Woensdag 15/07/2020

Getuigenissende mama’s van de eerste coronababy’s

‘Ik voelde me een melkkoe, opgesloten in mijn eigen huis’

Beeld Wouter Van Vaerenbergh

Mama of papa worden in coronatijden is voor veel jonge ouders een eenzame beproeving. Pijnlijke Covid-tests, mondmaskers in de verloskamer, cadeautjes in quarantaine op de gang: wat een heuglijke gebeurtenis had moeten zijn, is nu een onwezenlijke ervaring. Vijf prille moeders vertellen over de kraamperiode die ze zich helemaal anders hadden voorgesteld. ‘Mijn hart brak: ik verlangde al zo lang naar mijn zoontje, en ik moest hem meteen weer afgeven.’

Kesia EN FLEUR: ‘NET EEN PARIA MET SCHURFT’

Kesia (34) was besmet met het coronavirus toen ze op 22 april via een spoedkeizersnede van Fleur beviel. Zowel zij als haar premature baby moesten een tijdje op een Covid-afdeling liggen. Na een week kon Kesia Fleur voor het eerst vasthouden, met handschoenen en een mondmasker aan.

Kesia en Fleur

Kesia: “De laatste weken van mijn zwangerschap voelde ik haar voortdurend bewegen, zelfs ’s nachts. Ik zou normaal gezien na 38 weken zwangerschap ingeleid worden omdat mijn placenta te laag zat en een voldragen zwangerschap te veel risico inhield, maar na 33 weken kreeg ik een lichte bloeding. In het ziekenhuis van Dendermonde kreeg ik te horen dat ik thuis plat moest liggen, maar ik voelde dat Fleur niet lang meer zou blijven zitten. Mijn moederinstinct, of een zesde zintuig?

“Ik had ondertussen hoge koorts en keelpijn en Fleur ging van superactief naar amper voelbaar. We reden opnieuw naar het ziekenhuis, waar de gynaecoloog een inwendig onderzoek deed. Haar hartslag bleek 200 slagen per minuut te bedragen. Plots voelde ik een warme vloeistof langs mijn benen lopen. De gynaecoloog zei: ‘Mevrouw, uw placenta is losgekomen. Er is geen tijd meer voor een gewone bevalling.’ Net voor ik onder narcose werd gebracht, vroeg ik één van de verpleegkundigen of mijn baby het zou halen. Het volgende moment werd alles me zwart voor de ogen.”

Toen je wakker werd, leek alles oké. Maar zowel jij als Fleur testten positief op corona.

Kesia: “Fleur lag apart in een speciale afdeling voor prematuren, maar mijn man Jamie zou haar snel mogen bezoeken. Nog vóór hij haar kon zien, kreeg ze last met haar ademhaling. Hoe ze besmet is geraakt, is een groot vraagteken. Misschien via de navelstreng? De dokters weten het ook niet. Of ze moeilijk kon ademen door de vroeggeboorte of door de coronabesmetting, zullen we wellicht nooit weten. In allerijl werd ze met de ziekenwagen naar de intensivecareafdeling voor prematuurtjes in het UZ Gent gebracht. Bezoek was niet toegelaten, zelfs niet van de ouders.

“Ik moest naar de Covid-afdeling. Ik voelde me net een paria, alsof ik schurft had. Ik lag alleen in de kamer, afgezonderd van mijn gezin. Ik voelde me eenzaam en verlangde naar mijn baby. Het verplegend personeel was wel lief en voelde mee, maar iedereen liep daar ingepakt als marsmannetjes.”

Dat klinkt alsof je in een postnatale depressie dreigde te belanden?

Kesia: “Ik heb me nog nooit zo ellendig gevoeld als toen. Ik had veel bloed verloren tijdens de operatie, ik had veel pijn én ik moest tegen corona vechten. Ik moest zo hevig hoesten dat het bij momenten voelde alsof ik zou stikken. De moedermelk kolfde ik af, maar omdat ik antibiotica slikte, was die niet bruikbaar. Gelukkig werden mijn zuurstofwaarden snel beter en mocht ik terug naar de kraamkliniek. Ik kreeg een kamer voor mij alleen en werd verzorgd door steeds dezelfde verpleegster, die in een beschermend pak stak.”

Een week na de bevalling mocht je naar huis en werd Fleur van het UZ Gent naar het ziekenhuis van Dendermonde overgebracht.

Kesia: “Ik mocht haar een paar uurtjes per dag bezoeken en vastnemen, zolang ik maar een beschermend pak, handschoenen en een mondmasker droeg. Ik reed heen en weer terwijl ik eigenlijk moest rusten, en ik kreeg zelfs opnieuw een bloeding, maar de drang was te groot. Ik wilde haar bovendien geen dag langer mijn moedermelk ontzeggen. Die zat vol antistoffen die haar hielpen tegen het virus te vechten.”

Hoe gaat het nu met haar?

Kesia: “Een paar weken geleden kreeg ze opnieuw koorts en had ze het zeer moeilijk om te ademen. In het ziekenhuis stelden ze me gerust: het lag aan het feit dat ze te vroeg geboren was, niet aan corona. Ik hou haar nu non-stop in de gaten, want ik ben nog altijd bang om haar te verliezen, maar ze doet het goed.”

Hoe heeft je gezin deze periode doorstaan?

Kesia: “Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, was ik nog drie dagen besmettelijk. Daarom moesten mijn twee kinderen van 12 en 14 jaar op de bovenverdieping blijven. Eten deden we nooit samen. Ze zagen daar echt van af. Na drie dagen kwamen ze huilend naar beneden: ‘Die corona interesseert ons niet meer, mama. We willen knuffelen.’

“Eigenlijk hadden Jamie en ik apart moeten slapen, maar dat konden we emotioneel niet aan. Ik wilde me geborgen voelen, en bevestiging krijgen dat alles in orde zou komen. Jamie heeft al die tijd alle huishoudelijke taken op zich genomen. ’s Nachts staat hij op voor Fleur, zodat ik kan doorslapen. Ik heb nog altijd last van een hoest, een droge keel en vermoeidheid, maar we slaan ons er wel door. Ik had me de kraamperiode helemaal anders voorgesteld, maar ons gezin hangt nu nog hechter aan elkaar.”

En misschien was het sociale isolement ook goed om te bekomen?

Kesia: “Soms voel ik me eenzaam, maar ik spreek af en toe met vriendinnen af om te gaan wandelen. Tegelijk geniet ik wel van de rust: na de coronacrisis zullen we die allicht niet snel nog eens krijgen.”

Tatyana Beloy EN WOLFGANG: ‘PAMPER ACHTERSTEVOREN’

Tatyana Beloy (35) was zeven maanden zwanger van haar eerste kindje toen de coronacrisis uitbrak.

Tatjana: 'Wolfgang is een heel rustige baby, en dat komt vast ook doordat hij de eerste dagen niet te veel prikkels heeft gekregen.'

Tatyana Beloy: “We hebben onszelf erg goed beschermd. Mijn man (cameraman en director of photography Konrad Widelski, red.) had begin maart al een voorraad handgel en mondmaskers gekocht, nog voor die overal uitverkocht waren. We lieten niemand binnen. Geen familie, geen vrienden, ook niet in de tuin. Ik besloot zelfs om thuis te bevallen, omdat ik geen zin had in die ziekenhuistoestanden die je in het nieuws zag.”

Werkte je nog buitenshuis?

Beloy: “Nee. Mijn musicalstudio (SupaStar, waar ze onder andere musicalkampen voor kinderen aanbiedt, red.) moest noodgedwongen de deuren sluiten, en ook Konrad was tijdelijk werkloos. We zijn allebei zelfstandig en hebben ons dus wel zorgen gemaakt over ons inkomen, maar tegelijk was het fantastisch: het gebeurt zelden dat je de maanden vóór de bevalling zo intens samen kunt beleven. We zijn ook getrouwd in die periode: heel uniek. Eén nadeel was wel dat Konrad niet mee binnen bij de gynaecoloog mocht. Hij bracht me, en eenmaal binnen facetimeden we, zodat hij de echografie kon volgen.”

Door corona kon je ook geen cursussen over bevallen en borstvoeding volgen.

Beloy: “Die zou ik wellicht toch niet gevolgd hebben. In het begin van mijn zwangerschap was ik ontzettend bang voor de bevalling en ben ik als een gek beginnen te lezen, tot ik dacht: ik moet het loslaten. Er kwam wel nog een vroedvrouw aan huis om me te helpen bij de voorbereiding.”

Op 24 mei kwam je zoontje Wolfgang ter wereld.

Beloy: “Ik wilde zo natuurlijk mogelijk bevallen, en ik deed er alles aan om de bevalling op gang te brengen: ik dronk liters vrouwenmantelthee, probeerde acupunctuur, wonderolie, voetreflexologie en hypnose. Vooral dat laatste heeft geholpen, want een uur na die sessie kreeg ik krampen. Dat was op vrijdagavond. Ze werden heftiger, en zaterdagavond belden we de vroedvrouw. Ik had al 25 uur weeën, maar nog geen ontsluiting. Op zondag, na 40 uur weeën, zei de vroedvrouw dat ik beter naar het ziekenhuis kon gaan. Ik had nog altijd thuis willen bevallen, maar mijn angst voor de kraamkliniek was nergens voor nodig: de Covid-test waar ik zo tegen had opgezien – die staafjes in je neus, brr – bleek ook rectaal te kunnen, dat mondmasker dragen viel best mee en de vroedvrouwen en de gynaecoloog waren erg vriendelijk.

“Zondagavond was ik al uren aan het persen – mijn man had mijn linkerbeen vast, een vroedvrouw mijn andere been, de gynaecoloog zat tussen mijn benen en een andere vroedvrouw in mijn nek om te duwen op mijn buik. Plots zei de gynaecoloog: ‘Taty, ik denk dat we een zuignap zullen moeten gebruiken, en als dat niet lukt, wordt het een keizersnede.’ Ik schreeuwde een soort oerkreet: ‘Nééé!’ En ik begon te persen alsof mijn leven ervan afhing. ‘Ik zie het hoofdje!’ zei de gynaecoloog. Iedereen juichte alsof we een marathon aan het winnen waren. Niet veel later was Wolfgang er. Het meest magische moment van mijn leven.”

In de meeste kraamklinieken mag geen bezoek binnen, of slechts in beperkte mate. Vond je dat lastig of net aangenaam?

Beloy: “Ik vond het daar fantastisch. Het was zo rustig met ons drietjes. We hadden tijd voor elkaar en konden op ons gemak babbelen over alles wat er de voorbije dagen was gebeurd. En als Wolfgang sliep, zette ik meditatiemuziek op. Ik heb vaak gedacht: hoe doen mensen dat die wél bezoek ontvangen? Stel je voor dat mijn ouders, mijn zus, Konrads ouders en onze vrienden allemaal waren gekomen om Wolfgang te zien en foto’s te maken, en dat Konrad de hele tijd ceremoniemeester had moeten spelen en drankjes uitschenken... Wolfgang is een heel rustige baby, en dat komt vast ook doordat hij de eerste dagen niet te veel prikkels heeft gekregen. Ik kan het iedereen aanraden. Ik heb me al geëxcuseerd bij mijn zus, omdat ik destijds na haar bevalling zo snel in haar kamer stond.”

Heb je nergens iets van corona gemerkt in het ziekenhuis?

Beloy: “Nee, maar er was een aparte afdeling voor besmette mama’s waar enkel vroedvrouwen werkten die niet op de gewone afdeling kwamen. En iedereen droeg heel gedisciplineerd een mondmasker en ontsmette erg vaak de handen.”

Je man Konrad heeft al een zoontje uit een vorige relatie.

Beloy: “Hij zei dat hij alles van de babyverzorging was vergeten, maar ik merkte snel dat hij al ervaring heeft. Hij kan bijvoorbeeld vlot luiers verversen, ik in het begin niet. Tijdens de eerste consultatie zei de kinderarts: ‘Oei, mevrouw, uw zoontje heeft z’n pamper achterstevoren aan.’ (lacht) Konrads zoontje is trouwens supertrots, een echte grote broer.”

Hebben je ouders en grootouders Wolfgang ondertussen al gezien?

Beloy: “Onze ouders wel. De bubbel is wat groter geworden en onze dichtste familie mag langskomen. Met mijn grootouders zijn we nog voorzichtig, zij hebben hem alleen via FaceTime gezien. Ze zijn erg trots. Dat onze vrienden nog niet kunnen komen, is jammer, maar dat is dan voor later. En intussen genieten we nog even van de rust.”

Houdt het virus je, als prille mama, meer bezig?

Beloy: “Dat wel. Bezoek ontvangen we in de mate van het mogelijke buiten, en iedereen blijft altijd op een veilige afstand. De vroedvrouw aan huis draagt handschoenen en een mondmasker, maar je kunt niet alles vermijden. Konrads zoontje gaat naar school en naar zijn mama, en ik weet niet wie hij daar ziet. Nu, als ik iets heb geleerd, is het wel dat mama worden draait om loslaten. En in coronatijden ook om: je gezond verstand gebruiken. Ik kan alleen maar hopen dat iedereen dat doet.”

Sinds de gewelddadige dood van George Floyd in de VS beheerst racisme het debat. Jij bent half Congolees en Konrad is half Pools. Zijn jullie bang dat Wolfgang er ooit mee te maken zal krijgen?

Beloy: “Absoluut. Ik heb zelf confronterende dingen meegemaakt, en mijn vader (Paul Beloy, red.) was in de jaren 70 en 80 profvoetballer: als hij op het veld kwam, kreeg hij bananenschillen naar het hoofd en maakten toeschouwers oerwoudgeluiden. Dat gebeurt nog steeds in de stadions. Na de dood van George Floyd vertelde iemand me via Instagram dat haar zwarte broer hier in België door de politie in elkaar was geslagen en dat hij was overleden aan zijn verwondingen.

“Ik ben blij dat er opnieuw iets beweegt. Vijftig jaar geleden zei Marthin Luther King: ‘Ik ben een mens.’ En: ‘Behandel ons met waardigheid en respect.’ Nu zeggen we: ‘Black lives matter.’”

Begrijp je de mensen die zeggen: ‘All lives matter’?

Beloy: “Natuurlijk. Alle rassen, alle mensen zijn even belangrijk. Daar gaat het net om: óók de black lives.”

Wat heb jij zoal meegemaakt?

Beloy: “In de lagere school werd ik soms gepest om mijn huidskleur. En als actrice word ik steevast gecast als ‘de zwarte’, ‘de hoer’ of ‘de allochtoon’, zelden gewoon als ‘de dochter’ of ‘de vriendin’. En op straat krijg ik weleens ‘Hé, bruine!’ naar het hoofd geslingerd. Er zijn ergere dingen, ik weet het, ik durf mezelf geen slachtoffer van racisme te noemen. Maar het is toch iedere keer confronterend. Vooral nu Wolfgang er is, houdt het me bezig. Ik besef meer dan ooit dat we ons moeten blijven inzetten voor verandering.”

Ben je naar de Black Lives Matter-betoging geweest?

Beloy: “Nee. Ik was op dat moment twaalf dagen mama. Ik laat heel graag mijn stem horen – dat zou iedereen moeten doen als het gaat om onrecht, geweld en racisme – maar om in tijden van corona met een baby’tje tussen die massa te gaan staan: dat leek me allesbehalve een goed idee.”

Eline EN LEAH: ‘NOG KILO’S DOOPSUIKER’

Eline (34) werd op 30 maart mama van Leah, haar eerste kindje. De tijd in het ziekenhuis, in volle coronacrisis, ervoer ze vooral als een gelukzalige bubbel met drie.

Eline en Leah

Eline: “Vier jaar geleden werd de auto-immuunziekte lupus bij mij vastgesteld. Dankzij de juiste medicatie was die snel onder controle. Toen Dries en ik besloten om zwanger te worden, moest ik preventief cortisone nemen, en hydroxychloroquine, het antimalariamiddel dat ook helpt om opstoten van lupus te onderdrukken en nu in de strijd tegen corona wordt gebruikt.

“De zwangerschap verliep gelukkig zonder complicaties, maar in de weken vóór de bevalling barstte de coronacrisis los. Het leek bijna hallucinant dat ik als hoogzwangere vrouw meermaals per week op een overvolle trein naar Brussel had gezeten.”

Door je auto-immuunziekte mocht de baby zeker niet langer dan nodig in de baarmoeder blijven zitten, dus werd de zwangerschap ingeleid.

Eline: “We wonen op een paar honderd meter van het ziekenhuis: op het afgesproken tijdstip propten we een paar trolleys vol kleren en wandelden we tot aan de hoofdingang. Twee verpleegkundigen met een mondmasker en handschoenen aan brachten ons naar de kamer, en die hebben we de volgende vier dagen slechts sporadisch verlaten, om het besmettingsgevaar zo klein mogelijk te houden. Eén keer is Dries naar buiten geweest om de buggy thuis op te halen. En voorts ging hij alleen maar koffie of thee halen op de gang.”

Toch ervoeren jullie die dagen in het ziekenhuis als een fijne periode?

