Woensdag 26/06/2019

Reisreportage

Hongkong, waar je heerlijk verantwoord kunt verdwalen

Even weg van de stadsdrukte in Kowloon Park. Beeld Johan Tuyaerts

Voor de autistisch georganiseerde reiziger is verdwalen in een buitenlandse stad zonder Google Maps of analoog reisgidsje een ondraaglijk idee. Maar niet als je in Hongkong wordt gedropt.

Met zijn 7,3 miljoen inwoners en ruim 7.000 wolkenkrabbers die opeengepakt staan in een heuvelachtig gebied van 1.108 km2 is het vooruitzicht op een bezoek aan Hongkong, voor de reiziger die van structuur houdt, een reden om te gaan hyperventileren. Vooral ook omdat Hongkong handelt in extremen: het ene moment verzwelg je in de drukte van Mong Kok, het drukste winkeldistrict ter wereld, terwijl je na een taxirit van twintig minuten met je voeten in het zand kunt staan op een verlaten rotsstrandje. Haast de helft van het grondgebied van Hongkong bestaat immers uit natuurparken en reservaten; nergens anders ter wereld vind je extreme urbanisatie zo dicht bij de ongeschonden natuur.

Ook als het om sociaal-economische lijstjes gaat, rolt Hongkong graag met de spierballen: 1 op de 250 auto’s in Hongkong is een Rolls-Royce en in het centrum vind je meer Louis-Vuittonwinkels dan in heel Parijs. Woningprijzen starten, voor een redelijk éénkamerappartement, vanaf 1 miljoen euro en lopen voor sommige penthouses op tot 60 miljoen: Hongkong is de duurste plek ter wereld om vastgoed te kopen.

De andere kant van de medaille laat zich snel ontwaren in het straatbeeld van de minder commerciële stadwijken: grauwe, grimmige woontorens waar soms tot 20 mensen bijeengehokt wonen in één of twee kamers. De enige kleur daar wordt verzekerd door de wapperende was aan de talloze waslijnen die uit de vuile ramen hangen.

Maar laat je niet ontmoedigen. Door de uitgekiende feng shui-architectuur, het vlekkeloos georganiseerde openbaar vervoer en het uitermate groene karakter van de stad is verdwalen in deze subtropische Aziatische metropool zelfs voor mapfetisjisten een uitermate boeiend avontuur.

Je verplaatsen doe je het best met het openbaar vervoer, metro, bus of boot. Snel, efficiënt en goedkoop.  Beeld Johan Tuyaerts

Om verantwoord te verdwalen in Hongkong heb je hoogstens een heel ruwe oriëntatie van de verschillende wijken van de stad nodig, een stel comfortabele schoenen en genoeg energie om een drietal dagen rond te lopen.

Het zuiden van Hongkong Island is met de wijken Central, Admiralty, Wan Chai en Causeway Bay het commerciële en administratieve hart van de stad. De meeste toeristen haasten er zich meteen naar de Peak Tram die je in een steile klim 552 meter hoog naar het meest bezochte en gefotografeerde deel van de stad brengt. Aan de overkant van Victoria Harbour ligt het noordelijke stads­gedeelte Kowloon, het meest menselijke en etnisch gevarieerde deel van de stad. Wie tijd en/of jonge kinderen heeft, trekt naar het meer toeristische Lantau Island, waar je onder meer de Chinese branch van Disneyland, megashoppingcomplexen en een reusachtig boeddhabeeld vindt.

DAG 1: de ‘dode’ verdieping

Op onze eerste dag laten we alle reisgidsen en navigatie-apps voor wat ze zijn, stappen vanuit ons hotel recht het hart van Tsim Sha Tsui in en lopen richting water. De lucht is zwoel en vermengt zich met een flauwe zweem van jasmijnbloemen en een olfactorische lawine van streetfoodgeuren.

Een beetje kenner van de Aziatische keuken zou ongetwijfeld het onderscheid kunnen maken tussen de alomtegenwoordige dimsums, pekingeend en duizenden noedelvariëteiten, maar voor onze neus is het gewoon eten. De jetlag, de geur van eten en het voor renovatie gesloten Hongkong Museum of Art doen ons onbedoeld terechtkomen in Maxim’s Palace Chinese Restaurant, een gigantische eettent verborgen onder de zuilen van het Hongkong Cultural Centre. De airco staat op diepvries, en driegeneratiefamilies slurpen en smakken aan grote tafels vol dimsumschotels en noedelkommen. We bestellen ‘fantasy ­dimsums’ in de vorm van goudvisjes en inktvisjes met smekende ogen, en drinken thee om het warm te krijgen.

Beeld Johan Tuyaerts

Terug in de hitte van de stad besluiten we om de stroom toeristen op weg naar de State Ferry niet te volgen en lopen we in noordelijke richting Nathan Road op, de commer­ciële levensader van Kowloon. Tussen de internationale luxeboetieks geprangd, zitten kleine Chinese souvenirwinkels, zoemende elektronicazaken en schimmige drogisterijen waar je gedroogde slang en niet-definieerbare kruiden kunt kopen.

