Zaterdag 20/07/2019

Reizen Japan

Hokkaido in Japan: 'Dit is magisch gebied’

Shiretoko, het einde van de wereld ofte natuurparadijs met een uitzonderlijk ecosysteem. Beeld Ingrid Hannes

In het uiterste noorden van Japan ligt Hokkaido, letterlijk ‘route naar de Noordzee’. Ooit woonde de inheemse Ainu-bevolking er. Nu is het groene eiland een toevluchtsoord voor natuurvrienden en neohippies die de stad willen ontvluchten. Een reis in drie etappes.

Dag 1-8: Beren en dolfijnen spotten in Shiretoko 

Vanaf een terras aan de baai van schiereiland Shiretoko kijk ik uit op de Zee van Ochotsk, tussen Rusland en Japan. ’s Winters ligt die vol drijfijs, maar nu schittert ze in de avondzon. Wat verderop vormen de Koerilen-eilanden een haperende verbinding tussen Hokkaido en de Russische overburen. De eilandengroep is al sinds decennia een twist­appel tussen de twee machten. Daar trekt de natuur zich echter niets van aan, de walvissen en dolfijnen in zee, de beren in het bos.

Hokkaido kent een rijke geschie­denis. Eeuwenlang werd het door de Japanners van het vasteland als een wildernis beschouwd met eindeloze winters, alleen onderbroken door warmwaterbaden en de lente. Het droeg de naam Barbareneiland en was de woonplaats van het natuurvolk de Ainu. Later werd het een militaire ­buitenpost, weken ex-samoerai in als boer­-soldaten en werd het ingenomen door de mijnbouw, die vervolgens teloorging. Nu zijn de uitgestrekte natuurparken de rijkdom van dit eiland. In 1922 reisde de Nederlandse schrijver Louis Couperus door Japan en ging hij met zijn boedhistische gids de karpers voederen: “En plotseling zeg ik tot de gids: ‘Vind je niet, dat de dode ­rotsblokken, die ons omringen, een grotere boeddhistische meditatie­houding hebben, dan die dikke vissen ooit zouden kunnen aannemen?’ ‘Zeker’, zegt Kawamoto. ‘Maar die rotsblokken zijn niet dood. Zoals u reeds vermoedde: zij peinzen.’”

In het Shiretoko Nationaal Park leven ongewoon veel beren samen op een relatief kleine oppervlakte. Beeld Ingird Hannes

Links van me ligt vissersstadje Utoro en daar zie ik waar Couperus’ gids het over had: gigantische, peinzende rotsen. Shiretoko betekent ‘het einde van de wereld’ in de Ainu-taal. Deze kaap is een buitengrens, met langgerekte heuvels waar beren en arenden wonen, en warmwaterbaden ­rooksignalen afgeven boven het woudbaldakijn. Want dit is vulkanische aarde. Zelfs in zee zijn er warmwaterbaden, die pas vrijkomen als het eb is. Het Shiretoko Nationaal Park werd in 2005 Unesco-werelderfgoed, omwille van het uitzonderlijke eco­systeem, zowel aan land als in zee.

Parkmanager Gen Terayama geeft een spoedcursus parkbeleid. “Er leven hier ongeveer 300 bruine beren op nauwelijks 1.000 vierkante kilometer, wat een zeer hoge dichtheid is. Het is dus belangrijk dat we mens en beer zo veel mogelijk uiteenhouden. Tegelijk moeten we ons voortdurend af­vragen hoe dieren en mensen hier kunnen leven, want we zitten op elkaars grondgebied.” Er zijn niet enkel de bezoekers, maar ook de bewoners van de vissersdorpen aan de oostkant van het schiereiland en van het stadje Utoro, de poort naar het natuurpark. “Er worden soms beren gedood uit noodzaak. Gisteren nog moesten we een berin neerschieten die al dagen verstrikt was in de netten van een zalmval aan de monding van een rivier. Als je gaat wandelen, neem dan een berenbel mee, of zing of praat luid genoeg zodat ze je mijden.”

Het lijkt vloeken in de kerk, maar antibeermaatregelen moet je ernstig nemen. Op wandel langs de beboste heuvelruggen rond Mashu Lake, heb ik een tingelende berenbel aan mijn wandelstok hangen. We ontmoeten wandelaars met een blèrende transistorradio op de schouder, of die een schril signaal uit de smartphone laten klinken. In de auto terug naar Utoro zien we een volwassen beer ma­jes­tueus de weg oversteken en in het struikgewas verdwijnen. Verderop landt een enorme visarend in een boomtop – wat zou de spanwijdte zijn van zijn ­vleugels? Door het open autoraampje zweeft het geruis van een verborgen stroompje naar binnen. “Als je echt beren wilt observeren, kan je dat het best vanaf een boot doen”, had Gen gezegd.

