Zondag 19/05/2019

interview

“Ik had het gevoel dat ik me te veel achter Slongs verstopte en te weinig ruimte overhield voor Charissa”

Slongs. Beeld Joris Casaer

Slongs is niet meer ‘Dievanongs’. Weg zijn de petten, brede broeken en blingbling-van-den-Aldi. Voortaan maakt de Antwerpse rapster meer ruimte voor de vrouw in zichzelf. Haar nieuwe album #Goegaan, vanaf vandaag te koop, is een vrolijke zomerplaat geworden. Maar daarvoor moest Slongs wel eerst een flinke identiteitscrisis doorspartelen.

Ze komt haar stamcafé Dansing Chocola binnen als the queen of the hood. Háár buurt: “Sint-Andries, 2000 Antwaarpe, meneer.” De lange goudkleurige jas en felgekleurde sjaal – gebreid door een fan – geven een idee van haar energiepeil dat door de vroege lente-opstoot een trap onder de kont heeft gekregen. Slongs, het alter ego van Charissa Parassiadis, knuffelt de cafébaas, draait zich naar me om en spreidt haar armen: “Wa nen dag, hè moat? Als de zon begint te ­schijnen, begin ik te tintelen.” Het is een dag die uitnodigt tot terrasjes, ­cocktails en open autoraampjes waaruit urban beats weer­klinken.

BIO

• geboren op 24 juli 1978 in Antwerpen, als Charissa Parassiadis

• haar vader is van Griekse afkomst, 
haar moeder is Vlaams

• start haar muziekcarrière als 
achtergrondzangeres bij Johnny Den Artiest, en als lid van hiphopgroep Halve Neuro

• scoort haar eerste hit in 2013 met een cover van ‘Goeiemorgen, morgen’ van Nicole & Hugo, die ze samen met Brahim zong in het tv-programma
In de mix

• brengt de single ‘Lacht nor mij’ uit, 
die goud scoort en een nominatie krijgt voor de Radio 2 Zomerhit-trofee

• breekt in het voorjaar van 2015 helemaal door met haar deelname aan de eerste editie van het VTM-programma
Liefde voor muziek

• kort nadien komt haar debuutplaat
Goeien Dag uit

• zet zich in voor burgerbewegingen Ringland en Hart Boven Hard

• brengt nu het album
#Goegaan uit

Moet deze plaat een spuitbus tegen de verzuring worden?

“Dat zou schoon zijn. Het is een van de redenen waarom ik muziek maak. Ik geloof dat mensen hun brein kunnen trainen anders naar de wereld te kijken. Als we ’s morgens wakker ­worden, beginnen wij ons meteen zorgen te maken over alle dingen die we nog moeten doen. Maar als je je dag nu eens begint met blij te zijn omdat je zo’n heerlijke donsdeken hebt, omdat je in een warme douche kunt stappen, en omdat dat taske koffie zo goed gaat smaken. Dan begint je dag helemaal anders. Je kunt slechtgezind ­worden omdat het regent. Maar regen is gin-tonic voor de planeet, de natuur wordt daar blij van. Als ik een tram mis, probeer ik niet te vloeken, maar denk ik dat het zo moet zijn omdat ik op de ­volgende tram een leuke babbel ga hebben met iemand. Zo kun je je kop leren om positief te ­denken. Ik lees daar al twintig jaar boeken over, en die helpen me enorm vooruit.”

Het eerste nummer ‘Die dagen’ verraadt een nostalgie naar de tijd waarin je hele dagen rondhing in de stad. Je bent 40, over welke fase van je leven gaat dat?

“Ik voel me nog altijd een hangjongere. Tweederde van mijn leven heb ik in deze buurt al hangend doorgebracht. Als het mooi weer was, had ik niet meer nodig dan vrienden, een radio en een nachtwinkel.