Eline: “We wilden ons dochtertje doodgraag laten zien aan familie en vrienden, maar dat kon uiteraard niet. We hebben wel erg genoten van onze kleine bubbel. We zaten met ons drietjes op een paar vierkante meter, maar het voelde niet als een straf aan. Het idee alleen al dat er bezoek had kunnen komen, leek ons vermoeiend. We hadden af en toe wel een videogesprek op momenten waarop het ons het best paste.”

Leah is nu bijna drie maanden oud. Hoe verliep de kraamperiode thuis?

Eline: “Het vaderschapsverlof van Dries zat er veel te snel op. Als politieagent draait hij shiften van twaalf uur, dus het grootste deel van de dag zat ik alleen met Leah thuis. Vooral die eerste weken verlangde ik naar steun. De grootouders kwamen weleens achter het glas van de patio staan, maar dat is niet hetzelfde als echt contact. Haar meter bracht enkele dagen na de geboorte een karrenvracht cadeaus: die hebben we een tijdje in de gang laten staan, zodat er zeker geen coronavirus meer op zat. Toen ik een schattige knuffel uit de verpakking haalde, besefte ik plots dat ik daar in mijn eentje cadeaus zat uit te pakken. Dat was wel even slikken. Maar toch voelen we ons warm omringd. Als ik in ons WhatsApp-groepje van bevriende mama’s iets over krampjes vraag, staan er de volgende dag al druppeltjes voor Leah aan de deur.”

Dries en Eline: ‘Wat als er een tweede golf komt, de crèches dichtgaan en de grootouders hun bubbel weer moeten opzoeken?’

Heb je al kraambezoek ontvangen?

Eline: “We zijn er al wat geruster op (lacht). In het begin moest iedereen achter de schuifdeur blijven staan en luid genoeg spreken of gebaren maken. En als ik ging wandelen, trok ik altijd de regenhoes over de buggy, zelfs als het mooi weer was. Maar dat kun je niet volhouden. Mijn mama heeft Leah, haar eerste kleinkind, ondertussen in de armen kunnen houden – met een mondmasker op, uiteraard. De andere grootouders wachten nog even af. Ondertussen durf ik al eens met vriendinnen te gaan wandelen. Het gebrek aan sociaal contact is maar een luxeprobleem, al staan hier wel nog kilo’s doopsuiker (lacht).

“We maken ons wel wat zorgen over de nabije toekomst. Wat als er een tweede golf komt, de crèches opnieuw dichtgaan en de grootouders hun eigen bubbel weer moeten opzoeken?”

Mieke EN AIMÉ: ‘FAMILIE MET EEN HOESTJE’

Mieke (28) beviel een paar dagen vóór de lockdown te vroeg van haar zoontje Aimé. Na de bevalling moest ze naar huis zonder kindje. Ze raakte er gestrest door, waardoor ze geen moedermelk meer aanmaakte.

Mieke en Aimé.

Mieke: “Vijf weken vóór de uitgerekende datum brak mijn water. Ik dacht dat ik naar het toilet moest, maar ik blééf maar plassen. Als verdoofd zat ik voor mij uit te staren. Ik wist ergens wel dat het niet klopte, maar ik wilde het gewoon niet weten, denk ik. Aimé was nog veel te klein om al geboren te worden. Mijn vriend wilde geen moment langer wachten en verplichtte me naar de kraamkliniek te bellen. Ik was op van de zenuwen en corona was het laatste van mijn zorgen. In het ziekenhuis werd er met geen woord over het virus gerept. Het was alsof het niet bestond.

“De bevalling was een uitputtingsslag. We zijn binnengegaan om tien uur ’s avonds en Aimé werd om twee uur ’s middags geboren. Het scheelde niet veel of ik had een keizersnede moeten ondergaan. Ik lag al klaar om naar de operatiekamer gebracht te worden: de weeënopwekkers waren te belastend voor zijn hartje en ik was aan het hyperventileren. Mentaal was ik helemaal niet klaar om te persen. Uiteindelijk lukte het toch om hem via de natuurlijke weg te laten komen. Ze legden hem nog even op mijn borst, maar namen hem daarna meteen mee naar de afdeling neonatologie (voor te vroeg geboren baby’s, red.). Mijn hart brak: Aimé is mijn eerste kindje, ik verlangde al zo lang naar hem, en ik moest hem al meteen loslaten.”

Een paar dagen later lag het land plat. Wat veranderde er voor jullie?

Mieke: “De dagen vóór de lockdown mochten we nog bezoek ontvangen. Mijn vriend Niels en ik namen dan elk apart één bezoeker mee naar de afdeling. Naaste familie kwam heel even langs, maar we kregen vooral het ene berichtje na het andere: ‘Proficiat met de baby, maar ik zit met een hoestje. Het is vast beter dat ik thuisblijf.’ Ik had daar uiteraard begrip voor, maar niet alleen had ik mijn kindje niet bij me, ik kon ook niet terugvallen op mijn familie en vrienden. Ik liep wat verloren in het ziekenhuis. Het enige wat ik deed was tv-kijken, naar het plafond staren, melk afkolven en Aimé eten gaan geven. Het voelde tegennatuurlijk aan.”

Mieke: 'Ik had gezien hoe mijn broer en zus genoten van de kraamtijd, maar corona maakte dat onmogelijk voor mij.'

Drie dagen na je bevalling mocht jij naar huis, maar Aimé moest op de afdeling neonatologie blijven. Wat voelde je toen?

Mieke: “Thuis viel ik in een zwart gat. Niels werkt als zelfstandige in de bouw, hij moest meteen weer aan de slag. Om de drie uur kolfde ik melk af en reed ik naar het ziekenhuis, tot zes keer per dag. De bezoektijd op de dienst was beperkt, dus ik kon daar moeilijk blijven rondhangen.

“Mijn vriend heeft werkdagen van 12 uur, en ik stond er alleen voor. Ik probeerde het huishouden te doen en reed heen en weer naar het ziekenhuis. Voor het overige zag ik niemand. Ik kon wel elke dag bellen met mijn mama en mijn zus, maar ze wonen te ver om even af te komen. Ik wilde hen ook geen boete voor een niet-essentiële verplaatsing doen riskeren. Maar dat videobellen raakte ik snel beu. Het confronteerde me met mijn eenzaamheid en het feit dat ik al zoveel uren uit zijn prille leven had gemist.”

Na acht dagen mocht je Aimé eindelijk mee naar huis nemen.

Mieke: “Ik was opgelucht dat ik Aimé voortaan altijd dicht bij me zou hebben, maar ik was ook oververmoeid. Alles viel me fysiek en mentaal te zwaar. Ik voelde me een melkkoe, opgesloten in mijn eigen huis. In plaats van op een roze wolk te zitten, voelde ik me in een gevangenis leven. Ik had een heel ander beeld van dat prille moederschap. Ik had gezien hoe mijn oudere broer en zus genoten van de kraamtijd met hun kindjes, maar corona maakte dat onmogelijk. Ik wilde mijn kindje showen en van hem genieten met de mensen die ik graag zie. Die verloren momenten krijg ik nooit meer terug.

“Door de stress maakte ik bovendien ook geen melk meer aan. Ik heb toen een goed gesprek met mijn vroedvrouw gehad en dat gaf me wat meer vertrouwen in mezelf: ‘Ga eens wandelen, je moet buitenkomen.’ Ze had gelijk. Sindsdien ga ik elke avond wandelen met de hond terwijl mijn vriend op Aimé past. En vanaf volgende week ga ik opnieuw werken. Ik geef mijn zoontje niet graag opnieuw af, maar tegelijkertijd verlang ik ernaar om weer onder de mensen te komen en weer wat structuur in mijn dagen te hebben.”

Flore EN PINA: ‘OP DE KNIEËN OP DE MATRAS’

Om het besmettingsgevaar in de verloskamer te vermijden, worden in sommige ziekenhuizen geen externe vroedvrouwen meer toegelaten. Flore (25) wilde de steun van haar vertrouwde vroedvrouw niet missen, daarom koos ze voor een thuisbevalling zonder verdoving.

Flore en Pina. Flore: 'We zijn echt blij dat de coronacrisis ons voor een thuisbevalling heeft doen kiezen.'

Flore: “Ons eerste dochtertje hadden we in september 2018 gekregen. Door de hete zomermaanden kampte ik met symptomen van een zwangerschapsvergiftiging. Ik had een verhoogde bloeddruk en mijn lichaam hield erg veel vocht vast. De zwangerschap was toen niet vlekkeloos verlopen, en de bevalling ook niet. Het was een marathon met weeënopwekkers en een epidurale verdoving. Het voelde mechanisch aan, alsof ik geen controle over mijn lichaam had, dat superprestaties aan het leveren was. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, er werd goed voor me gezorgd, maar het was wel duidelijk dat ik de zoveelste in de rij was en dat het vooruit moest gaan.

“Die eerste bevalling is mij overkomen. De tweede wilde ik bewuster en trager meemaken. Daarom ook wilde ik me in het ziekenhuis laten begeleiden door mijn vertrouwde vroedvrouw, zonder tien verschillende verpleegsters rond me die om de vijf uur van shift veranderen en de kamer binnenvallen met de vraag ‘Wel, mama, hoe gaat het?’ Maar door de coronacrisis liet het ziekenhuis maar één extra persoon in de bevallingskamer toe: ik moest kiezen tussen mijn man Simon en mijn vroedvrouw.”

Vier weken vóór de uitgerekende datum besloot je daarom alsnog thuis te bevallen?

Flore: “Redelijk laat dus (lacht). In de vroedvrouwenpraktijk schrokken ze zich een hoedje. Normaal gezien is thuis bevallen een wens die al heel vroeg in de zwangerschap wordt besproken. Ze hebben dus uitvoerig naar mijn motivatie gepeild. Als alleen angst voor besmetting met het coronavirus had gespeeld, hadden ze nooit hun fiat gegeven. Maar ik was niet bang om besmet te raken, het ziekenhuis leek me juist heel veilig. Het ging me puur om het gevoel meer baas te zijn over zo’n ingrijpend en uniek moment in mijn leven. Ik wou absoluut mechanisch bandwerk in het ziekenhuis vermijden en mijn weeën verbijten met een professional naast me die me niet alleen bij naam kent, maar ook mijn groeiende buik week na week heeft opgevolgd.”

Hoe bereidde je je voor op de thuisbevalling?

Flore: “Een paar dagen eerder heeft Simon een matras naar de woonkamer gesleept en een plastic zeil op de vloer gelegd om die te beschermen. Voorts moest ik steriele tetradoeken en een stapel handdoeken klaarleggen. In de kamer moest het minstens 25 graden warm zijn, maar door de lentezon was ons huis al goed opgewarmd.

“Over complicaties heb ik me nooit zorgen gemaakt. De zwangerschap was goed verlopen, en ik wist dat de vroedvrouw een infuus zou meebrengen voor het geval ik veel bloed zou verliezen, en apparatuur om de baby te reanimeren.”

Ging het zoals je je het had voorgesteld?

Flore: “Vrijdagochtend stond ik op met krampen. Anderhalf uur later belde ik de vroedvrouwenpraktijk en kreeg ik Gwen aan de lijn, de vroedvrouw van wacht. Ik had toen al twee centimeter ontsluiting. Rond halftwaalf at ik spek met eieren om krachten op te doen, en toen ik rechtop ging zitten, brak mijn water. Gwen werkte ondertussen enkele huisbezoeken af, maar zodra er vier centimeter ontsluiting was, bleef ze de hele tijd aan mijn zijde.

“Ik moest niet op mijn rug gaan liggen, zoals ze in het ziekenhuis voorschrijven. Gwen vond het goed dat ik op mijn knieën op de matras ging zitten. Er was geen gynaecoloog die mijn benen in de beugels duwde en ‘Pers maar, mevrouw!’ riep. Gwen bleef lief en attent, en ze stimuleerde me om op het juiste moment te ademen en door te zetten. De pijn was intenser zonder epidurale verdoving, maar ik voelde nu veel beter wat mijn lichaam deed en wat het van mij verlangde. Toen ik Pina’s eerste kreetjes hoorde en Gwen haar op mijn borst legde, voelde het perfect aan. Ik zie het als een bevestiging dat elke vrouw vooral haar buikgevoel moet volgen.”

Na de bevalling was je ook veel sneller hersteld dan de vorige keer?

Flore: “Ik ben nog een halfuurtje op de matras blijven liggen. Daarna ben ik overeind gekomen en ik voelde me goed. Ik ben daar zelf van geschrokken. Ik was uiteraard moe, maar ik had toch nog veel energie over, en voelde weinig pijn. Ik had meteen gevoel in mijn benen, wat na die epidurale verdoving wel anders was geweest. Die avond konden we meteen met ons dochtertje in ons eigen bed kruipen, dat was zalig. We zijn echt blij dat de coronacrisis ons voor een thuisbevalling heeft doen kiezen.”

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234