Vanaf het dek van de grote boot waarmee we de haven van Utoro zijn uit­gevaren, zien we aan de oever twee eenzame beren langs de rotsen ­zwerven. Verderop zit, naast een grote groep herten, een hele beren­familie met spelende kleintjes. Twee mannelijke herten houden de wacht. Dit is magisch gebied.

Beeld ingrid hannes

De volgende dag vertrekken we met een boot vanuit vissersdorp Rausu aan de oostkant, op zoek naar walvisachtigen. Als we een eind op zee zijn, spot de gids een groepje dolfijnen dat voor ons uit zwemt en als linedancers synchroon met drie telkens weer opduikt. Ze jongleren met hun eigen lijven. Onze verrukte oehs en ahs ­lijken hen alleen aan te sporen.

Even daarvoor waren de witte ­flanken van een meterslange Dall-bruinvis te zien, net onder het ­wateroppervlak. Hij racete een eind mee naast de boot voor hij in de diepte verdween.

Langs de hoge weg die Rausu met Utoro ­verbindt en die dwars over het schier­eiland loopt, zie ik plots ­rookpluimen opstijgen boven het dichte bladerdak, de stoom van ­vulkanisch verhitte warmwaterbaden in het woud. We proberen er eentje uit, en gaan binnen langs de ­vrouwenkant van het houten ­badhuisje. Rotenburo of buitenbaden zijn meestal gescheiden. Het melkachtige, benevelde water in de poel is zo gloeiend heet, dat ik er ­nauwelijks mijn voet durf in te steken. Terug buiten komt een koppel ons tegemoet. Duidelijk vaste klanten: ze hebben handdoeken en een mandje badspullen bij zich. De vrouw ­glimlacht: “Heet, hè.”

Op de laatste dag in Shiretoko sta ik met mijn blote voeten in het warme water van de Kamuiwakka-waterval. Kamui is god of geest, wakka betekent water. Weer de poëtische kracht van de Ainu-taal, die helaas bijna alleen nog gesproken wordt door linguïsten; native speakers zijn er nog amper.

Dag 8-15: Warmwaterbaden in Akan National Park

Aan het grote Kussharomeer zit ik in het warme water van het openluchtbad van Kotan, een dorpje op 500 meter van het meer. Voor deze ochtendmeditatie hoef je geen enkele moeite te doen. Je ogen glijden over het stille meer­oppervlak of naar de heuvelrij aan de andere kant en stoppen vanzelf. De ademhaling vertraagt, de spieren ­ontspannen. Hoe lang zit ik hier al? De tijd verdampt met de stoom, ongezien. Je ruikt daarna een beetje zwavelig, maar het weldadige effect is van lange duur. De buitenbaden van Hokkaido behoren tot de allermooiste natuur­plekken. Enkele kilometers verder ligt nog zo’n prachtige warme poel, Ikenoyu Onsen. Op de grens van meer en bad staat een soort totempaal van natuursteen, bekroond met twee vleugels of bladeren die naar de verte wuiven. Deze plekken zijn de immateriële tempels van Hokkaido, waar je stil wordt en alleen hoeft te kijken hoe de avond valt.

Mount Io in Akan National Park. Beeld ingrid hannes

De kajak glijdt de rivier Kusshiro op. De gids is een jongen van hier, die niet in een grootstad als Tokio of Osaka zou willen wonen, zegt hij. Nee, dit is zijn wereld. Die van laaghangende takken en bloeiende struiken. Die van vlinders en vogels en stroomversnellingen in de rivier. Hij legt de boot stil langs de kant en schenkt ­koffie uit een thermosfles. Vanmorgen handgemalen en opgegoten. “Proef je het?” Hij is een van die mensen voor wie Hokkaido een uitwijkplaats is, weg van de hoge sociale eisen van familie en baas, en weg van de drukte.

Zo zijn er nog, die hier een nieuw leven ­starten. We volgen een wegwijzer naar Kanon Coffee & Sweets, via een zandwegje rijden we de bossen in. Als ik het koffiehuis binnenkom, word ik verrast door klassieke muziek die door de heldere ruimte klinkt. Op een kastje zie ik Klara-cd’s en Nederlands­talige kookboeken. Eigenaar Fuyuki Eriguchi blijkt als voormalig IT-ingenieur een jaar in Hasselt en Leuven te hebben gewoond en heeft daar de liefde voor klassieke muziek en gebakjes opgedaan. Met als resultaat madeleines en tartelettes au poire in een stijlvol koffiehuis in het bos. ’s Winters vriest het hier tot min 30 graden Celsius, dan groeien er ­zigzaggende ijsmuren op het meer. Maar Fuyuki hoeft niet extra te verwarmen, onder zijn huis loopt ­vulkanisch verhit water naar zijn eigen onsen.

