Zondag 22/09/2019

De Wending

"Ik ben meer dan enkel Turk of moslim"

Erhan Demirci: 'Elke keer als het over de islam gaat, heb ik de neiging om mij te verdedigen.' Beeld Franky Verdickt

Vroeger was hij gewoon een 'allochtoon', sinds enkele jaren krijgt hij voortdurend vragen over de islam, vertelt stand-upcomedian Erhan Demirci. De aanslagen in Brussel hebben die perceptie niet verbeterd. En toch is er ook iets positiefs uit voortgevloeid. "Sinds 22 maart weet ik wie mijn buren zijn."

Wat snel duidelijk wordt tijdens dit gesprek, is dat Erhan Demirci verwikkeld is geraakt in een interessante driehoeksverhouding. Niet met vrouwen evenwel (althans, dat hebben we hem niet gevraagd), wel met enkele steden. Brussel, Istanbul en Ham: drie plekken die hem doodgelukkig maken, maar soms ook tot verwarring leiden.

Eerst dit: wie is Demirci? Om te beginnen: stand-upcomedian, geboren in Beringen (op eenvoudig verzoek kan hij zijn Limburgse accent aan- en uitzetten), enkele kilometers verder op aangename wijze opgegroeid in Ham, op zijn achttiende verhuisd naar Brussel, waar hij nu met vrouw en kinderen woont.

Wie is Demirci nog? Een man die vlak voor de explosie op 22 maart in de metro richting Maalbeek zat, een beste vriend heeft die op de luchthaven werkt, en over de aanslagen in Brussel een eerste solovoorstelling heeft gemaakt die 'Komt goed' heet. Is het ten slotte relevant om hier te vermelden dat Demirci Turkse roots heeft en een moslim is? Ja, omdat het een thema in zijn voorstelling is, en eigenlijk ook in zijn leven.

Dat is niet altijd zo geweest. Demirci groeide op in de Cité, een wijk waar vroeger vooral mijnarbeiders woonden, met name Turkse en Italiaanse gezinnen. Ook op de lagere school waren er weinig Vlamingen van vreemde origine. Pas in het middelbaar, toen zijn ouders hem naar het college van Tessenderlo stuurden, besefte hij hoe het voelt om tot een minderheid te horen. Maar trauma's? Zeker niet. "Ik heb een groot bakkes, dat helpt", lacht hij.

Een moeilijk lief

Zijn jeugd was fijn. Omringd met vriendjes in de wijk, eindeloos voetbal spelen na school, nooit iets tekort gehad. "Mijn vader was de enige kostwinner van het gezin, en van zijn loon moest hij ook nog zijn familie in Turkije onderhouden. Toch hebben hij en mijn moeder ervoor gezorgd dat we geen enkele zee- of bosklas hebben moeten missen."

En toen was hij achttien en kantelde zijn leven. De middelbare school was geen succes geweest. Begonnen met Latijn, geëindigd in beroeps, en het leek er even op dat hij zou gaan werken in een fabriek. Dat deed hij niet. "Ik wou naar Brussel. Communicatie studeren aan de Erasmushogeschool. Dat is gelukt. Later heb ik nog een master gedaan in Gent en in de Verenigde Staten."

In Brussel ging zijn wereld open. "Toen ik nog in de Cité woonde, kwam ik nauwelijks buiten de wijk. Het hoefde niet. Ik had er alles. Mijn vrienden, mijn familie, meer had ik niet nodig. En toen arriveerde ik in de hoofdstad. Het was moeilijk in het begin. Ik had veel heimwee. Mijn ouders zijn vaak op en af moeten komen die eerste jaren. Maar ik ben er gebleven. En ik wil er niet meer weg."

Wie in Brussel woont, zal beamen wat Demirci bedoelt: de stad is als een moeilijk lief. Elke dag heb je er problemen mee, elke dag vraag je je af wat je in godsnaam aan het doen bent, maar de band doorknippen kun je niet, omdat je elke dag ook zoveel krijgt.

"In Turkije vragen ze me vaak wat de mooiste stad is: Istanbul of Brussel. Istanbul is geweldig, maar zal nooit kunnen geven wat Brussel geeft. Als mijn Turkse vrienden me komen bezoeken in België, schrikken ze zelf elke keer weer van die enorme diversiteit die Brussel heeft te bieden. Istanbul is een vrij homogene stad. Van de 14 miljoen inwoners zullen er hooguit 300.000 uit een ander land komen. Als je op zoek bent naar een beter leven, verhuis je niet naar Istanbul. Wel naar Brussel."

Is de Brusselse diversiteit een grote troef voor hem, dan is dat niet voor iedereen het geval, dat weet hij. "Maar het is de realiteit. Het heeft geen zin om je ertegen te verzetten. Ofwel kijken we ervan weg en blijven we geloven in een wereld die niet meer bestaat, ofwel zien we de diversiteit onder ogen, bekijken we wat de troeven en de problemen ervan zijn, en hoe we die problemen gaan oplossen."

Laten we het over 22 maart hebben. Een dag die centraal staat in je voorstelling, en een dag die jij zelf heel bewust hebt meegemaakt.

Demirci: "Ik was gevraagd om een rondleiding te geven door de Europese wijk aan anderstaligen. Iets was ik nog nooit in mijn leven had gedaan, maar ze zochten nog iemand die Nederlands en Turks sprak. De groep en ik hadden afgesproken in het Noordstation. We namen er de tram naar De Brouckère, om daar over te stappen op de metro naar Schuman. Maar op die metro zijn we nooit geraakt. Op diezelfde lijn hadden net de explosies in Maalbeek plaatsgevonden."

"Toen we in De Brouckère aankwamen, stuurde de politie ons naar buiten. En dus ben ik met die groep mensen een kop koffie gaan drinken, en dan ben ik naar huis gewandeld. De stad was compleet stilgevallen. Het enige wat je hoorde, waren sirenes overal. Er was nauwelijks iemand op straat. Ook in mijn eigen wijk in Schaarbeek hadden alle winkeliers de rolluiken naar beneden gehaald, en hun winkel gesloten. Niemand wist wat er gebeurde, iedereen was bang dat er nog aanslagen zouden volgen. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik zoveel angst gevoeld heb. Ook bij mezelf."

We zijn bijna een jaar later nu. Heeft het leven in Brussel zich hersteld?

"Het is dubbel. Het leeft nog hard bij de mensen, wat logisch is, denk ik, maar het heeft ook positieve gevolgen gehad, hoe raar dat ook mag klinken. Het is pas sinds maart dat ik weet wie mijn bakker en mijn slager zijn, omdat we pas sindsdien een praatje slaan, wat lachen en wat zeveren. Je voelt dat de mensen meer begaan zijn met elkaar, dat ze willen weten wie er in hun wijk woont."

"Ik heb in Brussel ook nooit het gevoel gehad dat ik mij aangekeken moest voelen. Behalve de eerste dagen misschien. Maar dat is normaal. Daar deed ik zelf aan mee. Ik zag iemand in djellaba, en ik dacht: wie is dit, en wat is hij van plan?"

Erhan Demirci. Beeld Franky Verdickt

"Al bij al is Brussel heel sereen omgegaan met die vreselijke gebeurtenissen, denk ik. Het zou ook een intern conflict gegeven kunnen hebben in de stad, maar dat is niet gebeurd. Als er in Istanbul of Ankara een aanslag wordt gepleegd door Koerden, wordt elke Koerd meteen scheef bekeken."

"Wat ook goed is, is dat we nog eens beseft hebben dat er inderdaad veel misloopt in sommige buurten of wijken. En dat daar iets aan moet gebeuren."

Wat is de beste aanpak dan voor die buurten?

"Het moet van binnenuit komen. Als ik mannen als Jan Jambon hoor roepen dat Molenbeek eindelijk opgekuist gaat worden, kan ik alleen maar denken: komaan dan, kom het eindelijk opkuisen. Maar niemand heeft hem daar gezien. Dat soort van straffe praatjes helpt dus werkelijk niks. Nee, het moet in de gemeenschap zelf gebeuren, door straathoekwerkers, en mensen die gezag hebben. Vaders, moeders, politie ook. Tegenlijk begrijp ik ook de harde aanpak van de politie. Er is miserie in sommige straten van Molenbeek of Schaarbeek, we moeten dat niet onder stoelen of banken steken."

Ook na de aanslagen heb je er nooit aan gedacht om Brussel te verlaten met je twee kinderen?

"Toch wel. Vaak zelfs. Maar we hebben dan toch beslist om in Brussel te blijven. Tegen de zin van mijn ouders, trouwens, die half gek geworden zijn na de aanslagen. Kom naar Beringen, zeiden ze, hier is het rustig en fijn en veilig. Maar er leven duizenden jongeren in Brussel, en met velen van hen is het oké. We vinden dat onze kinderen moeten opgroeien met die diversiteit."

"(grinnikt) Het is trouwens ver gekomen op dat gebied: nu moeten wij ons al aanpassen aan andere minderheden. Geef je een feestje, en komen er Indiërs op bezoek, dan mag je geen rundvlees serveren. Varkensvlees eten wij dan weer niet, en dus blijf je enkel over met kip en vegetarisch. Daaraan merk je dat er veel veranderd is. Toen ik kind was, had je dé meerderheid en dé minderheid, terwijl mijn kinderen nu al beseffen dat er vele kleine minderheden zijn."

Jouw kinderen eten dus ook geen varkensvlees?

"Nee. Het is te zeggen: niet bij ons thuis. Hun moeder is een Vlaamse, en als ze bij hun Vlaamse grootouders varkensvlees geserveerd krijgen, dan is dat zo. Ze proberen er wel rekening mee te houden op mijn vraag, maar ik ben ook geen schoolvoorbeeld van een moslim. Ik drink wel eens een glas, bijvoorbeeld. Dat is het evenwicht dat je probeert te zoeken in je hoofd. Enerzijds probeer ik me nog vast te klampen aan wat ik heb meegekregen van thuis. Een kwestie van traditie en cultuur. Anderzijds vind ik dat ik zelf wel kan beslissen wat ik wel of niet eet of drink. Geen gemakkelijke evenwichtsoefening. Mijn kinderen probeer ik het mee te geven, en als ze oud genoeg zijn, moeten ze zelf maar beslissen wat ze willen eten of niet."

Erhan Demirci. Beeld Franky Verdickt

Soms heeft hij heimwee naar de tijd waarin hij nog gewoon een "allochtoon" was, vertelt Demirci in zijn show, en mensen blij waren dat hij ten minste Nederlands kon. Maar sinds enkele jaren is hij meer dan enkel "allochtoon". Sinds enkele jaren is hij een moslim. Wordt hij gevraagd wat hij vindt van homo's of van het kalifaat. En als Erdogan het nog eens bont maakt in Turkije, is hij plots dan weer vooral een Turk. Hij is het beu. Kotsbeu. 

"Als ik gevraagd word voor een interview, polst mijn manager altijd eerst waarover het gesprek zal gaan: de show die ik gemaakt heb, of de coup in Turkije. Niet dat ik mijn mening over Erdogan niet wil geven, maar ik ben meer dan enkel een Turk of een moslim. Dat wordt de laatste tijd wel eens vergeten. De polarisering is extreem geworden. Wit tegen zwart, moslim tegen niet-moslim, en iets daartussenin kan precies niet meer. Het baart me zorgen. Waar is het midden naartoe? Vroeger kon je bijvoorbeeld voor of tegen Erdogan zijn, en toch nog begrip hebben voor de visie van de andere. Maar nu moet je kant kiezen."

Was de mislukte coup in Turkije voor jou een even grote wending als wat er op 22 maart gebeurd is?

(denkt na) "Ik heb de hele nacht naar de Turkse televisie gekeken toen. Maar de volgende dag ging het leven gewoon door voor mij, zoals voor veel Belgische Turken."

Behalve in Beringen, waar de coup een vervolg kreeg in de Limburgse straten.

"De berichtgeving daarover is wel wat opgeklopt, vind ik, maar het zou niet mogen gebeuren. Als iedereen in Brussel de problemen in zijn land van herkomst op straat gaat uitvechten, dan zijn we ver van huis. Die verbondenheid met het vaderland is er. Ook voor mij. Ik ben even loyaal aan Turkije als aan dit land waar ik ben opgegroeid. Maar ik vind niet dat ik in België moet gaan ruziemaken over Erdogan."

Geldt dat ook voor je Turkse vrienden?

"Vroeger wel, maar voor sommigen ondertussen niet meer. Zij snappen niet dat Erdogan, die hier tot twee jaar geleden een held was, door de media plots tot duivelse dictator is gebombardeerd. En ik volg hen daarin. Hoe anti-Erdogan ik ook ben."

"Wij volgen het nieuws over Turkije niet enkel hier, maar ook daar. En het verhaal is genuanceerder dan enkel de westerse berichtgeving. Mijn tante bijvoorbeeld, die in Istanbul woont en zeer liberaal is, heeft zelfs voor Erdogan gestemd vorige keer. Ik heb er vaak discussies over gehad met haar, omdat ik echt niet begreep waarom ze voor hem kon stemmen. Maar dan zei ze dat hij stabiliteit gebracht heeft in het land, en dat hij ervoor gezorgd heeft dat zij als alleenstaande moeder een bedrijf is kunnen starten. Turkije kent een economische bloei, waardoor zij een eigen appartementje heeft kunnen kopen, en haar kinderen kunnen studeren."

"Bovendien is er geen alternatief, zegt ze. Als er op een dag een andere politicus verschijnt die voor de mensen doet wat Erdogan gedaan heeft, dan krijgt die haar stem, maar die is er niet. Als ik dan tegen mijn tante zeg dat hij journalisten en politieke tegenstanders slecht behandeld heeft, dan zegt ze dat het de prijs is die de Turken moeten betalen, en dat zulke dingen vroeger ook gebeurden in Turkije. Een pragmatische houding, maar een die te begrijpen valt."

"Nog eens: ik ben tegen Erdogan, maar de manier waarop de media hier over hem berichten, is te eenzijdig. Zo eenzijdig dat je soms zelfs de neiging krijgt om hem te gaan verdedigen. Hij is een megalomaan, hij klopt in het rond, en als je iets met hem uithaalt, maakt hij jou en je gezin met de grond gelijk, maar blijkbaar heeft hij ook goeie dingen gedaan voor de Turken."

Je toert ook met je schoolvoorstelling 'Tussen friet en kebab'. Dat zal een heviger publiek zijn dan in de Vlaamse cultuurcentra.

"'Komt goed' was er wellicht nooit gekomen zonder die schoolvoorstellingen. Het is de hardste leerschool die je je kunt voorstellen. De eerste vier voorstellingen dacht ik: wat ben ik in godsnaam aan het doen? In het begin speelde ik voornamelijk voor de derde graad bso, en het was zo herkenbaar. Dat was ik die daar in de zaal zat, en tegen de gast op het podium zei: 'Kom maar op, man, we zullen je wel klein krijgen.'"

"Het plan was om de schoolvoorstelling een jaar te spelen, als tussenstap voor de avondvoorstelling, maar ze blijft geboekt worden, en dus blijf ik ze spelen. Al drie jaar ondertussen. Het geeft me heel veel voldoening om voor die jonge gasten te spelen."

"Welke boodschap ik hun meegeef? Enerzijds probeer ik te vertellen wat het betekent om Turks te zijn. Anderzijds heb ik het gevoel dat ik iets moet terugdoen. In mijn eigen schoolcarrière ging het op een gegeven moment steil bergaf, maar het is ook goed gekomen. Misschien inspireert hen dat om ook hun eigen droom achterna te gaan. Ik zie zoveel talent verloren gaan bij jongeren. En dat is erg jammer."

Ten slotte dit nog: in 'Komt goed' behandel je veel thema's, behalve één: godsdienst. Hoe komt dat?

"Waarom zou ik het daarover moeten hebben? Ik heb daar voor deze voorstelling geen behoefte aan gehad. Mijn show gaat over de aanslagen in Brussel, niet over de islam. (zwijgt even) Als mensen mij zo'n vraag stellen, schiet ik altijd in een verdedigingsmechanisme. Waarom krijg ik die vraag en Alex Agnew, Michael Van Peel of Wouter Deprez niet?"

Ik snap je opmerking, maar in je voorstellingen ijver je voor meer begrip tussen de verschillende gemeenschappen, en geloof is net iets wat soms tot onbegrip leidt.

"Maar wie zegt dat ik meer bezig ben met mijn geloof dan andere comedians? Dat bedoelde ik daarstraks: plots zijn we allemaal moslim geworden, terwijl niemand weet hoe de individuele moslim zijn geloof invult. Ik heb het geloof van thuis uit meegekregen, en wij zijn vrij liberaal opgevoed. Eigenlijk is het zelfs maar een klein deel van mij. Maar elke keer als het over de islam gaat, heb ik de neiging om mij te verdedigen. Om mee vooraan te staan met pijl en boog. Omdat we in een hoek geduwd worden. Dat heb jij net ook gedaan."

Ik duw je toch niet in een hoek? Ik vroeg gewoon waarom je het niet over godsdienst hebt in je show.

"(zwijgt even) Bon. Eerlijk? Ik heb er lang over gedacht om er wél een thema van te maken. Maar misschien wilde ik mij niet zo bloot geven. Als moslim hier moet je rekening houden met je twee achtergronden. Aan de ene kant zou ik zaken moeten vertellen waardoor de Vlamingen mee zijn in het verhaal, aan de andere kant wil ik mijn familie niet op de tenen trappen. En misschien is dat balanceren op dit moment te moeilijk. Voilà, nu heb je een antwoord."

"In mijn schoolvoorstelling heb ik het er trouwens wel over. Mijn moeder draagt bijvoorbeeld geen hoofddoek, mijn tante wel, en ik leg uit waar dat verschil vandaan komt. Is er behoefte aan zo'n uitleg? Maar mensen kunnen toch niet van mij verwachten dat ik op al hun vragen een antwoord ga geven in mijn shows? En mensen zijn toch slim genoeg om zelf eens naar Molenbeek te gaan en daar vast te stellen dat niet elke moslim past in het cliché?"

"Maar goed, ik zal nadenken over wat je zegt. Misschien doe ik er in een volgende voorstelling wel iets mee. (lacht) Kan ik dan nu eindelijk een sigaret gaan roken?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234