De constante langs Nathan Road zijn echter de Indiase kleermakers die je om de vijf stappen hun visitekaartje in de hand duwen en je meevragen om ergens in een klein schimmig atelier a very nice tailored suit aan te passen.

‘Fantasy dimsums’ in de vorm van visjes met smekende ogen. Beeld Johan Tuyaerts

We laten de drukte van Nathan Road achter ons en komen even tot rust in Kowloon Park. Schoonmakers en kantoorwerkers spelen zij aan zij spelletjes op hun smartphone en delen de restjes van hun lunch met de eenden in een vijver waar flamingo’s en zwanen om de échte schoonheidsprijs strijden.

Door de kleine straatjes van Yau Ma Tei en Mong Kok lopen we verder noordwaarts. Het kosmopolitische karakter van de stad transformeert zich hier razendsnel in een kolkende Chinese stad, met talloze eetstalletjes, roepende straatverkopers en kleine parkjes waar ouderen tai chi beoefenen en mama’s hun kinderwagens heen en weer wiegen terwijl ze op een bankje zitten. De hypermoderne wolkenkrabbers van Tsim Sha Tsui en Hongkong Island zie je hier niet meer. De zon wordt uit het zicht gehouden door op elkaar leunende, reusachtige grauwe woontorens met minuscule ramen en schreeuwerige lappendekens van uitgehangen wasgoed.

Bij veel torens ontbreekt overigens de vierde verdieping. Dat komt omdat het Chinese woord voor ‘vier’ te veel klinkt als het Chinese woord voor ‘dood’.

Goldfish Market. Beeld Johan Tuyaerts

Bidden en offeren

Een lange rij mensen schuift geduldig aan voor een op het eerste gezicht wat kleurloos en anoniem restaurant. De naam The Australian Dairy Company doet nochtans een hoge hipfactor vermoeden, maar binnen blijken de troeven van deze populaire ontbijtplek toch vooral aan het eten toe te schrijven: de gestoomde eierpudding met melk (dun daan) en de roereieren zijn zo lekker dat je er de kille sfeerloosheid en onbeleefde bediening graag bij neemt.

In het hart van Mong Kok, tussen Dundas Street en Argyle Street, bereikt de drukte Dafalgan-niveau: schreeuwerige neonlichten, bruusk manoeuvrerende, kleurrijke minibusjes en vrachtwagens die het verkeer compleet blokkeren – ondanks een met gillende sirenes aandringende ambulance die het verschil tussen leven en dood kan betekenen. Allemaal bewijzen dat Hongkong zijn eeuwenoude traditie als handelsstad nooit kan loslaten, en dat een snelle levering nog steeds boven een snelle medische interventie gaat.

Gelukkig is er wel plaats en ruimte om de ziel te genezen. De Tin Hau-tempel eert de godin van de zee en trekt veel vissers en hun familieleden aan die komen bidden en offeren voor een behouden vaart. Pittig detail: de tempel staat wel erg ver van de zee. In 1865 werd hij weliswaar gebouwd aan zee, maar in 1876 werd hij verplaatst naar deze locatie, midden in Yau Ma Tei.

Uit bijgeloof hebben veel woontorens geen vierde verdieping. Beeld Johan Tuyaerts

Het mercantilisme escaleert: in de bij ­toeristen geliefde Ladies Market voel je de schimmige relatie die China met copyright heeft. Dit is het rijk van de fake luxemerken, die in het nabijgelegen Shenzhen, in enkele uren tijd, in gigantische sweatshops zo goed in elkaar worden gezet dat het soms moeilijk is de kopie van het origineel te onderscheiden. Toch is de kwaliteit ondermaats en vallen de weinig subtiele namen op: Praada, Luis Vutton en Guchi werken dan wel op je lachspieren, maar soms is het verdomd moeilijk om het verschil te zien. De recente hype zijn de populaire Kånken rugzakken van Fjällräven. Die worden voor 100 HK dollar (zo’n 10 euro) verkocht, met originele etiketten en prijstags, en zijn moeilijk van het origineel te onderscheiden.

In de straten rond Goldfish Market komen aquariumfetisjisten collectief klaar. Je ziet ze met fonkelende ogen door winkeltjes dralen vol exotische aquaria en duizenden kleine waterzakjes gevuld met de meest ongelofelijke vissen, waterplantjes en waterschildpadden. Even verderop gaat de dierenhandel in crescendo: winkels vol katten, honden, reptielen, slangen, vogelspin­nen, hamsters, bunzings, hermelijnen. Waar is GAIA als je het nodig hebt?

Op de Bird Market, vlak bij het Mong Kokstadion, wordt het ons bijna te veel. De vogels leven, naar analogie van de geprangde woonsituatie in Hongkong, op, naast en onder elkaar, met tientallen in te kleine kooien. Parkieten, paradijsvogels, bonte en groene ara’s wisselen voor verfrommelde geldbriefjes van eigenaar en het getsjilp is oorverdovend.

‘s Avonds kicken we af van de overdaad aan de kleine, cleane sushicounter van Haku, een minimalistisch restaurantje achter een discrete deur in de shopping mall van de Ocean Terminal. De Argentijnse chef Agustin Balbi verlegt grenzen door elementen uit de Japanse, Spaanse en Argentijnse met elkaar te vermengen. Er is ook een fantastisch vegetarisch menu, maar op de tartaar van versgesneden Polmard-rund en chutoro (vette tonijn) met kaviaar sneuvelen al onze principes.

DAG 2: Wandelende penissen

Je kunt Hongkong niet voelen zonder Victoria Harbour over te steken met de legendarische Star Ferry. De ferrydienst met de bekende groen-witte boten vaart al sinds 1880 tussen Hongkong Island en Kowloon en is ondanks de uitstekende MTR metro en talloze tunnels nog steeds de favoriete én fijnste manier om de oversteek te maken.

Als we de ferryterminal in Central uitlopen, botsen we op twee gigantische wandelende penissen die promotie maken voor een eroticabeurs op een boogscheut van de regeringsgebouwen. Een frivoliteitje dat je eraan doet herinneren dat Hongkong toch nog altijd een beetje een vrijstaatstatuut heeft binnen het meer censuurgedreven China. 

Het tafereel zorgt voor veel hilariteit bij enkele van de duizenden Filipijnse vrouwen die, verspreid over de hele stad, in kleine groepjes van hun vrije dag genieten als domestic worker voor een van de vele rijke Hongkongse families (alleen al in Hongkong zijn er 64 inwoners die meer dan 1 miljard dollar bezitten). Ze spelen kaart, breien en luisteren naar oorverdovende Asia Pop. Overal worden selfies gemaakt, waarbij poseren een heel serieuze bezigheid is, inclusief styling- en make-upsessies. Wie dacht dat Japanners het meest fotograferen, stelt zijn mening bij na een bezoek aan Hongkong.

Een van de vele food markets. Beeld Johan Tuyaerts

We lopen verder door Lan Kwai Fong, een hippe buurt met veel clubs, shops en resto’s. The Fringe Club is een club waar veel beginnende artiesten en jonge kunstenaars hun eerste kans krijgen, maar waar je in de huisbar Colette’s ook lekkere koffie kunt drinken en veggie-gerechtjes kunt eten.

In The Lanes, een kleurrijke souvenir- en prullariamarkt in twee steile steegjes, koop ik een nep-sushi en enkele schreeuwlelijke Chinese iPhonehoesjes voor mijn dochters.

We nemen de Central-Mid-Level-roltrap, met zijn 792 meter de langste overdekte outdoor roltrap ter wereld, die dagelijks meer dan 85.000 voetgangers vervoert tussen het zakendistrict Central en de hogergelegen woonwijken. ’s Ochtends gaan de roltrappen enkel naar beneden, na 10 uur gaan ze enkel naar boven. Ondanks het comfort van de roltrappen zwichten onze spieren voor een van de vele massagesalons die zich rond de lift bevinden. In Soho Relax kneedt Chan voor amper 17 euro gedurende een half uur mijn voeten, gevolgd door een heerlijke nek- en schoudermassage van een kwartier. De rest van de namiddag zweef ik door de stad, die met zijn vele heuvels toch wel flink in de kuiten van de dwalende reiziger kan bijten.

Hongkong wil letterlijk zeggen: ‘geurige haven’. Anders dan andere wereldhaven­steden maakt de stad die naam helemaal waar. In plaats van je te oriënteren met apps of kaarten, kun je in deze stad gerust vertrouwen op je zintuigen.

Je kunt, kortom, verdwalen in Hongkong, maar je bent er nooit verloren.

PRAKTISCH

Vliegen Cathay Pacific vliegt dagelijks heen en terug in ca. 12 uur met de nieuwe Airbus A350 tussen Brussel en Hongkong International Airport

Vervoer ter plekke Met de Octopus Card kun je betalen in al het openbaar vervoer en in veel winkels. De metro in Hongkong (MTR ) is snel en efficiënt. Victoria Bay oversteken doe je uiteraard met The State Ferry.

Accommodatie Wij verbleven in het hypermoderne en goed gelegen Icon hotel op Kowloon

Klimaat Oktober tot december: veel zon, temperaturen tussen 21° en 25°c. Februari tot april: vaak vochtig en mistig, temperaturen lopen op tot 26°c. Mei tot begin september: kans op tropische tegens en tyfoons.

O ja Hou er rekening mee dat in de airco in Hongkong zowat overal op maximum staat. Neem dus een truitje of jasje mee in restaurants en winkels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden