Zaterdag 20/04/2019

lust & liefde

"Ik wachtte iedere ochtend het moment af waarop hij als een gewoontedier in mij gleed”

Beeld thinkstock

Fleur (52) sloeg een droomman aan de haak, maar zette na zes jaar de bijl in die relatie. Ze was een slaaf geworden van de luxe die het leven met hem bracht, en niet van de liefde, zoals ze te lang bleef geloven. 

“Hij vroeg me ten huwelijk, maar eigenlijk heb ik altijd geweten dat we nooit zouden trouwen. Zes jaar zijn we verloofd geweest, een heerlijke tijd. Onze verhouding speelde zich af op plekken waar iedereen wel altijd zou willen zijn: in restaurants, op terrassen op vrijdagmiddag, waarna we naar mijn huis gingen en vreeën, in bioscopen waar we de laatste films zagen. We gingen vaak weekendjes weg naar buitenlandse steden en verbleven in geweldige hotels. Hij was wat je noemt een ‘catch’, een sociale, heel leuke man, lief tegen mij, aardig tegen mijn vrienden. Trots was ik ook, want hij was het type man dat al mijn vriendinnen op hun ­verlanglijstje hadden, maar hij koos mij, en toch begon het na een ­aantal jaar te schuren. Het was natuurlijk fijn om telkens overal mee naartoe te worden genomen, maar de ongelijkheid tussen onze financiële middelen duwde me in de benauwde hoek. Ik wachtte, ­terwijl ik voor ik hem leerde ­kennen een zelfstandige vrouw was die zelf initiatieven nam. Ik wachtte op een datum voor ons huwelijk, ik wachtte op de acceptatie van zijn volwassen kinderen die mij met scepsis bekeken.”

“Ook wachtte ik iedere ochtend het moment af waarop hij als een gewoontedier in mij gleed, zonder mij iets te vragen, alsof dat vanzelfsprekend was. Toe maar weer, dacht ik dan, met gevoel voor zelfondermijning en lijdzaamheid. Niet dat ik van de seks gruwde, maar ook niet dat ik vond dat ik een keuze had. Want daar zit ‘m natuurlijk de crux. Hij dwong me niet, misbruikte me niet, we hadden het echt heel leuk samen, maar dat verschil in vermogen leek andere verschillen tussen ons als het ware uit te vergroten en spleet onze liefde. Zonder dat uit te ­spreken, wist ook hij, dat weet ik zeker: wie betaalt, bepaalt.”

“Raar eigenlijk en naïef, hoe je jaren kunt denken dat geld gewoon een betaalmiddel is: als je er veel van hebt, koop je een jurkje meer, en als je minder hebt, koop je er eentje minder. Maar na een tijdje kwam ik erachter dat geld een psychologisch instrument is dat niet alleen het gedrag van de bezitter, maar ook van diens naaste omgeving verstoort en beïnvloedt op een manier waar geen zuivere emoties tegenop kunnen. Mijn eindeloze geduld werd, ik kan niet anders zeggen en toegeven, voor een groot deel ingegeven door de verslaving aan de status die onze verloving mij gaf en die ik misschien verwarde met liefde. Al die jaren dat ik wachtte tot hij zijn huwelijksaanzoek zou omzetten in iets concreets, werd ik geacht begrip op te brengen voor het feit dat hij moeite had zijn mooie grote familiehuis te verkopen. Tegen zijn vrienden zei hij: ‘Als we gaan samenwonen moet ik inleveren, zij gaat er alleen maar op vooruit.’ Eigenlijk kwam het erop neer dat ik een beetje mee mocht doen met alles wat hij deed, maar er niet echt bij hoorde.”

“Het keerpunt kwam als duizelingwekkend besef, vorige zomer. Nadat ik twee dagen thuis was na een sabbatical van drie maanden in Berlijn, ging hij met vakantie met zijn kinderen. Waarom vroeg hij me niet mee?”

“En ineens begreep ik hoe ik mezelf had verkocht. Luxe voor seks, was ik dit? Ik kon niet eens protesteren, want ik had het zelf zover laten komen. Het was niet dat ik zelf geen goede baan had, alleen hij ­verdiende veel meer. Zo idioot hoe ik mezelf kwijtraakte in deze verhouding die zo gelijkwaardig en liefdevol begonnen was. Het was alsof een vreemd virus ons te pakken had gekregen. Helder drong het tot me door hoe ik me zes jaar lang had laten manipuleren. Hij permitteerde zich een soort arrogantie die niet was aangeboren, maar die was ­gebaseerd op vermogen. Ik was er nooit op uit geweest, op een rijke man, maar het kwam me aanwaaien en ik wende eraan en toen ik eraan gewend was, kon ik steeds moeilijker zonder.”

“Toen een paar weken later mijn collega argeloos vroeg: ‘Wanneer gaan jullie nu eens eindelijk trouwen?’, werd ik definitief wakker. Ik belde hem vanuit de auto. Hij haalde hoorbaar zijn schouders op. ‘Vertel haar dat we het zonder te trouwen ook heel fijn hebben’, waarna ik mezelf hoorde zeggen dat het nu uit was. Tot mijn verbazing liet hij zich zomaar wegsturen, ook in de dagen erna deed hij niet eens zijn best me mijn woorden te laten terugnemen. Mijn vriendinnen waren verbijsterd. ‘Wat doe je, zo’n man krijg je nooit meer!’, zeiden ze. Mijn oude moeder zei laatst nog: ‘Je had alles wat je wilde en gooide het weg.’ Zelf begrijp ik mezelf ook maar half. Eén ding weet ik wel: ondanks alle paniek die ik voel op zaterdagavond als ik alleen ben en op de vrijdagmiddag dat we altijd lunchten, krijg ik langzaam weer zicht op de vrouw die ik ben zonder zijn geld. Naast alle verdriet en gemis, vind ik voor het eerst in jaren weer eigenliefde. Ik recht mijn rug en denk: dan koop ik toch een jurkje minder. De sluier over mijn leven is weg, maar het is wel eerlijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.