Vrijdag 20/09/2019

Hoeves

Iedereen wil in een oude hoeve wonen (behalve de boeren)

De omgebouwde boerderij van Yusuf Yaman. Beeld Luc Roymans

Twintigduizend hoeves zijn de voorbije twintig jaar in Vlaanderen verdwenen. Wat vroeger een pittoreske hoeve of stevige boerderij was, is vandaag steeds vaker een luxevilla of zelfs bedrijventerrein. De landbouw neemt op zijn beurt weer meer open ruimte in.

In Elversele, daar staat een huisje. Verschoning: daar staat een dot van een huis. Een oude koeienstal van een 16de-eeuwse boerderij, omgetoverd tot een thuis voor het gezin van Yusuf Yaman, zijn vrouw en kinderen. Yaman, vastgoedontwikkelaar van beroep, kocht het gebouw vijf jaar geleden. In plaats van de afgeleefde stal te slopen en er een nieuwbouw neer te poten, besloot hij er met liefde iets nieuws van te maken. Een hypermoderne woonst met een knipoog naar het verleden. Yaman behield de structuur van de stal, de oude voedertroggen fungeren als schoenrek, de keukenkastdeurtjes zijn gemaakt van hout uit het kippenhok, de eettafel was in een vorig leven staldeur. Je ziet dat het ooit een stal was, maar zo voelt het al lang niet meer.

Beeld Luc Roymans

“Ik woonde hier al vijftien jaar in de buurt, ik kende de boerderij dus al. Door een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan kwam ze in aanmerking voor een andere bestemming”, zegt Yaman. “Een kans die ik absoluut wou grijpen. Veel mensen hebben schrik van grote verbouwingen en zouden de stal hebben afgebroken, maar dat wou ik niet. We hebben grondig verbouwd, maar ik ben er ongelofelijk blij mee. Al zou het zonder dat nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan moeilijk zijn geweest. De regelgeving heeft ons een duwtje in de rug gegeven.”

20.000 hoeves later

Yaman staat daarmee lang niet alleen. Er zijn misschien niet veel mensen die een oude koeienstal tot een thuis transformeren, maar het staat vast dat oude boerderijen de particulier aanspreken. Tal van Vlamingen zien in zo’n oude hoeve, schuur of stal een droomhuis doorschemeren. Dat blijkt ook uit de cijfers. De voorbije twintig jaar verdwenen er in Vlaanderen ongeveer twintigduizend oude hoeves en boerderijen.

Beeld Luc Roymans

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) wou weten wat daar precies voor in de plaats komt. Het voerde daarvoor in Oost-Vlaanderen gerichte steekproeven uit in een aantal landelijke gemeenten met veel landbouwactiviteit. Daaruit blijkt dat, wanneer boerderijen worden verkocht, ze maar zelden hun agrarische functie behouden. Dat gebeurt slechts bij een op de tien oude hoeves. Zo’n 40 procent van die boerderijen worden omgetoverd tot villa, in ruim 20 procent van de gevallen neemt een niet-landbouwbedrijf er zijn intrek. Minder vaak staan ze (gedeeltelijk) leeg, te koop, worden ze gebruikt om paarden te stallen of wachten ze op een nieuwe functie. Volgens het ILVO reflecteren die cijfers een trend die zich over heel Vlaanderen voordoet.

Oude boerderijen krijgen dus steeds vaker een woonfunctie. De ‘residentialisering’ van het platteland, heet dat dan. En die wordt in de hand gewerkt door de regelgeving. “Vroeger was het heel moeilijk om ‘zonevreemd’ te bouwen, maar door verschillende uitbreidingen op de zonevreemde basisrechten, is dat veranderd”, zegt Anna Verhoeve, onderzoeker bij ILVO. “Je ziet dat steeds meer particulieren grote landbouwpercelen kopen, soms tot 4 hectare groot. Dat heeft een enorme impact op zowel de landbouwers, de landbouwsector, en zeker ook op onze open ruimte.”

Beeld Luc Roymans

Open ruimte onder druk

De impact is groot, maar ook complex en soms tegenstrijdig voor bepaalde partijen. Aangezien de vraag naar oude hoeves als woning fors toeneemt, stijgen ook de vastgoedprijzen gevoelig. Dat kan bijzonder interessant zijn voor de boer als individu. Als die een eigendom wil verkopen, bijvoorbeeld bij pensioen of een carrièreswitch, kan hij of zij daar een aardige som mee verdienen. 

Voor de landbouwsector is het dan weer minder interessant. Door die stijgende prijzen is een oude hoeve vaak onbetaalbaar voor een andere landbouwer die met die hoeve aan de slag wil. Toch hebben die boeren nog een uitweg. Zij genieten – ook in deze tijden van betonstop – van een extra voordeel. Als hun bedrijf financieel gezond is, mogen ze hun activiteiten uitbreiden in de open ruimte. Dat kan een pervers effect hebben: boeren die hun eigen boerderij verkopen voor een bom geld, om daarmee een nieuwbouw neer te poten in de open ruimte, die daar in principe niet voor dient. En zo wordt ook die kostbare open ruimte weer een tikje schaarser.

“Een tweesnijdend zwaard voor de landbouwsector, maar ook een gevaar voor onze open ruimte”, concludeert Tom Coppens, professor stedenbouw aan de UAntwerpen. Voor een verklaring kijkt hij naar de evolutie van het Vlaamse decreet op ruimtelijke ordening. “Onze open ruimte is kostbaar, het decreet zou die moeten beschermen. Alleen heeft men dat de laatste twintig jaar alleen maar versoepeld. Vroeger mocht er bijvoorbeeld geen tuincentrum in de plaats van een boerderij komen, maar dan werd daar plots wel een uitzondering voor voorzien. Zo zijn er tal van voorbeelden. We moeten die zonevreemde basisrechten eigenlijk fors terugschroeven, in plaats van ze te versoepelen. Er zitten zoveel gaten in onze wetgeving op vlak van ruimtelijke ordening. Dat is heel contraproductief voor het eigen beleid. Als we zo voortdoen, eten we onze open ruimte op.”

Beeld Luc Roymans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234