Zondag 07/06/2020

InterviewLust en liefde

‘Ik ben zo terug, riep hij toen hij die nacht geboeid werd afgevoerd’

Beeld thinkstock

Zijn verhaal klopte voor geen meter, al van bij de prille start van hun relatie. Maar Lieve (48) liet hem niet los. Zelfs niet toen hij voor maanden in de gevangenis vloog, terwijl zij zwanger was. Ze wilde haar bad boy koste wat het kost redden, voor hem zorgen. Want zó slecht was hij toch niet?

“Ik was meteen verliefd en hij ook. Zo noemde hij het althans en hij gedroeg zich zoals verliefden doen. Maar achteraf gezien was het gekopieerd gedrag. Hij deed altijd net iets te over­­­dreven, deed steeds net te veel zijn best. Hij belde niet één keer per dag, maar meermaals. Op een keer stond hij voor de deur van het kantoor waar ik werkte, bedelend om een kus, maar weer net te dwingend om romantisch te kunnen zijn. Eerder had hij gezegd dat zijn vrouw en hij gescheiden waren, later bleek dat hij om zakelijke redenen nog steeds thuis woonde. Het was een zootje, er klopte geen bal van deze relatie. Maar ik vond hem leuk, ­aantrekkelijk, ik had hem lief en hunkerde naar een leven met hem.

“Toen we een maand of twee met elkaar omgingen, vroeg ik: heb je eigenlijk nog seks met je vrouw? Ik weet het nog precies. Ik stond met mijn rug tegen het gasfornuis geleund en hij stond voor me en zei ‘ja’ alsof het om een ­bagatel ging. Alsof seks met je ex bijzaak was. Nu is het genoeg, besloot ik. Het houdt op. Ik had een dochter van 13, volgde een opleiding en had een goede job. Waar was ik mee bezig? 

Ik had nooit een man nodig gehad om gelukkig te zijn. Als ik hem niet kan begrijpen, dacht ik, laat me dan alsjeblieft mezelf weer kunnen ­begrijpen en alleen verdergaan. Maar hij keek me aan en hoefde alleen maar te zeggen dat hij zijn vrouw zou verlaten zodra zijn jongste kind afgestudeerd was, om mij mijn woorden terug te laten nemen.

“Hij hield woord. Drie maanden later trok hij bij me in. Al snel raakte ik zwanger, voor even brak er een gelukkige tijd aan. We gingen op vakantie naar zijn huis in het buitenland. Op een dag leende ik hem mijn auto en belde hij met een raar verhaal dat er was ingebroken. Zijn laptop was gestolen, maar de gps, zag ik later, lag nog gewoon op de passagiersstoel. Nog geen maand later stond de politie midden in de nacht op de deur te bonken en cirkelden er ­helikopters boven het huis van zijn ex.

“De euforische verliefdheid sloeg om in totale ontregeling. Je zou kunnen zeggen dat wij elkaar voor de gek hadden gehouden; twee mensen op zoek naar onvoorwaardelijke ­toewijding. Schijnveiligheid is kennelijk altijd nog veiliger dan helemaal geen veiligheid. Maar welke valse gronden er ook geweest zijn, mijn liefde zelf was helemaal echt. Ik was bereid alles voor hem te doen, ook al wist ik ook toen al dat de opvoeding van ons kind, net als die van mijn oudste, op mij zou neerkomen. Ik werd niet zoals sommigen, gedreven door het ideaal van een heel gezin. Hoe kan ik mezelf verweren, hij was charmant en geestig en ik extreem loyaal. ‘Ik ben zo terug’, riep hij toen hij die nacht geboeid werd afgevoerd. Ik heb gekrijst en was boos. Wat hij precies allemaal had uitgespookt wist ik niet, maar het bleek ernstig genoeg om hem zes maanden op te sluiten.

“Verliet ik hem? Ik had kracht genoeg. Maar nee, mijn liefde werd alleen maar sterker. Ik wist wat het was om voor iemand te moeten vechten en er niks voor terug te krijgen. Op ­eenzelfde manier had ik me vroeger het lot van mijn vader aangetrokken. De keren dat ik hem als kind zag, huilde hij dat mijn moeder hem zomaar in de steek had gelaten en wakkerde zo mijn verantwoordelijkheidsgevoel aan. Ik maakte ruzie met mijn moeder omdat ik ­medelijden had met mijn vader. Mijn zus had een veel dikkere huid en keerde zich al snel van hem af, maar ik voelde me genoodzaakt het voor hem op te nemen.

Hij raakte met zijn gedrag een bekende snaar. Ik begon brieven te schrijven naar de koning en Justitie en zelfs naar de gevangenisdirecteur. Niet omdat ik twijfelde aan zijn schuld, daar hield ik me helemaal niet mee bezig. Ik gunde het hem bij de bevalling te kunnen zijn en zette alles op alles om een eendaags verlof te regelen. Maar hij kreeg geen toestemming. Toen ik in het ziekenhuis aan het infuus lag, belde hij en zei: lief, stop, ik krijg misschien morgen vrij, stel het een dagje uit. Alsof ik die naald er zo weer kon uittrekken en naar huis kon gaan.

“Ik wilde niet opgeven want ik gaf nooit op. Toen hij vrijkwam, was onze dochter zes weken oud. Ik haalde hem op en bakte eieren met spek en wilde daarna weer terug naar mijn werk, maar hij vertikte het op de baby te passen. Al die maanden was ik hoogzwanger naar de gevangenis gereisd. Twee uur heen en twee uur terug en nu deed hij niks. Ik raakte steeds verder uit de pas met mezelf. Op het laatst kon ik niet meer. Hij vond een job in de fruit­handel, maar het lukte niet.

“Nog steeds hoor je mij niet zeggen dat hij een slecht mens is. Gemankeerd, ja, beschadigd in zijn jeugd en onvermogend. Niet per se meer dan ik, maar ongeschikt om mee te leven.

“Op mijn verzoek is hij weggegaan en niet meer teruggekomen. Spaarzaam onderhoudt hij contact met zijn dochter die nu op haar beurt tobt met hechtingsproblemen. Nooit heeft hij mij ook maar één keer gevraagd: hoe is het met jou? Welke invloed heeft mijn hechtenis en de tijd erna op jou gehad?

“En ik, ik weet niet of ik dit alles hem, mijn vader of mijzelf moet verwijten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234