Dag 15-19: Stappen in de bergen van Daitsetsuzan

In het traditionele Japanse berg­hotel Yukomansou in Asahidake Onsen steekt een meisje giechelend haar hand in het gat in de buik van de ­opgezette beer. Eerder zag ik haar moedig met haar moeder stappen op het hoge wandelpad op de berg Asahidake in het Daisetsuzan natuurpark. Langs de paden vind je de lichtgevende, diepblauwe gentiaan, zo groot als lampion­netjes, sneeuwwitte bessen, rododendron- en azaleastruiken en spiegelende kratermeren. De geisers blazen met veel geraas hete stoom de lucht in, als vertrekkende locomotieven. Op het pad liggen botergele zwavelkeitjes. Je hand kan je warmen aan de hete lucht als je die in een holletje in de grond steekt.

In de winter, als er meters sneeuw ligt, verandert de geiserstoom in diamond dust. Voor skiërs is het dan een soort sneeuwhemel waarin je mag ­rondzwerven. De wegwijzers voor de ­winter hangen metershoog aan de bomen. Je kan van de berg terug naar beneden wandelen in plaats van de kabellift te nemen, maar er is een berin met twee kleintjes gespot, dus beter niet.

Beeld ingrid hannes

Tomoka Takeuchi was als klein meisje al gek op skiën, als snowboarder won ze later op de Olympische Spelen in Sotsji een ­zilveren medaille. Haar ouders en broer runnen het Yukomansou Hotel, en natuurlijk is er een Tomoka-museumpje ingericht. Maar haar broer verdient wat mij betreft evenzeer een medaille als chef. Hij is opgeleid in een van de beste restaurants van Tokio. In de eetzaal zitten de gasten in kimono en jasje. Ze komen net uit een van de warmwaterbaden van het hotel, dat ooit begon als pleisterplaats voor de bosarbeiders. Het oudste bad stamt nog uit die tijd. Voor ons staat een hyperelegante maaltijd: gestoomde, zwarte rijst en in rijstmout gemarineerde haring, bronwaterjelly met zwarte honing, zee­­­oor in zoutkorst en shabushabu, een bouillonsoepje met wild. 

Daisetsuzan was volgens de Ainu de ‘speeltuin van de goden’. Wij kunnen, in deze nieuwe tijden alleen maar hopen dat het dat zo mag blijven. 

Vliegen en rijden

ANA (All Nippon Airways) heeft rechtstreekse vluchten van Brussel naar Tokio, en vandaar naar Sapporo, Hokkaido. Daar kan je met een huurauto rondreizen. Vraag daarvoor info bij Vivre Le Japon, want je moet bijvoorbeeld een Japanse vertaling van je ­rijbewijs bij je hebben. ana.co.jpvivrelejapon.com

Info

Informatie sprokkelen kan bij de Japanse dienst toerisme en bij Hokkaido toerisme. japan.travel/en/en.visit-hokkaido.jp

In Shiretoko National Park en Utoro

Kitakobushi Shiretoko hotel & resort: mooi designhotel met een eigen onsen, ­binnen en buiten. shiretoko.co.jp/en

Eethuis Izakaya Shiokaze (Zeebries) vlak bij Tanpopo. Tel: +81(0)152-24-2298

Boottochten met Gojiraiwa Sightseeing vanuit Rausu of Utoro, tickets in hun kantoor in Utoro. Tel. +81 (0)152- 24 3060

In Akan Nationaal Park

Aan Kussharo Lake: Kussharo Prince Hotel, groot ­hotel aan de oever, alle kamers kijken uit op het meer. princehotels.com/kussharo

Aan Akan Lake: designhotel van de Tsuruga Groep.  tsurugawings.com/en

Kanon Coffee & Sweets, in het bos rond Kussharo Lake. sweets-kanon.com

Kanovaren op de rivier ­Kusshiro met outdoorgidsen van Somokuya. info@somokuya.com

In Daisetsuzan Nationaal Park

Logeren kan in Higashikawa, een dorp aan ­Daisetsuzan Nationaal Park. Of in Hotel Yukomansou Asahidake ­Onsen, een traditioneel ­Japans berghotel met eigen onsen (binnen en buiten) en klasserestaurant. yukoman.jp/en

Mail de Daisetsuzan Nature School van Kazuhiro Arai voor wandel­gidsen. arai@daisetsu.or.jp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden