Zaterdag 19/10/2019

Groen Plantenfans

‘Ik kan keiblij zijn met een nieuw blad dat groeit’: bij deze Vlamingen is de plant koning

Leen Creve met een van haar lievelingsplanten. Beeld Damon De Backer

Waar is de tijd dat drie sanseveria’s volstonden om jezelf een plantenliefhebber te noemen? De Amerikaanse Summer Rayne Oakes, eigenares van wel duizend kamerplanten, schreef er een boek over, drie Vlaamse plantenfanaten verklaren de liefde aan het groen in hun huiskamer.

Leen Creve (38), communicatiemedewerker: ‘ik zeg weleens tegen een plant: moet jij nu alweer drinken?

Als Leen door haar huis loopt, zegt ze over haar planten: “Deze is heel blij”. Of: “Oei, die moet ik eens afstoffen”, terwijl ze over het blad van de aloë vera in de badkamer wrijft.

Soms praat ze ook tegen haar ­planten, geeft ze toe. “Ik durf weleens iets te zeggen als ‘allez, jij bent goed ­vertrokken’, of ‘moet jij nu alweer drinken?’”

Ze weet het niet meer zeker, maar Leen denkt dat haar plantenverslaving begon toen ze een tiental jaar geleden weer alleen ging wonen. “Op kot had ik alleszins geen planten. Na mijn eerste exemplaar is het snel ontploft: ­planten worden te groot en moeten gesplitst worden, of stengels breken af en dan moet je daarmee verder, in een nieuwe pot. Dat je maar een paar planten kan hebben, heb ik nooit goed begrepen. Ik kan niets kapot laten gaan, daar kan ik echt slechtgezind van zijn.”

Hoeveel planten ze inmiddels heeft, Leen heeft er geen benul van. Ze is volop aan het verhuizen, dus ze heeft er net een hoop uitgedeeld. “Sommige planten verhuis ik al voor de zesde keer. Natuurlijk heb ik daar een band mee, net zoals je een band kan hebben met een reissouvenir. Je hebt samen veel meegemaakt.

“Mijn potten haal ik in de kring­winkel, planten kopen doe ik zelden. Ik geef er niet graag veel geld aan uit. Bovendien zijn zelfgekweekte stekjes veel sterker dan de planten die je in de tuincentra vindt. Ik hou ook van nonchalante grilligheid: een plant die uit zijn pot kruipt of raar uitloopt, dat vind ik tof. Zo vind je ze niet in de winkel. Ik weet ook van elke plant van wie ik ze gekregen heb en aan wie ik stekjes heb doorgegeven. Ik heb altijd een paar stekjes klaarstaan om mee te geven aan vrienden.

“En nee, ik weet ook niet altijd hoe ik ze moet verzorgen. Ik zoek daar heel weinig over op. En zo moeilijk is dat ook allemaal niet: een stek kan je in een glas water zetten, of in aarde, dat is het zowat. Het ergste dat er kan gebeuren, is dat zo’n stekje sterft. Soms lukt het echt niet, dan denk ik: dit is mijn plant niet.”

Compositie

“De truc is gewoon goed kijken: welke plant ziet er wat verlept uit en heeft water nodig, of misschien een andere plek? Welke doet het opeens heel goed? En niet te veel water geven. Ik ga één keer per week rond met de ­gieter, soms pas om de tien dagen. Ik word hier wel keihard uitgelachen als ik rondloop met mijn sproeier, ­blijkbaar maakt dat ding een nogal onnozel geluid.

“Ja, het heeft iets verslavends. Ik kan keiblij zijn met een nieuw blad dat groeit. Dat geeft voldoening. Ik ken niets van mindfulness, maar ik denk dat het erop lijkt: je kan weinig doen, je moet ze loslaten en zien wat er gebeurt. Ik vind het ook niet gek dat mensen in de stad zo geobsedeerd zijn door kamerplanten: het is ons enige contact met de natuur. Wat wij doen is eigenlijk als bonsai: kleine landschappen creëren.