“‘Die dagen’ gaat over een hete zomeravond van twee jaar geleden. Op weg naar huis zag ik op het pleintje een jonge gast met een gettoblaster ­zitten. Ik vroeg of ik bij hem mocht komen zitten en haalde gauw een fles wijn. Na een tijd kwam er nog meer volk bij en begonnen we te breakdancen en te rappen. Zo ontstond er een spontaan ­straatfeestje. “Het was een avond zoals in de films.”

Tot iemand de politie belde.

“Blijkbaar vond een buurman dat het genoeg was geweest. Maar ik ben nogal rebels. ‘Meneer’, zei ik tegen die flik, ‘wij mogen hier evengoed zitten als gij. En het is nog geen tien uur, dus dans gerust een stukske mee’. Maar die jonge gasten pakten braaf hun boeltje bij elkaar en gingen weg. Daardoor had mijn verzet niet veel zin meer.”

Waarom heb je ‘Dievanongs’ uit je naam geschrapt?

“Slongs was toe aan een nieuwe fase. Ik voel dat de mensen mij zien als ‘die griet met haar klakske, die muziek maakte voor de kindjes’. Maar ik zit niet graag in zulke hokjes. Het was hoog tijd om los te komen van dat stereotype, dat nog dateerde van de tijd dat ik optrad met Halve Neuro. Toen ik plots zoveel succes kreeg, had ik het gevoel dat ik me te veel achter Slongs verstopte, en te weinig ruimte overhield voor Charissa.”

Slongs. Beeld Joris Casaer

Wat had je dan te verbergen?

“Slongs is een bad bitch die altijd vrolijk en stoer is. Zij heeft geen last van onzekerheid of verdriet. Charissa wel. Nu dat alter ego naar de achtergrond verschuift, kan ik die kwetsbaarheid tonen zonder dat dat wringt.”

Heb je het dan zo moeilijk gehad de voorbije jaren?

“Ik heb ferm geworsteld. In mijn piekperiode ging het razendsnel: Liefde voor muziek, nieuwe plaat, coach in The Voice Kids, de Vaginamonologen… Daarna ben ik gecrasht en sloeg de onzekerheid toe. Er moest een tweede album komen, maar ik wist niet hoe eraan te beginnen. Het besef dat die tweede plaat minstens even straf moest zijn, benam me de adem. De eerste was spelenderwijs gegroeid, ik had niks te verliezen. Maar nu ik van mijn muziek leefde, werd het serious business. Ik had ook niet het gevoel dat ik nog iets te vertellen had, waardoor ik blokkeerde. Alles wat ik schreef, vond ik crap.

“Een paar maanden lang kreeg ik geen letter meer op papier. Tot Ingrid Mank, de vrouw van mijn platenbaas en een getalenteerde songschrijfster, me vertelde dat elke artiest wel eens zo’n writer’s block meemaakt. Ze raadde me aan om elke dag ergens te gaan zitten, rond te kijken en op te schrijven wat ik zag, om die spier weer in gang te krijgen, maar zonder dat het een nieuw nummer moest worden, om geen druk te voelen. Die eerste teksten waren vrij donker. Wie ben ik? Wat doe ik? Hoe moet het verder? Maar stilaan begon de zon weer te schijnen en vond ik mijn lichtvoetigheid terug.”

Heb je die donkere teksten gewoon weggegooid?

“Er is één nummer uit gegroeid: ‘De wachters aan de poort’. Dat zijn de negatieve stemmekes die je constant onderuithalen: ‘Ga jíj iets schrijven? Wie denk je wel dat je bent? Loser!’”

Klopt het dat je ook last had van paniekaanvallen?

“De eerste keer was op een donderdagavond. Ik zat thuis en ineens kreeg ik hartkloppingen, zweterige handen en duizelingen in mijn kop. Alsof ik een of andere psychedelische drug had genomen. Zo’n aanval is echt een kortsluiting van je lichaam, dat aangeeft dat het je psychische shit even niet meer kan verwerken.

“Daarna kwam de angst voor de angst. Een paar dagen later had ik opnieuw prijs, en zo ging dat een paar weken door. Ik moest zelfs een ­concert afzeggen, omdat het niet ging. Nooit gedacht dat ik dat ooit zou moeten doen, maar ik durfde gewoon de deur niet uit. En dan voel je je helemaal een loser.

“Leen Dendievel (actrice, red.) heeft vorige zomer een boek uitgebracht over die angstaanvallen: Asem. Het deed me deugd om te ontdekken dat er zoveel mensen mee dealen. Philippe Geubels, Herman Brusselmans, Nathalie Meskens, Sven De Ridder: die komen daar allemaal mee naar buiten, om te tonen dat ze ook maar kleine menskes zijn die graag gezien willen worden. Maar als je bekend bent, vinden mensen dat je immuun moet zijn voor kritiek, ‘want je hebt er zelf voor gekozen’. Niémand is daar immuun voor. Als ik op een forum lees dat iemand mij een kankerwijf vindt, blijft dat een hele dag in mijn kop spoken. Er is veel mindfulness nodig om daartegen bestand te zijn. Gelukkig lukt dat steeds beter. Maar daarvoor moest ik eerst tegen de muur lopen, en ontdekken dat ik toch niet zo zelfzeker was als ik me voordeed.”

Slongs: “Als je bekend bent, vinden mensen dat je immuun moet zijn voor kritiek, ‘want je hebt er zelf voor gekozen’.” Beeld Joris Casaer

Heb je ooit overwogen om te kappen met muziek?

“Dit is mijn droomjob, die geef ik niet zomaar op. Maar ik moest wel een manier vinden om ze aan te kunnen. Leren ‘nee’ zeggen en mensen teleurstellen vond ik verschrikkelijk. In het begin wou ik álles aannemen, het leek allemaal zo leuk. Maar dan loop je jezelf voorbij. ‘Wil je iets doen voor autistische kinderen?’ ‘Natuurlijk! Maar het past nu niet in mijn schema, ik kan niet elk weekend op een benefiet gaan staan.’ Ik heb ­moeten leren dat ik geen bitch ben, als ik zoiets weiger.”

Zet jij je niet in voor goede doelen uit je wijk?

“Ja, want ik vind armoede een verschrikkelijk onderbelicht probleem. Eén op de vijf kinderen groeit op in armoede, maar in sommige Antwerpse wijken ligt dat percentage veel hoger. Ik heb mijn gezicht verbonden aan de campagnes van Betonne Jeugd. Dat is een vzw voor thuis- en dakloze jongeren. Bij daklozen denken we altijd aan oude venten met grijze baarden en een hond, maar ook veel jongeren vallen tussen de mazen van het net. Op zaterdag ga ik er wel eens langs om koffie te drinken. Die gasten mogen daar komen brullen en rappen, maar ook een goeie boterham eten als ze honger hebben.

“Ik gooi ook regelmatig spullen binnen bij jeugdhuis Habbekrats. Daar vangen ze de kinderen uit de wijk op na school, om te vermijden dat ze thuis de sleutel onder de mat moeten vissen en tot zeven uur ’s avonds alleen zitten. Bij Habbekrats krijgen ze huiswerkbegeleiding, leren ze samen koken, maar ze mogen zich ook amuseren en sporten. Ze hebben een make-upkamer waar de meisjes zich optutten. Daar lever ik ­weleens leuke kleren, schmink en juwelen af.”

Welke jeugd heb je zelf gehad?

“Heel vrij, wij waren de hele dag ­buiten. Er waren toen nog pleintjes die op elkaar aansloten, zodat we konden fietsen zonder een straat te moeten oversteken. Voor het donker thuis, dat was de regel.”

Ben je streng opgevoed?

“Mijn vader hield de teugels strak in handen. Hij is van Griekse afkomst en ik ben zijn oudste dochter, daar moet geen tekening bij, zeker? Het heeft vaak gekletterd. Ik was nogal een losgeslagen veulen.”

Op Radio 2 vertelde je ooit dat je in het weekend door het raam naar buiten kroop om uit te gaan.

“Ik vond op mijn veertiende dat ik klaar was om naar de Paradox en de Pacific te gaan. ’s Nachts klom ik via de klimop naar beneden om in die alternatieve danstempels op ontdekkingstocht te gaan. Ik wou het leven proeven en liet me door niets of niemand ­tegenhouden.

“Soms zei ik dat ik bij een vriendin ging slapen. Dan legden we stiekem dekens en kussens in een garagebox, zodat we na een nachtje dansen een slaapplek hadden. We dronken amper twee Hoegaardens op een avond en deden eigenlijk niks verkeerd. Maar als ik daar nu op terugkijk, was het totaal onverantwoord.”

Werd je nooit betrapt?

“O jawel! Ik legde meestal proppen in bed, zodat mijn vader niet zag dat ik weg was. Toen ze die vonden, stond het ontvangstcomité klaar. Dat was niet mijn beste dag. De buurvrouw heeft me ook eens door het raam naar buiten zien sluipen. De volgende dag vroeg ze aan mijn moeder: ‘Zeg, is het normaal dat ulle Charissa om vier uur ’s nachts in de klimop hangt?’ Daarmee was het liedje uit. Ik kreeg een halfjaar huisarrest.”

Waar droomde je toen van?

“Ik leefde heel erg in het moment en was nooit bezig met later. Op de hogeschool koos ik voor Facility Management, een algemene richting waar je nog alle kanten mee uitkon. Ik had geen ­concrete doelen zoals een gezin, een auto of een bepaalde job. Ik rolde gewoon van het één in het ander.

“Tot een stuk in mijn twintigerjaren heb ik zowat in discotheken gewoond. Na een tijd bood ik me aan als danseres in Café d’Anvers. Zo kon ik gratis uitgaan en was ik elke keer
the queen of the club. Ik mocht meteen beginnen. Op dat podium keek ik altijd de meisjes in de ogen, omdat zij zich meestal geïntimideerd voelden door ons. Ik daagde hen uit om mee te komen dansen. De ­ijzeren wet in de horeca is: als de vrouwen zich goed voelen, zijn de mannen ook op hun gemak, en dan draait de bar. Op mijn 28ste ben ik ermee gestopt. Toen voelde ik me stilaan te oud voor het jonge publiek dat er kwam.”

Uit de liedjes ‘Lesten dag’ en ‘Me a dansen’ blijkt dat je nog altijd graag uitpakt op de dansvloer.

“Als ik in een club binnenkom, is dat nog altijd om het feestje op gang te sleuren. Niks zo plezant als je met de grieten amuseren. Zodra vrouwen elkaar niet meer bekijken als concurrentie maar als zusters, gaat er een hele wereld open.”

Na je feestperiode nam je het Antwerpse café Multatuli over.

“Ik was al een paar jaar van school af en wist nog altijd niet wat ik wou doen. Maar horeca, dat kon ik. Dat café was een mooie levensles. In zo’n ­volkskroeg leggen de mensen hun hele leven op de toog. Je leert veel verschillende types kennen met wie je in de meeste andere jobs nooit in ­contact komt. Daar heb ik mijn menselijkheid en barmhartigheid ontwikkeld.”

Waarom stopte je met dat café?

“Ik heb er twaalf jaar lang elk weekend gewerkt, en zes jaar fulltime. Het was geen uitdaging meer. Café houden is een zwaar leven: je slaapt weinig en je moet werken wanneer de rest vrij is. Daardoor beperkte mijn sociaal leven zich tot die werkplek. Ik had het gevoel dat ik in een smalle tunnel zat. Mijn relatie was ook net ten einde en ik was benieuwd naar wat het leven nog meer te ­bieden had. Na een paar maanden doelloos ­rondlopen boekte ik een vliegtuigticket naar Thailand en de Filippijnen. Daar heb ik drie ­maanden rondgetrokken met de rugzak. Hét ­keerpunt in mijn leven.”

Hoezo?

