak, maar op een of andere manier had ik het onheil voelen aankomen. De weken ervoor was ik onrustig geweest en had ik zelfs letterlijk eens tegen hem gezegd: ‘Ik ben bang dat er iemand sterft binnenkort’. Hij had met zijn gebruikelijke positieve kijk iets gezegd als: ‘Mensen gaan voortdurend dood.’ En dan was er dus die maandag geweest toen hij futloos op mijn bank over zijn vakantie sprak. Alsof zijn levensenergie toen al tanende was. Ik zei tegen mijn vriendin: ‘Ik hang op, ik moet naar buiten, ik moet een eind lopen’ en even later zei ik hardop in mezelf: ja, natuurlijk is hij verongelukt. Dit was onvermijdelijk. Een krankzinnige reactie, een wanhopige poging lijkt het zelfs, om het onbegrijpelijke te begrijpen.

“Ik heb die dag de hele stad doorkruist en drie maanden later loop ik nog steeds. Dagelijks maak ik lange wandelingen langs de plekken waar hij woonde en werkte in de vergeefse hoop in het plaveisel en de gevels iets te vinden wat zijn schoenen, zijn fietsbanden, zijn gedachten hebben aangeraakt. Ik hoop iets terug te vinden van de energie die wekelijks door ons beiden werd opgewekt, al is het maar in de vorm van pijn, alles beter dan dof gemis.

“Vorige week werd hij begraven, zijn lichaam was na zes weken eindelijk vrijgegeven. Door het middenpad zag ik de kist aankomen en weer was het of alles vernauwde, net als toen in het café. Het geroezemoes verstomde, er was alleen nog die kist. Die kist, de dragers en ik. Of ik opviel als de huilende wanhopige vrouw, vroeg ik me niet eens af. De kerk leek totaal uitgestorven.

“Zijn verjaardag gisteren herdacht ik ook met een wandeling. Bij het plaatselijk architectuurinstituut ging ik naar binnen, de vrouw achter de balie is een bekende. Ze vroeg naar de toedracht van zijn skiongeluk en ik antwoordde dat ik die niet kende en zelfs overwoog een medium te bezoeken omdat ik zoveel vragen had. Toen zei ze: ‘Dat medium staat achter je.’ Ik draaide me om. Er stond een vrouw, als het ware door hem gezonden. Ik vroeg haar, hoe kan een ervaren skiër, die zo bekend was in dat gebied, zomaar verongelukken? Ze antwoordde dat hij was verrast door de lawine. ‘Hij heeft wel gevochten,’ zei ze, ‘maar niet uit alle macht, hij was klaar om dood te gaan.’ Toen begreep ik het, zijn matte stemming, mijn voorgevoel, mijn reactie op zijn dood. Haar antwoord verklaarde alles: het was zijn tijd. Voor het eerst na zijn dood voelde ik me kalm worden, een kalmte die me een dag later nog omhult. Niet een kalmte die het gemis overstemt, maar dat wel draaglijker maakt.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234