“Planten zijn ook heel mooi om naar te kijken, en ik heb liever overal veel planten dan één grote, groene muur. Ze staan onder de lavabo, op de dampkamp en de badkamerspiegel. Het gaat over de compositie: ik kan ook eindeloos zoeken naar de juiste pot voor elke plant: ik verpot ze, ik wissel de potten van plaats, tot het klopt.”

Thomas Goyvaerts. Beeld Damon De Backer

Thomas Goyvaerts (28), werkzoekend: ‘Mijn mooiste vondst is een boophane. Daar heb ik een jaar naar gezocht’ 

Anderhalf jaar geleden had Thomas een kamerplant of tien, nu telt hij er 417 en heeft hij zijn vaste job in een kledingatelier opgegeven om te kijken of hij (deeltijds) kan leven van zijn plantenobsessie. “Ik had van mijn zus een paar monstera’s (gatenplanten, red.) gekregen die veel te groot waren voor mijn appartement. Dus had ik ze uit elkaar getrokken, op de grond gelegd en daar een foto van gemaakt. Die foto belandde op Instagram, en na een maand had ik al duizend volgers. Gestoord.”

Die 417 planten behoren tot zijn ­persoonlijke collectie, maar sinds een paar maanden verdient Thomas onder de naam ‘Planttrekker’ wat bij door stekjes te verkopen. Elke dag vragen mensen hem om advies of contacteren hem om de planten van de overleden bomma te schenken. Steeds meer bedrijven weten hem te vinden met de vraag of hij hun kantoren kan opfleuren, en sinds een maand heeft hij een pop-upwinkeltje in de Antwerpse giftshop Mme Bovary. “Ik wil weten of hier potentieel in zit. Dat het plots zo gelopen is, is zo gek nog niet: mijn ouders hadden een bloemenwinkel, ik ben opgegroeid in een jungle.”

Wekelijks is hij een vijftiental uur bezig met Planttrekker en tel daar nog maar zes uur bij voor de verzorging van zijn eigen collectie. “Ik doe dat meestal ’s avonds in mijn pyjama. Dat is erg ontspannend: er kan makkelijk drie uur voorbijgaan zonder dat ik het doorheb. Ik ben er ook best goed in.” Zijn ultieme tip: terracotta potten. “Veel mensen geven hun planten te veel water, zo heb ik er in het begin ook veel kapotgemaakt. Terracotta neemt het overtollige water op en ­verdampt het.” En ook Thomas heeft de neiging tegen zijn planten te ­praten. “Nu ja, mijn lief beweert dat hij mij soms hoort mompelen als ik ze ­verzorg. Ik heb dat zelf niet in de gaten.”

Latijnse namen

Zijn favoriete plant is een ficus, goed anderhalve meter groot ondertussen. “De vorm, de bladeren: die plant heeft iets magisch. Mijn mooiste vondst is een boophane, daar heb ik een jaar naar gezocht bij kwekers en groothandelaars, ook buiten Europa. Onlangs heb ik hem kunnen kopen via een Nederlandse kweker die hem in Indonesië vond, maar hij komt ­eigenlijk uit Zuid-Afrika. Ik heb er 150 euro voor betaald. Dat is een verwennerij, zoals andere mensen zichzelf dure schoenen of een handtas cadeau doen. Mijn ultieme droom is een huis met een grote gang en een reusachtige ficus. Daar betaal je tegenwoordig 20.000 euro voor.”

Thomas toont een hoop Instagram­accounts van plantenliefhebbers. “De onlinecommunity is groot. De laatste jaren zie ik ook veel meer plantenwinkels, en stilaan komen de ruilbeurzen op. Heel populair zijn pannenkoekenplanten en sanseveria’s. Mijn ­monsterastekjes vliegen de deur uit – #monsteramonday, weet je wel. Veel mensen proberen stekjes te verkopen, maar wie er nu nog aan begint, is ­volgens mij een beetje laat.

“Ik zoek online veel op over ­plantverzorging, en van mijn ­stiefvader kreeg ik zijn verzameling boeken: een schat aan informatie. Want dat is het probleem online: je hebt weinig aan tips van een Amerikaanse plantenliefhebber, het klimaat is daar helemaal anders.

“Ik probeer ook de Latijnse namen vanbuiten te leren. Onlangs was ik in de botanische tuin van Kopenhagen, dan lees ik elk bordje. Magisch, vind ik dat.”

Nick Vertessen. Beeld Damon De Backer

Nick Vertessen (29), ambtenaar: ‘Via het internet heb ik ­contact met dealers in Azië en Zuid-Amerika’

“Ik heb altijd kamerplanten gehad. Mijn ouders en grootouders waren landbouwers, dus zo gek is dat niet. Ondertussen is het een echte ­verslaving. Mijn appartementje staat overvol.”

Nick koopt zijn planten, maar ruilt evengoed via Facebook of Instagram. “Ik heb een zwak voor exotische exemplaren: bladplanten met grote bladeren. Via het internet heb ik ­contact met dealers in Azië en Zuid-Amerika. Als ze naar hier komen voor een beurs, geef ik hen meteen mijn wensenlijstje door, dat scheelt in ­verzendkosten. Zo heb ik onlangs een anthurium uit Equador laten komen. Ja, er is er voor mij een hele wereld opengegaan. (lacht)

“Ik kan soms jaloers naar foto’s ­kijken van plantenliefhebbers in tropische landen: bij hen staan die mooie exemplaren gewoon op het terras, ik moet ze gezond houden in een droog kamerklimaat. Daardoor hebben ze sneller last van bijvoorbeeld bladluis, maar ik heb ook parket, waardoor ik na het sproeien meteen moet dweilen. Het is een constant gevecht.” (lacht)

Nick en zijn vrouw zoeken inmiddels een nieuw, plantvriendelijk huis. Een woning met kleine ramen of slechte lichtinval is echt geen optie.

Zaterdag waterdag

Een echte plantenliefhebber voelt zijn planten aan, zegt Nick. Natuurlijk moet je je wat verdiepen in de noden van planten, maar het heeft ook te maken met feeling. “Je moet zien of je plant te veel of te weinig water heeft, je bewust zijn van de omgeving waarin je plant staat. Er is één plant die ik echt niet in leven kan houden: de orchidee. Ik heb het al zo vaak geprobeerd, maar ze gaan altijd dood. Ik weet niet waarom. Vetplanten doen het ook niet erg goed bij mij.”

Zaterdag is ten huize Vertessen waterdag. Dan gaat hij rond met zijn gieter, pulkt hij aan slechte blaadjes en dompelt de varens in een badje water. “Ik ben daar makkelijk anderhalf uur mee bezig. Het is ontspannend. Volgens mij verklaart dat de hype: het is een eenvoudige, kalmerende bezigheid. Dat, en onze hang naar natuur. Ik heb onlangs in Brussel het huis van Victor Horta bezocht: ook daarin zie je allerlei elementen die naar de natuur verwijzen. In die tijd waren de steden grauw en grijs, en dat speelt nu ook.

“De sociale media hebben dat effect bovendien versterkt. Het perfecte voorbeeld is de populariteit van de pilea’s, ofwel pannenkoekenplantjes. Die zag je vaak in de jaren 70 en 80, daarna is de pilea wat verdwenen. Tot ze werden opgepikt door sociale media. Opeens moest iedereen er zo eentje hebben. Ik heb even zelf stekjes verkocht, nu deel ik ze uit aan ­vrienden. Ik heb er altijd wel wat staan. Handig voor babyborrels en housewarmings: ik heb altijd een cadeautje voorhanden.”

Een loft met 1.000 planten

In de VS, en in het bijzonder New York, staat Summer Rayne ­Oakes bekend als de vrouw met meer dan 1.000 ­planten in haar loft in Brooklyn. Ja, u leest het goed: duizend. Oakes is model en milieu­wetenschapper, en heeft een succesvol YouTube-kanaal waarop ze verzorgingstips voor planten meegeeft. The New York Times omschreef haar als ‘een icoon van de wellness-­minded millennial’ die de natuur binnenskamers trekt. In haar nieuwe boek Hoe je een plant van je laat houden onderzoekt ze de relatie tussen mens en natuur.

Summer Rayne Oakes, Hoe je een plant van je laat houden, Standaard uitgeverij, 224 p.,  20,99 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234