“Eindelijk werd ik eens echt met mezelf ­geconfronteerd. De eerste dagen in Bangkok heb ik zitten janken. Ook toen had ik last van de ­wachters aan de poort: ‘Wat zit je hier nu te doen? Zou je niet gaan werken? Van welk geld ga je leven?’ Ik sliep in hutjes en goedkope motels, en er was niks om die stemmen af te zetten. Geen internet. Geen tv. Geen radio. Ik kickte af van de westerse maatschappij. Wij voelen ons altijd verplicht om iets te doen en plannen constant vooruit. Niks doen, dat lukt ons niet, daar worden we ambetant van. Pas op het einde van mijn reis kon ik op een strand gaan zitten zonder te moeten weten wat ik een uur later zou doen. Dat was een groot cadeau. Voordien kon ik niet alleen thuis zijn zonder dat er een radio of tv op stond. Na die reis kon ik dat wel. Ik heb daar leren vertrouwen op mezelf.”

Wat is de fijnste ontmoeting die je je van die reis herinnert?

“Ik zat een watertje te drinken voor een nachtwinkel in Thailand, toen er een Australische vrouw naast me kwam zitten. Ze was 54 en had voor het eerst in haar leven geen sleutels meer. Haar zonen waren groot en ze had thuis alles verkocht: huis, auto, job opgezegd. Het moment waarop ze haar laatste sleutels inleverde, had haar een intens gevoel van vrijheid gegeven. Ze was aan niks meer verbonden, ze moest geen enkele factuur meer ­betalen en ze hoefde met niemand nog rekening te houden. Dat is een van de schoonste verhalen die ik ooit heb gehoord.

“Toen ik terugkwam, was ik gechoqueerd door de rommel in mijn appartement. Al die overbodige spullen! Ik had drie maanden overleefd met drie onderbroekjes en twee T-shirts, en besefte dat ik niks nodig had. Ik geniet van een knopje aan een boom dat klaar is om te poppen, en van de eerste bij die voorbijvliegt. Dat zijn de piekmomenten, en het feit dat
Temptation Island weer begonnen is. (lacht) Ja zeg, ik heb ook guilty ­pleasures, hè.

“Sommige mensen zullen mij wel een hippie vinden. Als ik naar de Delhaize ga, babbel ik meestal met de dakloze die daar op de grond zit. Dat is mijn maat. ‘Wie doet dat nu?’ hoor je dan. Maar ik word daar gelukkig van. Ik word niet blij van met de schapen in de rij mee te lopen. Ik ben liever de wolf die in de tegenrichting gaat. 
Ik ben op dit moment gelukkig met mijn appartementje, mijn wijk en mijn job. Maar als dat verandert, ben ik niet bang om alles te verkopen en weg te gaan, zoals die Australische heeft gedaan.”

Slongs: “Ik geniet van een knopje aan een boom dat klaar is om te poppen, en van de eerste bij die voorbijvliegt.” Beeld Joris Casaer

Beschouw je een gezin ook als ‘sleutels’?

“Een gezin maakt veel dingen een stuk moeilijker. Ik ben graag vrij. Misschien verandert dat als ik morgen halsoverkop verliefd word, maar voorlopig mis ik het niet om een partner te hebben. Genegenheid krijg ik ook van mijn ouders en mijn vriendinnen: samen koken, eten, knuffelen en roddelen. Zalig! Aan Tinder heb ik geen behoefte.”

Heb je al gevoeld dat mannen je te vrijgevochten vinden?

“Zo zijn er zeker, maar andere mannen hebben juist graag een vrijgevochten vrouw die sterk in haar schoenen staat.”

Je was onlangs een maand in Amerika voor de opnames van The World’s Best, een talentenjacht van CBS voor onbekende artiesten uit de hele wereld.

“Ineens kreeg ik een mail vanuit de States voor een show met Drew Barrymore, James Corden, RuPaul en Faith Hill. Ik heb een paar keer in mijn gezicht moeten slaan, om te geloven dat ik niet droomde. Compleet geflasht!”

Was je starstruck toen je hen zag?

“In het begin wel. Plots zat ik daar in een mega­studio van CBS met zulke sterren. Als hoofdjury mochten zij de helft van de punten geven. De andere helft kwam van vijftig juryleden uit de rest van de wereld die The Wall of the World vormden. En daar was ik dus één steentje van.”

Kon je met die hoofdjury praten?

“Ik heb één foto met Corden. Maar die mensen werden heel erg afgeschermd door de security. Zij werden weggeleid vóór wij onze zetels mochten verlaten. Typisch Amerikaans, hè?

“Ik had wel een goeie klik met Angela Groothuizen en Chantal Janzen uit Nederland, en met andere artiesten uit The Wall. Wij leken wel kinderen op kamp: businessclass vliegen, een maand lang in een chic hotel verblijven waar ook investment bankers zaten… Voor een ghetto girl is dat allemaal indrukwekkend. Toen ik naar de balie van dat hotel ging, dacht ik even dat ze zouden zeggen dat ik niet binnen mocht. Maar nee: ‘Welcome, miss Parassiadis!’ Mijn kamer was een suite met een salon eraan. Ik heb zelfs room­service besteld! (lacht) Wanneer een kamermeisje mijn eten bracht, gaf ik haar een stuk Belgische chocolade als fooi. Daar waren ze allemaal keiblij mee. Die meisjes, en de latino’s achter de bar, waren ook degenen die ik opzocht in dat hotel. Bij hen voelde ik me het meest op mijn gemak. En als ik in L.A. wou rondlopen, ging ik naar Venice Beach, waar de daklozen en de hippies rondhingen.” (lacht)

Enkele jaren geleden noemde je Lara Chedraoui van Intergalactic Lovers je favoriete ­onenightstand. Vergeef me de indiscrete vraag, maar ben je bi?

(lacht) “Nééé, manneke! Bij die vraag wordt er altijd verwacht dat je als vrouw een man kiest. Om contrair te doen, noemde ik een vrouw. Lara is een heel grave madam: grappig, knap, intelligent, sterke persoonlijkheid. Mocht ik een man zijn, zou ik voor haar vallen. Maar ik ben 100 procent hetero.”

In ‘Wat je doet met mij’, je nummer met Raymond van het Groenewoud, zing je over een moeilijke relatie van aantrekken en afstoten. Ervaring mee?

“Iedereen, toch? Niemand weet hoe de liefde werkt. Toen ik jonger was, aanvaardde ik dingen die ik nu van z’n leven niet meer zou pikken. Een jaloerse vent die niet wou dat ik alleen op stap ging, bijvoorbeeld. Of iemand die vond dat ik moest werken, het huishouden bestieren én de rekening betalen op ­restaurant. Dat zou nu niet meer passeren. 

“Raymond is een soort goeroe voor mij geworden. Ik denk niet dat hij beseft hoe belangrijk hij na mijn crash is geweest, met zijn rust en goede raad. Op mijn cd-voorstelling in de Arenberg komt hij meedoen.”

Slongs: “De politici en CEO’s hebben dure etentjes met elkaar, maar ze luisteren niet naar het gewone volk. Ons enige wapen is op straat komen.” Beeld Joris Casaer

Op je plaat staat een aanklacht tegen Instagram: ‘Slowdown, baby girl, ge ga veel te snel. Sta stil, kijkt rond, ziede wel, dat het leven zoveel meer is dan de likes op ’t net. Gelukkig zijn is ne status, mor is dat echt?’”

“Ik heb dat nummer geschreven op de tram, die tekst kwam er in één gulp uit. Iedereen zat daar op zijn smartphone te gapen! Op sociale media doen we ons allemaal beter voor dan we zijn en daardoor verdwijnt de echtheid. Ik merk dat bij mezelf ook: selfie nemen, filter erover en dan genieten van de likes. Vrouwen die bij Moeders voor Moeders werken, of meehelpen in een vluchtelingencentrum, zijn op Instagram minder hip dan een vrouw die net haar borsten heeft laten opspuiten en aan Temptation Island deelneemt. Dan zijn we toch fout bezig? Die ‘gewone’ vrouwen doen veel meer voor het grotere geheel dan Kim Kardashian. Maar toch willen jonge meisjes ­allemaal voldoen aan die onrealistische ideaalbeelden. Kim K bestaat niet, hè. Dat is een hoop plastic zonder talent.

“Ik zou vandaag geen zestien willen zijn. Wij klommen in bomen en braken soms iets af, maar we waren wel altijd buiten en deelden alles met elkaar. Nu zitten ze allemaal apart in hun kamer voor een
bakske. Te gamen. En als ze zich slecht voelen, is er niemand om écht mee te praten. Een leerkracht op een middelbare school vertelde me onlangs dat de haat en nijd tussen jonge meisjes nog nooit zo groot was. Dat komt door die vitrines van Instagram waar meisjes concurrentes van elkaar zijn. Het gaat er niet meer om of je ­vriendelijk bent of voor wie je je allemaal inzet. Je moet gewoon de schoonste kont hebben. Daardoor zijn ze grof tegen elkaar en zie je zoveel eetstoornissen en zelfverminking. Gelukkig komt er stilaan een tegenbeweging op gang van beroemde mensen, zoals Alicia Keys die overal ongeschminkt naartoe gaat, en van mensen die zichzelf posten zoals ze zijn als ze ’s morgens ­wakker ­worden.”

In het verleden noemde je jezelf al ‘een rood ridderke’. Wat vind je van de volksprotesten van de voorbije maanden: de gele hesjes, stakingen, klimaatmarsen?

“De mensen zijn kwaad en ze hebben gelijk. De politici en CEO’s hebben dure etentjes met elkaar, maar ze luisteren niet naar het gewone volk. Ons enige wapen is op straat komen.

“Het is toch ­schandalig hoe zorgwerkers ­worden uitgebuit? Die dragen de hele maatschappij op hun schouders, maar ze moeten zware shifts kloppen en verdienen veel te weinig. En ondertussen gaan ministers met opstappremies van honderdduizenden euro’s naar buiten, omdat ze een paar jaar met gouden lepels hebben zitten eten in de Wetstraat. Als je hun bijdrage aan de maatschappij vergelijkt met wat verplegers elke dag doen, is het voor mij heel simpel: geef dat geld maar aan het zorgpersoneel.”

Hebben sp.a of PVDA je nog nooit gevraagd om op een lijst te staan?

“Nee. Ik zou doodongelukkig worden in de ­politiek. Laat mij de wereld maar verbeteren met mijn muziek, en door vriendelijk te zijn op straat.”

Je tweede plaat is nu uit. Hoe zie je de toekomst?

“Ik ga deze zomer veel spelen, en daarna begin ik aan de derde plaat, zónder writer’s block dit keer. Ik wil gerust nog tot mijn 70ste rappen. Maar er zijn nog andere mogelijkheden: coaching, theater, lezingen, meereizen op een boot om plastic uit de zee te halen…

“We zien wel, vandaag schijnt de zon. Dat is wat telt.”

The Voice loopt weer op VTM. Zien we je daar nog ooit terug als coach?

“In de editie voor volwassenen wel, in The Voice Kids niet. Ik vond het heel moeilijk om kindjes te ontgoochelen. Ik heb wel nog contact met ­sommige kids die ik begeleidde. Eens coach, altijd coach. Die gasten blijven me demo’s toesturen en ik weet zeker dat daar artiesten uit gaan komen. Wie weet kan ik ooit met hen toeren, zoals ik zelf met Raymond heb gedaan.” (lacht)

Op 8 maart geeft Slongs een cd-voorstelling in de Arenbergschouwburg in Antwerpen, met o.a. Raymond van het Groenewoud. arenbergschouwburg.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.